Saint Amour: welk offer hebt u al voor de liefde gebracht?

De idee dat echte liefde verdíénd moet worden, dat niets voor niets komt, is zo oud als de literatuur zelf. Met Saint Amour – Vlaanderens oudste en mooiste literaire karavaan – in aantocht vroegen we zeven schrijvers naar hun offervaardigheid voor de liefde. ‘Ik vrees dat vooral anderen offers hebben moeten brengen. En hoe meer opofferingen ze deden, hoe zieliger ik ze vond.’

'Ik heb heel veel gedaan voor de liefde: gevochten, een nacht in de cel gezeten, naakt over straat gelopen'


Ilja Leonard Pfeijffer: ‘geen kater meer’

Op Saint Amour zal Ilja Leonard Pfeijffer (50) vermoedelijk voorlezen uit ‘Peachez, een romance’, de eerste roman die hij volledig op spuitwater en gemberthee heeft geschreven. Voor zijn huidige vriendin Stella gaf Pfeijffer bijna drie jaar geleden alle alcohol op.

Ilja Leonard Pfeijffer «Het is vroeger natuurlijk ook weleens voorgekomen dat ik een vriendin had die vond dat ik te veel dronk, maar dat heb ik altijd met een groot dédain weggehoond. Stella was zo speciaal dat ik serieus nam wat ze zei, dat was voor het eerst. Als ik dronk, veranderde mijn persoonlijkheid – ik werd nooit agressief of zo, gewoon ánders – en dat boezemde haar angst in. Stoppen met drinken voelde toen als een enorm offer, misschien wel het moeilijkste wat ik ooit deed. Nu word ik nog soms overvallen door het gevoel dat ik best een biertje zou lusten, maar het houdt me niet meer dagelijks bezig.»

HUMO U gaf niet alleen alcohol op, u moest zichzelf opnieuw uitvinden.

Pfeijffer «Mijn hele identiteit en zéker mijn publieke imago waren zo verbonden met de drank dat ik even niet meer goed wist wat aan te vangen met mezelf. Toen ik op een terras een kopje thee of een icetea bestelde, schaamde ik mij daar bijna voor.

»Ik ga nu vaker naar het theater, de bioscoop en concerten: dingen die ik vroeger zelden deed, want dat ging van mijn kostbare drinktijd af. Ineens heb ik ook weer de ochtend voor mezelf, omdat ik geen kater hoef uit te slapen.»

HUMO Heeft Stella al een tegenprestatie geleverd?

Pfeijffer «Afgezien van het bijna onmenselijke offer dat ze mijn aanwezigheid dagelijks moet verdragen, kan ik niets anders van haar verlangen (lachje).»

HUMO In 2015 zei u: ‘Ik ben mijn geloof in de klassieke exclusieve relatie kwijtgeraakt. Ik geloof niet dat ik in de wieg ben gelegd voor het langdurig samenwonen.’ Hebt u dat al aan Stella verteld?

Pfeijffer (verrast) «Heb ik dát ooit gezegd? Dan ben ik van gedachte veranderd. Ik kon me dat toen inderdaad moeilijk voorstellen, maar ik kon me ook moeilijk voorstellen dat ik zou stoppen met drinken. Ik heb veel bijgeleerd, kunnen we zeggen.

»Stella en ik waren buren; we woonden in hetzelfde palazzo en zo hebben we elkaar leren kennen. Nu woon ik bij haar, op de eerste etage. Op de vijfde etage heb ik nog steeds mijn eigen appartement, dat ik nu gebruik als kantoor.»

HUMO In ‘Peachez’ trapt de hoofdpersoon, geleid door blinde begeerte, in een valstrik. Welke domme dingen heeft het verlangen ú laten doen?

Pfeijffer «Ik zou een lange lijst kunnen opnoemen – verblind door de liefde heb ik véél domme dingen gedaan – maar het is bij mij gelukkig nooit zo ernstig geweest als in ‘Peachez’.»

HUMO Ronald Giphart vertelde in ‘Winteruur’ dat hij als tiener meisjes voor zich had proberen te winnen door liefdesgedichten van J.C. Bloem, Nijhoff en Gossaert uit het hoofd te leren. Het heeft ’m nooit iets opgeleverd. Heeft de literatuur u wel ooit aan een lief geholpen?

