Sanne en Lauren leven onder dwang

Lauren gaat al jaren gebukt onder negatieve gedachten, Sanne kampt met smetvrees. Toch durfden ze die dwangneuroses samen met vijf lotgenoten en voor het oog van de camera te lijf te gaan in het VIER-programma ‘Dwangers’ tijdens twee weken intensieve therapie in Thailand. Waarom?

'Ik voel mij gevangen in mijn hoofd. Ik wil mijn leven terug.'

Terwijl Sanne (25) naar de Brusselse metro stapt, klopt haar hart alsmaar sneller. Sanne háát de metro, ze mijdt steden. Ze vindt het er smerig, is bang voor vechtpartijen en gruwt van plekken waar mensen als sardientjes op elkaar gepakt zitten. Hoe meer van die mensen wondjes hebben, hoe groter de kans dat ze eventueel door hen besmet raakt. Ze houdt haar blik strak op de grond gericht, ze wil het koste wat het kost vermijden dat ze in bloed trapt. Want als er bloed aan haar schoen hangt, neemt ze het zo mee naar huis. En thuis loopt haar vader vaak rond op zijn sokken. ‘Voor je ’t weet, is het hele huis besmet met hiv. En ik ben ontzettend bang voor aids. Zo denk ik tot in het oneindige. Ik wéét dat het niet logisch is, dat de kans nagenoeg onbestaande is dat hiv zo lang in opgedroogd bloed overleeft, maar zover gaat het wel. Ik ben ontzettend beducht voor kleine, rode vlekken. In mijn hoofd is het permanent burgeroorlog. Het ene kamp sust dat ik mij niet zo moet aanstellen en het andere kamp fluistert voortdurend dat ik moet opletten, dat ik ziek kan worden.’ Het laatste kamp wint bijna altijd.

Als de metro stilstaat, opent Sanne aarzelend de deur. Eerst nog voorzichtig met één vinger, maar als de deur niet meegeeft, geeft ze met tegenzin met een ongemakkelijk geplooide wijs- en middenvinger een snok aan de klink. ‘Normaal treuzel ik altijd even, zodat iemand anders de deur snel opent,’ glimlacht ze terwijl ze instapt. Binnen blijft ze rechtstaan, ook al zijn er zitplaatsen genoeg. Tot ze bij een schok haar evenwicht dreigt te verliezen en ze wel een paal moet vastgrijpen. Al is vastgrijpen veel gezegd: ze plooit haar duim en wijsvinger als een lus rond de stang, contact met de paal tot een minimum beperkend. ‘Ik probeer met een zo klein mogelijk stukje huid vuile dingen aan te raken. Ik ben mij voor de rest van de dag hyperbewust van mijn twee ‘besmette’ vingers en ik zal erop letten dat ik daarmee mijn gsm niet aanraak, en evenmin de versnellingspook van mijn auto, of mijn handtas.’

Een halfuur later kijk ik even naar haar handtas. Ze bungelt aan haar pink en ringvinger, op een veilige afstand van de twee ‘besmette’ vingers. Ze glimlacht. ‘Ik zou mijn hoofd moeten herprogrammeren.’

Het moet slopend zijn om voortdurend tussen al die ingebeelde gevarenzones te slalommen. Toch functioneert Sanne nog meer dan behoorlijk. Ze heeft veel vrienden en ze werkt als stockanalist. ‘Ik bestudeer de hele dag cijfers uit Exceltabellen. Veel computerwerk, maar ik doe dat graag. Goed dat ik mij daarop kan concentreren, anders pieker ik de hele dag.’

HUMO Hoever gaat die smetvrees bij jou?

Sanne «Ver. Als iemand met een wondje mijn trui heeft aangeraakt, blijf ik onthouden waar die aanraking was. Dan moet die trui een paar keer gewassen worden voor ik ze weer kan aantrekken. Kan ik iets niet wassen, een leren jasje bijvoorbeeld, dan zou het kunnen dat ik het nooit meer draag. Ook al vind ik het ongelooflijk mooi.

»Papa heeft ooit, jaren geleden, een slachtoffer geholpen na een auto-ongeval. Hij is toen met bloed aan zijn handen via de garage naar binnen gekomen, ik weet alleen niet of hij toen de deurklink heeft vastgegrepen. Na al die jaren zit dat nog altijd in mijn hoofd als ik langs de garage binnenkom.»

HUMO Kun jij je eigenlijk ooit ontspannen?

