Schrijven met parkinson: Henk Blanken

Vier jaar geleden kreeg journalist Henk Blanken de diagnose: ziekte van Parkinson. Voor hij verdwijnt, wil hij zijn verhaal uittikken met zijn rechtopstaande, werkonwillige middelvinger. ‘Pistoolvinger’ zal het boek heten.

‘Ik vond altijd: zelfs als ik zo dement als een deur ben, wil ik nog dat een arts me uit het leven helpt.’ Henk Blanken (55) zegt het kort nadat we hebben plaatsgenomen in zijn mooie, met veel kunst verluchte woonkamer in de rand van Groningen. Hij draait niet om de hete brij heen. Zo was hij ook als journalist bij de Volkskrant en het Dagblad van het Noorden: harde jongen, fact checker, geen gedoe. Maar hij is veranderd, zegt hij, langzamer en attenter geworden. En hij is ook anders gaan denken over euthanasie. Hij vindt niet meer dat ook wilsonbekwame mensen een spuitje moeten kunnen krijgen. ‘Artsen hebben me duidelijk gemaakt dat ze geen patiënt kunnen doodmaken die dat misschien niet meer wil. Ik heb een boek gelezen waarin een vrouw een dodelijk drankje krijgt op het moment dat ze, ten gevolge van haar voortschrijdende dementie, naar een tehuis moet. Het was de expliciete wens van die vrouw om niet te verhuizen. Alleen, op het uur U wist ze niet meer welk drankje ze dronk. Nou, zo wil ik niet eindigen.’ Conclusie? Blanken haalt de schouders op. ‘Ik weet het niet.’ Hij zwijgt langdurig. ‘Ik weet het oprecht nog niet.’

'Ik weet dat het lullig afloopt, maar ik ben gelukkig'

Henk Blanken «Ik wil niet dement worden. Demente mensen lijden pijn en zijn angstig. Maar ik wil ook niet, zoals die vrouw, onbewust sterven. Dus moet ik een arts ervan overtuigen dat ik, wanneer ik wilsbekwaam ben, toch alvast wil sterven. Dat is niet makkelijk. Vorig jaar zijn er zo negentig mensen gestorven in Nederland, mensen met beginnende dementie. De vraag is: hoelang wacht je? Ik heb een volwassen zoon en een volwassen dochter. Wil ik mijn kleinkinderen nog zien? Wil ik in een rolstoel terechtkomen? Het probleem wordt alleen maar groter. Je kunt ook zeggen: je beleeft het leven pas ten volle als je ook de andere kant, het lijden, aanvaardt.»

HUMO De christelijke versie van het leven.

Blanken «En de boeddhistische. En de versie die ik sinds mijn 25ste aanhang. Op die leeftijd ben ik door een vriendinnetje in de steek gelaten, en ik was daarvan nogal van de kook: drie maanden lang heb ik in de kroeg gezeten, elke nacht gezopen tot ver na sluitingstijd. Net op tijd gestopt of het was misgegaan. Maar het heeft me wel geleerd dat zo’n crisis van waarde is. Het diept uit – hoe romantisch en puberaal het ook klinkt: de verliefdheid is pas de moeite waard als het verdriet en het zuipen dat ook zijn. Het lijden hoort erbij. Het is geen eendimensionale vraag: wil ik dement worden, ja of nee? Het is meer. Het is een rijker probleem.»

HUMO ‘Rijk’? Zei je dat echt?

Blanken «Ik ben bijna vier jaar ziek, dat is knap vervelend: ofwel ben ik heel erg moe, ofwel ben ik wat fitter maar heb ik pijn. En toch ben ik buitengewoon vrolijk: ik kan erover schrijven. De mazzel! Begin vorig jaar heb ik mijn laatste verhaal voor de krant gemaakt: een interview met twee oude mensen, van wie de man alzheimer heeft en op tijd dood wil. We hebben contact gehouden. En in september zat ik weer bij ze, met dezelfde vraag: hoe gaan we ermee om? En ik vertelde mijn verhaal, wat mij drijft. Ik zei: ‘Ik zoek de schoonheid in het verval.’ Die vrouw van 80 keek me verstrakt aan. Ze zei: ‘Nu moet je eens goed naar hem kijken: dat is niet mooi, dat is alleen maar lelijk.’ Terwijl hij erbij zat. (Slikt) Ik schiet vol, maar dat komt door die parkinson. Je gaat sneller huilen, zeggen ze. (Struikelt over zijn woorden) Voor mij is het een reflex: zoeken naar schoonheid, maar dat geldt niet voor hen. Voor mij is het makkelijker.»

