Sandra en Samantha over hun overleden broer Frank Vandenbroucke: 'Wij wilden hem helpen. Maar hij wilde niet geholpen worden'

‘Ton frère est mort.’ Vier woorden volstonden voor moeder Vandenbroucke om haar dochters Sandra en Samantha te vertellen dat hun broer Frank was overleden. In een groezelig hotelletje in Senegal was de eens zo gevierde wielerkampioen voorgoed buiten tijd aangekomen. Het was 12 oktober 2009.

(Verschenen in Humo 3657 van 5 oktober 2010)

Frank Vandenbroucke was met goede luim op vakantie naar Senegal vertrokken. Tegen z’n gewoonte in, want hij hield niet van lange vliegreizen. In de badstad Saly zou hij het zoveelste mislukte wielerseizoen afsluiten met een spetterend feest, samen met zijn goeie vriend Fabio Polazzi. Maar op de eerste avond ging het al fout: in een achterafkamertje bezweek hij aan een longembolie.

Eén jaar later opent het evenbeeld van de jonge Frank Vandenbroucke de deur voor Humo: Franklin Six, veertien, wielrenner in de dop, en de neef van Frank. Hetzelfde scherpe profiel, dezelfde vranke oogopslag, dezelfde vriendelijke voorkomendheid ook. ‘Kom binnen,’ zegt hij. ‘En ga zitten. Kopje koffie, iemand?’

Zijn zusje Sofia – elf jaar en atlete in dezelfde club als Cameron, de oudste dochter van Frank – is ook thuis. Ze hebben geen school vandaag: feest van de Franse Gemeenschap. Even later komt ook hun moeder erbij zitten: Sandra Vandenbroucke (38), de oudste zus van Frank. Samen met haar jongere zus Samantha (25) zal zij, met vereende krachten, het portret schetsen van hun veel te vroeg gestorven broer. Hun lieve broer – niet de ontspoorde wielrenner die tot zijn eigen ontzetting het ene succès de scandale op het andere stapelde.

We keren terug naar die vermaledijde avond van 12 oktober 2009.

Sandra «Mama belde me rond een uur of negen. We wilden er een fijne avond van maken: Sébastien (Six, haar man, eliterenner zonder contract, red.) had z’n laatste koers van het seizoen gereden, en voor de gelegenheid had ik uitgebreid gekookt. De kinderen mochten ook wat langer opblijven, en net toen ze gingen slapen, rinkelde de telefoon. Mijn moeder: ‘Ton frère est mort.’ Die vier woorden. Ik kon haar niet geloven, maar ze vertelde dat ze het had vernomen van een politieagent uit Senegal, en dat het dus wel waar móést zijn.»

Samantha «Ik was net zwanger van Aron en ik was vroeg gaan slapen. Toen belde mama: ‘Ton frère est mort.’ Ik had het niet goed verstaan: zei ze nu frère of père? Ik heb de telefoon aan mijn man gegeven, want ik kón niet meer luisteren – ik krijste het hele huis bij elkaar.

»Mijn oudste, Ewan, raakte in paniek toen hij mij zo overstuur zag. Leg maar eens uit aan een jongen van drie, slaapdronken nog, dat zijn tonton gestorven is.»

Sandra «Franklin kon het ook niet geloven: ‘Mama, zeg dat dit een droom is.’ Maar het was geen droom, het was echt.

»We zijn naar de Hostellerie de la Place getrokken, het restaurant van mama en papa. Rond een uur of één ’s nachts lag ik in bed, maar ik kon het niet aan: ik ben teruggekeerd naar mama, en daar tot vijf uur gebleven – tot de eerste kranten in de bus vielen.»

Samantha «Pas toen hij terugkwam in België en we zijn kist openden, geloofde ik het: Frank is dood. Tot dan hoopte ik dat ze zich vergist hadden. Dat het iemand anders was.»

Sandra «Jij hebt het gezien, hè. Ik kon dat niet aan.»

Samantha «Ik heb er spijt van: dat lichaam in die kist, dat was Frank niet. Hij droeg een wit hemd dat niet bij hem paste. Natuurlijk wilde iedereen hem graag nog eens zien, maar we hadden moeten wachten tot hij mooi opgebaard lag.»