Sanne «Héél moeilijk. Alleen in bed wordt het kalm in mijn hoofd. Die plek is dan ook heilig. Mijn ouders weten dat ze mijn bed niet te veel mogen aanraken. En ik ben de enige die mijn lakens mag verversen.

»Het is ontzettend vermoeiend. Ik weet niet meer hoe het is om zonder zorgen een uitstap te maken. Ik dokter altijd alles vooraf uit: waar ik een proper toilet vind, hoe ik kan vermijden om geld aan te nemen, of ik genoeg wegwerpzakdoekjes bij me heb om alles proper te maken. Maar ik heb dat al tien jaar, ik weet niet beter.»


Spot de vlek

Toen ze klein was, was Sanne nochtans heel anders. Ze speelde altijd met jongens, maakte zich vuil in de modder, was dol op kamperen, ravotte zomer en winter buiten. ‘Ik zou zo graag weer een avontuurlijke reis maken, maar ik kan mij niet meer voorstellen dat ik het nog zou doen. Ik zou helemaal overstuur raken.’

HUMO Hoe is het begonnen?

Sanne «Ik was als kind al erg bang om doodziek te worden. Wanneer ik buikpijn had of mijn nagel gescheurd was, werd ik hysterisch. Ik dacht meteen dat ik zou sterven. Omdat ik nogal wilde spelletjes speelde, zat ik vaak in het gips. Dan schreeuwde ik in paniek het hele ziekenhuis bij elkaar.

»Vanaf mijn 16de begon ik te denken dat ik ziek kon worden door een gebrek aan hygiëne. Ik begon mijn handen ook te wassen vóór ik naar het toilet ging. Zodra ik thuiskwam, trok ik andere kleren aan en douchte ik mij. Het begon onschuldig, maar het werd almaar erger, vooral tijdens mijn vier jaar aan de universiteit. Ik had veel stress en voelde me erg onzeker. Ik was toen heel perfectionistisch. Nochtans woonde ik nog thuis, daar was het erg proper. Op kot wou ik niet, thuis voelde ik me veiliger.»

HUMO Hadden je ouders niets in de gaten?

Sanne «Mijn mama begon te merken dat er iets niet klopte toen ik mijn bestek voor de maaltijd telkens grondig begon te inspecteren. Als ik een minuscuul vlekje zag, vroeg ik een andere vork. Ze zag ook dat ik mijn handen almaar vaker waste en voortdurend handdoeken in de was gooide. Maar ik heb het toch nog lang verzwegen.»

HUMO En je vrienden?

Sanne «Ze zagen wel dat ik stoelen inspecteerde voor ik ging zitten en zo, maar ook hen heb ik het lang niet verteld. Tot mijn beste vriendin op vakantie zag hoe vaak ik mijn handen waste en mij erop aansprak: of ik wist dat dat een ziekte was? Toen ik het haar uitlegde, heeft ze lief gereageerd, maar het heeft me wel wakker geschud.

»Tijdens een roadtrip door Amerika met schoolvrienden – een afstudeercadeau – kon ik het moeilijk verborgen houden. We sliepen elke nacht in een ander budgethotel, en ik gruwde van de lakens en de handdoeken. Ik gebruikte liever papieren zakdoekjes dan de hotelhanddoek om mij af te drogen. Ik wou altijd per se als eerste douchen, dan kon ik de properste handdoek uitkiezen. Voor ik in bed kroop, gooide ik het beddengoed helemaal open om te kunnen controleren of er nergens een vlekje op zat. Was dat het geval, dan smeekte ik mijn vrienden of zij op mijn plaats wilden slapen.»

'Ik waste mijn handen wel tachtig keer per dag. Zó vaak dat mijn huid openscheurde als ik mijn vingers plooide'

HUMO Wanneer heb je beslist om hulp te zoeken?

Sanne «Toen ik mijn ouders begon te commanderen, vonden ze dat ik hulp moest zoeken. Het ging te ver. Ik eiste dat mijn moeder eerst haar handen waste voor ze mijn kleren plooide. Ik waste zelf mijn handen wel tachtig keer per dag. Zó vaak dat mijn huid openscheurde als ik mijn vingers plooide. Een vicieuze cirkel, want daardoor kreeg ik zelf wondjes, wat het gevaar op besmetting nog vergrootte en waardoor ik mij dus nóg vaker moest wassen – ik gebruikte négen handdoeken per dag. We hadden voortdurend ruzie. Toen heb ik een therapeut gezocht.»