HUMO Is schoonheid een ander woord voor zin?

Blanken «Het is, zo lelijk als het is, een mooi verhaal. ‘Hersenschimmen’ van Bernlef is een afgrijselijke geschiedenis, maar een prachtig verhaal. Kunst die de werkelijkheid overstijgt. Of het zin geeft? Ik aarzel, ik geloof niet zo in zin. Ik ben tot op het bot niet gelovig.

»Ik ben gereformeerd opgevoed. Toen ik 15 was, heb ik de kerk vaarwel gezegd. Maar afgelopen Kerstmis ben ik weer naar een nachtdienst geweest. Omdat ik me, bij wijze van research voor het boek, afvroeg: wat herinner ik me nog van de sfeer uit mijn jeugd? Behoorlijk veel, moest ik vaststellen: er is een kindeke geboren, de herders horen het als eersten, en er bestaat een God die naar je omkijkt, en alles is goed. Na al die jaren kon ik ook nog alle hits meezingen. De kerk spreekt je aan op het niveau van een 12-jarige: dat creëert geborgenheid, maar als man van 55 heb ik daar niks meer aan. Ik geloof in het godvergeten toeval. Dat bedoel ik niet blasfemisch, maar letterlijk: God is, als Hij bestaat, ons bij de schepping vergeten te vertellen dat er nog zoiets als toeval bestaat.»

HUMO Het gaat bij jou altijd om vergeten, hè?

Blanken (onverstoorbaar) «In de kerk van mijn jeugd staat de predestinatieleer centraal: alles is zoals het hoort te zijn. Vergeet het. Er is een mate van toeval die volstrekt zonder betekenis is. Als ik anders had geleefd, minder gezopen of suiker gegeten, had het geen bal uitgemaakt: ik had ook parkinson gehad. Domme pech.»

HUMO Vervelend.

Blanken «Niks vervelend, het is troostrijk. Het geeft je de drive om het leven ten volle te beleven – tot de laatste druppel.»


allesomvattend boek

Blanken grijpt alles wat hem overkomt dankbaar aan als extra materiaal voor zijn boek. Wat hij onderneemt, noemt hij zonder aarzeling research. Naar de kerk gaan, bij zijn zus een fotoboek doorbladeren om haar herinneringen te laten opwellen, romans over dementie en zorg doorploegen. Zijn laatste werk als journalist verrichte hij ook met het oog op dat ene allesomvattende boek. Voor een onvergetelijke reportage keek hij onder de schedel van Carel Dolman, een gymleraar die zich aan zijn hersenen liet opereren omdat hij ten gevolge van parkinson zijn bewegingen totaal niet meer onder controle had. Blanken vergeleek de metalen kroon die 3 millimeter diep in het hoofd van Dolman werd geboord met het vastdraaien van bouten in het wiel van een wagen: links voor, rechts achter, links achter, rechts voor – kruiselings, zoals het hoort. Veel emotie gaf de schrijver niet prijs. En dat doet hij nog niet. ‘Zou ik zo’n operatie ondergaan als het zo ver was met mijn parkinson? Ja. Een verstandskies laten trekken is erger.’»

HUMO Je noemt Carel wel een dappere man.

Blanken «Omdat het dapper is om zo’n besluit te nemen. Zijn vrouw moest er niks van hebben, maar hij zei: ‘Ik doe het toch.’ Het heeft hem niet genezen – niks geneest parkinson – maar het zette hem vier jaar terug in zijn ontwikkeling. Voor zijn operatie kon hij geen seconde stilzitten. Hij kon ook zijn gedachten niet stilzetten.»

HUMO Wat voor gevoel hield jij aan de operatie over?

Blanken «Dankzij hem heb ik mijn beste verhaal geschreven in 37 jaar journalistiek. Dat komt omdat ik zelf ziek ben. Ik ben anders verhalen gaan maken: ik luister beter naar mensen, ik ben meer geïnteresseerd. Omdat ik zelf langzamer ben geworden, beleef ik het verhaal van zo’n man intenser dan toen ik nog een normale journalist was. Ik ben ook op een ander niveau over schrijven gaan nadenken.

»(Hervat zich) Voor mij is de vraag niet: wanneer word ik dement? De vraag is: wanneer heb ik geen verhaal meer? Dáár moet ik het antwoord zoeken op wat ik uiteindelijk wil. Dementie wordt wel eens plotverlies genoemd: de draad van het verhaal kwijtraken. Het zicht op je personages verliezen. Wat als dat met mij gebeurt? Dat maakt me meer bang dan dat ik mijn broek niet meer kan dichtknopen. Toen de neurologen mij de diagnose gaven, had ik maar één vraag: ‘Kan ik blijven lezen, denken en schrijven?’ – ‘Ja,’ zeiden ze, ‘dat gaat voorlopig nog wel goed.’

