Schaadt de smartphone onze kinderen? 'Hoe meer online, hoe meer depressies'

Als u op zoek bent naar de jeugd van tegenwoordig, dan hoeft u niet ver te zoeken: ze zit op het internet. Daar waar vorige generaties zich niet of nauwelijks waagden, speelt zich nu een groot deel van het jonge leven af. Zo’n digitale kindertijd verdient een opgestoken duimpje – vrijheid! gelijkheid! kennis! – maar ook een waarschuwende wijsvinger.

'Ik hoop dat ik nooit verliefd word op iemand op het internet, want misschien zit daar een oude opa achter'

Elke ouder kent de wereldwijde web-woedeaanval: ook al hou je het zo simpel en duidelijk mogelijk – ‘Over een kwartier leg je die tablet aan de kant en ga je slapen’ – toch volgt er een woede-uitbarsting wanneer het scherm op zwart moet. Ook de smartphone krijgen veel ouders nog met moeite uit de knuisten van hun tieners gewrongen. Allemaal uitdagingen waarvoor ze niet in hun eigen kindertijd of bij hún ouders te rade kunnen. De vragen waarmee ze worstelen zijn eenvoudig: ‘Wat mag ik mijn kinderen online laten doen?’, ‘Hoe oud moeten ze daarvoor zijn?’ en ‘Wat voor invloed heeft het allemaal op hun jonge hersentjes?’ Naar de antwoorden blijft het nog zoeken.

De Britse Beeban Kidron is filmmaker en zetelt als barones in het Britse Hogerhuis. Ze heeft zich opgeworpen als één van de pioniers in die zoektocht. In 2015 richtte ze de 5Rights Foundation op, die onlangs een rapport publiceerde over de digitale kindertijd. Daarin worden de risico’s en gevolgen van online opgroeien minutieus uitgelegd voor de leeftijden van 3 tot 18 jaar. ‘En dan hebben we het niet over online veiligheid,’ steekt Kidron meteen van wal.

Beeban Kidron «Je zal me nooit horen zeggen dat het internet onveilig is voor kinderen. Waar het om gaat, is dat het niet ontworpen is voor kinderen. Het is bedacht voor en door volwassenen, die er destijds geen flauw benul van hadden dat kinderen er ooit hun tijd zouden spenderen. Maar dat doen ze wel: één derde van de internetgebruikers zijn kinderen.»

Volgens Angharad Rudkin, die zich als psychologe specialiseert in de ontwikkeling van kinderen en samen met Kidron het rapport uitbracht, heeft het geen zin het hele internet in de ban te slaan.

Angharad Rudkin «Met 5Rights proberen we weg te blijven van het ‘kinderen zouden niet op het internet mogen’-praatje. De realiteit is dat kinderen steeds jonger online gaan. Het internet biedt geweldige mogelijkheden. Die moeten we absoluut stimuleren. Maar we willen ouders, scholen en beleidsmakers er ook van bewustmaken dat een groot deel van het internet níét geschikt is voor kinderen. In de analoge wereld stellen we duidelijke grenzen. Een kind kan niet zomaar een café binnenstappen en een biertje bestellen. Waarom zouden we hen dan wel hun gang laten gaan op dat volwassen internet?»

Kidron «We begrijpen al 150 jaar dat onze kindertijd een speciale tijd is, waarin allerlei kwetsbaarheden spelen. Daarom hebben we wetten en regels gemaakt. Voor het internet doen we dat niet. Terwijl: een 5-jarige hóórt nog niet in staat te zijn om risico’s juist in te schatten. Een 8-jarige hóórt nog niet het verschil te kunnen maken tussen reclame en informatie. Een 14-jarige hóórt niet te moeten weerstaan aan de druk er mooi te willen uitzien voor haar leeftijdgenoten.

»Ik heb een heleboel interviews gedaan met mensen die aan de wieg stonden van het internet. Ze zeiden mooie dingen als: ‘Op het internet zal elke gebruiker gelijkwaardig zijn.’ En: ‘Op het wereldwijde web heeft iedereen vrije toegang.’ Dat klinkt natuurlijk geweldig en ik wilde hen graag geloven. Maar toen drong het tot me door: als iedereen gelijk behandeld wordt, dan behandelen we kinderen ook als volwassenen. Dat klopt niet. Het internet moet zich aanpassen aan onze kinderen, niet omgekeerd.»