HUMO In ‘Dwangers’ kreeg je ook therapie, en die was meteen loodzwaar. Jij blokkeert als je beseft dat je misschien het toilet moet gebruiken op een vlucht.

Sanne «Ik heb de hele vlucht naar Thailand – zeventien uur lang – niets gedronken. Mijn enige gedachte was: ik ga niet naar het toilet. Mijn blaas is ondertussen goed getraind, ik kan dat lang volhouden. Ik wou het uitstellen tot in het hotel, maar ik vond de badkamer daar ook niet proper genoeg. Vreselijk, zeker toen ik die eerste avond al mijn wegwerpzakdoekjes erdoor had gejaagd.»

'Ik heb spijt dat ik acht jaar heb gewacht om te zeggen dat ik smetvrees heb' Sanne

HUMO Werd je jezelf de voorbije jaren nooit beu?

Sanne «Jawel, ik was vaak gefrustreerd omdat ik wéér twee uur in de badkamer verloor terwijl ik liever iets anders wou doen. Ik was ontzettend moe. Ik was het beu dat het nooit stil werd in mijn hoofd. Maar ik had het nodig dat de buitenwereld aangaf dat de grens was bereikt. Nu heb ik spijt dat ik acht jaar heb gewacht om te zeggen dat ik smetvrees heb.»


relatie kwijt

‘Dwang wordt nogal vaak herleid tot smetvrees, maar het bestaat in verschillende vormen,’ zegt Els Brunfaut, gedragstherapeute in het UPC KULeuven. Zij begeleidde de zeven patiënten tijdens hun reis naar Thailand en gaf hen daar samen met drie andere therapeuten een intensieve behandeling. Zo heeft Paul poets- en symmetriedwang. Als hij een kastje poetst, kost het hem soms een hele dag. De kleinste vuiltjes gaat hij te lijf met tandenborstel en tandenstoker. Ilse heeft ordedwang – ze meet na of de stoelen exact op de juiste plek staan – haar zoon Joël controledwang.

'Controle- of ordedwang is minder zichtbaar voor de buitenwereld, want vaak is thuis de ergste dwangplek' Els Brunfaut, gedragstherapeute

Els Brunfaut «Mensen met obsessief-compulsieve stoornissen hebben gedachten, neigingen of beelden in hun hoofd die ze niet willen hebben. Dat ze bijvoorbeeld aan aids zullen sterven. Dus ontwikkelen ze dwanghandelingen om van die gedachten verlost te raken, of om ernstige gevolgen van hun gedachten te voorkomen – ze beginnen elk roodkleurig vlekje weg te poetsen. Soms bestaat die dwang al zo lang dat ze niet meer weten welke gedachte aan de oorsprong ervan lag.

»Controle- of ordedwang is minder zichtbaar voor de buitenwereld, want vaak is thuis de ergste dwangplek. Daar controleren de patiënten bijvoorbeeld voortdurend of het licht wel uit is, het kookvuur niet aanstaat, de deur wel gesloten is. Op hun werk houden ze zich nog in vanwege de sociale druk.»

HUMO Hebben veel mensen last van dwang? Ik pieker ook weleens of mijn deur wel op slot is. En als kind wou ik telkens die ene gladde tegel op de oprit aanraken...

Brunfaut «Dwanghandelingen neigen naar rituelen, en we hebben allemaal bepaalde gewoontes nodig. Zo kan een vaste zitplaats je rust geven. Daar is niets mis mee.

»Kinderen beginnen vanaf een bepaalde leeftijd wat wij noemen ‘magisch’ te denken. Ze worden bijgeloviger. Ze beginnen rituelen uit te voeren omdat er anders iets ergs zou kunnen gebeuren met hun ouders of hun broer of zusje. In de sport zie je dat ook. Sommige volleybalspelers laten hun bal zes keer botsen voor ze opslaan omdat de bal anders ongetwijfeld in het net zal belanden. Bij de meeste kinderen gaat dat magisch denken weer over, maar bij sommigen niet. Felien uit ‘Dwangers’ móét bijvoorbeeld altijd twee vingers in haar drankje doppen voor ze drinkt. Een patiënte van mij moest om de haverklap haar voeten wassen om te vermijden dat haar geliefden iets ergs zou overkomen. Ook teldwang behoort tot de magische gedachten. Alles wat paar is, is goed. Onpaar is een slecht voorteken.

