null Beeld

Schrijver-diplomaat Herman Portocarero over de collaboratie van zijn familie

Schrijver en diplomaat Herman Portocarero houdt niet van zijn voornaam, sinds de dag dat hij begreep dat hij die aan Hermann Göring te danken heeft.

'Het slechtste van de jaren 30 keert terug: populistische politiek, antisemitisme, racisme, ondoordachte oorlogen'

‘Mijn vader wou dat ik zo heette, hij heeft altijd een zekere verering voor Göring gehad – een merkwaardig personage onder de nazi’s natuurlijk. Toen ik een jaar of 10 was, oefende hij enige druk uit opdat ik ‘Hermann’ zou schrijven, met dubbele ‘n’. Dat heb ik consequent geweigerd.’

Het is 23 jaar geleden dat we elkaar gezien hebben. ‘Je ziet, ik ben wat ronder geworden.’ Ook die vorige keer kaartte ik het oorlogsverleden van zijn familie aan. ‘Men kon niet zwarter geboren worden dan ik, zoon en kleinzoon van politiek veroordeelden,’ mocht ik toen voor Humo opschrijven, en daar hield hij het graag bij, uit schroom: ‘Mijn vader en moeder leven nog.’

Zijn jongste boek heet ‘Collaboratie, fortuin en ondergang. Familiekroniek 1914-1945’. Is de schroom inmiddels overwonnen?

Herman Portocarero «Mijn ouders zijn ondertussen overleden, zodat ik die schroom minder heb. En er zijn documenten aan het licht gekomen, onder andere in de nalatenschap van mijn vader.»

undefined

null Beeld

'Portocarero's ouders, op hun trouwdag in 1941. 'Mijn moeder was zó verliefd op mijn vader, denk ik, dat ze haar eigen achtergrond verloochend heeft.'

Zijn moeder stierf in 1994, zijn vader in 1998. Herman Portocarero ontruimde het ouderlijk huis aan de Beukendreef in Sint-Katelijne-Waver, waar deze Antwerpse familie in 1967 beland was. ‘Het huis barstte van documenten, geheimen en herinneringen,’ schrijft hij. De onuitgesproken familiegeschiedenis was er opgeslagen in stapels papier: veel nazipropaganda ook, en eindeloze jaargangen van Berkenkruis, het blad der oostfrontstrijders. ‘Regelmatig moest ik even naar buiten om adem te happen.’

Zijn familiekroniek heeft Portocarero opgedeeld in twee delen.

‘Eerste Boek’, Eerste Wereldoorlog: daarin komt Hermans overgrootvader August Portocarero, telg uit een geslacht van veehandelaren, in het vizier. De man was de winstgevende collaboratie met de Duitse bezetter genegen, maar ging op de rem staan, onder andere omdat hij een zoon aan het IJzerfront had. Wie van geen rem wist, was een grootoom van Portocarero, Joseph Louis. Hij bouwde een gigantisch fortuin op door handel met de Duitsers en was zo, volgens de chroniqueur, de eerste stamgenoot die weer inging op ‘de lokroep van het imperium’, in het voetspoor van krijgslustige voorvaderen uit de zestiende eeuw als Alonso Portocarrero, veroveraar van Mexico aan de zijde van Hernán Cortés. Veehandelaar Joseph Louis kwam het na de oorlog op een levenslange veroordeling te staan, maar hij vluchtte naar Nederland en had de guts om zich de volgende decennia vlakbij de grens, in Roosendaal, als kasteelheer te vestigen.

‘Tweede Boek’, Tweede Wereldoorlog. Nog sterker was de lokroep van het imperium dit keer: zowel Hermans grootvader, weer een Joseph Louis, als zijn vader Gaspar zouden collaboreren met de bezetter. De grootvader wordt door zijn kleinzoon omschreven als ‘amateuroperazanger, kweker van prijsvee en prijshonden, worstelaar en overtuigd fascist’. In slachthuiskringen was zijn claim to fame dat hij met de blote hand een stier op de knieën kon drukken. Een glazen oog had hij ook, het gevolg van een revolverschot. Door een ongeval of door een vechtpartij met zijn zoon Gaspar? Het is onduidelijk. Wel duidelijk is dat Gaspar een heftige tiener is. Bij rellen tussen links en rechts in de Antwerpse straten, 1936, staat hij rechts – fascist in het spoor van zijn vader. Tijdens zijn legerdienst, vanaf 1938, leveren zijn gedrag en politieke uitspraken hem 104 dagen arrest, 28 dagen politiekamer en acht dagen cachot op.