Pfeijffer «Die illusie heb ik wel altijd gehad. Omdat de vraag ‘Waarom schrijft u?’ mij zo vaak werd gesteld, en omdat ik daar zo moeilijk op kon antwoorden, heb ik hiervan mijn standaardantwoord gemaakt: ‘Nou, om meisjes te versieren.’ Dat heb ik volgehouden tot een journalist mij de wedervraag stelde: ‘En, werkt het?’ Toen ben ik maar opgehouden met dat antwoord. (Lacht) Natúúrlijk werkt het niet.»

HUMO In ‘Idyllen’ schreef u: ‘Wat liefde heet, is altijd karaktermoord.’ In een interview legde u dat zo uit: ‘De liefde en het dichterschap laten zich moeilijk verenigen. Samen zijn met een geliefde is immers altijd per definitie een concessie aan die geliefde. Als je de liefde wilt laten voortleven, kan je je eigen karakter niet laten voortleven. Het is dus een karakterzelfmoord.’

Pfeijffer «Ook dat kan je scharen bij de dingen waarover ik van mening ben veranderd. Hoewel, in zekere zin verandert een grote liefde je karakter natuurlijk altijd. Bij een echt grote liefde zet je jezelf op het spel, en kan je onderdelen verliezen. Dat maakt een grote liefde net zo waardevol.»


Tommy Wieringa: ‘Gevoeliger voor eigen amateurisme’

Zijn ‘Caesarion’ was obsessie onder een freudiaans hemeldak, ‘Een mooie jonge vrouw’ wist alles over de overrompeling van verliefdheid, en zijn recentste roman ‘De heilige Rita’ is genoemd naar de patroonheilige van de hopeloze gevallen: over domme dingen doen voor de liefde vertelt niemand zo aanstekelijk als Tommy Wieringa (50).

HUMO U hebt minstens één keer uw waardigheid opgeofferd: in naam van de liefde bent u naakt de straat opgelopen.

Tommy Wieringa «Ik heb veel gedaan voor de liefde, dat klopt. Gevochten, in de cel gezeten, in een uitzinnige bui naakt over straat gelopen, tja (lacht). Jezus man, het is een hobbelig parcours geweest, voor ik op mijn 37ste mijn grote geliefde vond.»

HUMO Vertel eens over die celstraf.

Wieringa «Tijdens mijn studententijd in Groningen heb ik eens ingebroken omdat ik zo verliefd was op een meisje. Op een middag ben ik stomdronken naar haar huis gegaan. Ze deed niet open, maar ik wist zeker dat ze er was. Toen ben ik over een muur geklommen, om daarna via het dak van een schuur door een venster een kamer binnen te raken. Alleen waren daar net een jongen en een meisje aan het minnekozen. ‘Sorry, volgens mij zit ik verkeerd. Ik zoek de kamer van Sarah?’ Zij bleek nog een verdieping hoger te wonen. Ik ben uiteindelijk met haar tandpasta naar huis vertrokken. Die tube was het bewijs dat ik in haar kamer geweest was.

»Ik was tot veel bereid voor de liefde. Het was een gevaarlijk hoge muur, met dat dronken hoofd.»

HUMO Dus u bent in de cel beland voor stalking en inbraak?

Wieringa «Nee, nee. Die celstraf kwam door de liefde voor een andere vrouw. Eén die ik met flink wat andere mannen deelde, al wist ik dat niet. Arthur Rimbaud zegt: ‘Iedere mens heeft recht op meerdere levens.’ Zij had er wel twáálf. We woonden samen, en op gegeven moment ben ik achter het bestaan van één van haar andere levens gekomen. Daarop heb ik een kerel neergeslagen in zijn eigen huis: dat heeft me een boete opgeleverd.

»Bij één van haar andere mannen ben ik ’s nachts eens in razernij uitgebarsten, waarna de politie me heeft opgepakt. Nacht in de cel. Een heel gedoe, ik beveel het niemand aan. Als ik er nu zo over praat, klinkt het een beetje Bukowski-achtig, maar toen was het de hel.»