Humo Nu staren we ons blind op een klein aantal nadelen.

Rudkin «Precies. Alle kinderen weten intussen wat cyberpesten en grooming (volwassenen die kinderen online manipuleren tot seks, red.) zijn. Die risico’s kennen ze, maar ze hebben er geen idee van dat alles wat ze online zetten, wordt gebruikt voor reclame. Het gaat niet over de Grote Gevaren, maar over het meisje van 13, dat net iets op sociale media heeft gepost en nu angstig in haar slaapkamer zit af te wachten hoeveel likes ze zal krijgen. Over dat soort gebruik moeten we het hebben, want dat kan makkelijk het welzijn van een kind aantasten.»


★★★

Jack (7) «Het internet dient vooral om foto’s en filmpjes te maken en door te sturen, denk ik. En om te bellen. Ik skype soms met mijn neefje en mijn nichtje, en met mijn papa. Soms neem ik de telefoon van mama. Dan speel ik een spelletje. Maar als ze het ziet, moet ik stoppen. Feestboek? Nee, dat ken ik niet.

»Ik heb mijn eigen iPad. Daarop kijk ik tv en Netflix. Ik speel er ook spelletjes op. Het liefst speel ik ‘Rider’. Dan moet ik een karretje goed laten landen. Als ik verkeerd land, ontploft mijn karretje. Dan krijg ik wel een herkansing. Dan wil ik opnieuw en opnieuw. Want ik moet mijn record breken.

»Als ik Netflix aan het kijken ben, zegt mama: ‘Na dit filmpje moet je stoppen.’ Dan kruip ik onder de tafel met de iPad. Dan druk ik snel op het volgende filmpje en zeg ik: ‘Het is nog niet gedaan.’ Soms wordt mama dan boos. Maar soms stop ik ook gewoon. Ik ben wel een beetje verslaafd aan de iPad, denk ik. Maar mijn mama is dat ook.»


Geen eerlijk gevecht

Rudkin «Door telkens weer te belonen maken apps en games misbruik van onze ingebouwde neiging om altijd maar te blijven doorgaan. En terwijl kinderen zo online bezig gehouden worden, zijn ze niet aan het praten, niet aan het bewegen, niet aan het fantaseren.

»Heb je al gehoord van streaks? Op sommige sociale mediasites, zoals Snapchat, worden jongeren gestimuleerd om een thread (een reeks van berichten, red.) zo lang mogelijk vol te houden, door er dagelijks dingen aan toe te voegen. Als jij en je vriendinnetje elke dag een foto naar elkaar sturen, dan heb je een streak. Natuurlijk wil jij niet degene zijn die de streak doorbreekt, dus blijf je het volhouden. Het gaat zelfs zo ver dat mensen streaksitters inhuren, die in hun plaats dingen posten wanneer ze zelf even niet kunnen. Van dat soort functies moeten we ons bewust zijn. Niet alleen ouders en leraars, maar vooral ook de makers ervan. Techbedrijven moeten de verantwoordelijkheid nemen voor het feit dat ze kinderen en jongeren aan zich binden op een manier die toch heel erg aan verslaving doet denken.»

Humo Zowat het enige wat ouders nu als goede raad krijgen is ‘beperk de schermtijd, afhankelijk van de leeftijd van je kind.’

Kidron «Regels over schermtijd zijn níét het antwoord. Alles hangt af van wat je op dat scherm doet en met wie.

»Ik geef toe: het is geen eerlijk gevecht. Het internet is ontworpen om mensen er zo lang mogelijk te houden, om ze keer op keer hetzelfde te laten doen, dat geldt zeker voor de sociale media. En dan zeggen we tegen ouders: ‘Nu moeten júllie ervoor zorgen dat jullie kinderen ermee ophouden.’ Mij zal je nooit ouders de schuld horen geven.

»Dat betekent niet dat je als ouder níéts kan doen. Als je kind games speelt, zorg er dan voor dat het een game is met een saveknop. Anders wordt je kind alleen maar gestimuleerd om eindeloos te blijven spelen. Zet ook de autoplay-optie op Netflix uit. Die maakt dat de volgende aflevering al begint te spelen, zodra de aftiteling van de vorige begint. Elke game of app waarvan je de autoplay niet kan uitschakelen, is gewoon niet geschikt voor kinderen.»

