null Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens

de 7 hoofdzonden

Schrijver Yves Petry: ‘Herman Brusselmans namedropt mij constant. Prima. Ik heb de Librisprijs al eens gewonnen, in tegenstelling tot hij’

Wanneer Yves Petry (55) met een nieuw boek komt, zoals nu met ‘Overal zit mens, een moordfantasie’, kun je er vergif op innemen dat overal dezelfde slagzin tevoorschijn wordt gehaald: ‘De beste stilist van zijn generatie!’ Hoe zwak. Waarom niet gewoon zeggen: het is weer prettig thuiskomen in dat unieke universum vol dwarsdenkers, mentale terroristen en illusiefnuikers, dat de beste stilist van zijn generatie telkens opnieuw weet te creëren. ‘Het grootste probleem van de mensheid is de mens zelf. Dat kunnen we niet oplossen, maar we kunnen het wel interessant maken.’

danny ilegems

Yves Petry leeft en werkt voornamelijk in zijn hoofd. Het grootste deel van de tijd bevindt dat hoofd zich in Leuven, in een eenvoudig arbeidershuisje nabij de ring. In de leefkamer staat de oude tafel waaraan hij zijn boeken schrijft. De halfhoge boekenkast bevat enkel het strikt noodzakelijke uit de wereldliteratuur: Nabokov, Thomas Mann, W.F. Hermans. Op de schoorsteenmantel staat de ingekaderde oorkonde van de Libris Literatuurprijs, die hij in 2011 heeft gekregen voor zijn roman ‘De maagd Marino’; aan de muur hangen twee reproducties van ‘Flowers’ van Andy Warhol. In de kleine tuin achterin hebben diverse soorten onkruid zich spontaan ontwikkeld tot sierplanten – wat een beetje verwaarlozing kan doen. De schrijver zal zo dadelijk schuld bekennen aan alle hoofdzonden, behalve die van de hebzucht en de gulzigheid.

Rond deze tijd arriveert zijn nieuwe roman in de boekhandel, zijn achtste alweer: ‘Overal zit mens, een moordfantasie’. Het hoofdpersonage is andermaal een manspersoon die een geïsoleerd leven leidt en er uiterst afwijkende denkbeelden over mens en maatschappij op na houdt. Voor de buitenwereld is Kasper Kind hoofdverantwoordelijke van het Departement Omgevingsbeheer in het bos Mirandel, de arcadische locatie die we kennen uit eerdere boeken van Petry. Maar in zijn broeierige binnenwereld is bosbeheerder en bio-ingenieur Kind maar met één ding bezig: de moord die hij zich voorneemt te plegen op Max De Man, de mediagenieke intellectueel, publieke weldoener en pleitbezorger van elke denkbare goede zaak met wie hij ooit een seksuele relatie heeft gehad.

Het overgrote deel van de roman gaat op aan hoe Kasper Kind zijn toekomstige daad rechtvaardigt voor zichzelf en tegenover zijn slachtoffer. Want, aldus Kind in de aanhef: ‘Ik zoek geen mediabelangstelling door een ordinair, zielloos bloedbad van dertien in een dozijn aan te richten, ik wil aandacht voor de kwaliteit van mijn motieven.’

‘Overal zit mens, een moordfantasie’ speelt zich af tegen de achtergrond van aftakelende natuur en een milieucatastrofe. Daar komt een kwaal uit voort die ook Kasper Kind vol zal treffen, en die de auteur heeft bedacht met een prachtige naam: Waldschmerz, bosmelancholie.

Niets is wat het lijkt in de boeken van Yves Petry. Het loopt nooit goed af, maar evenmin is het helemaal dramatisch. Meestal gaat het al slecht vanaf het begin. Maar deze keer is er sprake van iets wat in de boeken van mindere goden ‘een verrassende ontknoping’ zou worden genoemd.

HUMO Een verhaal met een plot, zowaar. Daar hebt u in het verleden weleens geringschattend over gedaan.

