Schrijver Peter Buwalda over de lijdensweg na 'Bonita Avenue'

Peter Buwalda ontvangt me in een extra large woonkamer, ooit de gelagzaal van een café. Hij is de schrijver van ‘Bonita Avenue’, één van de meest geprezen Nederlandstalige romans van het lopende decennium – met 350.000 exemplaren ook één van de best verkochte.

'Van mij mag alles onder het schrijven lijden, zelfs de liefde'

HUMO Je curriculum heeft een mooi begin: geboren in Brussel. Ben je er ook verwekt?

Peter Buwalda «Geen idee. Nooit over nagedacht. Ik vind mezelf kennelijk niet zo interessant. Mijn moeder is Nederlandse en ze heeft mijn verwekker – een Belgische arts – leren kennen in Nederland. Het kan best zijn dat ik gewoon braaf in Nederland ben verwekt – mijn geboorte in Brussel heb ik zelf altijd wel een beetje als exotisch ervaren. De eerste zes, zeven maanden van mijn leven woonden we in Sterrebeek. Ik ben er zelden terug geweest, ik vind er geen aansluiting. Met een tussenstop in Nederhasselt, meen ik, zijn we daarna naar Nederland verhuisd. Mijn biologische vader is uit mijn leven verdwenen toen ik een jaar of 6 was. Wel heb ik tot mijn 18de nog een Belgisch paspoort gehad. Daar heb ik toen met gemak afscheid van genomen – het Nederlanderschap zegt me trouwens ook niet zo gek veel.»

HUMO Je hebt op ongewoon veel plekken gewoond in Nederland. Ik noteerde Venlo, Utrecht, Enschede, Rotterdam, Leiden, Haarlem, Amsterdam…

Buwalda «Het is wel een hele sluiproute, ja: ik ben niet zo iemand die na zijn middelbare school meteen in Amsterdam is gaan zitten. Mijn parcours had toch iets voorzichtigs, iets provinciaals, en ik ben er wel blij mee dat ik niet altijd in Amsterdam heb gewoond.»

HUMO Je hebt neerlandistiek gestudeerd: heeft dat de latere schrijver geholpen?

Buwalda «Ja, zeker. Ik heb eerst een week of zes natuurkunde gestudeerd, kreeg toen ontzettend heimwee naar een paar hele goeie boeken, die me eerder als verplichte lectuur door de strot waren geduwd. ‘Een nagelaten bekentenis’ van Marcellus Emants en ‘De donkere kamer van Damokles’ van W.F. Hermans, die twee boeken. Ik miste plots die rare niet-bestaande wereld; iedereen die leest weet waarover ik het heb. En dus ging ik Nederlands studeren, en dat hele instituut daar maakte grote indruk op mij: je had er professoren die hun brood verdienden met literatuur en die plaatsvervangend optraden namens Couperus en Van Schendel, zoals de paus er is voor Jezus en God. Nu heb ik iets bij de staart dat écht van belang is, dacht ik.»

HUMO Na je studie was je een jaar of vier journalist: was dat wat?

Buwalda «Nou, ik kon het wel aardig op papier zetten, maar de dorst om nieuws te vinden had ik niet. Ik vind het wel een heel leuk beroep. Je komt overal en zit overal met je neus op. Een huisarts ziet het minst interessante deel van me, een teennagel of zo. Een journalist komt tot de kern.»

HUMO En hoe moeten we ons Peter Buwalda als redacteur op een uitgeverij herinneren?

Buwalda «Als een weerspannig iemand. Ik vond het vervelend werk. Ik was een verkapt schrijver en dan gaan de dingen die een goed redacteur leuk moet vinden je tegenstaan. Gaten dichtlopen voor schrijvers die er zelf niet zo’n zin in hadden – wat veel voorkomt – is niet zo prettig. Ze bezorgen je een soort bouwpakket: ‘Hier, maak jij er maar een roman van.’»

HUMO Kunnen we je de ontdekker van één of andere auteur noemen?