Rudkin «Wat onze studie uniek maakt, is dat ze rekening houdt met de ontwikkeling van een kind tot tiener en adolescent. We zeggen niet alleen: ‘Je kan een kind-gebruiker niet op dezelfde manier behandelen als een volwassen gebruiker.’ Maar ook: ‘Je kan een 6-jarige niet gelijkstellen aan een 15-jarige.’ Ze hebben andere noden en aandachtspunten.»

Net zoals spelletjes jonge kinderen aan het scherm gekluisterd houden met voortdurende beloningen, heeft de like-knop van sociale media hetzelfde effect op tieners: ze voorzien de hersenen telkens weer van een shotje dopamine, de neurotransmitter die genot teweegbrengt. Zo maken sociale media misbruik van een kwetsbaarheid in ons brein. Bij adolescenten – het menselijke brein blijft zich ontwikkelen tot we midden in de 20 zijn – is die zwakke plek nóg zwakker. Zelfs de uitvinders van sociale media geven toe dat ze niet weten welk effect al dat liken heeft op het jonge brein. Sean Parker, de oprichter van Napster en later topman bij Facebook, zei onlangs: ‘Alleen God weet wat het platform doet met de hersenen van onze kinderen.’


★★★

Jeanne (12)«Mijn Instagramaccount is vorig jaar een keer gehackt. Veel zet ik er niet op – foto’s van verjaardagsfeestjes en mooie landschappen van op vakantie. Ik had dat account gemaakt samen met de oudere zus van een vriendin. Ze had mijn profiel wel op privé gezet, zodat alleen vrienden die ik toeliet mijn foto’s konden zien, maar we waren vergeten om dat op te slaan. Die hacker deed alsof hij mij was en postte gemene dingen naar mijn vriendinnen. De volgende dag waren mijn vriendinnen natuurlijk boos. Ik was in paniek. Toen heeft mijn mama iemand gebeld die veel over het internet weet. Hij heeft ons getoond hoe we Instagram konden contacteren, zodat zij die hacker konden blokkeren.

»Of je op je 11de al op Instagram mag? Ik denk het wel. (Eigenlijk mag het pas vanaf 13, net zoals de meeste sociale media, red.) Sommigen zitten op hun 11de zelfs al op Facebook. Daar wil ik nog een paar jaar mee wachten. Ik ben er een beetje bang voor. Soms hoor je over kinderen die ontvoerd worden omdat ze hun adres op Facebook hebben gedeeld. Er was ook het verhaal dat mensen via de camera op je computer kunnen zien wat je aan het doen bent. Ik heb dat opgezocht en het kan inderdaad. Daarom doe ik altijd mijn computer dicht als ik me omkleed. Ik vind dat erg: het internet is daar niet voor gemaakt, maar toch kan het. Ik hoop ook niet dat ik ooit verliefd word op iemand op het internet, want misschien zit daar een oude opa achter. Het is een wereld waar je geen zekerheid hebt.

»Ik krijg weleens stomme reacties op foto’s, maar ik trek me daar niet veel van aan. Als ik een reactie echt niet leuk vind, verwijder ik ze. Als ik nu foto’s zie die ik heb gepost toen ik jonger was, denk ik soms: ‘Wat een superstomme foto!’ Of dan had ik onder zo’n foto geschreven: ‘Net gedoucht.’ Nu denk ik: ‘Wie wil dat nu weten?’ Beetje dom, maar heel erg is dat niet: ik kan het gewoon verwijderen. Wat ik wél wil is een manier om er zeker van te zijn dat wanneer ik een foto verwijder, die ook écht weg is. Want als iemand er een screenshot van maakt, blijft die foto toch gewoon bestaan.»

'Door het internet strekt de kindertijd zich uit: een 18-jarige Amerikaan vandaag gedraagt zich als een 15-jarige van de vorige generatie'


Killer clowns

Het recht om te verwijderen is één van de vijf kinderrechten waarvoor Kidron, Rudkin en de 5Rights Foundation zich inzetten.