HUMO Schrijft u met het ouder worden anders over de liefde dan vroeger? Die traag ontluikende liefde tussen Paul en Ineke, eenzame mensen van middelbare leeftijd, in ‘De heilige Rita’ – had u die op uw twintigste ook zo gevoelig en voorzichtig neergeschreven?

Wieringa «Toen had ik daar vermoedelijk ironisch over gedaan. Wie ouder wordt, is gevoeliger voor het eigen amateurisme, de eigen gebrekkigheid – misschien krijg je daardoor meer mededogen met je personages? Ik was vroeger weleens geneigd om een val voor ze op te zetten. Dat is nu weg.»

HUMO U had ooit ‘een vriendin die niet alleen kon zijn: de dood van de schrijver.’ Toen hebt u de liefde zélf opgeofferd.

Wieringa «Omdat ze begreep dat ze met mijn schrijven moest concurreren, had ze er haar zinnen op gezet mijn schrijven te doen ophouden. Eén keer heeft ze een harde schijf gewist – ze heeft me zeker een boek gekost. Ik heb me uiteindelijk van haar weten te ontdoen, een traag en slopend proces.»

HUMO De liefde voor kinderen vraagt ook offers. U hebt het slaaptekort als gevolg van een huilbaby in huis eens vergeleken met een marteling.

Wieringa «Ze zijn ondertussen zes en acht en maken nu zelf boekjes. Zodra er eentje af is, móét er een bijtje op de omslag, want alle boeken in de hele wereld zijn tenslotte van De Bezige Bij (lacht). Mijn kinderen krijgen, langzaam maar zeker, meer begrip voor mijn werk.

»De kinderen betekenden voor mij het einde van een reizend bestaan. Eerst omdat ik niet weg kon, nu omdat ik – de kindertijd is al zo hemeltergend kort – niet meer weg wíl. Ik vertrek morgen voor twaalf dagen naar een onderzoeksschip op de Caraïbische zee, en zie daar zeer tegen op. De hondse liefde voor mijn kinderen maakt dat ik eigenlijk nergens anders nog iets te zoeken heb. Een wonderlijk gegeven.»


Corine Koole: ‘Seks is heerlijke resetknop’

Journaliste en schrijfster Corine Koole (55) interviewde de voorbije vijftien jaar meer dan duizend mensen over relaties, seks en liefdesverdriet. Een deel van die opgedane kennis staat nu in ‘De zeven wetten van de liefde’, een handleiding en een zelfstudieboek. Zou zij een gediplomeerd Kenner van de Liefde kunnen zijn?

Corine Koole (lacht) «Ik geloof niet dat er in het Nederlandse taalgebied nog iemand is die even langdurig met zoveel en zo’n diverse mensen over de liefde heeft gesproken, dus in die zin klopt het. Maar ik ben geen wetenschapper. Misschien is ‘ervaringsdeskundige’ een beter woord.»

HUMO U schrijft dat u veel meer mannen en vrouwen spreekt die problemen hebben met seks dan u er spreekt die ervan genieten. Waarom doen we het onszelf aan?

Koole «Jonge mensen zouden steeds minder seks hebben en dat oké vinden. Ik weet niet of dat een goede ontwikkeling is. Ik zeg niet dat iedereen de hele dag door seks zou moeten hebben, maar het is wel een soort heerlijke resetknop: je wordt er mild van, waardoor je je weer even minder ergert aan de persoon bij wie je bent. Seks is één van de weinige dingen in het leven die zich onttrekken aan het banale.

»Er wordt zoveel over seks gezegd: ‘Je moet het twee keer per week doen’ of ‘Je moet het zus doen en niet zo’, maar dat is allemaal zo normatief. Ga gewoon lekker in je blootje tegen elkaar aanliggen en kijk wat er gebeurt. Misschien gebeurt er niets en vind je dat toch leuk. Seks is niet alleen neuken, seks is veel dingen.»

HUMO U hebt mensen ontmoet die geen lust voelen, niet genieten van seks, maar omdat ze veel porno gekeken hebben wel perfect weten wat van hen verwacht wordt. Ze imiteren, en halen daar een soort zelfwaardering uit.