'Voor mij is de vraag niet: wanneer word ik dement? De vraag is: wanneer heb ik geen verhaal meer?'

»Inmiddels gaan mijn ogen achteruit. Mijn bevattingsvermogen vermindert. Een gesprek met vier mensen volgen lukt niet meer. En als ik een uur achter de pc zit, doet mijn linkerhand niet meer wat ik wil. De grap is dat ik, als parkinsonpatiënt, net problemen heb met de dingen die voor mij buitengewoon belangrijk zijn.»

HUMO Is dat de grens?

Blanken «Het is méér de grens dan alle andere dingen.»


Laatste kunstje

Vier jaar geleden, op de eerste zomerdag, heeft hij de diagnose gekregen. En het gekke was: de avond daarvoor had de muze ’m die al aangereikt. Maar hij was ziende blind geweest. Het zat namelijk zo: hij had een tekst geschreven, non-fictie, waarin hij een personage een tremor had toebedacht. Sandra, zijn vrouw, had de tekst gelezen en had het woord ‘tremor’ op het internet opgezocht. Wikipedia leidde haar als vanzelf naar een site over de ziekte van Parkinson. Zeven van de tien ziektekenmerken waren op haar man van toepassing. Zelf had hij het achteraf nog gecontroleerd: het was niet zeven maar tien op de tien. En toch, zegt hij, toch had hij die diagnose niet verwacht. ‘Hevig ontkennen, dat was het.’

Drie jaar later nam Henk Blanken afscheid van zijn grote liefde, de journalistiek. Vreemd genoeg meldt hij dat hij daar blij mee is. Het heeft veel van de druk weggenomen. Hij is een keertje te vaak de straat opgegaan en niet meer voor vol aanzien omdat hij niet goed uit zijn woorden kwam.

Hij vertelt over zijn vader die ook voortijdig met pensioen is gegaan, als gevolg van de automatisering in de ambtenarij.

Blanken «Hij was rijksambtenaar. Op zijn aanstellingsbrief stond: ‘schrijver eerste klas’. Maar ik heb ’m nooit weten schrijven (lacht). Kort na zijn pensioen ging hij aftakelen – een beginnende alzheimer. Enkele jaren later is hij, veel te jong, overleden. Het was een heel schrale man. Er was niet zo veel meer van hem over. (Zwijgt) Bij mijn afscheid van de krant kreeg ik geld waarmee ik een fiets wilde kopen. Maar toen realiseerde ik me dat mijn vader, op het moment van zijn pensioen, van ons een fiets had gekregen – die hij algauw niet meer gebruikte omdat hij voortdurend viel. Dat is een mooi rijm met wat mij nu overkomt, ik hoef ook niet meer te fietsen.

»Met mijn vader heb ik nooit over het lijden gesproken. Hij was zo’n jaren 50-vader. Gezeglijk, braaf en bescheiden. Veel plezier beleefde hij niet aan zijn leven. Ik sprak mijn vader met ‘u’ aan. In de laatste twee jaar van zijn leven gebruikte ik wel eens een keer ‘jij’, maar nooit zijn voornaam. Ik heb nooit ‘Arie’ tegen hem gezegd. Ik heb hem ook nooit omhelsd, dat deed je niet. Wij gaven elkaar zelfs geen hand.»

HUMO Praat jij met je zoon over wat jij doormaakt?

Blanken «Hij leest soms in het boek dat ik aan het schrijven ben. En hij is dus met Kerstmis mee naar de kerkdienst geweest, op zo’n moment hebben we best intense gesprekken.»

HUMO De wereld is erop vooruitgegaan.

Blanken «De wereld is enorm veranderd. En het stomme is: toch ga ik steeds meer op mijn vader lijken. Het beeld dat ik van mijn vader heb, is dat van een bangelijke, ongelukkige, gebrekkige, ziekelijke man. Dat beeld heb ik sinds zijn dood in ’85. Ik heb altijd gezegd: ik wil niet op mijn vader gaan lijken. En wat gebeurt er verdomme (slikt)?»

HUMO Ziekelijk, oké, maar je lijkt me niet bang.