»Het wordt een stoornis als die rituelen zó dwingend worden dat je er uren per dag aan besteedt. Ik heb een man behandeld die van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat cijfertjes checkte, omdat hij bang was een rekenfout te maken bij zijn bouwconstructies. Dan zou de samenstelling van de bouwmaterialen verkeerd zijn en zouden bruggen kunnen instorten.»

HUMO Maar dat is toch geen onlogische gedachtesprong?

Brunfaut «Nee, je moet alert zijn voor rekenfouten. Maar als hij die berekeningen keer op keer blijft controleren, wordt het extreem. Soms belde hij ’s nachts naar collega’s om te vragen of die ook nog even iets konden checken. De dwang nam zijn leven over, hij kon niet meer werken. Sommigen in die situatie verliezen hun job, anderen verliezen elk sociaal contact of zelfs hun relatie.»

'Een kritieke periode is rond je twintigste, wanneer je alleen gaat wonen en verantwoordelijkheid krijgt voor een huis' Els Brunfaut, gedragstherapeute

HUMO Waarom blijft dat bij sommigen duren en bij anderen niet?

Brunfaut «Dat weten we niet. Wél dat je er in bepaalde periodes gevoeliger voor bent. Zo ontstaat dwang vaak rond je achtste levensjaar en blijft het dan ook duren. Op die leeftijd begin je meer na te denken over de wereld en kan ook doodsangst ontstaan. Kinderen worden vatbaar voor onheil dat hen kan overkomen. Zo proberen ze daar controle over te krijgen. Het kan ook tijdens de puberteit opduiken, wanneer je andere leefwerelden ontdekt en onafhankelijker van je ouders moet worden. Een laatste kritieke periode is rond je twintigste, wanneer je voor het eerst alleen gaat wonen en verantwoordelijkheid krijgt over een huis, en je een baan hebt.»

HUMO Ilse heeft agressieve dwang, ze denkt soms dat ze een baby zal neersteken. Dat klinkt al minder onschuldig.

Brunfaut «Zulke patiënten hebben agressieve of negatieve gedachten en zijn bang dat ze die ook daadwerkelijk zullen uitvoeren. Of ze vrezen dat ze gewoon slechte mensen zijn. Nochtans komen zulke gedachten vaak voor. Bijna iedereen vraagt zich weleens af wat er zou gebeuren als je iemand met een mes zou neersteken. Als ik mijn patiënten dat vertel, reageren ze doorgaans heel opgelucht (lacht). Gewone mensen aanvaarden zo’n agressieve gedachte als ‘een gek idee’, maar beseffen dat ze dat niet echt gaan doen. Mensen met dwang maken geen onderscheid tussen gedachte en gedrag. Ze proberen die gedachten te onderdrukken door orde- of symmetriedwang, of door bijvoorbeeld nooit meer een mes aan te raken.»

HUMO Kan je van dwang genezen?

Brunfaut «Echt genezen zul je zelden, maar je kunt wel proberen om het leefbaarder te maken met medicijnen en gedragstherapie. Vervolgens motiveren we de patiënt om weer risico’s te durven nemen. Als je geen risico’s neemt, leef je niet. Zo leer je gaandeweg dat er niets gebeurt als je géén zestig keer je handen wast of negatieve gedachten durft toe te laten.

»Als je elke dag drie uur lang het licht, het fornuis en de deuren controleert voor je kunt gaan slapen, en dat ritueel leert te beperken tot tien minuten, is het leefbaar. Of als je agressieve gedachten hebt en toch een ananas durft te snijden met een mes, is dat een grote stap. Het helpt ook om te achterhalen waar zo iemand naar verlangt. Als je met smetvrees weer op reis wil, is het een goede oefening om weer openbare toiletten te leren gebruiken.»

HUMO Hoe moet je als ouder of als partner reageren op iemand met dwang?

Brunfaut «Dat is moeilijk. Ik ken ouders die zich eerst douchen voor ze hun dochter met smetvrees een kus geven. Wij vinden dat vreemd, maar in dwanggezinnen gebeurt dat. Ze zouden beter hun eigen normen hanteren, maar vaak gaan ze mee in die dwang. Waarom? Als je kind brutaal is, is het nog eenvoudig om als ouder paal en perk te stellen. Maar als je kind last heeft van dwang, is het vaak ook heel angstig. Ga je daar tegenin, dan raakt zo’n kind helemaal overstuur. Daarom gaat de familie vaak een heel eind mee in die dwang: ze willen hun kind of geliefde niet zien lijden. Maar daar help je hen niet mee: mensen met dwang willen óók uit die gevangenis raken.»


Keigestoord

Ook de man van Lauren probeerde haar te helpen toen hij zag hoe ze maar niet in bed raakte. Stapte Lauren vier treden omhoog en moest ze ondertussen aan de affaire-Dutroux of iets anders vreselijks denken, dan moest ze weer onder aan de trap beginnen. Anders zou er iets vreselijks gebeuren. Het was elke avond hetzelfde liedje: vier treden omhoog, vier naar beneden, twee omhoog, twee naar beneden. Vaak duurde het een uur voor ze boven was. Hij werd er gek van, vertelt Lauren. ‘Na een tijd kon hij het niet meer aanzien. Hij vroeg mij om op zijn rug te springen en droeg mij zo naar boven. Maar na een tijd verlegde mijn dwang zich naar dat springen. Had ik een negatieve gedachte tijdens die sprong, dan sprong ik weer van zijn rug, en zo duurde ook dat springen uren.’

Lauren lacht, want ze beseft zelf hoe vreemd het moet klinken. Ze wou wel over haar dwang vertellen, maar alleen met Sanne erbij, een lotgenote. Sinds de reis naar Thailand is de band tussen alle deelnemers aan ‘Dwangers’ bijzonder hecht geworden. ‘In Thailand heb ik mijn ogen opengetrokken: ik was niet de enige met zulke gedachten. Dat alleen al heeft mij erg geholpen.’

HUMO Wanneer is jouw dwang begonnen?

Lauren «Dat traphaperen doe ik al sinds ik 9 ben. Rond mijn 8ste begon ik dwanggedachten te krijgen. Om te zorgen dat mijn dierbaren niets zou overkomen, moest ik dingen aanraken. Vooral ’s avonds had ik er last van. Ik was bang in het donker en omdat mijn ouders het erg druk hadden, was ik ’s avonds vaak alleen thuis. Ik had veel angsten, maar ik creëerde een fantasiewereldje waarin ik alles onder controle had.»

HUMO Hoe werkte dat dan?

Lauren «Ik fantaseerde dat alles goed zou komen zolang ik maar met een positieve gedachte de trap opging of in bed kroop. Dan zou ik niet vermoord of verkracht worden en zou mijn moeder niets overkomen. Ik heb lang niet beseft dat ik een aandoening had. Als kind dacht ik dat ik anders was, dat iemand van bovenaf mij zo controle over de dingen gaf. Ja, ik wéét dat dat raar klinkt, maar als kind begrijp je dat niet. Pas sinds Thailand weet ik dat iedereen op zijn manier met angsten en spanning omgaat. Dit is mijn manier.»

HUMO En waar komen die angsten vandaan?

Lauren (aarzelt) «Als kind heb ik een moeilijke jeugd gehad. Ik wil er niet over in detail treden, maar ik heb veel mensen verloren en mijn ouders zijn gescheiden. Mensen die ik graag zie, hebben pijn gehad en van alles meegemaakt en dat heeft een diepe indruk op mij gemaakt. Ik was erg bang dat mij ook van alles zou overkomen. Dat is ook gebeurd. Zo heeft een man op de trein iets gedaan waar ik niet mee akkoord ging. Zulke feiten bevestigden en voedden mijn angsten.»

'Ik vond de verantwoordelijkheid voor mijn kind loodzwaar: ik was doodsbang dat Gus iets zou overkomen.'

HUMO Heb je nooit hulp gezocht?

Lauren «Vlak na de geboorte van mijn zoontje Gus heb ik een psycholoog opgezocht, omdat mijn omgeving vond dat het de spuigaten uitliep. Ik vond die verantwoordelijkheid voor een kind loodzwaar. Ik was zo bang dat Gus iets zou overkomen – wiegendood, of dat hij zou stikken in zijn bedje – dat ik ’s nachts bleef waken. Ik sliep amper en zat naast zijn bedje te luisteren of hij nog wel ademde. Toen bleek dat hij ook astma had, zag ik mijn angst bevestigd en durfde ik hem helemáál niet meer alleen te laten. Later heeft hij RSV opgelopen (luchtweginfectie, red.) en moest hij vaak in het ziekenhuis verblijven. Dat vergrootte mijn angst nog méér. Om dat onder controle te krijgen, begon ik te dwangen.