Koole «Het meisje uit mijn boek is heel intelligent maar voelt helemaal niets meer. Ze heeft zo lang gespeeld dat ze iets leuk vindt – ook op andere vlakken in haar leven – dat ze geen echte blijdschap meer kan ervaren. Ze speelde genot om het haar vriendje naar de zin te maken, maar dat heeft een averechts effect gehad. Toen ze dat imiteren na vijf jaar opbiechtte, voelde hij zich ontzettend misleid en beledigd – ze zijn nu uit elkaar. Een heel schrijnend voorbeeld.»

HUMO Psycholoog en schrijver Paul Verhaeghe, óók een kenner van de liefde, zegt: ‘Liefde is een verslaving. Soms wordt het te erg en moet je even afkicken. Maar je staat al snel weer bij de dealer.’

Koole «Ja, dat is zo. Iedereen weet dat pijn een minstens zo groot deel van de liefde inneemt als de mooie momenten – volgens mij zelfs nog veel meer. Toch zegt niemand: ‘Ik heb drie slechte ervaringen gehad, het is genoeg geweest.’ Iedereen blijft maar verlangen naar de herhaling van die paar schitterende momenten. Ook prikkelt verliefdheid precies hetzelfde deel van je hersenen als cocaïne, de metafoor is dus goed op zijn plaats.»

HUMO Veel van uw interviewees zijn al decennia samen. Groeien we in een lange relatie vanzelf naar elkaar toe?

Koole «Zoals een baasje op zijn hond gaat lijken? Wat een schrikbeeld! Het is wel zo dat je in de ene verhouding altijd iets anders bent dan in de volgende. Maar op elkaar gaan lijken? Ik heb een man die zeventien jaar ouder is dan ik. Ik hoop niet dat ik op hem ga lijken (lacht).»


Pieter Aspe: ‘de hoop bijna opgegeven’

Op 31 augustus 2016 verloor Pieter Aspe (64) zijn echtgenote en muze: kanker was Bernadette Vandenbroucke (53) te snel af. Sindsdien zoekt de auteur naar houvast en een nieuwe richting. En vandaag voor de gelegenheid ook naar antwoorden op onze vragen.

Pieter Aspe «Offers brengen voor de liefde? Toegevingen doen? Elkaar willen veranderen? Ik kan me daar niets bij voorstellen. Echt niet. Bernadette en ik, we waren wie we waren, en blijkbaar klikte het tussen ons. Het kwam van twee kanten en verder hebben we daar geen woorden aan vuil gemaakt.»

HUMO Na haar dood hebt u lang niet kunnen schrijven, maar ondertussen hebt u samen met cartoonist Marec een eerbetoon aan Bernadette gemaakt, en in september verscheen uw laatste Van In-thriller.

Aspe «Het was allemaal niet bedacht, het is gewoon zo gebeurd. Over dat eerbetoon – een idee van Marec – dacht ik: ‘Da’s wel het minste wat ik kan doen.’ En daarna: ‘Als ik dát kan, kan ik ook nog wel een Van In-boek schrijven.’ Bernadette had me gezegd dat ik me na haar dood niet mocht laten gaan, dat heeft daar ook mee te maken.»

HUMO Werkt u alweer aan iets nieuws?

Aspe (Twijfelt) «In principe begin ik volgende week aan een nieuwe reeks. Van In 2.0.»

HUMO Had u dat personage niet op pensioen gestuurd?

Aspe «Ja en nee. Dit is de gestripte Van In, al de rest valt weg. Het decor, de omgeving, de andere personages, de vormgeving die mijn lezers kennen: alles gaat eruit. Alleen Van In blijft over en hij bouwt alles opnieuw op.»

HUMO In Humo zei Bernadette eens: ‘Van In is méér dan zomaar een beetje Pieter Aspe. Het is ’m helemaal.’ U hebt dus geen andere keuze dan met een schone lei te beginnen?