Blanken «Ik ben alleen maar bang om bang te zijn, heb ik ooit tegen een psycholoog gezegd. De eerste maanden van parkinson waren euforisch: je bent dankzij de medicijnen eindelijk van alle ellende af. Je leeft in een roesje. Maar bij mij bleef het duren, jaren aan een stuk. Ik was aan het wachten op de bijl die me in de nek zou slaan. Dat maakt me soms angstig.»

HUMO De bijl is nog niet gevallen?

Blanken «Nee. Ik word elke ochtend om vijf uur wakker, ik heb veel pijn, schrijven gaat steeds moeilijker, ik ga de deur liever niet meer uit, maar nog steeds denk ik: ‘Ik heb er best veel aan.’ Ondanks dat stemmetje in mijn achterhoofd: ‘Wacht maar jongen...’»

HUMO Je boek zal ‘Pistoolvinger’ heten. Mooie titel.

Blanken «Eén van de eerste symptomen van de ziekte was: deze ene vinger die omhoog gaat staan. Carel Dolman heeft ’m voor mij benoemd. ‘Je pistoolvinger,’ zei hij. Het geval wil dat ik een journalist van de oude slag ben die met twee vingers tikt. Toen ik thuiskwam van het interview met Carel, tikte ik mijn aantekeningen uit, en merkte ik dat ik met mijn middelvinger aan het schrijven was. En dat ik dat al maanden had gedaan, zonder dat ik het zelf in de gaten had. Die vinger is het symbool van de ziekte, maar ook van het vermogen om je aan te passen.»

HUMO Tegelijk is ‘Pistoolvinger’ een allusie op de mogelijkheid van zelfdoding.

Blanken «Je gaat me niet geloven, maar daar heb ik nog nooit over nagedacht: je bent de eerste die het me zegt. Ik zie opeens allemaal populaire Amerikaanse zelfmoordenaars langskomen. Hartelijk dank (lacht). En dat geweldige boek van Jeroen Brouwers, ‘De laatste deur’, schiet me ook door het hoofd: zijn opus magnum over zelfdoding in de letteren.»

Hij verdwijnt naar zijn schrijfhok. Even later komt hij weer tevoorschijn met een cadeautje van zijn uitgeverij: een majestueuze lijst met daarin allerlei stukjes aan elkaar gekleefde tekst, waarop behoorlijk veel is doorgehaald en verbeterd. Een facsimile van Brouwers’ handschrift van zijn jongste boek, ‘Het hout’. Blanken streelt de woorden achter het glas. ‘Jeroen Brouwers heeft een herseninfarct gehad, en kan nog maar dertig woorden per dag schrijven. Kijk, zulke kleine stukjes schrijft hij, met de hand! En zo’n boek! Wat hij doet, is onvergelijkbaar.’

Blanken verzet zich tegen de suggestie dat ‘Pistoolvinger’ zijn laatste kunstje is. ‘Eind 2015 moet het klaar zijn, er zou best nog een volgend boek kunnen komen.’

Blanken «Gemiddeld worden mensen na een jaar of acht hulpbehoevend. Dat betekent niet dat in 2019 een knop bij mij omgaat. Nee, het brokkelt langzaam af: je kunt in de schemering geen tennisbal meer zien, je ruikt niks meer, je loopt behoedzaam de trap af. Ik heb geen idee hoelang het nog goed gaat.»

HUMO Heb je gedaan wat je moet doen?

Blanken (knikt) «Vijf jaar geleden dacht dat ik nooit tevreden zou zijn. Elk jaar moest het knallen: een prijs winnen, een boek schrijven – er zat heftige dwang achter, alsof de dood me op de hielen zat. Nu weet ik dat het lullig afloopt, maar ik heb geen haast meer. Ik ben gelukkig. Ik denk: ‘Jongen, dit is ongeveer wat je kon.’»

Hij heeft daarnet nog iets meegebracht. Een dubbelgevouwen print met gedichten uit een Nieuw Wereldtijdschrift van 1987, zijn debuut in de poëzie. Vijf gedichten over zijn vader, moeten we maar eens lezen als we thuis zijn.

Thuis vouw ik de print rustig open. De gedichten hebben de titel: ‘Een man in Silezië’. De vader van Henk Blanken heeft de werkkampen van de nazi’s overleefd. Zo vertelt de dichter over het levenseinde van zijn vader:

Onhandig zocht ik wat niet mee mocht

bij elkaar: je bril, een boek dat jij

had uitgelezen. Besluiteloos heb ik

daarna een vader aangekeken. Ik had

zijn haar nog willen kammen, een laken

rond het lichaam geschikt, de schrik

uit zijn ogen gestreken.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234