Nog voor de oorlog is grootvader Joseph Louis politiek verkozene voor het extreemrechtse Vlaamsch Nationaal Verbond. Tijdens de oorlog, zo vat Herman Portocarero het samen, ‘compromitteerde hij zich in Antwerpen steeds dieper met de politieke collaboratie’. Dat wil zeggen: hij werd lid van de DeVlag en de SS, nam deel aan razzia’s samen met Piet Verhoeven, Jodenjager en aanstoker van de Antwerpse pogrom in april ’41 – ‘details’ die ik elders lees, niet in Portocarero’s familiekroniek. Weerhoudt een zekere pudeur hem soms toch nog om de dingen bij hun naam te noemen?

null Beeld

Portocarero «Er blijft een zekere schroom, want er is een heel dunne grens tussen nestbevuiling en je verhaal vertellen. Het gaat uiteindelijk over je rechtstreekse familie. Anderen hebben de geschiedenis van mijn vader en grootvader opgerakeld: in 2007 was er het boek van Lieven Saerens over de Jodenvervolging in Antwerpen, en dat heeft me gemotiveerd om dit boek te schrijven. Want ik heb alle respect voor objectieve geschiedschrijving, maar wat me hinderde, was dat die zaken in het publiek werden gegooid zonder dat er met de families was gepraat, terwijl de dossiers van het krijgsauditoraat in principe confidentieel zijn. Als het dan toch onvermijdelijk is dat erover geschreven wordt, was mijn overweging, gebeurt het beter door iemand die ook alle achtergrondinformatie over de persoonlijke gevallen kan geven. Wij kinderen van de repressie zijn aan het verdwijnen – laten we realistisch zijn, ik ben de 60 goed voorbij – en na ons rest alleen de hardere, misschien minder genuanceerde officiële geschiedschrijving. Want voor historici moet alles in categorieën passen, ze gaan er met een vrij grove borstel door. Ik oordeel over feiten, maar ik respecteer personen.»

Eén feit mis ik in Portocarero’s familiekroniek. Zowel zijn grootvader als zijn vader waren in 1938 lid van Het Anti-Joodsch Front, gemeenlijk bekend als de Zwarte Garde. Dat was een heel kleine groep rond Emiel Francken, en zo behoren de twee Portocarero’s in ons land tot de avant-garde van het kwaadaardigste antisemitisme. Het logo van Het Anti-Joodsch Front was een davidster met doodshoofd in het midden. Voor dit clubje moesten de joden óf uitwijken óf ‘de volledige uitroeiing door sterilisatie of sneller werkende middelen’ tegemoetzien. Waarom speelt het antisemitisme dan zo’n minieme rol in Herman Portocarero’s relaas?

undefined

'Mijn vader heeft altijd bestreden dat hij aan de Jodenjacht had deelgenomen. Die beschuldigingen zijn in zijn veroordeling ook niet weerhouden'

Portocarero «Omdat ik heel onzeker ben over wat er precies gebeurd is. Het is te complex en ik had te weinig gegevens, vooral over wat er tijdens de oorlogsjaren gebeurd is. De beschuldigingen van deelname aan de Jodenvervolging zijn in de veroordeling van mijn vader niet weerhouden. Ze kwamen wel aan bod in de ondervragingen, maar in gesprekken met mij heeft hij zelf altijd bestreden dat hij aan de Jodenjacht had deelgenomen. Mijn grootvader en diens neef hebben altijd beweerd dat ze juist veel Joodse onderduikers in Antwerpen gehólpen hebben.

»Mijn familie had een vreemde relatie met de Joodse gemeenschap: mijn overgrootoom, het hoofdpersonage van het ‘Eerste Boek’, was oorspronkelijk een veekoopman maar is geëindigd als diamanthandelaar, met een zeer nauwe relatie met de Joodse gemeenschap. Waarvoor hij overigens in 1943 door de Duitsers opgesloten en mishandeld is. Vanwege die complexe relatie ben ik voor wat mijn vader betreft niet op dat antisemitisme ingegaan. In zijn manuscript uit de jaren ’97-’98, de ruggengraat van mijn verhaal over hem, gaat hij daar zelf ook niet op in. Er is één kleine aanduiding, die ik wel geef: aan het eind van de oorlog, in Polen, is zijn leven gered door twee Joodse verpleegsters, en wat mij heel erg stoorde – wat ik ook schrijf – is dat hij in zijn manuscript ‘Joodse’ tussen aanhalingstekens plaatst, alsof hij het níét aan Joden te danken had.»