Rudkin «Kinderen moeten het recht hebben om boodschappen of foto’s die ze gepost hebben weg te halen. Eigenlijk zouden we allemaal dat recht moeten hebben, maar zeker kinderen. Want dat doen bijvoorbeeld universiteiten nu: als een kandidaat-student zich aandient, gaan ze eerst online kijken wat voor vlees ze in de kuip hebben.

»Naast het recht om de dingen terug te draaien, willen kinderen ook steun en informatie. We pleiten voor een telefoonnummer waarop kinderen terechtkunnen als ze online iets gezien of gedaan hebben dat hen overstuur of bang maakt. Wat illegaal is, moet de wet aanpakken, maar veel van wat kinderen online overstuur maakt, is niet illegaal.»


★★★

Jeanne «Op een website zag ik het bericht: ‘Proficiat, je bent één van de finalisten! Stuur ons je adres en je krijgt een iPhone 7!’ Dat leek een écht bericht van Apple. Ik heb toch eerst aan een vriendin gevraagd of ik mijn adres zou sturen – aan mijn mama kon ik het niet vragen, want ik wilde haar die iPhone cadeau geven. ‘Doe het,’ zei die vriendin. Omdat ik me er niet goed bij voelde, heb ik het toch aan mijn mama gevraagd. Zij zei meteen: ‘Niet doen! Dat is een advertentie.’

»Een jaar geleden zocht ik een boek op, ‘Het leven van een loser’, om er een boekbespreking over te maken. Opeens kwam er reclame voor borstvergrotingen. Mama zag het: ‘Wat zoek jij nu op, Jeanne?’ Maar dat was ík niet. Ik ben pas 12: ik hoef dat allemaal nog niet te weten of te zien.

»Ik vind het ook irritant dat je vóór elk YouTube-filmpje naar reclame moet kijken. Eén keer had ik geklikt op een filmpje en toen kreeg ik de trailer te zien van een enge film over killer clowns. ‘IT’, heette die film. Na een paar seconden kon ik het wel wegklikken, maar dat beeld van die clown met die rode ballon heeft me nog lang nachtmerries bezorgd. Verschrikkelijk.»


Gepusht en gepookt

Kidron «Om echt te begrijpen wat het internet allemaal te bieden heeft, hebben kinderen veel bekwaamheden nodig, die verder gaan dan online veiligheid. Kinderen steun en informatie bieden is maar één luik. We moeten het internet ook op een detox-kuur zetten.»

Humo Het internet aanpassen aan kinderen klinkt geweldig, maar hoe doen we dat? Een computer weet niet of er een volwassene of een kind aan het swipen of typen is.

Kidron «Weet jouw computer welke soort handtas jij graag draagt? Weet jouw computer of je rode sneakers mooier vindt dan blauwe? Weet jouw computer waar je vorige woensdag was om 17 uur? Natuurlijk weet hij dat! De technologie die nu vooral dient om je spullen te verkopen, is ook in staat te weten wie er achter de knoppen zit. Ik pleit ervoor websites te verplichten om zelf een aantal maatregelen te nemen. Een voorbeeld: de privacy-instellingen moeten automatisch op ‘privé’ worden gezet. Waarom is dat nu niet zo? Omdat ze ontworpen zijn om zoveel mogelijk gegevens over gebruikers te verzamelen. Hetzelfde geldt voor de locatie-instellingen: is het oké om de locatie van een kind te delen met derden? Nee, natuurlijk niet.

»Het internet is gecreëerd door de mens. De rijkste bedrijven ter wereld hebben de touwtjes in handen. Zij hebben genoeg geld én technologische kennis om dingen te veranderen. Het is alleen een kwestie van willen.

»Het lijkt een hopeloze strijd, toch ben ik optimistisch. Eén mens kan misschien niet veel, maar we zijn met veel en we zijn allemaal consumenten. Die macht moeten we gebruiken.»

Humo Denkt u dat de techreuzen luisteren? Hebben ze uw rapport gelezen?

Kidron «Google zei net nog: ‘Als er wetten zijn, dan zullen we ons eraan houden.’ Dat betekent natuurlijk niet dat ze geen miljoenen zullen spenderen om die wetten tegen te houden. Of dat ze niet heel hard hun best zullen doen om achterpoortjes te vinden. Maar het is een begin.

