Sassafras De Bruyn tekent 'De mooiste herinnering' in 'Iedereen beroemd'

Haaks op de boze en barre wereld staat ‘De mooiste herinnering’, een gave, vredige en elegante rubriek in de donderdageditie van ‘Iedereen beroemd’ op Eén. Daarin vertelt iemand een hoogstpersoonlijk en ook wel intiem verhaal dat altijd om een onvergetelijke of anderszins diep zittende gelukservaring draait.

'Ik voel me soms een 80-jarige die verplicht wordt om met haar tijd mee te gaan'

‘Nomen est omen,’ zeiden de ouden, die de hand niet omdraaiden voor een mondje Latijn. Het betekent: een naam is een voorteken. Volgens de zoekmachine van names.be komt er niet één Sassafras voor in België, maar de Sassafras die ergens in het oude stadshart van Gent in haar woonkamer voor me zit, is waarlijk met die opmerkelijke en welluidende voornaam versierd, sinds 1990 al. Familie en vrienden spreken haar met Sas aan, en als kleuter reageerde ze goed op Saske, maar dat neemt niet weg dat ze voluit Sassafras heet, zowel doordeweeks als op zon- en feestdagen.

HUMO Het lijkt alsof zo’n bijzondere voornaam van meet af aan verplichtingen schept, alsof er meteen ook iets bijzonders van je wordt verwacht.

Sassafras De Bruyn «Mijn voornaam is altijd al een punt van fascinatie geweest. Mensen benaderen mij ongetwijfeld anders dan als ik bijvoorbeeld Sarah had geheten. Ik merk ook dat steeds meer mensen ervan uitgaan dat het een artiestennaam is. Toen ze zwanger van me was, las mijn moeder de roman ‘Sassafrass, Cypress & Indigo’ van Ntozake Shange, het verhaal van drie zwarte zussen. Ze vond Sassafras gewoon mooi klinken, en mijn vader zal het daar wel mee eens zijn geweest (lachje). Indirect heeft zo’n aparte voornaam misschien ook wel invloed op je persoonlijkheid – je maakt je je voornaam eigen, hè? Ik ben er nooit om uitgelachen, maar ik had wel het gevoel dat ik ’m telkens weer moest verantwoorden. Mijn moeder ging weleens in de verdediging als we het over mijn voornaam hadden: ‘Ik vond ’m heel mooi, en dat vind ik nog altijd.’ Ik haastte me dan om te zeggen: ‘’t Is oké hoor, ik vind ’m ook wel mooi.’»

HUMO Uit wat voor nest kom je?

De Bruyn «Een groot en warm gezin: ik heb drie zussen en een broer. We zijn heel close. Ik zie mijn zussen heel, heel vaak – ze zijn tegelijk ook mijn vriendinnen. We zijn beschermd opgevoed – teder – en mijn moeder is altijd thuisgebleven voor ons: van jongs af aan koesterden we elkaar, en daarom ben ik wellicht een beetje een huismus geworden. Nu ja, ‘huismus’ klinkt net iets te burgertruttig, te angstig. Laat ik zeggen dat ik veel om geborgenheid geef, om het nestgevoel. We hebben allemaal een soort zachtheid meegekregen in onze opvoeding. Ook zorgzaamheid was bij ons thuis een belangrijke waarde: zorgzaam omgaan met mensen, dieren en spullen. Dingen proberen te herstellen en te hergebruiken in plaats van ze zomaar weg te gooien. Dat zit diep in ons. We hadden een kast vol oud papier: blanco achterkanten waarop we tekeningen konden maken. Dat had niet met zuinigheid te maken, maar wel met het besef dat de dingen waarde hebben. Toen ik een jaar of 8 was, hebben we met het hele gezin beslist om van de ene dag op de andere vegetariër te worden. Mijn oudere zus zei: ‘Dieren zijn er toch niet om op te eten?’ En ik was het daar volledig mee eens – bovendien had ik nooit graag vlees gegeten, ik had dat zelfs altijd al raar gevonden, het klopte niet. Ik herinner me dat ik toen de enige in mijn klas was die geen vlees at.»

HUMO Draag je nu ook de vegetarische boodschap uit?