Aspe «Er zal een stuk Pieter-Aspe-ná-Bernadette in zitten, dat kan niet anders. Ik ga dat niet bewust doen, maar ik bekijk de wereld nu vanuit een ander perspectief, en dus ook mijn boeken. Ik wil daar niet te veel over zeggen, want dan klinkt het alsof het allemaal doordacht is – en dat is het absoluut niet – maar wellicht zal Bernadette onherkenbaar voorkomen in de nieuwe reeks. In scènes of zinnen die voor mij heel persoonlijk zijn, maar waarvan geen lezer – op een paar uitzonderingen na – zal weten dat precies dáár de schaduw van Bernadette valt.»

HUMO U noemde haar uw drijfveer en uw klankbord bij het schrijven.

Aspe «Ja. De toon van mijn nieuwe boeken zal dus wellicht anders zijn. Ze is redelijk onvervangbaar, ook op dat vlak.

»(Twijfelt) Ik heb ondertussen een paar keer geprobeerd om... Hoe moet ik dit zeggen? Ik ben ondertussen met een paar andere vrouwen dicht bevriend geworden, maar telkens is dat heel snel weer gestopt. Ik moet opletten dat ik niet vrouwonvriendelijk ga klinken, maar... (Bedenkt zich) Er ís gewoon niemand die nog maar tot aan haar enkels komt.»

HUMO Maar u bent wel klaar voor een nieuwe relatie?

Aspe «Het zou kunnen, áls ik iemand vind. Ik heb de hoop bijna opgegeven. Ik begin ook een beetje te berusten in alleen zijn. In het begin voelde dat als een zware last – alleen slapen, alleen thuiskomen, alles alleen – nu kan ik me daar beter in vinden. En een nieuwe relatie: als het mij overkomt, overkomt het mij. Maar ik ga niet meer op zoek, dat ben ik beu.»


Kristien Hemmerechts: ‘niet bezitterig zijn’

In één flukse openingszin onderricht Kristien Hemmerechts (62) ons achtereenvolgens over de oorsprong van Valentijnsdag, het genot van anonieme liefdesbrieven en over het gebrek aan zin voor romantiek van haar echtgenoot Bart Castelein. Pas wanneer we gesprek richting offers voor de liefde duwen, stokt de schrijfster van ‘Een zuil van zout’, ‘De vrouw die de honden te eten gaf’ en – uit op 20 februari – ‘Wolf’, haar nieuwe roman.

Kristien Hemmerechts «Offers voor de liefde?! My goodness! Mensen moeten helemaal géén offers brengen voor de liefde. Dat wreekt zich vroeg of laat toch. Mijn man en ik wonen bijvoorbeeld niet op dezelfde plek, omdat we allebei heel graag wonen waar we wonen. Als Bart bij mij zou intrekken, zou hij te veel opofferen en daar ongelukkig van worden. Omgekeerd hetzelfde.

'Offers brengen voor de liefde? Toegevingen doen? Elkaar willen veranderen? Ik kan me daar niets bij voorstellen. Echt niet''

»Echte offers van je partner vragen – zo van: ‘Nu mag je niet meer schrijven’, ‘Nu móét je bij mij komen wonen’ of ‘Nu mag je geen contact meer hebben met je dochter’, ik zeg maar wat – lijkt me verschrikkelijk. En het tegenovergestelde van liefde.»

HUMO Na uw borstkanker en -operatie was u bang dat een vrouw met een gehavende borst heel erg zou zijn voor uw man. ‘Ik heb hem gezegd dat ik er alle begrip voor zou hebben als hij nog eens seks zou willen hebben met een vrouw met twee gave borsten.’ Dat is toch een – zelfs behoorlijk verregaand – offer?

Hemmerechts «Ik had me negatieve ideeën die leven in de maatschappij laten aanpraten. ‘Als er iets scheelt aan de borsten van een vrouw is ze rijp voor de schroothoop.’ Ik had dat voor waar aangenomen en ging er dus van uit dat de situatie voor Bart verschrikkelijk moest zijn. Ik vond mijn voorstel geen offer, want ik wil Bart niet ongelukkig maken. Toen ik hem dat vertelde, bekeek hij me met een blik die zei ‘Ben je nu gek geworden?’ (lacht)»

HUMO Nog een citaat, opgetekend na het overlijden van Herman de Coninck: ‘Men zegt vaak van vrouwen dat ze hun man willen temmen. Misschien heb ik dat ooit wel gewild, maar ik ben er niet bijster goed in geslaagd. Als ik van Herman een soort van wezen had gemaakt dat dronk noch rookte en op tijd ging slapen, had ik net zo goed met Jan Klaassen kunnen trouwen.’