»Ik raakte volledig oververmoeid, ik kon mijn werk niet meer aan. Soms sliep ik maar drie uur per nacht. Als Gus beneden huilde, duurde het uren voor ik weer de trap op was. Voor ik hem in zijn bedje legde, controleerde ik altijd de matras en de lakens of er niets kleins in lag dat hij kon inslikken. Toen ik las dat een kindje gestikt was nadat het in zijn slaap op zijn fopspeen was gevallen, was ik ervan overtuigd dat het Gus ook zou overkomen. Dus stond ik elke nacht op om dat te controleren en duurde het wéér uren voor ik boven was. (Kijkt mij even aan) Het klinkt keigestoord, ik wéét het.»

HUMO Soms zou je gewoon dat knopje in je hoofd willen uitzetten.

Lauren «Ja, héél graag. Ik was zo vaak razend op mezelf. Ik stond een keer op de trap te haperen met een glas in mijn hand. Ik was alweer anderhalf uur bezig, ik wou zo graag gaan slapen, maar ik raakte maar niet boven. Ik kon niet meer. Toen heb ik dat glas uit frustratie tegen de muur gesmeten. Hoe vaak hebben ze niet tegen mij gezegd: ‘Maak nú dat je boven bent!’ Maar dat helpt dus niet. Dat maakt het alleen maar erger.»

'Mijn zoontje Gus is de reden waarom ik heb meegedaan aan 'Dwangers'. Ik wil niet dat hij later ziet hoe raar ik doe' Lauren (28)

HUMO Kon je omgeving iets doen?

Lauren «Niet echt. De psycholoog was de eerste van wie ik advies wou aannemen. Hij vroeg me om mijn negatieve gedachten gewoon toe te laten, zonder ze te corrigeren. Ik moest durven denken dat mijn zoontje zou sterven of dat mijn moeder tegen een boom zou rijden, en aanvaarden dat het níét zou gebeuren. Dat was de eerste stap.»

HUMO Twee weken zonder je kind naar Thailand gaan is wel een enorme stap als je je zoveel zorgen maakt.

Lauren «Gus is de reden waarom ik heb meegedaan. Ik wil niet dat hij later ziet hoe raar ik doe. Ik wil ook niet dat hij het zelf zou krijgen. Maar ik vond het inderdaad vreselijk om te vertrekken. Ik had mijn kind nog nooit achtergelaten. De ochtend van ons vertrek was ik ontzettend misselijk. Ik heb het hele vliegtuig ondergekotst.

»Ik was gewend om mij altijd vrolijk voor te doen en alles te verdoezelen. Dat lukte in Thailand aanvankelijk ook. Tot de therapeuten mij vroegen om mijn negatieve gedachten in de groep uit te spreken. Dat had ik nog nooit gedaan. Ik schaamde mij diep.»

HUMO Weet je omgeving hiervan?

Lauren «Enkele jeugdvrienden wel, maar veel mensen zullen toch schrikken als ze mij op tv zien. Ik ben na al die jaren ook bijzonder goed geworden in camoufleren. Mijn liefjes hadden na een tijd wel door dat er iets niet klopte, bijvoorbeeld toen ze merkten hoelang het duurde voor ik in bed kroop. Of als ze zagen dat mijn kleren altijd op dezelfde manier geplooid lagen, mijn beha altijd op exact dezelfde wijze erbovenop, mijn oorbellen parallel ernaast, mijn kettinkje dwars. Altijd. Wie met mij meerijdt, merkt ook dat ik mijn gordel altijd drie keer in en uit moet klikken (lacht).»

HUMO Ging het beter na Thailand?

Lauren «Toen ik terugkwam, was 90 procent van mijn negatieve gedachten weg. Ik kon de trap weer normaal op. Dat was geleden van mijn 9de. Maar het blijft niet duren. Ik zit nu in een moeilijke periode, en dan herval je vaak in die patronen.»

HUMO In het dagelijkse leven vermijd je elk risico, maar je neemt wél het risico om je volledig bloot te geven op tv. Hoe verklaar je dat?

Lauren «Ik heb lang getwijfeld, maar dit was mijn laatste kans. Het was mijn ticket naar beterschap.»

Ze kijkt om zich heen, alsof ze zich weer bewust wordt van de omgeving. ‘Maar wat zullen de andere mensen denken? Dat we gaga zijn?’ Een gulle lach.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234