YVES PETRY «’t Valt wel mee, hoor, qua plot. Kasper Kind, het hoofdpersonage, drijft op een heftig pathos van haat en moordlust. Maar de fantasie, het plan dat hij in zijn hoofd beraamt, is belangrijker dan de moord. Ik ben geen krimischrijver geworden.»

HUMO Staat het toekomstige slachtoffer, de mediagenieke intellectueel Max De Man, voor een echt bestaande figuur?

PETRY «Nee, hij is een soort gesamtintellectueel, een composietfiguur. Ik had wel enkele namen in gedachten toen ik hem componeerde, maar die ga ik niet uitspreken. Als ik dat wel doe, ga ik de indruk wekken dat ‘Overal zit mens’ een sleutelroman is, wat hij manifest niet is. Iedereen heeft z’n eigen Max De Man, moet je maar denken.»

HUMO De lozepraatjesmaker aan wie je je blauw ergert. Rik Torfs.

PETRY «Ja, behalve dat De Man zich veeleer aan de progressieve, inclusieve kant van het spectrum bevindt. ‘Vroeger wist hij zich gezegend met een bovenmaats seksorgaan, tegenwoordig heeft hij een wijnkelder,’ zo wordt hij getypeerd in ‘Overal zit mens’. Een weldenkende, links-liberale homo, zullen we maar zeggen.»

HUMO ‘Overal zit mens’ speelt zich af tegen de achtergrond van natuurvernietiging en klimaatverandering. Vroeger had u lak aan actuele thema’s, want die konden de aanspraken op eeuwigheidswaarde van een boek alleen maar kelderen. Wat is er gebeurd?

PETRY «Zoals u zegt: de aftakeling van de natuur is het decor. ‘Overal zit mens’ is allesbehalve een klimaatroman. Integendeel, wanneer Max De Man zich op het klimaatthema gooit, met het volle gewicht van zijn opportunisme en zijn onechtheid, wordt de bosbeheerder Kasper Kind pas echt kwaad. Dan komt zijn besluit om De Man om zeep te helpen helemaal vast te staan, want op dat moment begeeft De Man zich op zijn terrein.»

HUMO ’t Is niet zo dat het vuur van de maatschappelijke betrokkenheid plots in u is ontbrand?

PETRY (lacht) «Pas op, ecologie is iets wat mij zeer na aan het hart ligt. Ik was al een ecologist vóór Agalev bestond. Maar nee, ik had niet de ambitie om de stapel boeken met het klimaat als thema nog wat hoger te maken. In wezen gaat het in ‘Overal zit mens’ over de zielenroerselen van één personage. En dat personage, Kasper Kind, is ook iemand die opkomt voor het individu. Hij vindt dat we onze individualiteit, onze o zo delicate uniciteit, aan het verliezen zijn, dat we geen echte ikken meer zijn. En hij beschouwt Max De Man als een factor in dat proces, in die beweging van mensen die zich steeds meer bezighouden met de grote wereldproblemen, met uiterlijkheden, en steeds minder met zichzelf. Terwijl, vindt hij, wij zelf het grootste wereldprobleem zijn (lacht). Ik ben het wat dat betreft volmondig eens met mijn protagonist: het grootste probleem van de mens is de mens zelf. Als schrijver beschouw ik het als mijn taak om het probleemgeval mens interessant te maken. Dat is in mijn ogen het enige nuttige wat ik kan doen.»

HOOGMOED

PETRY «Eerzucht, verlangen naar erkenning, is wellicht de belangrijkste drijfveer van elke kunstenaar. Daarzonder zou het isolement dat met schrijven gepaard gaat, gewoon niet vol te houden zijn. Ik zou mezelf geen twee jaar opsluiten om een roman te voltooien, als ik niet minstens een denkbeeldig publiek in gedachten had. Ik zit hier niet dag in, dag uit te wroeten om mezelf te verbluffen of te vermaken, hè.»

HUMO Is het een eenzame strijd?

PETRY «Ik vind schrijven best een sociale activiteit. Mensen denken dat ik de godganse dag alleen zit, en dat is ook zo, maar zelf beleef ik dat anders. In mijn hoofd ben ik voortdurend aan het communiceren met een anoniem publiek. Bovendien sta ik, via de boeken die ik heb gelezen, in verbinding met schrijvende collega’s uit heden en verleden, dode en levende. En dan zijn er nog de stemmen uit de actualiteit die ik ondertussen oppik. Eigenlijk is het een drukte van belang in mijn hoofd wanneer ik aan een roman werk. Na zo’n dag intensief schrijven ben ik ’s avonds blij dat ik eindelijk alleen ben! (lacht) Zo is het écht. Wat het isolement natuurlijk nog vergroot: overdag moet je alleen zijn, en ’s avonds wil je alleen zijn.

»Maar zodra het boek klaar is, neemt de zuivere eerzucht het over: dan wil ik dat de communicatie met de lezers echt tot stand komt, dan wil ik opgemerkt worden, gehoord worden, over de bol geaaid worden. Bij mij stelt de eerzucht wel hoge eisen. Ik ben niet blij met een dooie mus. Als ik me heb ingespannen en iets heb afgeleverd wat ik zelf echt goed vind, wil ik dat de erkenning op niveau is.»

HUMO Hoe zit het met de discipline? Kost het u grote moeite om die inspanning keer op keer te leveren?

PETRY «Het wordt beter met de jaren. Het leven biedt almaar minder afleiding. Ik hang niet meer op café, en de mensen om me heen doen dat al evenmin. Iedereen wordt een dagje ouder, iedereen heeft relaties, gezinnen, ziektes en zwaktes.

»Alles welbeschouwd gaat het prima met mijn arbeidsethos. Niet elke dag is even bevredigend, maar ik hoor van normale mensen in normale jobs dat het bij hen ook niet elke dag feest is. Daar put ik dan troost uit. Het zelfvertrouwen is eigenlijk alleen maar gegroeid, in weerwil van chronische twijfel, momenten van stille wanhoop en periodes van complete stilstand (grijnst)

HUMO Op de achterflappen van uw boeken, en boven de recensies die eraan gewijd worden, staat al twintig jaar: ‘De beste stilist van zijn generatie’. Wordt u dat niet beu?

PETRY «Och, het mag er van mij altijd bij staan. Die eretitel is alvast binnen. Ik vind stilistische vaardigheid niet onbelangrijk.»

HUMO Het lijkt een alibi te zijn om niet dieper te hoeven ingaan op de inhoud van wat u zo mooi onder woorden brengt.

PETRY «Wat ik zou willen, is dat men eindelijk eens over mijn boeken zegt dat er goeie grappen in staan, of dat ik de edele kunst van de ironie wel een beetje beheers.»

HUMO Als gediplomeerd wiskundige en filosoof wordt u net een grote ernst toegedicht.

PETRY «Ja, overdreven veel! Het probleem is: die ernst is er ook. Ik ben me ervan bewust dat ik geen makkelijke literatuur pleeg. En ik ben ook nog eens ambitieus en tegendraads.»

HUMO Herman Brusselmans namedropt u om de haverklap in zijn column in Humo.

PETRY «Ik weet het. Vind ik prima. De man is duidelijk meer geobsedeerd door mij dan ik door hem.»

HUMO Samen met Christophe Van Gerrewey wordt u opgevoerd als de schrijver die weinig succes kent, en daar hopeloos gefrustreerd over is.

PETRY «Met Van Gerrewey? Dat doet wel pijn (lacht). En weinig succesvol? Ik heb de Librisprijs gewonnen. Daar is Brusselmans bij mijn weten nog niet in geslaagd, ook al heeft hij tien keer meer boeken gevuld dan ik.»