»We moeten in de toekomst durven kijken en ons de vraag stellen: wat voor wereld willen we? Een wereld waarin het welzijn van het kind centraal staat, hoeft niet moeilijk te zijn. We kunnen het internet zo ontwerpen dat het niet alleen maar dient om reclame te maken of om ervoor te zorgen dat je blijft klikken. We kunnen het makkelijker maken om die tablet of telefoon neer te leggen en met iets anders te gaan spelen. Maar we moeten het willen.»

Humo Wat willen de kinderen en jongeren eigenlijk zelf?

Kidron «Kinderen en tieners willen eerlijk behandeld worden, ze willen niet dienen als klikfabriekjes, ze willen niet constant gepusht en gepookt worden. Kinderen willen het gevoel hebben dat zij de controle hebben. Ze willen dat de regels die offline gelden ook online gelden.»

'Onder tieners is het niet onbeleefd om midden in de nacht iets te sturen. Sociale media gaan dag en nacht gewoon door'


De juiste emoji

Intussen vraagt Jean M. Twenge zich in The Atlantic af of het al niet te laat is: ‘Heeft de smartphone een generatie verwoest?’ Als hoogleraar psychologie verricht ze in de VS al 25 jaar onderzoek naar hoe generaties van elkaar verschillen. Over de generatie geboren tussen 1995 en 2012 – door Twenge iGen gedoopt – is ze eerder somber. Die somberte overviel haar toen ze merkte dat de grafieken die ze altijd al had bestudeerd in het jaar 2012 opeens veranderden van rustig kabbelende lijntjes in grote pieken en dalen.

Wat maakte van 2012 een kanteljaar? Voor het eerst bezat meer dan 50 procent van de Amerikanen een smartphone. Sindsdien groeit er een generatie op die altijd en overal online kan zijn. De gecombineerde kracht van de smartphone en de sociale media hebben voor een aardverschuiving gezorgd die elk aspect in het leven van de iGen’ers beïnvloedt.

Neem nu het uitgaansleven van Amerikaanse tieners: 17- en 18-jarigen gingen in 2015 minder vaak uit dan 14- en 15-jarigen in 2009. Of kijk naar hun seksualiteit: de gemiddelde Amerikaanse tiener verliest zijn maagdelijkheid nu een vol jaar later dan eentje uit de vorige generatie. Ze halen zelfs later hun rijbewijs – daar kunnen Amerikaanse tieners doorgaans toch niet vroeg genoeg mee zijn. ‘De kindertijd strekt zich nu uit tot ver in de middelbare school,’ zegt Twenge. Een 18-jarige Amerikaan vandaag gedraagt zich als een 15-jarige van de vorige generatie.

Is dat allemaal zo erg? Zeker niet. Het aantal tienerzwangerschappen was nog nooit zo laag, net als het aantal verkeersongelukken met tieners. Jongeren komen ook minder in aanraking met alcohol en drugs. Maar al die positieve evoluties zijn het gevolg van één feit: de iGen komt amper nog zijn huis uit. Het sociale leven speelt zich grotendeels af op de telefoon. En dat maakt jongeren serieus ongelukkig.

Twenge «Alle schermactiviteiten zijn gelinkt aan een lager gevoel van geluk; alle activiteiten zonder scherm zijn gelinkt aan méér geluk. Zonder uitzondering.»

Hoe meer tijd jongeren online spenderen, des te meer symptomen van depressie ze vertonen – dat is vooral zo bij meisjes. Om het met één opmerkelijke grafiek van Twenge te illustreren: sinds 2007 is het aantal tieners dat sterft door moord gedaald, maar het aantal tieners dat sterft door zelfmoord gestegen.

Waar Twenge ook op hamert, is het slaaptekort van de iGen. Een tiener lijdt aan slaaptekort, als hij minder dan 7 uur per nacht slaapt. Tussen 1991 en 2015 steeg het aantal Amerikaanse tieners dat niet aan die 7 uur komt, met 75 procent.