De Bruyn «Neen, ik wil het niet verpesten voor anderen, maar ik betrap me er wel op dat ik opmerkingen begin te maken als ik iemand vlees zie eten: ‘Ik snap niet hoe jij dat naar binnen krijgt.’ Of ik kom met de gruwelijke en extra vervuilende vleesindustrie aanzetten. Mijn lief eet nog altijd vlees, maar ik ga hem nooit onder druk zetten om vegetariër te worden. Zo zit ik niet in elkaar. Het is mijn rol niet.»

HUMO Wat doet of deed je vader voor de kost?

De Bruyn «Hij geeft les in muziekinstrumentenbouw en hij bouwt viola da gamba’s, een strijkinstrument uit de barok dat op een cello lijkt. Als kind besefte ik niet dat mijn vader een ongewoon beroep had. De onderwijzeres van het eerste leerjaar vroeg: ‘En wat doet je vader?’ ‘Hij maakt gamba’s.’ ‘O ja,’ zei ze, ‘lekker, hè.’ (Lacht) En ik wist toen niet dat gamba’s een garnalensoort waren, waardoor ik dan weer te horen kreeg: ‘Gamba’s, wie kent dát nu niet?’»

HUMO Was je thuis met kunst vertrouwd?

De Bruyn «Ja. We gingen vaak naar het theater, naar tentoonstellingen en concerten. Mijn moeder is keramiste, en haar vader, mijn opa, is Wieland Kuijken

HUMO Van de befaamde Kuijkens, musici.

De Bruyn «Ja, en van La Petite Bande. Ik vond mijn wereldje heel gewoon, en ik besefte niet dat klasgenootjes er vreemd tegenaan keken.»

HUMO Alle kinderen tekenen, maar niet alle kinderen blíjven tekenen. Jij wel.

De Bruyn «Als ik me mijn kleutertijd probeer te herinneren, dan zie ik meteen een kleuter die tekent. Ik ben ook altijd heel zeker van dat tekenen geweest. Later zou ik tekenaar worden, dat stond al heel vroeg vast, ook al had ik in mijn kindertijd uiteraard nog geen idee van de praktische kanten van dat beroep. Maar ’t was wel een vanzelfsprekendheid. Aan het eind van de middelbare school had ik dan ook niet de minste last van de klassieke vraag: ‘Wat nu?’»

HUMO Je bent illustratrice geworden. Ik herinner me dat illustratoren in kunstkringen vroeger meer tot de toegepaste kunst dan tot de kunst werden gerekend. Is dat nog steeds zo?

De Bruyn «Ik heb dat nooit ervaren, maar het feit dat ik begrijp wat je bedoelt, betekent misschien dat die hiërarchie nog steeds bestaat. Een illustrator werkt meestal in opdracht, en is in die zin commercieel, maar dat onderscheid houdt me niet bezig. Waarom zou ik geen vrij werk kunnen maken? En waarom zou mijn vrije werk een andere status hebben dan het vrije werk van een kunstschilder? Ik ben huisvormgeefster van theater De Kopergietery in Gent, waarvoor ik om de twee maanden een magazine lay-out: de tekeningetjes die ik daar ter opleuking voor maak, zijn van een andere orde dan mijn vrije werk – wellicht leg ik er minder mijn ziel in.»

HUMO Teken je weleens voorvallen uit je leven, je ervaringen, je innerlijke turbulenties?

De Bruyn «’t Komt nooit in me op om een tekening te maken bij één of ander gevoel dat ik heb. Ik heb ook nooit de behoefte om iets van me af te tekenen. Misschien zal een persoonlijk gevoel wel in een tekening sluipen, in een sfeer of een kleur, maar niemand zal er een situatie in herkennen die ik heb meegemaakt. Toch heb ik de indruk dat ik me geraffineerder en genuanceerder kan uitdrukken met een tekening dan met taal. Ik ben geen prater; ik zal dan ook zelden m’n hart luchten. ’t Komt me dan ook beter uit om allerlei kleine gevoelens en tussengevoelens te visualiseren, ook al heb ik al gemerkt dat niemand er hetzelfde in ziet als ik. Als iemand in ‘De mooiste herinnering’ vertelt, dan geven al die woorden dat verhaal wel weer, maar ik ben meer uit op het gevoel dat tussen zijn of haar woorden zit. Dát wil ik in mijn tekening treffen, wat uiterst ambitieus is, want het is niet eens míjn verhaal. Het gekke is dat er altijd weer iets diepers bij de verteller lijkt los te komen op het moment dat ik mijn tekening laat zien.»