Sandra «We hebben Cameron laten kiezen wat haar papa op zijn sterfbed moest dragen. Zijn valies was uit Senegal meegekomen, en daar heeft ze een hemd uitgehaald. Een kleurrijk hemd, dat paste bij Frank.»

HUMO Wanneer hadden jullie hem voor het laatst in leven gezien?

Sandra «Iets meer dan een jaar geleden – het was een zaterdagavond, en we waren aan het barbecueën. ‘Tof,’ zei hij, ‘mag ik mee eten?’ Hij was erg vrolijk, hij heeft zelfs niet geklaagd over de kwaliteit van het vlees – ’t kwam van Colruyt, terwijl hij altijd het beste vlees van de slager wilde. De volgende dag is hij nog komen kijken naar de wedstrijd van Sofia en Cameron, in Waregem. Daarna is hij naar Mendrisio vertrokken, naar het wereldkampioenschap wielrennen.»

Samantha «Ik heb ’m één week voor hij naar Senegal vertrok voor ’t laatst gezien, bij mama. Ik heb ’m toen verteld dat ik zwanger was. Die avond heeft hij Ewan nog onder z’n voeten gegeven. Je moet weten: Ewan is van niemand bang, behalve van tonton Frank. Dus als Ewan niet wil luisteren, dreigen we ermee om tonton Frank te bellen, en dan is hij meteen stil. Die avond dus ook, en daarna hebben ze als twee kleuters op elkaars buik zitten tekenen: Ewan wilde ook tattoos zoals Frank! Mijn man kon er niet om lachen. Maar nu denken we dikwijls: tekende tonton Frank nog maar eens op Ewan z’n buik.»

Sandra «Bij ons is dat net hetzelfde: Sébastien en ik hebben ons dikwijls geërgerd als Frank weer eens belde om over de koers van Sébastien te praten. Nu zouden we er álles voor overhebben om die telefoon nog eens te horen rinkelen.»

HUMO Frank was blijkbaar erg gehecht aan zijn familie?

Sandra «Hij was dat opnieuw. In 2000 hebben we hem verloren, en pas in 2008 heeft hij ons teruggevonden – toen was het weer de Frank van vroeger. In die acht jaar belde hij wel af en toe. Verjaardagen vergat hij niet.»

Sofia «En met Kerstmis en Nieuwjaar belde hij ook.»

Sandra «Hij kwam af en toe op bezoek, maar het was anders: lichamelijk was hij er, maar met zijn hoofd was hij er niet bij.»

Samantha «Ik heb mijn broer pas écht leren kennen na 2008. Ik ben twaalf jaar jonger, veel herinneringen uit mijn kindertijd heb ik niet aan Frank: hij was al het huis uit toen ik een jaar of zes was, en daarna kwam die periode dat hij weinig contact zocht.»

HUMO In het boek ‘VDB – In Memoriam’, beschrijft u hoe u als kind boos werd op alle supporters die het café van uw ouders overspoelden na alweer een overwinning van Frank.

Samantha «Dat was in 1995, na zijn zege in Parijs-Brussel. Ik moest huiswerk maken, en al die mensen bleven maar lawaai maken. Ik was écht kwaad, ja: ik begreep niet wat er nu zo speciaal was aan mijn grote broer dat al die mensen zonodig moesten feesten.»

HUMO Leefden jullie als kind in de schaduw van Frank?

Sandra «Dat gevoel heb ik nooit gehad. Bij ons in Ploegsteert was ik Sandra, niet de-zus-van-Frank.»

Samantha «Op school was dat wel het eerste dat ze vroegen: ‘Ben jij de zus ván?’ Ja, ik was de zus van. Et alors?

»Om eerlijk te zijn: ik haatte dat wielrennen. Ik was een klein meisje en ik bracht mijn weekends in de auto door, kamperend langs de kant van de weg, om te kijken hoe goed mijn broer het ervan af bracht. Ik was best trots, maar toch: ik wilde liever met mijn vriendinnetjes spelen dan ’s morgens vroeg te moeten opstaan om alwéér naar de koers te gaan. In mijn herinnering is Frank een wielrenner – ik heb ’m niet anders gekend. Sandra wel. Zij en Frank zijn samen opgegroeid.»

HUMO Hoe was Frank als broer?