★★★

Liz (16) «Tot mijn 16de mocht ik van mijn ouders mijn gsm ’s nachts niet op mijn kamer laten liggen. Dat vond ik best vervelend. Nu mag mijn gsm wel ’s nachts op mijn kamer, maar ik blijf niet de hele nacht op. Als ik nog aan het chatten ben en ik ben moe, zeg ik gewoon: ‘Ik ga slapen.’ Dan zet ik hem op vliegtuigstand. Alleen als ik volop in een discussie zit, gebeurt het wel eens dat ik tot ’s nachts berichten zit te sturen. Ik wil dat gewoon opgelost krijgen voor ik ga slapen, anders blijf ik er toch van wakker liggen. Onder tieners is het ook niet onbeleefd om midden in de nacht iets te sturen. Sociale media gaan dag en nacht gewoon door.

»Hoeveel tijd ik online spendeer, verschilt van dag tot dag. Op een vrije dag heb ik de hele tijd door af en aan contact met vrienden, en speel ik tussendoor een spelletje. Alles bij elkaar kom ik dan toch aan vier uur. Daar schrik ik dan zelf van. Mijn ouders hebben er wel voor gezorgd dat ik mijn limiet van 2 gigabyte niet kan overschrijden. Ik vind dat geen ramp. Integendeel: zo leer ik er zuinig mee om te springen.

»Drie jaar geleden was dat anders: toen was ik overal met mijn gsm bezig. Ik was wel wat verslaafd, denk ik. Nu denk ik vaker: ‘Die sms kan wel even wachten.’ Als ik met mijn vriendinnen samen ben, zijn we niet de hele tijd met onze gsm bezig. Ik leg mijn telefoon weg, als iemand tegen me praat. Ik vind dat gewoon niet beleefd. Ik heb het gevoel dat ik er nu pas, op mijn 16de, mee leer om te gaan.

»Het hééft ook wel voordelen. Ik zit op een nieuwe school. Ik ben niet zo heel sociaal: bij nieuwe mensen ben ik verlegen en stil. Het lukt me beter om via de chat contact te leggen. Zie ik hen daarna op school, dan verloopt het contact makkelijker. Ik probeer dat wel wat af te leren, want het is natuurlijk geen écht contact. Ik heb ook al gemerkt dat ik in een chat sneller durf te zeggen waar het op staat dan in het echt. Best irritant, dat ik daar een chat voor moet gebruiken.»

Humo Psychologe Jean M. Twenge vreest dat we het komende decennium meer volwassenen zullen zien die voor elke situatie de juiste emoji kennen, maar niet de juiste gezichtsuitdrukking.

Liz «Ik begrijp die paniek van volwassenen wel, zij zijn er niet mee opgegroeid. Maar zo erg dat we emoji’s beter kennen dan echte emoties, is het nu ook weer niet. Ik zit zeker niet liever op mijn gsm dan dat ik met mijn vrienden afspreek. Op de duur is al dat gsm’en ook gewoon saai. Samen zitten lachen is echt wel anders dan een grapje via de chat.»


Verloren generatie

‘Meer ouders zouden hun tiener moeten zeggen dat ze hun telefoon moeten wegleggen,’ besluit Twenge. Vaders en moeders die op zoek zijn naar het goeie voorbeeld, kunnen misschien de blik richten op Silicon Valley: de bazen van Google, Apple en andere techreuzen daar zetten hun kinderen naar verluidt op strenge digitale diëten en sturen hen naar internetvrije scholen. Het echtpaar

Gates gaf toe dat hun eigen kroost pas een smartphone kreeg op hun 14de. Zelfs Steve Jobs liet zijn kinderen niet onbeperkt hun gang gaan op de apparaten die hij zelf aan de wereld had geschonken.

Volgens barones Kidron weten ze in Silicon Valley maar al te goed hoe laat het is.

Kidron «Vorige maand gaf Facebook in een rapport toe dat mensen die veel op Facebook zitten en daar louter andermans posts lezen, heel depressief worden. Hun oplossing? Gebruikers aansporen om actiever te zijn op Facebook. Met andere woorden: ze willen dat mensen nog méér gaan klikken.»

Kidron heeft zo haar bronnen in Silicon Valley. Volgens één van hen hebben ze daar een naam voor de generatie kinderen die nooit een tijd zonder internet heeft gekend: de verloren generatie.

Kidron «‘We weten dat er wetten en regels zitten aan te komen,’ zei die bron, ‘maar tot dan valt er nog zo veel geld te verdienen.’ Een heel duistere gedachte. Ik ben niet bereid lijdzaam te zitten toekijken.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234