HUMO U schrijft over de verbastering van het geslacht der Portocarero’s, ook met Joods bloed. Dan is het wel een intrigerende kwestie waarom uw directe voorouders zich inlieten met het venten van het proza van het Anti-Joodsch Front: ‘Juist zoals een rashond voor altijd verloren is wanneer hij door een straathond gedekt is geweest, zo ook zijn onze meisjes voor immer verloren, wanneer zij door een Jood zijn bezoedeld geworden.’

Portocarero «Misschien zit er nog een nieuw boek in. Die dingen heb ik er misschien onbewust een beetje uit gehouden. Het is het laatste element waar ik zelf heel oncomfortabel mee ben.»


Postapocalyptische roadmovie

HUMO Bij het begin van de oorlog belandt uw vader als krijgsgevangene op een enorm landgoed in Skandau, Oost-Pruisen. Daar situeert u zijn bekering tot het nazisme, omdat in die quasi-feodale omstandigheden zijn droom van een groots leven gestalte kreeg. Moest deze antisemitische Hitler-vriend echt nog bekeerd worden?

Portocarero «Wat hem in Skandau overkomt, is misschien een díépere bekering. Het antisemitisme was een belangrijk element, maar de totaalvisie op wat Duitsland in Europa onder Hitler zou zijn, krijgt hij pas tijdens zijn krijgsgevangenschap van mei ’40 tot januari ’41. Een vrij korte periode, maar waarin heel belangrijke dingen gebeuren, ook romantische – maar dat moet de lezer zelf maar ontdekken.»

undefined

null Beeld

'Toen de oorlog voor Hitler verloren was, had mijn moeder de kans om naar Argentinië te vluchten, maar ze wilde mijn vader, nog vermist aan het front, niet achterlaten'

Dan bedoelt hij de intieme relatie die de gravin van het domein, Karin von Lehndorff, in afwezigheid van de graaf, met de haast tien jaar jongere Gaspar Portocarero onderhoudt. Hij laat haar wenend achter, in Antwerpen wacht hem een huwelijk met Anna, een meisje dat uit Lillo naar de stad verhuisd was en dat hij in een korfbalclub had ontmoet. ‘Mijn moeder,’ schrijft de zoon, ‘was in de jaren voor de oorlog rebels, knap en ondernemend’ – ‘een gevaarlijk aantrekkelijke tiener, donker als een zigeunerin met brandende ogen’.

Portocarero «Toen ze elkaar ontmoetten, was dat een clash van twee werelden. De background van mijn moeder was volledig verschillend: haar vormingsjaren in het milieu van de gegoede Antwerpse bourgeoisie waren veel liberaler, en zeker niet pro-Duits. Maar ze was zó verliefd op mijn vader, denk ik, dat ze haar eigen achtergrond verloochend heeft. Dat ging heel ver: toen de oorlog voor Hitler verloren was, had zij de kans om naar Argentinië te vluchten, maar ze heeft dat niet willen doen omdat ze mijn vader, nog vermist aan het front, niet wilde achterlaten.»

HUMO Het was een meisje dat van aanpakken wist: al op haar 21ste gaf ze leiding aan duizend personeelsleden bij Reitz Uniformwerke, dat het Duitse leger van kleren voorzag, onder andere de winterkleding voor het offensief in Rusland. Daar had ze geen problemen mee?

Portocarero «Ook al wist ze dat er afkeurend gekeken werd, ze is tot op het einde van haar leven heel tróts geweest dat ze zo jong zo veel verantwoordelijkheid had gekregen. Toen mijn vader terugkwam uit krijgsgevangenschap zorgde ze ervoor dat hij er de bedrijfskeuken kon leiden. Als huwelijkscadeau kregen ze een exemplaar van ‘Mein Kampf’. Gesigneerd – zij het niet door Hitler, maar door de bedrijfsleiders.»

Gaspar Portocarero, vanaf 22 maart 1941 lid van de Algemeine SS-Flandern, ging in 1942 werken in de Erla-vliegtuigfabriek. Bij een oproep voor een Jodenrazzia kon men daar altijd weg, zonder loonverlies, zei de automechanicien en Jodenjager Marcel Eeckhout later. Ook Gaspar was bij die razzia’s betrokken, volgens zijn verklaring.

Portocarero «Het is mogelijk dat mijn vader daarbij was. Maar het is ook zo dat hij vanaf 1943 dat soort verklikkers- en politiewerk in Antwerpen achter zich heeft gelaten. Daarmee staat zijn persoonlijk parcours in contrast met dat van de nazi’s: aanvankelijk voerden die een open oorlog, maar langzaamaan zijn ze afgegleden naar grootschalige, criminele massamoorden, terwijl mijn vader – zo hij al betrokken was bij de razzia’s – juist veel moediger is geworden en in een veel echtere oorlog aan het oostfront is gestapt. Volgens de dossiers van het krijgsauditoraat werd hij op 10 april 1943 in de Waffen-SS opgenomen. Misschien was dat uit wroeging of afkeer van die eerste fase.»

HUMO Uw vader bleef tot het bittere eind van de oorlog in het oosten. U schrijft jaloers te zijn op z’n survival skills.

Portocarero «Hij heeft niet alleen de gevechten aan het front overleefd, maar ook de krijgsgevangenschap bij de Russen, in heel dramatische omstandigheden. En dan heeft hij ook nog eens een tocht gemaakt dwars door de chaotische ruïnes van het midden van Polen tot in Lübeck. Dat is een regelrechte postapocalyptische roadmovie. In zijn autobiografie geeft hij niet veel details, maar we kunnen die wel invullen – hoe het was om door de decors van het Jaar Nul van de geschiedenis op je eentje en clandestien een traject van vijfhonderd kilometer af te leggen. Het is een mirakel dat hij het overleefd heeft.

»Na alles wat hij doorstaan had, kwam het voor hem des te harder aan dat hij genadeloos werd aangepakt door de eerste Belgische autoriteiten met wie hij in contact kwam. Hij werd afgetroefd door de Brigade Piron in Duitsland en nog een keer door de rijkswacht aan de Luxemburgse grens. Dat heeft hij België nooit vergeven. Veel van zijn blijvende verbittering kwam dááruit voort, en niet zozeer uit zijn gevangenschap, die hij als een logisch gevolg van zijn keuze kon beschouwen.»


Vicieuze cirkel

HUMO Op 3 december 1946 veroordeelde de krijgsraad hem tot veertien jaar gewone hechtenis. Uw grootvader kreeg vijf jaar. Een ‘feest van de haat’ was de berechting van de collaborateurs niet, schrijft u, maar u hebt het wel over ‘de wraak van België’.

Portocarero «Een wraakelement was onvermijdelijk, omdat het politiek geladen processen waren. Tegelijk probeer ik als jurist te oordelen en moet ik besluiten dat de kwaliteit van de rechtspraak over het algemeen zeer behoorlijk was.

»Mijn vader kwam eind 1949 al vrij – ironisch dat het uiteindelijk familie van moederszijde was die hem uit de gevangenis wist te redden.»

HUMO Dankzij de diplomatieke inzet van een goed geconnecteerd hoertje van het Antwerpse Eilandje dan nog.

Portocarero «Dat behoort tot de familielegendes, een erg pakkend verhaal dat tot op zekere hoogte gedocumenteerd is. Mijn vader hoopte dat de politieke connecties van mijn grootvader hem vrij zouden krijgen, maar dat mislukte. Uiteindelijk zijn het de liberale connecties die gewerkt hebben.»

HUMO ‘Zijn eerste vrijheidsdaad bestond erin mij te verwekken,’ zei u me vorige keer.

Portocarero «Dat komt een beetje pretentieus over.»

HUMO Vóélde u het stigma het kind van een zwarte te zijn, in de schamele omstandigheden van uw eerste levensjaren, op die derde verdieping van de Herentalsebaan 12 in Borgerhout?

Portocarero «Ik was een jaar of vijf, zes voor ik in algemene termen echt besefte wat er gaande was. Er waren de occasionele problemen met de politie, zelfs met de staatsveiligheid, er was het gefluister over witten en zwarten. Het werd me nog duidelijker toen ik als 7-jarige op verlof werd gestuurd naar Nedersaksen. Mijn vader had daar nog connecties met de Ostvertriebenen, etnische Duitsers die uit het oosten verdreven waren, en die hem altijd na aan het hart hadden gelegen. Door die onderdompeling tussen mensen die het nazisme nog niet achter zich gelaten hadden, had ik het voor 80 procent wel door, denk ik. En op school werd ik ook achtervolgd door fluisteraars: ‘Hij is een zwarte!’

»Mijn vader vond moeilijk werk, of alleen slechte jobs, als direct gevolg van de oorlog. In zijn gevangenisjaren was hij nog in zekere mate afgeschermd geweest, mijn moeder onderging toen de meeste gevolgen van hun situatie. Maar zij had een ontembare spirit die ze haast tot haar laatste moment behouden heeft.»

HUMO Hoe keken ze naar elkaar terwijl ze die oorlog verwerkten?

Portocarero «Ze zijn altijd samengebleven ondanks het vaak ingewikkeld parcours. Mijn moeder is ook altijd naar mijn vader blijven opkijken. Zij had een keuze gemaakt: hij was háár man, en ze is tot het bittere einde bij die keuze gebleven, ondanks alle vernederingen en afkeuring.»

undefined

'In sociale termen had mijn vader zich vanaf het midden van de jaren 60 vrij goed hersteld, maar ik weet niet of hij eerherstel gewild zou hebben. Schouderklopjes van de Belgische staat zou hij geweigerd hebben, denk ik.'

HUMO U noemt uw vader heel intelligent: valt dat te rijmen met het ontkennen van de holocaust?

Portocarero «Het blijft je vader, hè. Ik voel een vreemde mengeling van respect en afkeuring. Onbewust zoek je toch naar goeie dingen in zijn karakter. Hij wás intelligent, een zeer belezen man, hoewel hij nooit hoger onderwijs genoten had. Self-educated. Tijdens zijn gevangenschap evolueerde hij in een uitgesproken filosofische richting. Dat blijkt uit zijn dagboek uit die tijd: hij zat te dubben over de schuldvraag. Maar na zijn vrijlating is hij geleidelijk afgegleden naar revisionistische theorieën: dat Hitler de oorlog niet gewild had, de ontkenning van de holocaust, de ontkenning van het bombardement op Guernica...

»Die theorieën waren uiteindelijk het product van het gebrek aan verzoening. Het is belangrijk de psychologische cyclus te begrijpen die zo’n man ondergaat. Hij had zich volledig gegeven voor de nieuwe orde, en moest daar dan ook de gevolgen van ondergaan: rechtsgedingen, gevangenis, werkkampen... Op dat moment ondervroeg hij zijn geweten, was er een wil tot verzoening, denk ik, de wens om terug te kunnen keren naar de maatschappij. Maar de maatschappij wil de zwarte niet terug. En dan wordt het echt een vicieuze cirkel: vanuit die afwijzing klampen ze zich nog stugger aan hun overtuiging vast. De meeste collaborateurs waren aan het eind van hun leven overtuigder van hun gelijk dan in 1940.»

HUMO Uw grootvader kreeg eerherstel, uw vader niet. U lijkt dat te betreuren, maar was eerherstel überhaupt mogelijk voor iemand die in zijn gelijk volhardde?

Portocarero «Ik weet niet of hij eerherstel gewild zou hebben. Het kwam hem goed uit zijn personage tot het einde toe te kunnen volhouden. In sociale termen had hij zich vanaf het midden van de jaren 60 vrij goed hersteld, maar schouderklopjes van de Belgische staat zou hij geweigerd hebben, denk ik. Hij heeft geprobeerd een oorlogspensioen te krijgen aan Duitse kant, maar dat heeft ook niets opgeleverd.»


Vooroudercultus

HUMO Hebt u nooit een moment van rebellie tegen uw vader gekend?

Portocarero «Nee, soms harde woorden, maar niet echt een breuk.»

HUMO Ik kan het me moeilijk voorstellen, zo’n verstokte revisionist in huis.

Portocarero «Ik ben er ook van weggelopen, hè? (Sinds z’n 24ste heeft Portocarero voornamelijk in het buitenland gewerkt als diplomaat, red.)»

HUMO Ik zag het doodsprentje van uw vader over het internet zwerven. ‘Vanuit de herinneringen kan dankbaarheid een houvast worden, voor u en voor ons.’ Toch een onverwachte samenvatting, die dankbaarheid.

Portocarero «Zo is het dan ook niet voor mij. Ik had er zelf het citaat uit ‘Faust’ van Goethe op willen plaatsen: ‘Wer immer strebend sich bemüht, Den können wir erlösen’.»

HUMO Mag ik dat begrijpen als: elk strevend mens verdient de absolutie?

Portocarero «Ik betwijfel of er echt een verlossing is in dit verband, en ik ben niet religieus genoeg om te geloven dat er in het hiernamaals een eindafrekening wordt gevraagd. Maar ik blijf geloven dat mijn vader naar intensiteit en waarheid zocht, en daarom behoud ik een moeilijk maar authentiek respect voor hem, ook al keur ik haast alles af waar hij voor stond.»

HUMO Het lege materialisme om ons heen, schrijft u, doet dat respect voor hem alleen maar groeien. Dat begrijp ik niet.

Portocarero «Voor mijn vader was de materiële wereld niet het einde, hij had de intensiteit van de krijger in zich, zocht naar iets intensers – helaas op zijn foute manier.»

undefined

'Zou ik met het temperament van de Portocarero's in dezelfde omstandigheden hetzelfde hebben gedaan als mijn vader en grootvader? Ik durf daar niet zomaar ja of nee op te antwoorden'

HUMO Moed, energie, de zoektocht naar intensiteit, het lijken dingen die u bewondert, los van de overtuiging waaraan ze gekoppeld zijn.

Portocarero «Ik plaats het verhaal van mijn vader in contrast met dat van andere familieleden. Hij was de enige die voor zijn overtuiging zijn leven op het spel heeft gezet. Terwijl de anderen, vooral van de vorige generatie, zeer goed gevaren zijn bij hun economische collaboratie. In die zin was mijn vader de laatste krijger van de Portocarero’s, de laatste in een rij van voorgangers die meer bevreesd waren voor onbeduidendheid of irrelevantie in hun leven dan voor de risico’s die ze namen. Ik vertaal het een beetje speels in een familieleuze die niet bestaat: ‘Beter gevaarlijk dan gewoon’.»

HUMO ‘De ware aard van mijn stam’ noemt u dat: dat getuigt wel van een verregaand genetisch fatalisme.

Portocarero «Het is toch opvallend dat je in de 20ste eeuw bij de Portocarero’s drie opeenvolgende generaties hebt die ingaan op de sirenenzang om zich vooral te affirmeren, zich te bevrijden uit de kleinburgerlijkheid, en zichzelf als iets veel groters dan hun omgeving te zien. Dat is te vaak gebeurd om toevallig te zijn, er zít een genetisch element in.

»Eén van mijn eigen religies is de vooroudercultus: je kan je niet losmaken van je voorouders, je bent er hoe dan ook het product van. Ik stel mezelf ook zonder schroom de vraag: zou ik met het temperament dat wij Portocarero’s allemaal hebben in dezelfde omstandigheden hetzelfde hebben gedaan als mijn vader en grootvader? Ik durf daar niet zomaar ja of nee op te antwoorden.»

HUMO Hebt u met die vrees geleefd lid te zijn van een ‘verdoemd ras’?

Portocarero «Toch wel. Ik heb altijd beseft dat de verleiding tot geweld in ons sterker is dan in andere families. Maar ik ben er niet van weggelopen. Ik heb niet gezegd: ‘Het stopt bij mij!’ Ik heb een zoon, ik heb mijn genen bewust doorgegeven, met de kwaliteiten én de waarschuwingen.»

HUMO Die waarschuwing bedoelt u ook algemener. U noemt uw boek ‘een bericht aan de nieuwe fascisten’ in uw geboortestad.

Portocarero «Veel van de kwalen uit de eerste helft van de 20ste eeuw zijn aan het terugkomen: populistische politiek, antisemitisme, racisme, ondoordachte oorlogen, grenzen die niet meer gerespecteerd worden. Het slechtste van de jaren 30 keert terug.»

HUMO En wat is dan de kernachtigste samenvatting van uw bericht?

Portocarero «Controleer het beest in jezelf!»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234