HUMO Ja, een acute ontroering, gevolgd door grote dankbaarheid.

De Bruyn «Ik schrik er telkens weer van, want zo’n reactie verwacht ik niet. ‘’t Is er pal op,’ zeggen ze meestal, terwijl ik tijdens het tekenen alleen maar naar hun gevoel kan gissen, want het is niet míjn gevoel, en het is al evenmin mijn verhaal. In ’t begin was ik dan ook heel zenuwachtig. Ik zei toen tegen Nele, de regisseuse die ‘De mooiste herinnering’ heeft bedacht, dat ik niet wist of ik het wel aandurfde. Ik was vooral bang dat de vertellers hun verhaal, en de emoties die erbij hoorden, niet in mijn tekening zouden herkennen. Ze vertellen concrete dingen, waar ik dan iets symbolisch aan toevoeg. Daardoor lijk ik een laag aan te boren die net onder hun concrete vertelling zit. Dat ze zo dankbaar zijn, schept meteen een speciale band tussen de verteller en mij: er ontstaat ineens intimiteit. Ik had zo’n intieme uitwisseling niet verwacht – ik heb ook nog nooit zo direct voor iemand getekend. Ik draag die tekening over, ik maak me ervan los omdat ik er klaar mee ben, en dan zie ik ineens hoe ze voor iemand anders begint te leven. Op het moment dat ze die tekening voor het eerst zien, merk ik ook dat ze ineens anders reageren op het feit dat we gefilmd worden. Alsof ze bang zijn voor hun reactie, bang dat ze zich misschien te veel blootgeven. Dat er een band tussen ons is ontstaan, merk ik pas echt in de mails die ze me achteraf sturen: dan kunnen ze pas echt zeggen hoeveel die tekening voor hen betekent.»

HUMO Voel jij je op de vingers gekeken terwijl je in aanwezigheid van een cameraploeg aan het tekenen bent?

De Bruyn «Ja, maar het went. En bovendien draait ‘De mooiste herinnering’ niet om míjn mooiste herinnering. Ik heb me ook al afgevraagd: ‘Wat zou ík in deze rubriek vertellen?’ Er schiet me niets specifieks te binnen.»

HUMO Ontmoet je die mensen vooraf?

De Bruyn «Neen, maar ik krijg wel al een audio-opname van hun verhaal te horen, zodat ik me op m’n tekening kan voorbereiden.»

'Dat ik tekenaar zou worden, stond al heel vroeg vast. Aan het eind van de middelbare school had ik dan ook niet de minste last van de klassieke vraag: 'Wat nu?''


Prettige storing

HUMO Het is me opgevallen dat enkele mensen die in ‘De mooiste herinnering’ voorkwamen, het over een soort transcendentale ervaring hadden. De man die als jongetje in een duinpan een hulpbehoevend vogeltje aantrof, zei dat hij het gevoel had dat de hele omgeving, incluis zijn ouders op het strand, toen vervaagde; de oude kloosterzuster had het over een allesoverweldigend gevoel van vrijheid dat haar tijdens het grasmaaien overviel. En dan die man die wonderlijke reizen maakte toen hij in een kunstmatige coma was gebracht, reizen waarnaar hij nog steeds heimwee heeft...

De Bruyn «Ja, ik hoor vaak dat ‘alles wegviel’ bij de intense beleving van hun geluksmoment. ‘Toen stond alles stil,’ heb ik ook al vaak gehoord. En heel veel van die ‘mooiste herinneringen’ komen ook uit een intens verdriet voort, of totale paniek, of een trauma. Ze zijn meestal een kentering. Zo’n mooiste herinnering is dus nooit een vrolijke gebeurtenis zonder meer, altijd gaat er verdriet aan vooraf.»

HUMO Ben je in je eigen leven ook een luisterend oor?

De Bruyn «Ja, heel erg: verre van een prater, maar des te meer een luisteraar. Dat ik weinig praat, heeft niets te maken met angst en met dichtklappen. Ik ben gewoon nooit een prater geweest, en in groep ben ik degene die nog het liefst geïnteresseerd luistert. Ik kruip graag in andermans verhalen. Zelf mijn verhaal te doen, kost me heel wat meer moeite.»

HUMO Je prentenboek ‘Cleo’ gaat over een meisje dat aan de druk in haar leven ontsnapt door weg te vluchten in de verbeelding. Dat lijkt me autobiografisch.