Hemmerechts «Samenwonen met Herman was in zekere zin problematisch: altijd dat laat gaan slapen, het voortdurende drinken en roken... Maar dat zag hij zelf ook in. Stoppen met drinken en roken: als je dat al een offer wilt noemen, zou het er vooral één voor zichzelf geweest zijn. Maar dat offer kon hij niet brengen. Hij kondigde af en toe aan dat hij een poging zou ondernemen om anders te leven, maar dat hield hij dan twee dagen vol, als het al zo lang was. Ilja Leonard Pfeijffer heeft het geluk dat hij is kunnen stoppen met drinken, dat lukt niet zomaar bij iedereen.»

HUMO Hebt u ooit vastgesteld dat u in een relatie te veel naar de ander was toegegroeid?

Hemmerechts «Ik heb altijd een stuk afstand gehouden, en dat heeft veel te maken met mijn schrijven. Mijn huidige man zei eens: ‘Op de eerste plaats komt je werk, daarna de rest.’ Ik kan dat niet helemaal ontkennen.

»Er zijn mannen boos op mij geweest omdat ze geen vat op mij kregen: die relaties hebben dan ook niet lang geduurd. Een man en ik, dat gaat niet samen. Ik ben zelf ook geen bezitterige vrouw. Bezitterig zijn staat haaks op de mensenrechten en heeft niets te maken met liefde.»

HUMO Wat is het meest onverwachte compliment dat u ooit van een geliefde kreeg?

Hemmerechts «Herman zei ooit dat hij mij geestig vond. Geloof het of niet – want het strookt niet met mijn imago – maar ik hoor vaak dat ik lief ben. Maar geestig? Dat was nieuw en dat is bijgebleven. Voor het soort vrouw dat ik ben – men zal tegen mij niet snel zeggen dat ik ‘een verpletterende schoonheid’ ben – was dat heel prettig om te horen. Interessant vond hij mij ook, zei hij. Ik herinner me dat ik dacht: ‘Ah. Oké. Dat is goed.’ (lacht)»


Michel Faber: ‘ergernissen inslikken’

Michel Faber (57) is dit jaar de vetste vis op Saint Amour. De successchrijver van onder meer ‘Lelieblank, scharlakenrood’ en ‘Under the Skin’ verloor in 2014 zijn vrouw Eva Youren aan kanker, en bracht sindsdien enkel nog ‘Undying. A Love Story’ uit (vertaald als: ‘Tot leven, een liefdesgeschiedenis’), een kluit bloedmooie, maar lillend rauwe gedichten over de ziekte en dood van zijn vrouw. Sindsdien lijkt hij zijn schrijverscarrière geofferd te hebben.

HUMO Na haar dood hebt u nog een tijdje Eva’s rode lederen schoenen meegenomen naar lezingen en literaire events. U zette die dan op de eerste rij, alsof ze erbij was. Doet u dat nog?

Michel Faber «Ik nam die schoenen mee naar plaatsen waar ze nooit was geweest, en waarvan ik weet dat ze die graag had bezocht. Het laatst in juni 2017, toen ik uitgenodigd was voor een muziekfestival in de poolcirkel. Eva was dol op het Hoge Noorden. Ik denk maar niet dat ik de schoenen meeneem naar Saint Amour. Omdat Eva verschillende keren in België is geweest, en omdat de mensen misschien gaan denken dat ik het als gimmick doe.»

HUMO Weet u al wat u zal voordragen op Saint Amour?

Faber «Niet echt. Toen ik de gedichten van ‘Undying’ schreef, wou ik dat ze radioactief waren van het onverwerkte verdriet. Ik zou het verschrikkelijk vinden als ze, omdat ik ze te vaak voorlees, ineens in voer voor een gladde performance zouden veranderen.»

HUMO Hebt u ooit iets tegen uw zin gedaan voor de liefde?

Faber «Ik ben er op het einde mee opgehouden om Eva tegen te spreken. We gaan allemaal af en toe in het defensief wanneer we denken dat onze partner ons verkeerd begrijpt. Maar toen Eva al verschrikkelijk ziek was, heb ik – in het laatste jaar van haar leven – mijn ergenis telkens ingeslikt.

'Bij een echt grote liefde zet je jezelf op het spel. Het verandert je karakter altijd ''

»In haar laatste maanden wilde ze ook redelijk veel dingen absoluut nog doen. In mijn ogen waren dat niet allemaal wijze beslissingen, maar ik heb daar niets over gezegd. Ik was de enige die haar kon helpen, dus heb ik dat gewoon gedaan.»

HUMO Hoe heeft uw relatie met Eva u veranderd?

Faber «Ze heeft me menselijker gemaakt. Door mijn familiale achtergrond was ik opgegroeid tot een wereldvreemde, asociale mens aan de rand van de maatschappij en het leven. Eva heeft me naar binnen uitgenodigd, ik sta niet langer aan de rand en ben nu veel meer gesocialiseerd. (Denkt na) Ik laat het klinken alsof ze een Goede Samaritaan was die een verwilderde hond in huis heeft genomen.»

HUMO Welk onderdeel van de liefde vindt u het moeilijkst om over te schrijven?

Faber «Heb ik ooit over jaloezie geschreven? Ik kan het me niet meer herinneren, maar dat zal of zou ik wellicht heel moeilijk gevonden hebben. Ik begrijp daar namelijk niets van. Ik besef dat het al duizenden jaren een rijke bron voor diepmenselijk drama is, maar als emotie houdt jaloezie voor mij geen steek.»

HUMO Toen u in 2014 aankondigde dat ‘The Book of Strange New Things’ uw laatste roman was geweest, leken de meeste collega-schrijvers en lezers u amper te geloven. ‘Faber is een veel te goede schrijver. Hij zal de drang om te schrijven niet kunnen weerstaan.’ Vond u dat complimenteus, of net vervelend en aanmatigend?

Faber «Geen van beide. Ik dacht er níét bij na. Ik vond ‘The Book Of Strange New Things’ een zeer gepaste roman om er een punt achter te zetten. Mijn stapeltje Ernstige Romans was hoog genoeg. Ik was trots op wat ik had gemaakt, en tevreden dat ik alles gezegd had wat ik gezegd wilde krijgen.

»Maar: ik bén niet gestopt met schrijven. Ik werk nu aan een roman voor kinderen. En ik schrijf een non-fictieboek over muziek. Wie alleen romans voor volwassenen wil, vindt zijn gading elders: er zijn meer boeken in de wereld dan je in een mensenleven gelezen krijgt.»

HUMO ‘The Book of Strange New Things’ kan gelezen worden als eerbetoon aan de manier waarop technologie ons verbonden houdt met mensen heel ver weg. Welke concrete dingen houden u verbonden met Eva?

Faber «Eva was kunstenaar en fotograaf, en ik vind nu vooral betekenis in de kunst die ze heeft achtergelaten. Ze schreef ook een aantal onafgewerkte kortverhalen: ik hoop dat ik die ooit, in een soort postume samenwerking met haar, zal kunnen afronden.

»Ik draag haar juwelen niet overal met me mee en voel geen tranen opwellen als ik een kussen zie dat zij nog heeft aangeraakt. Niets mis mee als je dat soort verbondenheid met je overleden geliefden voelt, maar het is niet hoe ik in elkaar zit.»


Dimitri Verhulst: ‘geen inkijk in mijn broek’

Dimitri Verhulst (45) was al veel, maar sinds de publicatie van ‘Spoo Pee Doo’ ook de auteur van het puntigste liefdesgedicht dat we kennen: ‘Zeven kanjers van kapoten, heb ik voor jou volgespoten, ik die zoveel van je hou.’

HUMO Welke vindt u zelf de mooiste van alle liefdes waar u al over schreef?