Buwalda «Ik ben de ontdekker van het souterrain van De Slegte. Verder heb ik helaas geen grote ontdekkingen te melden. Het interesseerde me als redacteur wel hoe boeken eruitzien. Ik ben namelijk ook een bibliofiel. Neem die boeken van mij hier: ze zijn bijna allemaal op het uiterlijk gekozen, ongeveer zoals het begint met een vrouw. Deze Querido-pocket bijvoorbeeld: heb ik gekocht omwille van de kop van Gerard Walschap achterop. ‘Die móét ik hebben!’ En dan kocht ik al zijn boeken.»

HUMO Ik lees weleens wat over je eigen kop: ‘hologige woeste verschijning’, dat soort dingen.

Buwalda «Daar heb ik zelf nooit over nagedacht. Dat doe je niet, voor je bekend bent. Kun jij dat, reflecteren over je eigen kop? Op foto’s kan ik er heel verwilderd uitzien, een gek. Terwijl het er voor mezelf vanbinnen heel degelijk en rustig uitziet (lacht).»

HUMO Kostte het veel moed de beslissing te nemen, halverwege de 30, alle schepen achter je te verbranden en jarenlang monomaan aan een grote roman te gaan schrijven?

Buwalda «Ik had wel gemerkt dat als ik iets probeerde te schrijven het altijd wel enig succes had, van het eerste opstelletje tot een essay in De Gids. Als het in het kleine altijd lukt, waarom zou het dan ook in het grote niet lukken, dacht ik. Als ik nu eens vijf jaar over een roman deed?

'Een leven zonder televisie zou ik een verarming vinden'

»Ik had mezelf ook iets aangeleerd: je moet ervoor zorgen dat je hobby’s goedkoop zijn. Dan hoef je geen geld. Ik had al meer boeken dan ik ooit zou kunnen lezen, heel veel muziek…»

HUMO Je was al binnen!

Buwalda «Precies. Ik had alles wat ik belangrijk vond – buiten literatuur en muziek had ik geen interesses. Nu heb ik meer geld, maar voor mijn gevoel heb ik toen net zo rijk geleefd als nu.»

HUMO Je wou bij die schrijvers in je boekenkast horen: dat was de grote ambitie?

Buwalda «Niet bij die schrijvers, maar bij wat ze gemaakt hebben. Het effect van een goed boek is zo groot op mij – trouwens ook de woede die ik kan hebben als ik een boek niet goed vind – dat ik het een belangrijke opgave vond om zelf een goed boek te schrijven.»

HUMO Hoe bekeken mensen in je omgeving die drieste stap naar het schrijverschap?

Buwalda «Ofwel dachten ze: ‘Hij is stapelgek!’, ofwel: ‘Hij weet precies wat hij aan het doen is!’ Daar zat merkwaardig genoeg weinig tussen. Zelf had ik twijfels met ups en downs, zoals ik die nog altijd heb. Het duurt een paar uur, een dag – niet langer. Maar het komt wel altijd terug, zo eens in de week.»


Epauletten van eelt

HUMO Het belang van ‘Bonita Avenue‘ voor je bestaan valt nauwelijks te onderschatten. ‘Zijn leven wordt doorkliefd door die ene bestseller,’ las ik in een VPRO-persbericht.

Buwalda «Dat klinkt pathetisch, maar het is wel waar: er is een tijd vóór, en een tijd ná ‘Bonita Avenue’. Het bepaalt heel mijn leven.»

HUMO Je was 38 bij het verschijnen van dat debuut, had daardoor ook meteen een rijpe stem, vond de kritiek. ‘Ergens heeft Peter Buwalda al zeven of acht andere romans liggen en die gaan we allemaal nog lezen,’ schreef Joost Zwagerman.

Buwalda «Ik wou dat dát waar was. Debuteren op je 38ste is laat, dat vind ik ook, hoor. Maar op mijn 25ste had ik hetzelfde boek nu eenmaal niet kunnen schrijven.»

'Ik relativeer genetische banden. Ik hoop dat mijn vader, door weg te gaan, een gelukkiger leven heeft gekregen'

HUMO En nu is de vrees dat succes lui maakt?

