Seksueel misbruik in het bisdom Brugge: de schaduw van het kruis van Roger Vangheluwe

Deze week zal de Brugse bisschop Jozef De Kesel zijn beleid inzake seksueel misbruik nader toelichten voor de parlementaire opvolgingscommissie. De vraag om een hoorzitting kwam er nadat het bisdom de richtlijnen van de commissie tot drie keer toe had geschonden. Hoe was dat in godsnaam mogelijk? Simpel. Over het Brugse bisdom hangt nog altijd de schaduw van het kruis van Roger Vangheluwe.

‘Verborgen verdriet’ heet de brochure die de Belgische bisschoppen in 2012 afleverden, een handleiding om op een andere manier met seksueel misbruik om te gaan. De Kerk zou voortaan niet meer haar eigenbelang laten primeren, maar het belang van de slachtoffers. De nood aan een nieuwe aanpak was acuut geworden na het ontslag van de Brugse bisschop Roger Vangheluwe in het voorjaar van 2010. Vangheluwe bekende jarenlang zijn minderjarige neefje te hebben misbruikt, maar hij was lang niet de enige pedofiel in het gewaad van een geestelijke: met het schandaal kwamen honderden soortgelijke dossiers boven water, het ene nog schrijnender dan het andere.

Er woedt nog altijd een gerechtelijke oorlog over wat er precies met die dossiers moet gebeuren, maar intussen kwam er wel een bijzondere parlementaire commissie die onderzocht wat er jarenlang fout was gegaan. En hoe dergelijke toestanden in de toekomst vermeden konden worden. Met de resultaten van de commissie als leidraad schreven de bisschoppen ‘Verborgen verdriet’: ze kondigden aan in elk bisdom opvangpunten te installeren, waar slachtoffers zich desgewenst konden melden om erkenning te krijgen, ja zelfs vergoed te worden voor de geleden schade in verjaarde dossiers. Opmerkelijk: één van de bisschoppen die het verst meeging met de richtlijnen van de commissie, was Jozef De Kesel, de man die in zeven haasten naar Brugge was geroepen om het puin te ruimen dat Roger Vangheluwe had achtergelaten.

De Kesel is een mens van goede wil, zegt Rik Devillé, de stichter van de werkgroep Mensenrechten in de Kerk. Vroeger kreeg Devillé steevast de deur op zijn neus als hij weer eens met slachtoffers aanklopte bij het bisschoppelijk paleis in de Heilige-Geeststraat. Maar dat is veranderd met de komst van de nieuwe bisschop. ‘De Kesel heeft met alle slachtoffers van onze werkgroep, meer dan honderd in het totaal, minstens één keer persoonlijk gesproken. Over de behandeling van de dossiers hebben we niet te klagen. Integendeel: het Brugse opvangpunt is zelfs het meest coulante als het gaat over de som die slachtoffers als schadevergoeding krijgen.’

Toch heeft De Kesel de richtlijnen van ‘Verborgen verdriet’ in de afgelopen weken drie keer geschonden, door meer oog te hebben voor daders van seksueel misbruik dan voor slachtoffers. Hoe is dat te verklaren?

Limoncello en wijn

Het is allemaal begonnen met de benoeming van Tom F. als pastoor van Middelkerke. F. is geen onbeschreven blad in de Brugse gewijde geschiedenis. Toen Roger Vangheluwe na zijn bekentenissen uit het bisschoppelijk paleis moest verdwijnen, was er één man die hem bij zijn verhuizing hielp: Tom F., die ook vanwege pedofilie in aanraking met het gerecht was gekomen. ‘De laatste vriend van de gevallen bisschop’, noemde Het Laatste Nieuws hem.

F. was leraar in het Sint-Vincentiuscollege in Ieper toen hij ontspoorde. Eerst had hij in zijn conciërgewoning een bijna zeventienjarige leerling dronken gevoerd met wijn en limoncello, daarna had hij hem betast. Uit het gerechtelijk onderzoek bleek dat hij wel vaker leerlingen thuis liet overnachten. Het psychiatrisch verslag was vernietigend: Tom F. was ‘behept met een meer dan gewone arrogantie, een manifeste en buitensporige neiging tot liegen (…) een totaal gebrek aan schuldbesef’.

In december 2008 achtte het gerecht de feiten bewezen, maar het verleende Tom F. wel de gunstmaatregel van opschorting van straf: als hij in de komende vijf jaar zijn voorwaarden naleefde, hoefde hij niet naar de gevangenis. Eén voorwaarde luidde dat hij geen functie mocht bekleden waardoor hij ‘in een vertrouwens- of gezagsrelatie tegenover minderjarigen komt te staan’.