Sandra «In één woord? Verschrikkelijk (lacht). Zo gaat dat toch tussen broer en zus? We maakten de hele tijd ruzie. Hij kon er bijvoorbeeld niet tegen dat ik zong, en al helemaal niet in de auto, dus zong ik zodra we instapten. Dan begon hij te meppen, en ik mepte terug. Eén keer heeft papa ons, drie kilometer van huis, uit de auto gezet: ‘Nu hebben jullie exact twaalf minuten om thuis te geraken. Anders zwaait er wat!’ Wij lópen, natuurlijk. En samenspannen tegen papa: ‘Dit gaan we toch niet laten gebeuren, we moeten hem terugpakken!’ – ja, toen waren we opeens wél de beste maatjes. Tot we wéér ruzie kregen en papa ons opnieuw moest straffen. Hij was daar wel creatief in, in straffen. Ik weet nog dat hij ons allebei met onze salopette aan een kapstok heeft opgehangen (lacht)


Groot bed

HUMO Jullie waren, als kinderen van hardwerkende ouders, op elkaar aangewezen. Jullie deden bijvoorbeeld samen aan atletiek – veldlopen in de winter, op de piste in de zomer.

Sandra «Elke woensdag, voor de atletiektraining, kookte ik voor Frank en mezelf. En in het weekend, op de cross, zorgde ik voor mijn kleine broertje: heeft hij zijn spikes, heeft hij schone kousen voor achteraf, heeft hij veiligheidsspelden voor zijn borstnummer?»

HUMO Nam jij de rol van je moeder over?

Sandra «Mama verwaarloosde ons niet, hè! Ze had het gewoon druk: op zondag zat het restaurant ’s middags vol, dan kon ze niet mee naar de veldloopwedstrijden. Nee, we waren heel close. Hoeveel ruzie we ook maakten, we konden elkaar niet missen. Frank heeft zelfs tot z’n veertiende bij mij geslapen, in één groot bed.» HUMO Jullie deelden veel geheimen?

Sandra «Hij wist alles van mij, en ik van hem. Hij was de eerste die wist dat ik verliefd was op Sébastien (gniffelt)

HUMO Het verhaal doet de ronde dat jullie stiekem sigaretten rookten op het kerkhof, vlak naast de Hostellerie.

Sandra «Dat is waar. Maar ik ben snel gestopt met roken!»

HUMO Frank niet, dan?

Sandra «In zijn topjaren rookte hij niet, hoor.»

Samantha «Denk je? (Fluistert) ‘Sam, passemoi une cigarette. Mais personne doit le savoir, hein!’ (Hilariteit) Maar ’t is waar: dat was pas de laatste jaren.»

HUMO Sandra, jij was niet ongetalenteerd als atlete.

Sandra «Ik was niet slecht, maar ik was geen kampioene. In de Crosscup in Roeselare ben ik eens derde geëindigd: dat was het hoogtepunt van mijn carrière. Ik had niet het talent, en zeker niet de mentaliteit van Frank: als het tegenzat, liet ik de moed zakken. Frank niet: hij werd kwaad als het niet ging, en hij werd daar harder van.»

HUMO Een carrière in de atletiek heeft hij nooit overwogen?

Sandra «Het stond in de sterren geschreven dat hij zou gaan fietsen. Frank was uniek, en hij wist dat. In het vijfde leerjaar zei hij al dat hij wielrenner zou worden. Hij had slechte punten op school en moest bij de directeur komen, die hem bestraffend toesprak: ‘Wat ga jij later doen, zonder diploma?’ – ‘Ik heb geen diploma nodig. Ik ga koersen.’ Toen de directeur vroeg wat hij dan zou doen als het wielrennen toch niet zou lukken, had hij zijn antwoord al klaar: ‘Dan laat ik mijn vrouw voor mij werken (lacht).’ Zo dacht Frank over het leven.

»Je zag ook dat hij een uitzonderlijke klasse had: hij spéélde met zijn concurrenten. Ik herinner me nog het Belgisch kampioenschap voor nieuwelingen, in Halanzy in ’91: wij waren bloednerveus, maar Frank reed alle anderen gewoon uit het wiel – Glenn D’Hollander was tweede. Daarna werd het vanzelfsprekend dat Frank won, zelfs toen hij prof werd. Hij was negentien toen mama me belde om te zeggen dat hij een rit in de Ronde van de Middellandse Zee had gewonnen: het verbaasde me niet.»

HUMO Deed het je ook niks toen hij in 1999 Luik-Bastenaken-Luik won?

Sandra «Jawel! Ik was met Sébastien naar een koers in Frankrijk, maar ik had een tv’tje in de auto waar ik gebiologeerd naar zat te staren – ik keek zelfs niet op wanneer mijn man passeerde. Toen Frank over de streep reed, sprong ik uit de auto en riep ik naar Sébastien: ‘Frank heeft gewonnen!’ Ik zag zijn gezicht opklaren, en de volgende ronde reed hij voorop: hij won ook! ‘Ik voelde mijn benen niet meer,’ zei hij achteraf. Ah kijk, daar is hij! (Sébastien Six, de man van Sandra en trainingsmaatje van Frank Vandenbroucke, komt thuis en gaat gelijk mee aan tafel zitten) Ik was net aan het vertellen van de dag dat Frank Liège won.»

Sébastien Six «Zulke dagen zouden we nog vaak beleven, dachten we.»

Samantha «Het was groot feest in de Hostellerie – en ik heb meegefeest: geen huiswerk meer (lacht)! O, toen waren we fier op Frank.»

HUMO Dat moeten jullie toch wel vaker zijn geweest?

Sandra «Zeker. Toen hij Parijs-Nice (in 1998, red.) won, met die etappe over de Col de la République: in de sneeuw en de kou reed hij in de witte leiderstrui iedereen uit het wiel. Ik zag aan zijn gezicht dat het pijn deed, dat hij kou leed, maar dat hij ook gewéldig genoot.»

'Met Sarah Pinacci: voor haar verliet hij zijn eerste vrouw, maar ze gingen ook weer snel uiteen. ‘Met elkaar ging het niet. En zonder elkaar ook niet'


Sarah

HUMO 1999 was een sleuteljaar in zijn leven: de winst in Luik-Bastenaken-Luik, de ongegronde beschuldiging van dopinggebruik, de spectaculaire terugkeer in de Vuelta met twee ritzeges, en vooral: de ontmoeting met Sarah Pinacci, het Italiaanse model voor wie hij zijn huwelijk met Clothilde afblies.

Sandra «Dat was de grootste schok, voor ons. Clothilde, een gewoon meisje uit Ploegsteert, was familie geworden. Zij paste soms op Franklin, en ik paste op Cameron. Voor mama en papa was ze een dochter. Met Sarah hebben we dat nooit gehad. De familie heeft haar nooit geaccepteerd.»

Sébastien «Wij waren zo verbonden met Clothilde, en plotseling kwam hij naar huis met een andere vrouw. Dat was moeilijk.»

Sandra «We hebben nooit begrepen wat er in Frank is gevaren dat hij zijn leven helemaal omgooide. Clothilde en hij hadden een prachtig huis gebouwd, maar daar wou Sarah niet in wonen. Dus kocht hij een nieuw huis in Ploegsteert. Tot hij mij, totaal onverwacht, de sleutels kwam brengen: ‘Je mag alles hebben. Ik verhuis naar Italië.’»

HUMO Frank en Sarah waren allebei nogal onevenwichtige mensen. Te veel voor één koppel?

Sandra «Ze zaten allebei niet goed in hun vel.»

Sébastien «Maar: toen ze daarna scheidden was het óók lastig. Daar hebben ze allebei ontzettend van afgezien.»

Sandra «Frank hield echt van Sarah. ‘De vrouw van mijn leven,’ noemde hij haar.»

HUMO Jullie vader noemde hen in een interview ‘een diabolisch koppel’.

Samantha «Met elkaar ging het niet. En zonder elkaar ook niet.»

HUMO Gaat dat zo, in een koppel met twee sterren?

Sandra «Sarah was allesbehalve een ster: een eenvoudig, vriendelijk, goed meisje.»

Samantha «Maar ze kon soms ontploffen.»

Sébastien «Een Italiaanse, hè (lacht)

Samantha «Frank en Sarah zijn samen nooit gelukkig geweest.»

Sébastien «Ze heeft hem ook alleen in zijn slechte periode gekend.»

Sandra «Maar: die slechte periode was níét de schuld van Sarah.»

Sébastien «Integendeel: toen hij haar leerde kennen, won hij twee etappes in de Vuelta. Hij vloog. En hij had toen een paar maanden lang amper met de fiets gereden.»