Buwalda «Op een gegeven moment word je zo vaak op de schouder getikt… Man, je kweekt epauletten van eelt! Daar moet je wel voor oppassen, die moet je er weer van afsnijden.»

HUMO Siem Sigerius, één van de hoofdfiguren van ‘Bonita Avenue’, treedt in het boek op in ‘Zomergasten’, wat een handige manier voor je is om aan te geven hoe beroemd hij is in Nederland. Intussen heb je zelf dus ook het hoogste bereikt: afgelopen zomer zat je in ‘VPRO’s Zomergasten’.

Buwalda «Dat is waar (lacht)! Nu kan ik m’n urn in. Het gekke is dat bijna alles wat ik in ‘Bonita Avenue’ verzonnen heb een soort werkelijkheid is geworden. In het boek gaat het erover dat Wilbert Sigerius contact zoekt met zijn biologische vader, die hij nooit meer gezien heeft; intussen heeft mijn eigen vader contact gezocht met mij. Siem Sigerius voedt stiefkinderen op in het boek, ik woon hier nu met Suzanne en boven in bed ligt haar dochtertje, morgen komen haar twee zoons hier over de vloer. Nooit had ik vermoed dat ik zo’n situatie zou aangaan. Zo zijn er nog meer dingen uit het boek werkelijkheid geworden: life imitates art. Dat voorspelt niks goeds, als je je het slot herinnert… (lacht)»

HUMO Verraste het je dat je biologische vader recent contact zocht?

Buwalda «Ik had er wel rekening mee gehouden dat die mogelijkheid bestond. We hadden elkaar nooit meer gezien, wisten niet eens van elkaar hoe we eruitzagen, en in één keer kon hij – doordat mijn boek zo veel succes had – niet meer om mijn kop en stem heen. Ik kan me voorstellen dat dat bij hem iets wakker riep. En ik vond het prima dat het gebeurde; het is een aardige man.»

HUMO Was het niet vreselijk spannend, alleen al om te checken of je op hem lijkt?

Buwalda «Het was de meest gespannen ontmoeting die ik ooit gehad heb. Voor hem en voor mij was het een gekke situatie, en tegelijk was het ook weer heel normaal. Je hebt nieuwe buren, en je stapt er een keer op af – zoiets ongeveer.»

HUMO Krijgt dit een vervolg, wordt je vader iemand in je leven?

Buwalda «Er zal altijd een mate van contact blijven bestaan, hoop ik. Maar ik zie mijn moeder en mijn stiefvader niet zo vaak, en zij hebben me opgevoed, dus het is niet de bedoeling dat ik hém vaker zal zien. Er zit wel een hiërarchie in, natuurlijk.»

'Klassieke muziek is één van de grootste ontdekkingen van mijn leven geweest'

HUMO Je vriendin Suzanne liet drie kinderen achter bij haar vorige partner om hier te komen wonen. Ze is journaliste, schreef daarover, en kreeg bakken kritiek, genre: ‘Kutmoeder!’ Begrijp je vanuit je eigen ervaring iets van die reacties?

Buwalda «Néé, eigenlijk niet. Als kind van gescheiden ouders heb ik ontdekt dat Wahlverwandtschaft – de personen in je leven die je zelf uitkiest – van groter belang is dan familierelaties. Ik relativeer het belang van genetische banden. Ik hoop dat mijn vader, door weg te gaan, een gelukkiger leven heeft gekregen dan hij verwachtte als hij bij ons was gebleven. Daarom heb ik het hem nooit kwalijk genomen. Ik had natuurlijk ook het geluk dat ik een geweldige stiefvader had.

»Dat is hoe ik het zelf ervaren heb: kinderen zijn in staat om de dingen zo te plooien dat het leven hun wel weer bevalt. We zijn zelfredzamer dan we denken. Dat wil niet zeggen dat iedereen iedereen zomaar aan de lopende band achter moet laten. Maar het is wel belangrijk om je af te vragen of Suzanne of mijn vader een moverende reden had om weg te gaan. Ga daar maar van uit.»


Op twee borden schaken

HUMO Wat heeft ‘Bonita Avenue’ je geleerd voor je volgende roman?

Buwalda «Dat ik nu verkeerd bezig ben (lacht). Ik weet wel zeker dat ik er te weinig energie in steek, nu. Die ideale omstandigheden waarin ik mijn debuut schreef, in volle afzondering, kan ik nooit meer creëren. Dat hou je één keer vijf jaar vol, daarna nooit meer. Het soort bestaan dat heel heilzaam is voor de roman, is onheilzaam voor de mens. Ik kan het niet meer opbrengen. Die voor een schrijver paradijselijke staat komt niet meer terug, ik moet mezelf nu op een andere manier concentreren, en dat is heel moeilijk.

»Vroeger moest ik nooit nee zeggen, want er werd me niks gevraagd: ik werd niet opgebeld, niet uitgenodigd. Nu moet ik voortdurend nee zeggen. Zal ik je eens vertellen welke reizen ik het afgelopen jaar aangeboden kreeg – geheel verzorgde reizen, met uitgerolde rode loper? Brazilië, Zuid-Afrika, IJsland, Spanje, Bulgarije, New York, Italië… Allemaal afgezegd, allemaal voor de roman die ik aan het schrijven ben. Dat doet soms zeer hoor, níét naar New York gaan als je daar wordt uitgenodigd door een grote Amerikaanse uitgever, níét afreizen naar Rio de Janeiro als Grunberg, Wieringa en Koch dat wel doen. Ik moet mezelf veel meer pijn doen dan vroeger.»

HUMO Ik wil niet te dramatisch doen, maar de mogelijkheid bestaat dat je al die reizen laat schieten om hier aan je eigen ondergang te zitten werken.

Buwalda «Omdat ik mijn eigen prestatie teniet kan doen met een slecht boek? Natuurlijk kan dat. Heb je ‘Zuiverheid’ van Jonathan Franzen gelezen? Een afknapper, vond ik, een schok! Dat kan dus kennelijk. Dat iemand die zo goed is – ik vond ‘De correcties’ een moderne ‘Buddenbrooks’ – dat niveau niet kan vasthouden: dat is schrikbarend. Maar zo dramatisch ervaar ik het nu ook weer niet, omdat ik tegelijk weet dat ik het wél kan.»

HUMO Het lijkt wel alsof je een experiment begonnen bent: kan ik een boek schrijven, niet in complete eenzaamheid, maar met deeltijds kinderen in huis en met mijn vriendin in dezelfde werkkamer?

Buwalda «De kinderen zijn niet zo vaak hier.»

HUMO En toch: het is een feest in de werkkamer, schreef Suzanne in een column. ‘We zitten schuin tegenover elkaar, zodat we elkaar goed kunnen zien en aanraken…’

Buwalda «Néé! (Lacht luid) Heeft ze dat geschreven! Wanneer?»

HUMO Ze is nog niet klaar: ‘We werken hard, we praten, we lachen… We schuiven tegelijkertijd onze stoelen naar achteren om op te staan en elkaar te omhelzen en vervolgens tegen de muur te drukken.’

Buwalda «Néé toch! Ik krijg het er helemaal warm van, man! Allemaal waar hoor, maar dat duurt dan vijf minuten en dan is het weer hard werken. Alles wat hier thuis gebeurt, lijkt sprekend op vroeger. Ik ga nooit de deur uit, ik werk elke dag – ik ben daarin heel gedisciplineerd.»

HUMO Maar de liefde mag er niet onder lijden, neem ik aan?

Buwalda «Eigenlijk wel, van mij mag alles onder het werk lijden, zelfs de liefde. Ik heb de grootste bewondering voor kunstenaars die alles opzij hebben gezet. Grunberg is een mooi voorbeeld.»

HUMO Ik onthou dat het boek voorrang heeft op Suzanne?

Buwalda «Het mooie is dat Suzanne juist bijdraagt aan het tot stand komen van dat boek, zij geeft veel rust en energie. Dat bijt elkaar niet. Als het dat wel zou doen, dan was het fffwwwttt, eruit! Het zou toch jammer zijn als Beethoven, en nu vergelijk ik me niet met hem, maar het zou toch jammer zijn als hij om de haverklap verliefd was geworden en de laatste zeven symfonieën maar had laten zitten?»