Roger Vangheluwe, die er, luidens verklaringen van de Ieperse schooldirectie, alles aan had gedaan om de zaak stil te houden, kon niet anders dan F. zijn ontslag geven. Maar in januari 2010 kreeg F. alweer een nieuw baantje van de bisschop: hij werd hulppriester in Beernem, waar hij de voorbereiding op het vormsel en de eerste communie van de plaatselijke parochiaantjes begeleidde. Maar ook dat liep niet goed af.

In de media verscheen het verhaal dat F., via het sociale netwerk Netlog, contact met een dertienjarige had gezocht. Eind april 2010 werd F. opnieuw ontslagen. Deze keer níét door Roger Vangheluwe – die was namelijk kort daarvoor zelf opgestapt. Nu was het administrator Koen Vanhoutte, de man die na het vertrek van Vangheluwe het bisdom ad interim bestuurde, die F. uit Beernem weghaalde. Een bewarende maatregel, want het gerecht vond niet dat F. zijn voorwaarden had geschonden. Vanhoutte was, na de internationale commotie over de pedofiele bisschop van Brugge, als de dood voor een nieuw schandaal.

In de loop van de voorbije jaren heeft Tom F. verscheidene klusjes achter de schermen opgeknapt. Hij werkte op de administratie van het bisdom, luisterde missen op als organist, ging als anonieme medewerker van het bisdom voor in vieringen aan de kust. ‘We hebben hem ook in Middelkerke aan het werk gezet,’ zegt bisschop De Kesel. ‘En dat verliep goed.’Na afloop van vijf jaar was er voor het gerecht geen enkele reden meer om Tom F. niet in de samenleving te laten terugkeren: hij had zijn voorwaarden nageleefd. En dus besloot bisschop De Kesel hem een nieuwe kans te geven: Tom F. werd benoemd tot pastoor van Middelkerke.

‘In eerste instantie was iedereen in de parochie gelukkig,’ zegt Jan De Winter, de advocaat van Tom F. ‘De burgemeester van Middelkerke, Janna Rommel-Opstaele, heeft hem nog succes gewenst.’ Maar algauw keerde de wind: de publieke opinie reageerde geschokt, in de media stak een storm van verontwaardiging op, en Tom F. besloot de benoeming te weigeren. ‘Het populisme heeft gezegevierd, zegt De Winter, ‘met mevrouw Rommel op kop: op slag was ook zij gekant tegen de komst van mijn cliënt naar Middelkerke.’

‘Ik heb de gevoeligheid van dit dossier onderschat,’ zegt De Kesel.

De Kesel heeft met de benoeming van Tom F. ook gezondigd tegen de richtlijnen van ‘Verborgen verdriet’. In de brochure staat letterlijk: ‘De ervaring leert dat bij daders van seksueel misbruik de kans tot hervallen groot is, ondanks therapie of begeleiding. Daarom kan een dader van seksueel misbruik in geen geval nog worden ingezet in een pastoraal werkveld met kinderen of jongeren.’ En: ‘Enkel onder een deskundige en gecontroleerde begeleiding kan eventueel van een nieuwe opdracht sprake zijn.’ Bij een nieuwe opdracht moet een contract worden opgemaakt waarin wordt bepaald dat de dader ‘niet de pastorale eindverantwoordelijke kan zijn, dat hij niet mag voorgaan in religieuze vieringen waar zijn optreden kan ergeren of kwetsen’.

Waarom heeft De Kesel die richtlijnen naast zich neergelegd?

De Kesel: ‘De richtlijnen in ‘Verborgen verdriet’ zijn de algemene benadering: nultolerantie. Maar wat doe je in een concreet geval? We hebben ons afgevraagd: was dit een echt geval van pedofilie? Gaat dit over een blijvende geaardheid? Hoe zwaar zijn de gevolgen voor het slachtoffer? We hebben gewikt en gewogen. Maar ik heb één ding geleerd: in deze materie kan je niet wikken en wegen.’

De twee naaste medewerkers van de bisschop in deze kwestie waren vicaris-generaal Koen Vanhoutte en kerkrechter Patrick Degrieck. Zij wisten als geen ander hoe gevoelig de benoeming van Tom F. lag. Ter herinnering: Vanhoutte had F. vier jaar eerder zelf geschorst zonder dat het hoefde.

Degrieck heeft, als kerkjurist, de procedure in het Vaticaan begeleid. Tom F. kon alleen als pastoor van Middelkerke worden benoemd als de Congregatie voor de Geloofsleer daarmee instemde. ‘Ik betwijfel of alles correct is verlopen,’ zegt kerkjurist Kurt Martens, werkzaam aan de Catholic University of America in Washington. ‘Heeft het Vaticaan werkelijk alle informatie gekregen?’

‘Alles is correct verlopen,’ zegt Degrieck.

Degrieck is een persoonlijke vriend van Tom F. F. woont in een huis van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën, de congregatie waarvan Degrieck rector is. Degrieck geeft Tom F. met andere woorden onderdak.

Degrieck bevestigt dat: ‘Waarom zou ik dat niet mogen doen?’

Vanhoutte en Degrieck, die het bisdom zo veel beter kennen dan De Kesel, hebben de bisschop slecht geadviseerd, suggereert Kurt Martens. ‘Vanhoutte en Degrieck hebben De Kesel overtuigd Tom F. te benoemen. De Kesel heeft ermee ingestemd. Uit naïviteit, mag ik hopen: De Kesel is een brave man.’

Glad to be gay

Als een reactie op de vloed van verontwaardiging die met de benoeming van Tom F. over hem heen sloeg, heeft bisschop De Kesel ook Jeroen C. preventief geschorst, de pastoor van Hooglede. In 2013 meldde een zeventienjarige zich bij het opvangpunt in Brugge. Hij was, beweerde hij, in 2002 aangerand door Jeroen C., op dat moment pastoor in Menen. Het opvangpunt speelde de klacht aan het gerecht door, dat de beschuldiging later kwalificeerde als ’aanranding met geweld en verkrachting van een minderjarige’. Bisschop De Kesel liet de zaak achttien maanden lang blauwblauw: Jeroen C. bleef op zijn post in Hooglede omdat het bisdom ‘het gerechtelijk onderzoek niet wilde doorkruisen’.

Door Jeroen C. ongemoeid te laten, zondigde De Kesel opnieuw tegen de richtlijnen van ‘Verborgen verdriet’. Daarin staat: ‘In het geval van een geloofwaardige melding van misbruik moet de bisschop meteen voorlopige maatregelen treffen ten aanzien van de beschuldigde (zoals schorsing van de opdrachten die hij bekleedde, aanduiding van verblijfplaats, verbod van publiek optreden als priester of diaken). Deze maatregel betekent nog geen veroordeling.’

‘Bisschop De Kesel is in deze zaak slecht geadviseerd,’ zegt een priester uit de omgeving van Menen, die alleen anoniem wil spreken.

Jeroen C. is een buitenbeentje in de Kerk. Schrandere gast, flamboyant, zelfbewust. In het Grootseminarie was hij degene die in de sacristie, achter de rug van de professor, de wijn uit de kelk likte of de nachtelijke ontsnappingen organiseerde. Het heet een mirakel dat hij tot priester is gewijd.

Tegenover vrienden en kennissen maakte Jeroen C. er geen geheim van dat hij homo was. Een kennis zegt het zo: ‘Tom F. is een duikelnicht, die zijn ware aard zo goed mogelijk verborgen houdt, Jeroen C. is het tegenovergestelde: glad to be gay.’

Gert Verstraete, een Poperingenaar wiens broer zichzelf doodde na misbruik door een diaken, kent Jeroen C. van de vereniging Wel Jong Niet Hetero. ‘Jeroen bezocht de homobars. Hij liep mee in de Gay Pride. Het bisdom was daarvan op de hoogte, zei hij.’

De carrière van Jeroen C. is een hobbelig parcours. In 1989 werd hij tot priester gewijd, enkele jaren later behaalde hij zijn diploma in het kerkrecht. In ’92 vertrok hij als priester in zending naar Pakistan, vanwaar hij in ’97 plotseling terugkeerde vanwege ‘een visumprobleem’. In datzelfde jaar werd hij pastoor in Menen, waar hij in 2006 zijn ontslag kreeg. Hij ging enkele maanden rond de wereld reizen, en werd begin 2007 pastoor in Hooglede.

‘In 2006 raakte bekend dat hij een jongen in Menen had aangerand,’ zegt de priester uit de omgeving van Menen. ‘Daarom werd hij naar een andere parochie verplaatst. Zo ging dat onder Roger Vangheluwe: een priester die zich aan een kind had vergrepen, werd niet gestraft maar verplaatst. Het bisdom is al acht jaar van het probleem op de hoogte. Waarschijnlijk niet bisschop De Kesel, die er pas sinds 2010 is, maar vicaris-generaal Koen Vanhoutte ongetwijfeld wel. Heeft Vanhoutte alles aan de bisschop verteld?’

Jeroen C., Tom F. en Koen Vanhoutte maakten indertijd deel uit van de priesterraad onder Roger Vangheluwe. Zij adviseerden de bisschop.

Een bron in het bisdom: ‘Patrick Degrieck wist het ongetwijfeld ook. Maar Jeroen C. en hij zijn collega’s bij de interdiocesane rechtbank.’

Jeroen C. reageert niet op een verzoek om toelichting. Een kennis zegt: ‘Jeroen houdt vol dat het om een homoseksueel contact met een jongen van negentien ging.’

Heeft bisschop De Kesel ook in het geval van Jeroen C. gewikt en gewogen, nagedacht of het ging om een pedofiel contact dan wel om een wraakactie in het homomilieu? Of wist de bisschop tot voor kort gewoon nergens van?

Straatkinderen in Brazilië

Een pijnlijk moment voor Jozef De Kesel was ongetwijfeld het interview dat hij laatst aan ‘Terzake’ gaf. Hij maakte zich sterk dat het nu wel zou ophouden met schandalen van kindermisbruik in zijn bisdom. Maar hij was nog maar net in zijn auto richting Brugge gestapt of de telefoon ging over. Een journalist van Het Nieuwsblad. Hoe het zat met Marc D.?

Marc D. werd in 1984 tot priester gewijd. Hij gaf Latijn en godsdienst in het Onze-Lieve-Vrouwecollege van Assebroek. ‘De leerlingen,’ zegt een oud-collega, ‘dweepten met Marc, een man met vele talenten en gaven.’ Begin jaren negentig ging Marc D. als priester in zending naar Brazilië, meer bepaald naar het aartsbisdom San Salvador de Bahia, waar hij met de hulp van Roger Vangheluwe in ’98 een nieuwe kerk liet verrijzen (het Brugse bisdom betaalde de helft). In ’99 werd Marc D. zelfs benoemd tot vicaris van de Braziliaanse aartsbisschop, maar in 2011 dienden twee oud-leerlingen, een man en een vrouw, een klacht tegen hem in: Marc D. zou hen, als leraar in het college van Assebroek, misbruikt hebben. Bisschop De Kesel riep hem terug naar België. Marc D. ontkende de feiten. Het gerecht klasseerde de zaak zonder gevolg: de feiten waren verjaard. En bisschop De Kesel liet Mark D. opnieuw naar Brazilië vertrekken, waar hij sinds 2011 niet langer vicaris maar parochiepriester is. Hij werkt er met straatkinderen.

‘Ik heb Marc D. inmiddels laten terugroepen en preventief laten schorsen,’ zegt de bisschop. ‘Het opvangpunt moet de zaak uitklaren.’

Ook in dit dossier zijn dezelfde vragen cruciaal. Is het mechanisme van overplaatsing na misbruik weer in werking getreden? En was bisschop De Kesel in 2011 even goed op de hoogte van het verleden van Marc D. als zijn adviseurs, die nog onder Roger Vangheluwe hebben gediend?

Moederziel alleen

Veel enthousiasme vertoonde Jozef De Kesel niet toen de pauselijke nuntius hem in het voorjaar van 2010 opdroeg bisschop van Brugge te worden. Hij was, na een verblijf in Brussel, net hulpbisschop van Vlaams-Brabant geworden – zijn koffers waren amper uitgepakt, en hij mocht alweer vertrekken naar een bestemming die je zelfs je grootste vijand niet toewenst: het geschandvlekte bisdom van Roger Vangheluwe.

Maar de nuntius was onverbiddelijk. Alleen een buitenstaander kan schoon schip maken, zei hij. En dat was De Kesel helaas, als geboren Gentenaar. Bovendien had hij het als hulpbisschop in Brussel uitstekend gedaan. Zo goed, dat aartsbisschop Danneels hem openlijk als zijn opvolger tipte. Maar dat ging dus niet door: De Kesel moest naar Brugge.

‘In Brussel was ik ook niet met groot enthousiasme begonnen,’ zegt De Kesel. ‘Ik vroeg me af hoe ik, als Vlaming, bij de Franstaligen zou liggen. Maar dat is wonderwel meegevallen. Brussel is een multiculturele stad, een verrijkende ervaring: er ontstaan zo veel nieuwe dingen. Terwijl Brugge… Brugge is anders. