null Beeld

Sándor Márai - Er is in Rome iets gebeurd

Graag breng ik via deze weg mijn meest plechtige groetjes over aan mevrouw Régal. Ze had een muizig gezicht dat geannexeerd was door een grote bril, zou tijdens het scrabbelen nooit het woord ‘overspel’ leggen al leverde het haar de overwinning op, en was streng als een poolwinter.

Jeroen Maris

Maar wat ben ik mevrouw Régal dankbaar, want in mijn nukkige jaren op de middelbare school leerde ze me dat er swing zat in de klassieke oudheid. Subtiel wees ze me er ook op dat, wanneer schrijvers een beetje hun best doen, taal muziek wordt. En ze deed me ‘De Bello Gallico’ lezen, wat ik dan weer één van haar flauwere geintjes vond. Latijn rinkelt van nature, maar in de handen van Julius Caesar was het toch vooral een taal van doffe ploffen.

In dat laatste krijg ik gelijk van Sándor Márai – of toch tenminste van één van zijn personages in ‘Er is in Rome iets gebeurd’ (Wereldbibliotheek): ‘Over de Gallische oorlogen heeft hij alleen opschepperijen geschreven. Hij kon het ook niet afkrijgen!’ En: ‘Hij kon niet schrijven, dat is de waarheid.’

‘Er is in Rome iets gebeurd’ – geschreven in 1971, nu in het Nederlands vertaald – speelt in de avond en nacht na de moord op Caesar. Márai geeft uiteenlopend volk dat van ver of dichtbij met de dictator te stellen heeft gehad, telkens een hoofdstukje dat leest als een geprononceerde theatertekst. Er zijn de slaven, met hun afgrijzen, hun fatalisme en hun trotse misprijzen tegenover wie hen wreed op de kop kakt. Er is het voetvolk, dat bij kruiken bier probeert uit te maken of Caesar goed of slecht was, slim of dom, er niet uit raakt, en dus nog maar wat kruiken bier bestelt.

Een juwelier (‘Hij was mijn beste klant’) heeft iets gejat, een eunuch doet een merkwaardige biecht, een arts is Hippocrates vergeten, en ook de Panama Papers van Caesar krijgen daglicht: een advocaat komt wat details schreeuwen over zijn inhaligheid en corrupte streken. Zo krijg je een heerlijk schmutzig fresco van gossip, geouwehoer en intieme revelaties (Wie, waar en hoe hij neukte? Check.) die Márai bij een hoop bronnen gaan halen is, met bijzondere dank aan Suetonius en Plutarchus. Een beleefde jongen, trouwens, die Caesar: ‘Hij kon op zijn lijf letten en boerde nooit aan tafel.’

Maar Márai heeft ook een diepere laag toegevoegd. Het ‘laaghartig en schaamteloos schouwspel’ dat de geschiedenis is, gaat in de eerste plaats over Jan met de pet – in die tijd: Appius met de cucullus. Veel meer dan over Caesar leer je over de kleine levens van ‘meeliftende profiteurs’ en trouweloze schobbejakken, van vrolijke luiden en treurige minihelden. En er staan universele waarheden in ‘Er is in Rome iets gebeurd’. Al in 44 voor Christus werden politici afgerekend op de loszittende stoeptegel, bijvoorbeeld: ‘Het plaveisel van de Via Appia: een schande!’

Wie Márai (1900-1989) nog niet kent, en dus niet weet dat de Hongaarse schrijver één van de opwindendste geheimen van de 20ste eeuw was (pas aan het begin van deze eeuw werd hij echt ontdekt en vertaald), begint beter bij ‘Gloed’, en daalt dan in een zelfgekozen volgorde in zijn oeuvre af. Wie hem wel al zijn bibliotheek in geaaid heeft, zal de hand van de meester opnieuw schudden: ‘Ik ken geen enkel geheim. Vóór de geboorte heerst er grote stilte, en grote stilte volgt er na de dood… Dat is alles wat je kunt weten. En wat er daartussen zit, zijn lawaai en waanzinnig joelen.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234