HUMO Je zei daarnet: ‘Wij hebben de oude Frank teruggevonden in 2008.’ Dat was na de scheiding met Sarah.

Sandra «Tussen 1999 en 2008 was hij onze broer niet meer – alles was anders. Maar de breuk met Sarah had hem veranderd: hij had zijn vrouw en hun dochter Margaux verloren – hij snakte weer naar familie.»

Samantha «Na de dood van Frank heb ik voor het eerst in jaren contact met Sarah gehad. ‘We spreken elkaar nog,’ zei ze toen. Maar we proberen haar nu al twee maanden lang tevergeefs aan de lijn te krijgen.»

Sandra «Ze is met Margaux niet eens naar de begrafenis gekomen.»

Samantha «Sarah wil Margaux vér van de familie Vandenbroucke houden. Misschien komt er later weer een toenadering, als Margaux ouder wordt en wil weten waar haar papa begraven ligt. Misschien gebeurt dat wel sneller dan we denken: in december wordt ze negen.»

HUMO Wilde Frank het in 2008 ook uitpraten met zijn vader Jean-Jacques? Die verhouding was altijd moeilijk geweest.

Sandra (Zucht) «Het was geen makkelijke vader-zoonverhouding, nee.»

'Maar juist is juist: zolang Frank naar papa luisterde, heeft hij wél gepresteerd. Papa kent de stiel'

HUMO Frank zei: ik moet de droom van mijn vader verwezenlijken.’ Hij bedoelde daarmee: een succesvol profrenner worden. Dat was Jean-Jacques nooit gegund: toen die zijn eerste profcontract tekende, stierven zijn ouders en moest hij – als oudste van het gezin – voor de andere kinderen zorgen. Hij was meteen wielrenner af.

Sandra «Dat is papa’s geheim, daar spreekt hij zelden over. Maar als Frank weer eens aan de lijn hing na een zoveelste auto-ongeval, werd papa woest: ‘Maintenant, c’est fini!’»

Sébastien «Daarom had Frank op het eind ook een huis in Zottegem gekocht: het ging niet meer, die twee samen in Ploegsteert.»

Sandra «Met papa was het moeilijk geworden. Met mama niet: mama vergaf hem alles.»

HUMO Kon je vader dat niet?

Sandra «Niet zo snel.»

HUMO Omdat hij het niet snapte? Frank had álles om te slagen als beroepsrenner: de klasse, de entourage, het lichaam – en toch vergooide hij zijn talent.

Samantha «Papa wilde dat het met Frank zou gaan zoals het indertijd met Jean-Luc (broer van Jean-Jacques en oom van Frank, en in de jaren zeventig en tachtig een succesvol beroepswielrenner, red.) was gegaan.»

Sébastien «Jean-Jacques wil dat je zijn regels volgt.»

Sandra «Als je daarvan afwijkt, wordt hij zenuwachtig. En Frank week véél af.

»Je zou papa eens met Cameron bezig moeten zien, het lijkt wel alsof de tijd stil is blijven staan. Ze moet zus, en ze moet zo, alles op commando – son sport, c’est comme papy l’a dit. Opa beslist, anders dreigt er een ramp. Met Frank was het net zo. Maar juist is juist: zolang Frank naar papa heeft geluisterd, heeft hij wél gepresteerd. Papa kent de stiel.»

HUMO Voor je vader is wielrennen geen sport maar een manier van leven?

Sandra «Hij is inmiddels drieënzestig, maar je zou hem eens moeten zien: geen grammetje vet! Elke dag maalt hij zijn kilometers, honderd â honderdvijftig, en hij let nog altijd op alles wat hij eet en drinkt. Een stukje chocolade? Raakt hij niet aan. Zijn droom was dat Frank hetzelfde karakter zou hebben gehad, maar Frank was Frank. Frank was niet Jean-Luc, papa’s jonge broer: die heeft altijd, altijd geluisterd naar wat Jean-Jacques zei.»

'Ik wil nog eens naar Senegal: om met eigen ogen de plek te zien waar Frank zijn laatste ogenblikken heeft doorgebracht' Samantha Vandenbroucke

Sébastien «Frank was trots, c’était un autre genre

HUMO Denkt uw vader soms: ‘Misschien is het wel zo fout gegaan omdát Frank en ik elkaar niet verstonden’?

Sandra «Daar spreekt papa niet over.»

Samantha «Nooit.»

Sandra «Het is ook zijn schuld niet.»

HUMO Frank heeft wel verklaard dat hij voor zijn vader meer een wielrenner was dan een zoon. Dat hij moest winnen om de liefde van zijn vader te verdienen.

Sandra «Kijk, als Frank thuiskwam, ging het alleen over de koers. Dat klopt.»

Samantha «Hij vroeg niet: ‘Frank, hoe gaat het nu met je kinderen?’ Nee: ‘Frank, wat heb je gedaan op training?’»

HUMO Gaf hij af en toe een compliment?

Sébastien «Jazeker (twijfelt), het is te zeggen: hij liet zijn waardering soms merken – ik weet niet of hij ze ook werkelijk uitsprak. Hij zei niet: ‘Je hebt goed gereden vandaag.’ Nee, hij zei: ‘Het ging goed, hè.’ Of: ‘De benen waren precies goed.’ Snap je?»

Sandra «Tegenwoordig praat hij het liefste over de prestaties van Cameron. Die loopt heel hard, hè: het talent druipt ervan af. Papa is daar zo blij mee.»

HUMO Hoe stond Frank zelf tegenover zijn dochter, atlete Cameron?

Sandra «Hij kwam geregeld naar de cross, met zijn mooie Italiaanse schoenen in de modder. En dan moest hij de opwarming van Cameron en haar nichtje Sofia doen. Hij alleen! En de meisjes moesten luisteren.

»Cameron is goed op duizend meter. Frank zei: ‘Als ze binnenkort achthonderd meter gaat lopen, zal níémand haar verslaan.’»

HUMO Weer een vader die droomt van een sportcarrière voor zijn kroost.

Sandra «Voor Frank was er meer dan sport. Hij volgde ook haar schoolcijfers.»

Samantha «Hij was attent voor alle kinderen in de familie. Als Franklin koerste, was hij er ook. En maar sakkeren (lacht)

Sandra «In Zottegem, waar Frank toen woonde, was Franklin in een koers zesde geëindigd. Die jongen straalde: ‘Peter, ik ben zesde!’ En Frank: ‘Zesde? Hoe kun jij tevreden zijn met een zesde plaats? Jij durft niet eens in een peloton te rijden! Jij moet leren koersen, jij.’ Eén week later sta ik met Franklin aan de start van een wedstrijd in Deinze als Frank me opbelt. ‘Momentje!’ roept hij, en hij schiet zijn wagen in richting Deinze. Als hij Franklin even later ziet passeren, zet hij me daar een keel open, niet te geloven – iedereen had ’m gehoord: ‘In het peloton rijden, Franklin!’ Franklin luistert naar zijn peter, gaat in het peloton rijden, en één bocht later ligt hij tegen de vlakte. Frank en ik hollen naar hem toe. Ik zeg: ‘Laat hij nu maar ophouden: het is mooi geweest vandaag.’ – ‘Néé,’ zegt Frank. ‘Het is nog maar één ronde: hij moet uitrijden. Un coureur, ça remonte sur son vélo!’ Stonden wij daar in het midden van de weg, voor het oog van alle omstanders, ruzie te maken! Maar Franklin is weer op zijn fiets gekropen en heeft de wedstrijd uitgereden: het woord van zijn peter was wet.

»En Frank, die straalde.»

Samantha «Zo was hij: trots op de kinderen, vooral als hijzélf dat kleine beetje extra had aangebracht – la petite touche du maître (lacht)


De Grote terugkeer

HUMO Na 2003 heeft Frank niet meer gepresteerd. En toch kon hij bijna iedereen blijven laten geloven in een Grote Onvermoede Terugkeer. Jullie ook?

Sandra «Nee.»

HUMO Was hij te ver gegaan?

Sébastien (Knikt)

HUMO Sinds wanneer wisten jullie dat?

Samantha «Sinds een jaar of zeven?»

Sandra «Als je ziet hoe het wielrennen is geëvolueerd, kón hij niet terugkomen. Hij had geen kans. Het verbaasde ons zelfs dat hij elk jaar weer een nieuw profcontract versierde. Telkens dachten wij: ‘Nu is het afgelopen.’»

Sébastien «Zolang hij aan de wederopbouw bezig was, leefden wij op hoop, samen met hem. Maar vroeg of laat kwam er toch een kink in de kabel. Klak! Eén slechte wedstrijd en het was voorbij.»

Samantha «Telefoon uit, en we hoorden hem niet meer.»

Sandra «De telefoon, dat was de barometer van zijn gemoed. Ging het goed met hem, dan nam hij op. Ging het slecht, dan bleef het wekenlang stil.»

'Ik hoor Frank nog altijd naar mij roepen: ‘Jij bent net dezelfde als papa. Ik wil je nooit meer zien!’ Dat doet pijn' Sandra Vandenbroucke

HUMO Hebben jullie hem ook meegemaakt in zijn donkerste uren, de keren dat zijn leven aan een zijden draadje hing?

Samantha «Die beelden probeer ik te vergeten; ik wil alleen het mooie onthouden.»

Samantha «Weet je nog, toen hij al zijn haren had afgeschoren? Een verschrikkelijk gezicht.»

HUMO Juli 2007?

Sandra «In juli 2007 is hij opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis in Ieper.»

Samantha «Helemaal het spoor bijster.»

Sandra «Papa en mama vroegen me op bezoek te gaan. Hij wilde snoepjes, hadden ze gezegd, maar toen we aankwamen, leek hij zich daar weinig van te herinneren. Hij begon meteen over papa: hij was ontzettend giftig. En ik maar proberen uit te leggen: ‘Papa is niet boos op jou, Frank: hij wil je gewoon weer op het rechte pad brengen.’ Maar er was geen houden aan: Frank was redeloos boos. Op den duur begon hij mij uit te maken: ‘Je bent net dezelfde als papa, maak dat je wegkomt!’ Hij heeft me aan de deur gezet, en ik ben de gang uitgehold, een heel lange gang waarin ik zijn stem hoorde nagalmen. Ik hoor nog altijd die echo: ‘Jij bent net dezelfde als papa: ik wil je nooit meer zien!’ (Stil) Dat doet pijn.»

Samantha «Tegenover mij was hij kalm. Maar het ging wel over hetzelfde: papa.»

Sandra «Hij heeft verscheidene moeilijke momenten doorgemaakt. Het gebeurde dat hij een noodoproep naar ons deed en dat wij naar zijn huis stormden – maar de deur bleef op slot.»

HUMO Jullie konden hem niet helpen? Hem dwingen met de amfetamines te stoppen?

Sandra «Als we erover begonnen, stapte hij op. Dan kwam hij vijf minuten later terug, poeslief.»

Sébastien «We wilden hem wel helpen, maar hij was te trots om hulp te aanvaarden.»

Sandra «Hij wist dat hij ons dag en nacht kon bellen als hij het moeilijk had. Maar hij belde niet.»

HUMO Hij heeft verscheidene keren geprobeerd zich het leven te benemen. Wilde hij dat echt, of wilde hij aandacht?

Sandra «Hij meende het, soms. Ik herinner me zo’n avond dat hij het weer geprobeerd had. Mama was bij hem thuis. Ik liep naar boven, naar zijn kamer, en ik vroeg: ‘Ça va, Frank?’ Hij zei niks. Waarop ik: ‘Je bent niet gelukkig, hè?’ En toen begon hij wél te spreken: ‘Ik heb er genoeg van, ik ben het leven zat.’ Ik zie hem daar nog liggen, lang uitgestrekt op zijn bed, in zijn shirt van leider in de stand om de wereldbeker.»

Samantha «Ik heb een tijdje bij hem ingewoond. Daar heb ik gezien hoe plots het kon omslaan: het ene moment was hij vrolijk en blij, het andere moment kroop hij voor de rest van de dag onder de lakens.»

Sandra «Toen we vernamen dat hij in onopgehelderde omstandigheden was gestorven, vroegen wij ons ook af: heeft hij zichzelf gedood? Maar de volgende dag wisten we al dat het niet kon: op dat moment zat hij te goed in zijn vel.»

Samantha «Vier â vijf jaar geleden had zelfdoding gekund.»

Sandra «Dan hadden we zijn dood ook sneller kunnen accepteren. Maar nu?»

Samantha «Het laatste jaar hadden we het gevoel dat hij er eindelijk weer een beetje bovenop kwam.» Sandra «Er helemaal bovenop was hij natuurlijk niet. Dat hebt u zelf ook wel gemerkt, aan het aantal auto-ongelukken dat hij nog heeft gehad.»