'Het activisme van vandaag is steekvlamactivisme: het wil te snel, te hard, te heftig gaan. En de activist wil vooral zichzelf in de schijnwerpers en in een gunstig daglicht plaatsen.' Beeld Diego Franssens
'Het activisme van vandaag is steekvlamactivisme: het wil te snel, te hard, te heftig gaan. En de activist wil vooral zichzelf in de schijnwerpers en in een gunstig daglicht plaatsen.'Beeld Diego Franssens

AFGUNST

PETRY «Ik heb er niet de minste moeite mee om toe te geven dat ik soms jaloers ben. Rivaliteit kan ook een prikkel zijn, een motivator om het beste van jezelf te geven. En ik vind altijd wel een goeie reden om jaloers te zijn. Het contemporaine literaire oordeel is geen faire zaak. Mindere goden die modieuze boeken schrijven over eigentijdse wanen, krijgen onevenredig veel aandacht. Auteurs die zich weten te vermommen als een telegeniek typetje, genre Ilja Leonard Pfeijffer, mogen over alles hun mening komen geven.

»Ik denk maar zo: als het me allemaal niks kon schelen, zou het ook niet goed zijn. Beschouw mijn gebeurlijke sarcasme maar als een blijk van betrokkenheid.»

HUMO Inderdaad, u laat zich ook weleens verleiden tot een welgemikte sneer naar een collega of een literaire bobo. De hoofdpersonages uit uw boek ‘De geesten’ – Mark Oostermans en Jeroen Ullings – verwezen overduidelijk naar literaire recensenten die u niet hoog hebt zitten: Mark Cloostermans, ex-medewerker van De Standaard, en Jeroen Vullings van Elsevier Weekblad. Is het onweerstaanbare drang?

PETRY «Ik denk met weemoed terug aan de publieke vetes die de Nederlandse literaire titanen destijds met elkaar uitvochten. Ik heb ze jammer genoeg niet live meegemaakt, maar ik heb me achteraf wel grondig ingelezen in de materie. Willem Frederik Hermans, Gerard Reve, Gerrit Komrij, Jeroen Brouwers in zijn jonge jaren: dat waren toch enorme querulanten? Die deden toch niks anders dan elkaar en anderen hun vet geven? De kunst van het schelden hebben zij geperfectioneerd. Vuige roddel en achterklap regeerden in het literaire circuit. Wat een heerlijke tijd moet dat geweest zijn!

»Tegenwoordig vindt niemand dat nog plezant, heb ik de indruk. Niemand kan nog tegen een stootje. Als je nu uithaalt naar deze of gene, word je weggezet als een verbitterde, jaloerse zuurpruim. En bovendien gooi je je eigen ruiten in. Iedereen moet maar vrolijk zijn, blij en welgezind met wat hem, haar of hun ten deel valt, en vooral niet lopen jammeren. Het is zo schraal allemaal.»

HUMO Wordt die spotlust u in dank afgenomen?

PETRY «Ik heb niet veel vrienden gemaakt onder mijn collega’s, of in het literaire wereldje in het algemeen. Vroeger had je nog manifestaties als De Nachten, in deSingel in Antwerpen, waar je een collega kon tegenkomen die bij nader inzien goed bleek mee te vallen, en waar je ook het gevoel had tot een generatie te behoren. Dat verzachtte de zeden, en het gaf de letterenwereld een zweem van glitter en glamour. Dat is allemaal weggevallen. Nu hangt het zaakje als los zand aan elkaar. (Denkt na) Nu u erover begint: ik vind wel dat opvállend weinig mensen mij gunstig gezind zijn.»

HUMO Zijn er tijdgenoten die u bewondert?

PETRY «Daar kan ik kort over zijn: nee. Ik volg de hedendaagse literaire productie namelijk niet. Ik lees vrijwel uitsluitend dode schrijvers. Wanneer ik in een schrijfroes zit, heb ik al zeker geen behoefte aan iets nieuws, dan hou ik het bij de canon die ik al ken. En als ik wat tijd heb, zoals nu, zoek ik something completely different. Op dit moment lees ik ‘Het einde van alles’ van de Amerikaanse fysicus Katie Mack. Vijf mogelijke scenario’s voor het einde van het universum.»

HUMO Het mag al eens wat luchtiger zijn.

PETRY «Het zijn projecties op zeer lange termijn. Ik leid er voorlopig niet uit af dat ons einde nabij is. Maar ik heb het boek nog niet helemaal uit, dus wie weet.»

WOEDE

PETRY «Woede en wraaklust zijn het centrale thema van ‘Overal zit mens’. Kasper Kind herinnert zichzelf voortdurend aan zijn missie: ‘Blijf branden, mijn haat!’ Die woorden herhaalt hij het hele boek door, als een mantra. Kind vindt het belangrijk dat er een persoonlijk motief meespeelt in zijn moordplan. Hij kiest Max De Man uit als slachtoffer, juist omdat hij met hem iets persoonlijks heeft gehad en met hem persoonlijk wil afrekenen. Want in de kern gaat het hem om het handhaven van het individu te midden van de massacultuur en het eenheidsdenken van deze tijd. Maar tegelijk wil hij het persoonlijke overstijgen door aan zijn plan een maatschappelijke dimensie te verbinden. De Man is dan het ideale slachtoffer, omdat hij zowat de verpersoonlijking van dat massadenken is. Een man die altijd in de wij-vorm spreekt over verbondenheid en vooruitgang, die moralistische columns schrijft en in praatprogramma’s wordt opgevoerd, maar die – weet Kind – van top tot teen uit onwaarachtigheid is opgetrokken.»

HUMO Heeft hij die wrok en die rancune van u?

PETRY «Ik ben twee jaar met hem aan de waggel geweest, dus dat zegt wellicht ook iets over mij. Eén van mijn helden, de Roemeens-Franse filosoof en schrijver Emil Cioran, heeft beweerd dat rancune de enige echte drijfveer is van al ons handelen, ook van het artistieke handelen. ‘Geboren zijn is ongemak’, zo luidt de titel van één van zijn boeken. Ons leven lang willen we wraak nemen voor het feit dat we ter aarde geworpen zijn, is zijn stelling. Cioran overdrijft altijd, dus volgens mij moeten we niet te hard zoeken naar de precieze oorzaken van die wrok. Misschien moeten we gewoon accepteren dat het aangeboren is, dat rancune even wezenseigen is aan de mens als ademhalen. Bij onze geboorte huilen we al van machteloze colère.

»Dat betekent ook: ophouden te geloven dat de mens logisch in elkaar zit, dat hij te begrijpen valt, dat we ooit helemaal vat zullen krijgen op wie we zijn. Ik lees weleens een boek over kwantumfysica – sorry daarvoor (lachje). Wat ik daaruit kan opmaken is dat, op een fundamenteel niveau, de materie iets zeer onlogisch is. Iets wat niet te begrijpen valt, en in elk geval niet uitgelegd kan worden in een natuurlijke taal. Waarom zou dan wel uitgelegd kunnen worden hoe de mens in elkaar zit?»

HUMO Maar we blijven het proberen, omdat we rationele wezens willen zijn, omdat wat verklaard kan worden rust en zekerheid geeft. Bedoelt u dat?

PETRY «Inderdaad, maar nagenoeg alles wat we over het wezen van de mens denken te weten, berust op pure veronderstelling. En geeft dus valse zekerheid.»

HUMO Hebt u soms last van opstoten van woede tegenover de wereld?

PETRY «Dat valt eigenlijk goed mee. (Denkt na) Ik ben nu 55 jaar, en mijn levensgevoel is: alles blijft altijd hetzelfde. Het sleept maar aan. Het gaat z’n gangetje (lacht). Niet dat ik er gelaten van word, maar ik probeer mijn energie toch niet te veel te verspillen aan de stand van de wereld. Neem nu zo’n Poetin. Ja, hij is een afschuwwekkende figuur die zich bedient van de meest zieke, idiote gedachten. Ja, er vindt een reusachtige vernietiging van een land plaats, zonder zinnige reden. Maar dat is nu al langer dan zes maanden aan de gang. Je kunt er niet woedend over blijven, hè. Het zou anders kunnen lopen, in een hoek van de wereld met zoveel grondstoffen, zoveel geld en zoveel potentieel. Waarom maakt Poetin niet iets moois van zijn land, zodat de Oekraïners niets liever willen dan bij Rusland te horen? Zodat iederéén naar Rusland wil trekken, en niemand er nog weg wil? Dat zou de logica zelve zijn. Maar dat zal dus niet gebeuren.»

TRAAGHEID

PETRY «In de klassieke betekenis is traagheid het onvermogen of de onwil om het goede te doen. Wat afstand nemen, aarzelen, binnenblijven in plaats van de straat op te gaan: ik vind dat niet altijd een slechte zaak. Het activisme van vandaag lijdt naar mijn smaak aan overhaasting. Het is steekvlamactivisme: het wil te snel, te hard, te heftig gaan. Daar gaat het in ‘Overal zit mens’ ook over: activisme met opportunistische kantjes, activisme waarmee de activist vooral zichzelf in de schijnwerpers en in een gunstig daglicht wil plaatsen.

»Het klimaatactivisme is een goed voorbeeld. De klimaatverandering die gaande is, is eigenlijk een heel concreet en praktisch probleem. Waarom wordt daar dan niet gewoon heel praktisch over nagedacht? Waarom moet dat in een modus van hoge verontwaardiging, schuldafrekening en moraliteit?

»Ook het seksuele activisme is in die sfeer terechtgekomen. De hele genderdiscussie vind ik niet alleen vaak ondoordacht, ze zit ook vol tegenstrijdigheden en bitsheid. De mensen die zich kanten tegen het binaire denken op het gebied van seksualiteit, lijken meer dan wie ook geobsedeerd door het binaire denkkader.

»Ik begrijp dat niet. Wij leven in het meest vrije deel van de wereld, in de meest vrije maatschappij aller tijden. Dus tegen jonge mensen zou ik willen zeggen: vier feest, doe wat je wilt, en maak van je seksuele identiteit toch niet zo’n zure, gepolitiseerde zaak. Als je jong bent, heb je toch lak aan erkenning? Fuck de erkenning! Waarom zou je erkend willen worden, als je in je handel en wandel niet te veel hinder ondervindt? Dat haalt er meteen alle spanning en opwinding uit. Er wordt al meer dan genoeg erkend, misschien is dat wel het probleem. En dat er iets blijft wringen en schuren? Deal with it. Lach de moraliserende kleinburger vierkant uit. Wees blij dat je niet bent zoals hij. Daag hem nog wat uit, maak van je activisme iets artistieks in plaats van iets politieks. (Blaast) De mensen die actief allerlei misstanden de wereld uit willen helpen, maken de wereld niet meteen beter, maar wel meteen veel saaier. Zoals ik al zei: de mens is het probleem. En dat is een probleem dat niet opgelost kan worden, dat is een probleem dat interessant gemaakt moet worden. Want het is een probleem dat altijd zal blijven bestaan. Ga maar na in de geschiedenis: elke keer dat men dacht het eens en voor altijd te zullen oplossen, is het uitgedraaid op uitroeien, op een catastrofe.»

HUMO Al uw romanhelden leiden, op z’n minst in hun hoofd, een buitenmaatschappelijk bestaan. Zelf lijkt u behept met een verlangen om er vooral níét bij te horen, om de status te bereiken van unieke zonderling die niet vatbaar is voor de wanen van de dag. Dreigt dat er niet toe te leiden dat u in de ban raakt van de wanen van gisteren, van conservatisme en misantropie?

PETRY «Wat iedereen al zegt, hoef ik toch niet meer te zeggen? Daarom lees ik ook geen bestsellers: wat iedereen al leest, hoef ik niet meer te lezen. Misschien is het zelfoverschatting, maar ik wil mijn talent niet vergooien aan mainstreamkunstjes en mainstreamideetjes. Ik laat mij niet leiden door wat tegenwoordig populair is in de media. Ik kies mijn thema’s, mijn woorden en mijn wanen liever zelf. En voor politieke labels wil ik inderdaad niet vatbaar zijn. Daar hoef ik niks voor te doen, dat gebeurt door spontane afstoting.»

HUMO Uw protagonisten maken altijd lange, introspectieve dwaaltochten langs bos en wegel. Doet u dat zelf ook?

PETRY «Ja. Ruim de helft van mijn boeken heb ik al wandelend of fietsend bedacht: titels, belangrijke wendingen, en nagenoeg alle zinnen waar ik achteraf trots op ben. Vaak begeef ik mij naar het Meerdaalwoud, zoals het bos Mirandel uit mijn boeken in werkelijkheid heet. Die grote, mooie lap natuur is wellicht de reden waarom ik naar Leuven ben teruggekeerd, nadat ik vier jaar in Brussel had gewoond. Wandelen en fietsen doe ik vrijwel dagelijks. Een mens die zijn dagen zittend op een stoel doorbrengt, heeft af en toe frisse lucht nodig. Bij mij is het recreatief en meditatief, voor alle duidelijkheid, niet sportief. Ik draag geen lycra pakje wanneer ik op de fiets zit.»

'Aan de universiteit heb ik meteen het verschil gevoeld tussen mij en de kinderen van de middenklasse. Zij bleken gevoeliger voor schone schijn te zijn dan ik. En minder gehard en bestand tegen hoe mensen werkelijk zijn.' Beeld Diego Franssens
'Aan de universiteit heb ik meteen het verschil gevoeld tussen mij en de kinderen van de middenklasse. Zij bleken gevoeliger voor schone schijn te zijn dan ik. En minder gehard en bestand tegen hoe mensen werkelijk zijn.'Beeld Diego Franssens

HEBZUCHT & GULZIGHEID

PETRY«Daar heb ik nu eens echt geen last van. Ik leef sober, monastiek bijna, in afzondering. Ik heb altijd met weinig geld moeten zien rond te komen.»

HUMO U komt uit wat u ‘een laaggeschoold milieu’ noemt.

PETRY «Tegenwoordig moeten we ‘kortgeschoold’ zeggen. Mijn moeder vond het niet prettig als ik haar in interviews laaggeschoold noemde. Ze maakte eruit op dat ik haar dom vind. Terwijl ze net een zeer intelligente vrouw is. Maar wel kortgeschoold, zoals zoveel vrouwen van die generatie.»

HUMO Heeft die achtergrond u geholpen om het leven van een schrijver te leiden, of veeleer gehinderd?

PETRY «Bedoelt u dat mijn jeugd al een goeie oefening in sober leven was? (lacht) Ik kom niet uit het riool, hè. Ik heb kunnen studeren. Maar aan de universiteit heb ik wel meteen het verschil gevoeld tussen mij en de kinderen van de middenklasse, die er in de meerderheid zijn. Zij bleken iets gevoeliger voor schone schijn te zijn dan ik. Iets kwetsbaarder, verwender en lichtgeraakter. Ietsje minder gehard en bestand tegen hoe mensen werkelijk zijn. Het zal arrogant klinken, maar eigenlijk vind ik dat ik beter gewapend ben en realistischer in het leven sta dan zij. Ik doorzie de dingen beter (lacht).

»Mijn nadeel is dan weer dat ik me minder vlot en makkelijk beweeg in de literaire wereld, die een zuivere middenklassewereld is. Receptiepraatjes houden, maniertjes hebben, netwerken tot ze erbij neervallen: daar zijn de middenklassers veel beter in dan ik. Tegenover mij is men in die kringen veel terughoudender, gewoon omdat ik er niet in slaag de afstand te overbruggen, de codes te kraken, de taal van de middenklasse te spreken. Nu, ik doe ook weinig moeite. Want één ding weet ik zeker: als ik zou proberen erbij te horen, zou het helemaal een drama worden.»

HUMO In ‘Overal zit mens’ neemt Kasper Kind gaandeweg steeds meer afstand van zijn familie. Heeft dat gegeven autobiografische gronden?