De Bruyn «Ja. Als kind vond ik van alles bedreigend – andere mensen, vooral de school – zodat ik me vaak in mezelf terugtrok. Ik was heel verlegen, en ik kon de drukte en de haast van de wereld niet bolwerken. Ik ben hooggevoelig. Een teveel aan prikkels haalt me nogal snel uit mijn evenwicht. Ik moet over mijn zelfbehoud waken.»

HUMO Tekenen is een solitaire bezigheid.

De Bruyn «Je maakt je wereldje en je kruipt erin weg. Ik kan enorm van dat zelfgekozen isolement genieten. Als ik helemaal in een tekening opga, vergeet ik bijvoorbeeld dat ik honger heb of dat ik moe word, of naar de wc moet. Je beleeft de tijd ook anders: er verstrijken uren en je hebt het niet in de gaten. Die andere dimensie beleef ik bijna elke dag. Het is één van de aangenaamste gewaarwordingen die er zijn. Tekenen is voor mij niet altijd een rustig proces, want als je in opdracht werkt, heb je deadlines. Ik moet dan ook vaak onder druk tekenen. In zulke omstandigheden heb ik meer contact met de echte wereld. Maar misschien tekenen mensen ook wel wegens de roes van het tekenen, die een op zichzelf staande belevenis is.»

HUMO Ik ken het genoegen van die ‘andere dimensie’. Ik heb tot mijn 18de veel getekend.

De Bruyn «En later niet meer? Vreemd. Meestal hoor je dat kinderen er rond hun 12de mee ophouden. Waarom ben je ermee gestopt?»

HUMO Ik haalde niet het niveau dat ik in gedachten had en dat frustreerde me op de duur te veel.

De Bruyn «O, maar die frustratie blijft altijd bestaan, hoor. Wat ik maak, vind ik nooit goed genoeg, en dat is lastig. Ik denk dat ik nog nooit het gevoel heb gehad dat ik het niveau haalde dat ik wilde halen. Als ik niet gehaald heb wat ik me voorgenomen had, dan kan ik dat ’s avonds niet van me afzetten en me ontspannen. Het knaagt. ‘Ik héb het niet meer,’ denk ik dan ook. Soms heb ik daar dagenlang last van.

»Maar toch lijkt die frustratie ook positief, want hoe zou je anders nog vooruitkomen in je werk? Ik wil ook niet vastlopen in wat ik al kan. Of me te zeer koesteren in een badje van vertrouwde elementen. Als ik aan het tekenen ben, heb ik nooit aan één stuk door het gevoel dat mijn tekening aan het lukken is. Ik stoot op problemen die ik niet kan voorzien, omdat mijn tekeningen als het ware organisch ontstaan, associatief ook. En vooral: tamelijk instinctief. Uit mislukkingen ontstaan ook nieuwe vondsten, weet ik intussen. En vaak vind ik tekeningen juist goed wegens de ongerechtigheid of de storing die erin zit.»


De moedergeur

HUMO Ik vermoed dat jij een bijna ouderwets vakmanschap voorstaat. Dat merk ik niet alleen aan je tekeningen, maar ook aan de bijna rituele manier waarop je in ‘De mooiste herinnering’ met je materiaal omgaat, en de zorg waarmee je het schikt.

De Bruyn «Je vermoeden is juist. Al mijn materiaal moet op een welbepaalde plaats liggen. Ik moet er blindelings naar kunnen grijpen. Tijdens de opnames begon Nele ineens mijn materiaal te herschikken: ‘Néén!’ Anderen merken die ordening van mijn materiaal niet, maar voor mij is ze van het grootste belang. Ik wil er permanent controle over hebben als ik aan het werk ben.»

HUMO Jij tekent niet met digitale middelen, hè?

De Bruyn «Ik heb er geen voeling mee. Dat oude materiaal is voor mij wezenlijk voor een tekening: ik wil de textuur van papier voelen, ik wil subtiele kleurschakeringen die ik zelf bepaal – en dus niet de computer. Ik kan die oude, ambachtelijke handelingen van het tekenen simpelweg niet wegdenken. Digitaal kun je die nooit beleven. Toen ‘Iedereen beroemd’ me contacteerde voor ‘De mooiste herinnering’, was het oorspronkelijke idee dat ik digitale tekeningen zou maken, die op een scherm zouden worden geprojecteerd. De verteller zou met z’n rug naar dat scherm zijn verhaal doen, en ik zou met een Wacom-tekentablet werken. Als ik klaar was, mocht de verteller zich omdraaien. Dat aanbod heb ik toen geweigerd, omdat er mensen zijn die veel beter met zo’n tablet kunnen werken dan ik. Een paar weken later werd ik opnieuw opgebeld. Ik kreeg te horen dat die digitale tekeningen niet het juiste gevoel hadden, en dat ze nu kozen voor het echte tekenwerk en voor een tekening die je kon doorgeven: het tactiele is deel van het plezier.»

HUMO Je maakt deel uit van de millennials. Volgens de bijsluiter van die generatie zou je je als een vis in het water moeten voelen in de digitale wereld.

De Bruyn «Ik denk dat ik op dat gebied achterloop. Ik zie hoe mijn generatiegenoten opgaan in Facebook en Instagram, het is deel van hun dagelijkse routine, maar het staat mijlenver van me af. Ik krijg er zelfs een vies gevoel van. Om m’n werk te promoten heb ik ook wel een Facebookpagina aangemaakt, maar – hoe zal ik het zeggen? – toch niet van harte. Soms heb ik het gevoel dat ik een 80-jarige ben die verplicht wordt om met haar tijd mee te gaan. Hoe komt dat? Is het misschien een soort angst? Ik weet het niet. Maar echt voeling of echt contact heb ik niet met de digitale wereld. Ik voel vooral dat ik er iets tegen heb. Tot vorig jaar had ik nog een oud gsm’etje. Nu heb ik een smartphone, gekregen van schoenen Torfs, toen ik daar als deeltijds verkoopster werkte. Ik vind ’m intussen wel handig, maar ik heb last van al die mensen die de hele dag met dat ding in de weer zijn: ze zitten naar een andere werkelijkheid te staren, die voor mijn part onwerkelijk is. Ik word er soms somber van. Als ik kleine kinderen met een tablet zie, overvallen mij zelfs doemgedachten. ‘Dat is niet echt,’ denk ik dan.»

HUMO Gaan er dagen voorbij dat je niet tekent?

De Bruyn «Weinig. Zelfs op reis heb ik altijd een schetsboek bij me waarin ik elke dag teken. Dat moet. Ik heb het nodig. Het gebeurt natuurlijk ook weleens dat ik tekenen vooral als werk ervaar, vooral als ik onder zware tijdsdruk sta. Dan kan ik ook niet zo diep gaan, omdat mijn belevenis verstoord wordt door praktische beslommeringen.»

HUMO Je lijkt me technisch erg vaardig.

De Bruyn «Terwijl in mijn opleiding niet eens de nadruk op techniek werd gelegd. ’t Ging heel erg van: ‘Probeer maar, en zoek maar je eigen weg.’ Zodra je docenten zagen waarin je goed was, werd je daarin ook gestimuleerd. Zelden zeiden ze: ‘En nu gaan we allemaal met acrylverf schilderen.’ ’t Was een goede opleiding: op artistiek gebied kregen we alle vrijheid, en iedereen kon van meet af aan zijn eigen ding doen. Er was niets geforceerds aan. En ik heb snel mijn weg kunnen vinden, ook al had ik in de maanden nadat ik was afgestudeerd geen idee waar het heen moest met mij. Op school was er namelijk weinig aandacht voor de praktische en zakelijke kant van mijn beroep. Specifiek voor illustratoren zijn er geen vacatures.»

HUMO Terwijl er veel illustratoren zijn.