HUMO Uw vader sprak in een interview met Le Soir over een erfelijke aanleg voor depressie in de familie. Sprak Frank daar met jullie over?

Samantha «Nee. Maar wij wisten dat hij zich niet lekker voelde.»

Sandra «Ik herinner me een dag, eind 2001: hij zat bij ons thuis op tv te kijken naar een overzicht van de gebeurtenissen van het voorbije jaar. En opeens zag hij beelden van zichzelf, in handboeien, opgebracht door agenten van het parket van Dendermonde. Franklin, piepklein, schrok zich een ongeluk: zijn held werd opgevoerd als een crimineel. Hij vroeg: ‘Peter, ben jij wel gelukkig?’ ‘Nee, jongen,’ zei Frank doodernstig, ‘dat ben ik niet.’»

Samantha «Hij was niet gelukkig, maar hij liet het niet merken.»


Terug naar Senegal

HUMO Uw moeder heeft laten weten dat ze, vroeg of laat, nog een keer naar Senegal reist. Valt daar nog iets te ontdekken over zijn dood?

Sandra «Denk ik niet.»

Samantha «Ik wil ook nog eens naar ginds, om met eigen ogen de plek te zien waar hij zijn laatste ogenblikken heeft doorgebracht.»

Sandra «Men had hem kunnen redden, daar blijf ik van overtuigd. Iemand die er slecht aan toe is, zoals Frank, laat je toch niet alleen op zijn kamer, zoals dat meisje (Seynabou Diop, de Senegalese prostituee die het laatst bij hem was, red.) heeft gedaan? Zij was erbij, heeft ze altijd gezegd. Ze heeft gezien dat hij moest overgeven. Waarom heeft ze dan niet meteen hulp ingeroepen? Waarom is ze vertrokken, teruggekeerd en daarna weer de kamer uitgelopen?»

Samantha «En die laatste oproepen met zijn telefoon, naar de Masciarelli’s (Vandenbroucke was goed bevriend met de Italiaanse wielerfamilie, red.): hoe zit dat juist?»

Sandra «Na zijn aankomst in Senegal heeft Frank meteen een Senegalese telefoonkaart gekocht. Hij heeft mama dus nog met dat nieuwe nummer gebeld.»

Sébastien «Ook een bewijs dat hij er geen eind aan wilde maken.»

Sandra «Hij heeft die kaart in zijn Italiaanse telefoon gestoken. In het geheugen van die Italiaanse gsm zaten de nummers van de broers Masciarelli. Nu vraag ik me af: heeft dat meisje hen op goed geluk gebeld? Of: voelde Frank zijn leven wegglippen en heeft hij met een uiterste krachtsinspanning zelf nog het nummer ingetoetst? We zullen het nooit weten: de Masciarelli’s hebben niet opgenomen.

»Zijn Belgische mobieltje was op dat moment al verdwenen.»

HUMO Gestolen?

Sandra «Waarom heeft men anders alleen dat Italiaanse toestel teruggevonden?

»Toen Franks lichaam eindelijk uit Senegal was teruggekeerd, zagen we dat ook de diamant uit zijn oor was verdwenen.»

Samantha «En zijn kettinkje.»

Sandra «Het gouden kettinkje met een kruisje, dat hij van mama had gekregen. En zijn geld was ook weg.»

HUMO Denkt u dat hij is vermoord?

Sandra «Niet vermoord, nee. Hij is, in zijn laatste ogenblikken, niet geholpen.»

Sébastien «Niet gered.»

Sandra «In Italië had hij zich ook al eens van kant proberen te maken, maar toen heeft Mimo (Masciarelli) hem onmiddellijk proberen te redden. Dat doe je toch automatisch, in zo’n geval?»

HUMO Heeft Frank ooit over de dood gesproken?

Sandra «Nee. Dat was ook een probleem. Wat zou Frank hebben gewild: begrafenis of crematie? We wisten het niet. Dus hebben we Cameron laten beslissen: wat wilde zij dat er met haar papa zou gebeuren? ‘Ik wil hem niet in een klein doosje opgeborgen zien,’ zei ze.»

HUMO Op het doodsprentje van Frank stond de zin: ‘Sa vie n’était pas un long fleuve tranquille.’ Dat vatte het goed samen.

Sandra «Hoogtes en laagtes, altijd opnieuw: hij heeft geen rust gekend.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234