HUMO Je hebt honderdduizenden lezers. Kijken die mee terwijl je aan het volgende boek zit te schrijven? Je hebt tenslotte een soort contract met je lezers, zo formuleerde Jonathan Franzen het een keer.

Buwalda «Ik denk nooit aan een ander als ik schrijf, ik denk alleen maar: ‘Wat zou ik willen lezen?’ Dat is mijn enige kompas. Tegelijk is het waar dat de lezer is opgerukt, zich veel manifester is gaan opstellen. Die zit thuis niet meer te wachten tot Kees Fens of welke criticus dan ook meldt wat hij moet lezen. Helaas is dat zo, zeg ik erbij. De mondigheid van de consument is, net als in de politiek eigenlijk, ook in de literatuur opgerukt. Op internet krijg ik nog dagelijks recensies van ‘Bonita Avenue’, elke week worden er weer zoveel of zoveel stemmen uitgedeeld door allerlei lui die dat lezen. Je kan je daarvan afsluiten, en dat probeer ik ook wel, maar dat is veel moeilijker geworden. Al die reacties van lezers, dat móét wel iets doen met hoe je schrijft.»

'Wat is literatuur? Onzin die je heel goed weet te verkopen – heel goed gebakken lucht'

HUMO Waar leidt dat toe in jouw geval?

Buwalda «Dat ik op twee borden wil schaken. Mijn boek moet genietbaar zijn, en boeiend, zowel voor een ongeoefend als voor een geoefend lezer. Dat is moeilijk, maar wel het hoogste om na te streven, wat mij betreft. In de muziek is het ook zo: The Beatles zijn én inventief én algemeen genoeg om genietbaar te zijn voor iedereen.»

HUMO Nemen al je collega’s het je in dank af dat je 350.000 exemplaren hebt verkocht?

Buwalda «Ik denk dat er wel schrijvers zijn die mij kunnen afschieten. Dat is wel menselijk toch? Een slangenkuil zou ik de literaire wereld niet noemen, maar je houdt elkaar wel in de gaten. Dat houdt de boel fris. Ik voel dat er onder de schrijvers die jonger zijn heel veel talent zit. Er wordt goed geschreven en dat stimuleert me enorm.»

HUMO Als je je lievelingsschrijvers noemt, zijn dat altijd namen als Philip Roth of V.S. Naipaul, haast nooit schrijvers van bij ons – of het moet die ene keer zijn dat je Thomas Rosenboom noemde.

Buwalda «Omdat ik van niemand van mijn generatie of jonger al een boek heb gelezen dat in de buurt komt van ‘Publieke werken’ van Rosenboom. Anders was het me wel opgevallen, want dat is een uniek boek, een meesterwerk.»


Ludwig Heet van Boven

HUMO Laten we het over de nieuwe bundeling van je wekelijkse Volkskrantcolumns hebben, ‘Van mij valt niks te leren’. Het is donderdag, dus je hebt er vandaag eentje geschreven.

Buwalda «Donderdagochtend kom ik als een soort kanonskogel mijn bed uit, met maar één doel: de column. Ik leef dan onder de knoet van de tijd: elke minuut telt. Da’s wel lekker, een aanwinst in mijn leven. Ik heb mezelf opgelegd dat iedere column achteraf ook nog publiceerbaar moet zijn in een bundel. Ik wil niet na een jaar denken: ‘Deze kan nooit de bundel in.’ Dat legt veel druk. Het kan voorkomen dat ik een uur naar een alinea zit te kijken met de gedachte: ‘Deze kan nooit een boekje in…’ Zo kan ik enorm vastlopen.

»Het is even zoeken geweest, voor mij was het een nieuw vak.»

HUMO En hoe heten de vakmeesters dan?

Buwalda «Zelfs Carmiggelt heb ik gelezen, en natuurlijk Campert, Jan Mulder, oude Boontjes ook, daar heb ik niet zo gek veel meer aan. En verder iedereen die in de Volkskrant staat: Sylvia Witteman, Peter Middendorp, Max Pam.

»Ik hechtte in het verleden niet zo gek veel waarde aan columns, maar nu vind ik ze wel verrijkend. Mijn indruk is dat dichters wat ze doen groter maken, het mythologiseren, en romanciers zeggen de dingen ongeveer zoals ze zijn, maar columnisten kleineren hun eigen producten, ze doen alsof het allemaal niks voorstelt. Terwijl het toch een mooie kunstvorm is, met de tijdsdruk, de lenigheid die je moet hebben. De ‘Voetnoot’ van Grunberg op de voorpagina van de Volkskrant schat ik zeker niet lager in dan wat hij in zijn romans doet.

»Weet je waarom ik het doe, het van mezelf kan verdragen? Omdat ik het ook weer zonde zou vinden dat ik die columns niet zou maken, want ik kan er het hele segment in kwijt dat geen plek vindt in een roman.»

HUMO Is het hier weleens een vraagstuk in hoeverre je je intieme leven kunt opofferen? Je vriendin duikt zelfs op in de titel van je eerste verzamelbundel ‘Suzy vindt van niet’.

Buwalda «Ik heb die titel zelf bedacht, had er meteen spijt van, maar iedereen vond hem sterk. Overigens voer ik Suzanne toch meer als een personage op. Als je iets geestigs wilt debiteren, kun je dat niet altijd in je eigen mond leggen, vind ik. Zij is daarom in die columns leuker dan ik.»

HUMO Is ze dat dan niet?

Buwalda «Jawel, ze is heel leuk. Maar ik gun haar graag een nog mooiere rol. Als ik vrienden opvoer, zorg ik er ook voor dat zij er beter afkomen dan ik. Ik heb geen behoefte anderen te kakken te zetten om een stukje te maken.»

HUMO Zie je zelf veel overeenkomsten tussen je columns en je romans?

Buwalda «De columns zijn frivoler, niet? De enige overeenkomst die ik zie, is dat het allebei teksten zijn die op zichzelf moeten werken. Wat is een roman? Onzin die je heel goed weet te verkopen, heel goed gebakken lucht. En dat zijn die columns hopelijk ook.»

HUMO Die titel, ‘Van mij valt niks te leren’…

Buwalda «Niet zo’n Belgische titel, hè, daar speelt de Nederlandse valse bescheidenheid. Hij zegt ook wel iets wat wáár is in verband met schrijven: dat het niet zo makkelijk overdraagbaar is. Het is de minst overdraagbare kunstvorm, denk ik, het valt nauwelijks te leren.»

HUMO Geregeld sluipt het onderwerp muziek in je columns.

Buwalda «Ik heb altijd veel van muziek gehouden – jazz, pop – en zo rond het verschijnen van ‘Bonita Avenue’ in 2010 is de klassieke muziek er nog bij gekomen. Dat is één van de grootste ontdekkingen van mijn leven geweest, de grootste verandering ook. Vijf jaar geleden wist ik niks van klassieke muziek. En nu… schrijf ik zelf vioolconcerten (lacht). Nee, ik ben nog steeds niks.»

HUMO Hoe gebeurt zo’n ontdekking?

Buwalda «Toevallig. Ik had een opa met wie ik een heel goeie band had. Toen hij dement werd, bezocht ik hem eens in de maand. Hij kon niet meer goed converseren, dus luisterden we naar muziek. Hij had een goeie installatie, die we nog samen gekocht hadden, en een stuk of zeven cd’s had hij ook, allemaal van Deutsche Grammophon, het klassiekste van het klassiekste, de Vijfde van Beethoven, het 20ste pianoconcert van Mozart… Zo kon het gebeuren dat we een middag lang naar de Negende van Beethoven zaten te luisteren, keihard. En dan zat mijn opa te tranen, ‘Ludwig Heet van Boven!’ roepend. Intussen moest ik mij, omdat ik verder niks te doen had, wel verdiepen in de bijbehorende cd-boekjes, en voor het eerst luisterde ik echt goed naar die muziek. Ik was door het dolle heen, zo goed vond ik het. Het klonk ook als een klok daar in die kamer, en het creëerde een soort band met hem.

»Op een dag heb ik ‘The Penguin Guide to Classical Music’ gekocht, duizend bladzijden, met alle cd’s en componisten en sterretjes en noem maar op, fantastisch. En toen ben ik als een malloot cd’s gaan verzamelen. Toevallig leerde ik iemand kennen uit Dordrecht die zijn hele winkel verkocht, hij kwam niet meer rond en wou in Frankrijk een camping beginnen. Voor 3000 unieke klassieke cd’s, topmerken, wilde hij 3000 euro. Al had ik nauwelijks een cent, ik heb ze allemaal gekocht. Mijn toenmalige vriendin was er woedend om. Van de helft van die componisten had ik nog nooit gehoord: Sibelius, Berwald, Palestrina – honderden namen. Misschien is het troep, dacht ik, maar het bleek de meest waardevolle aankoop uit mijn leven. In één seconde besloten. Ik heb er dus van geleerd dat je soms je intuïtie moet volgen.»

HUMO Ook de televisie is vaak een onderwerp in je columns: omdat het de grootste gemene deler is onder alle Nederlanders?

Buwalda «Ik kijk niet neer op televisie, een leven zonder televisie zou ik een verarming vinden. Het is ook een bindmiddel, de hartslag van een land kun je toch meten op tv.

»Ik keek veel toen ik ‘Bonita Avenue’ schreef. Als je geen collega’s hebt, is een programma als ‘De wereld draait door’ haast van levensbelang. Ik keek elke avond naar die mensen, voor de rest zag ik niemand. Ik had bijna de indruk dat ik daar zelf aan tafel zat, ik ging nog net niet hardop meepraten.»

HUMO Dat kan nu: je wordt geregeld aan tafel gevraagd.

Buwalda «Soms. Vaak zeg ik nee, ik ga niet voor elk wissewasje naar de televisie.»

HUMO Een zinnetje dat ik weghak uit je columnboek: ‘Bezit is geluk.’ Ik geloof dat je dat meent, als ik hier deze mooie kamer met boeken en muziek bekijk.

Buwalda «Tja… Dat klinkt nu heel politiek correct, maar ik voel dat in het huidige tijdsgewricht, nu we door zo veel vluchtelingen omgeven worden, allemaal wat ingewikkelder aan.»

HUMO Hoeveel Syriërs raken we hier kwijt? Is dat de nieuwe vraag?

Buwalda (lacht) «Voor het eerst ga je toch zo denken? Ik kan ermee leven, ik zit aan de goeie kant van de streep, maar ik vind het toch een unheimlich gevoel dat in Nederland niet langer iedereen een eigen ruimte heeft, met een eigen slot en deur en douche. Dan gaan de afmetingen van deze kamer decadent lijken. En dat meen ik.»

HUMO Eén vraag nog. Je schreef recent ook een column over Joost Zwagerman. Wat heb je van zijn zelfmoord geleerd?

Buwalda «Ik vond Joost een ontzettend aardige man, hij was een vriend, misschien nog in aanbouw, maar hij zat hier geregeld aan tafel. Het meest bewonderde ik hem omdat hij zelf het talent had om te bewonderen. Mensen die niemand kunnen bewonderen, dat vind ik het ergst, want daar horen vlakke, saaie, tragische levens bij. Joost had een onmatige interesse voor alles wat mooi is, en vooral dat maakte hem bijzonder. Maar dat was kennelijk voor hem niet genoeg om door te gaan met leven, iets beklemde hem. Dat is de grote teleurstelling, die paradox. Een rijker leven dan het zijne valt bijna niet te verzinnen, met alles en iedereen waar hij bij hoorde, waar hij met zijn neus bovenop stond, waar hij toegang toe had, alles wat hij gelezen en gezien had: een hoorn des overvloeds! Maar het is niet genoeg geweest. Zo naar is dat ziektebeeld. Blijkbaar is het een chemisch proces dat iederéén kan vellen. Zelfs Joost Zwagerman. Er is geen kruid tegen gewassen. Dat heb ik geleerd.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234