De Bruyn «Ja, maar heel veel afgestudeerde illustratoren geven het ook vrij snel op. Ik hoor van veel van m’n klasgenoten dat ze nu iets heel anders doen, in de horeca werken bijvoorbeeld. ’t Is makkelijker om het op te geven dan almaar te blijven doorgaan, je te blíjven aanbieden. Dat hoef ik stilaan niet meer te doen. Ik zal wel geluk hebben gehad, denk ik. Ik heb, mede dankzij het kunstenaarsstatuut – een occasionele uitkering – een inkomen, maar ’t is niet gemakkelijk, zeker niet als je boeken wilt maken. Als je niet gepassioneerd bent, dan kun je er maar beter mee stoppen. Ik voel me niet zo lekker als ik een beroep moet doen op dat kunstenaarsstatuut, want dan heb ik altijd het gevoel dat mijn beroep niet serieus genoeg wordt genomen. Mijn inkomsten zijn niet evenredig aan mijn aantal werkuren. Dat hoor ik van heel veel illustratoren. Maar weinig verdienen is voor mij nog geen reden om iets anders te gaan doen, want dan zou ik ongelukkig worden. Dat alles op school op onze artistieke ontplooiing was gericht, vind ik nog altijd geweldig, maar ik had toen ook wel iets willen vernemen over de economische werkelijkheid die ons te wachten stond. Ik had toen al willen weten of ik voor een werknemers- of een zelfstandigenstatuut had moeten kiezen. Ooit las ik een interview met één van mijn docenten waarin hem de vraag werd gesteld: ‘Waarom bereiden jullie de studenten niet meer voor op de zakelijke kant van hun werk?’ Toen antwoordde hij: ‘We willen hen niet demotiveren.’ (lachje)»

HUMO Ben je zelfstandig?

De Bruyn «Neen, ik werk via SMart, een bureau voor mensen met creatieve beroepen. Krijg ik een opdracht, dan stuurt SMart een factuur naar mijn opdrachtgever. Die betaalt aan SMart, en SMart betaalt mijn salaris en ik bouw mijn pensioen op. Door SMart kan ik het zelfstandigenstatuut vermijden, wat mij het beste uitkomt.»

HUMO Is op de televisie komen op één of andere manier gunstig voor jou?

De Bruyn «Ik merk dat sommige mensen ineens lijken te beseffen dat er volwassen mensen zijn die tekenen. Ik krijg veel mails van mensen die ‘iets moois willen voor in hun interieur’. Of ik een tekening voor hen zou willen maken. En natuurlijk vragen ze me ook of tekenen ‘echt mijn beroep’ is, of mijn hobby. Dat ik daar ook nog eens voor gestudeerd heb, begrijpen veel mensen al helemaal niet. Mijn nicht, die piano heeft gestudeerd aan het conservatorium, krijgt ongeveer hetzelfde te horen: dat je piano studeert, gaat er bij veel mensen niet in. ‘En zing je dan ook?’ vragen ze dan aan mijn nicht. Ach, niet dat ik me dat erg aantrek, hoor. Maar veel van die mensen die ‘iets moois voor in hun interieur’ willen, denken dat een tekening rond de 20 euro zal kosten, en daar word ik soms een beetje boos van, maar ik laat me er niet door deprimeren.»

HUMO Ik wil het even over ‘Overal en ergens’ hebben, een kinderboek dat je met Pimm van Hest hebt gemaakt. Het gaat over het meisje Yolanda, dat haar moeder verliest, en over de hamvraag ‘Waar is mama nu?’ Waarom wilde je iets over dat onderwerp maken?

De Bruyn « Ik weet dat dat boek vaak gebruikt wordt als kinderen in hun naaste omgeving iemand verliezen, niet noodzakelijk een moeder. ’t Was voor Pimm van Hest en mij van groot belang om er geen nadrukkelijk somber boek van te maken; er moest zelfs een soort lichtheid inzitten, al kun je de verdrietige ondertoon natuurlijk nooit wegcijferen. ’t Moest ook een zintuiglijk boek worden: ’t gaat over een geur van die moeder die nog ergens in hangt, of het gevoel van een warme bries die de aanwezigheid van de moeder oproept. Dat zintuiglijke zit bij mij in de kleuren. Die moeder is er niet meer en ze zal er nooit meer zijn – wij reiken natuurlijk geen oplossing voor dat probleem aan, tenzij misschien de aanvaarding dat ze nu overal is. De melancholie van het onderwerp trok mij aan. Er zit melancholie in al mijn werk. Ik vind het een mooie gemoedstoestand, als je hem maar koppelt aan iets lichts, of absurds. Die combinatie werkt altijd goed, en ze voorkomt ook sentimentaliteit.»

HUMO Wanneer ben je het gelukkigst?

De Bruyn «Als ik helemaal in een tekening ben opgegaan. Dat gevoel kan ik op geen enkele andere manier bereiken, tenzij misschien als ik me ergens intens bewust word van de schoonheid van de natuur. Maar ik kan op een meer ontspannen manier gelukkig zijn als ik gewoon met mijn lief op de bank zit. Niet praten maar samen zwijgen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234