Dimitri Verhulst «‘Mevrouw Verona daalt de heuvel af’ is waarschijnlijk mijn beste liefdesboek, als ik dat zo mag noemen. Ik hoop nog lang genoeg te mogen leven om daar nog één zo’n roman aan toe te voegen.

»Wanneer ik een goed liefdesgedicht heb geschreven, dan pis ik de maan naar beneden van contentement. De poëzie is het huis van de liefde, daar ben ik zeer klassiek in. Over mijn laatste dichtbundel, ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’ kan ik zachtjes tegen mezelf fluisteren: ‘Goed gedaan, jongen.’ Verdenk me nu niet van onbescheidenheid, vijf minuten later vind ik me weer de grootste sukkelaar ter wereld.»

HUMO Welke romantische offers of toegevingen hebt u ooit gemaakt?

Verhulst «Ik vrees ootmoedig te moeten toegeven dat vooral anderen offers hebben gebracht, zeker in de jaren nadat mijn geloof in de romantiek aan diggelen was gegooid. Anderen moesten mijn nukken incasseren, mijn bedrog, mijn zelfvernietigende levensstijl. En hoe meer opofferingen de ander deed, hoe zieliger ik die vond. Misschien ook omdat ik niet kon begrijpen waarom iemand überhaupt een opoffering voor mij zou doen. Want graag zien kan ik, maar graag gezien worden heb ik moeten leren.

»Het vaderschap is zo’n ding waarvan ik lang heb gedacht dat het mijn grootste opoffering was. Maar dat zou impliceren dat ik er veel moeite voor gedaan heb, wat niet het geval is. Ik geniet nu zelfs weleens van de gedachte dat de wereld door mijn toedoen een stukje overbevolkter is.»

HUMO In 2013 en 2014 beleefde u uw beruchte Jaar van de Drie Vrouwen. Hebt u toen iets over de liefde geleerd dat u nog niet wist?

Verhulst «Ik ben heel eerlijk in mijn publieke leven, dat maakt dat er nogal veel amoureuze weetjes van mij op de straatstenen liggen. Ik worstel daarmee. Uitspraken uit het verleden, die er wat mij betreft niet meer toe doen, blijven mij achtervolgen.

»Wat ik over de liefde met scha en schande heb geleerd, is dat ze mijn liefde is. Van mij en van mijn partner. Niemand krijgt nog inkijk in mijn broek, voortaan hang ik mijn lakens alleen nog aan mijn eigen wasdraad.»

HUMO Ronald Giphart probeerde meisjes voor zich te winnen door liefdesgedichten uit het hoofd te leren. Zonder succes, helaas. Heeft de literatuur ú wel ooit aan een lief geholpen?

Verhulst «Misschien was Giphart niet zo sterk in declameren. Ik was tamelijk succesvol met de gedichten die ik in de oortjes van mijn meisje strooide. Ik twijfel nog altijd of ik toen een sul was, dan wel een groots versierder, maar de broeksknopen gingen los, dus dat pleit voor het laatste.

»Zo nu en dan haalde ik het in mijn hoofd om eigen gedichten te oreren. Als zo’n meisje dan vroeg wie zoveel moois wel geschreven kon hebben, was ik te beschaamd om te zeggen dat ik dat was. Dan zei ik: ‘Hugo Claus, natuurlijk!’. Claus heeft ongetwijfeld nog enkele bundeltjes verkocht door mijn toedoen.»

HUMO Welk onderdeel van de liefde vindt u het moeilijkst om over te schrijven?

Verhulst «Er zijn idioten die menen de literatuur een dienst te bewijzen door een prijs voor de slechtste seksscène in de letteren uit te reiken. Probeer het maar eens, schrijven over seks. Het is hinkelen tussen de valkuilen. Harry Mulish wist wel waarom ie er niet of nauwelijks aan begon. Een seksscène wordt al gauw totaal belachelijk, het vereist absoluut meesterschap om ze wel te laten slagen, en auteurs die dat risico nemen, verdienen grenzeloos respect. Er zijn twee onderwerpen die ik bijna onbeschrijflijk acht: wijn en seks. Dat maakt mij meteen ongeschikt als autobiograaf.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234