PETRY «Kasper heeft op 17- jarige leeftijd zijn beide ouders verloren in een ongeval met een luchtballon. Hij heeft toen iets gevoeld wat hij lange tijd met niemand kon delen, zo beschaamd was hij erover: hij voelde zich bevrijd. Het isolement waarin hij wegglijdt, de zwijgzaamheid waarin hij verzinkt: dat is toen begonnen.

»In het boek licht hij een tip van de sluier tegenover zijn tweelingzus Eva, in een korte passage waarin hij filosofeert over ‘hebben en zijn’. Je kunt eigenlijk niks hebben, is zijn stelling. Hebben bestaat niet, dat is een illusie, iets fictiefs. Je kunt alleen maar zijn.

»Mijn boek is niet autobiografisch, maar dat is een intuïtie die Kasper Kind van mij heeft. Ik kan mij nog goed het moment voor de geest halen dat ik dat ook dacht. Ik was 8 of 9 jaar, het was ochtend, ik lag nog in mijn bed. In zo’n verloren uur tussen wakker worden en opstaan kwam ik tot het schokkende inzicht dat me altijd is bijgebleven: hebben, wat is dat? Wat heb ik eigenlijk? Wat gebeurt er als mijn ouders omkomen in een ongeval, wat heb ik dan nog, wie ben ik dan?

»Dus ja, ik ben redelijk onthecht. Er zijn veel kwalen waaraan ik lijd, maar hebzucht is er daar geen van. Kijk hier, mijn bibliotheek, die stelt toch niks voor? En de weinige boeken die ik bezit, heb ik cadeau gekregen. Ik haal mijn lectuur wel in de bibliotheek. En een boek dat ik goed vind, ontleen ik drie keer na elkaar. Ik vind bezit ballast. Je verliest jezelf erin, je verliest je bewegingsruimte en je vrijheid. Wie ik ben en wat ik doe, moet in mijn hoofd geconcentreerd zitten, en niet verspreid over duizend-en-één objecten.»

ONKUISHEID

HUMO U woont hier alleen...

PETRY «...maar ik heb een relatie.»

HUMO U hebt een zoon van ondertussen 24...

PETRY «...maar mijn huidige partner is, om het in lifestylejargon te zeggen, een man. (Schakelt onmiddellijk van het persoonlijke naar het algemene) Van alle hedendaagse ideeën over genderidentiteit vind ik het idee van fluïditeit nog het waardevolst. Al is dat helemaal niet zo nieuw als we denken. Fluïditeit, in denken en in doen, is zo oud als de mens. En het druist in feite ook in tegen al dat identitaire denken over seksualiteit: als het fluïde is, als velen van ons fluïde zijn, waarom zit je dan nog aparte hokjes te bouwen? Hou daar toch mee op, dat heeft geen zin.»

HUMO Bent u meer of minder vloeibaar geworden?

PETRY «Ik heb seksualiteit altijd ervaren als een kracht die groter is dan jezelf. Ze stuurt je soms richtingen uit die je niet had verwacht. Daar ben ik als jongmens nooit voor teruggedeinsd. Wanneer je 20 of 30 bent, bekijk je álles door een seksuele bril, en hecht je er enorm veel belang aan. Dat is normaal, wanneer je nog van boven tot onder uit hormonen bestaat, wanneer de geilheid zo fel is dat ze altijd primeert.

»Nu ben ik 55. Een leeftijd waarop ik me weleens afvraag: moet ik seks niet overlaten aan mooie jonge mensen en aan de onsterfelijke goden? Het is niet meer in diezelfde mate het benevelende spel vol betekenis dat het ooit was. Maar je weet het natuurlijk niet. Je leeft je leven maar één keer. Over de belangrijkste dingen tasten we in het duister. Wie weet, verander ik op een dag in een oversekste ouwe zot. Ik zal er niet voor terugdeinzen (lacht)

Yves Petry, ‘Overal zit mens, een moordfantasie’, Das Mag Beeld rv
Yves Petry, ‘Overal zit mens, een moordfantasie’, Das MagBeeld rv

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234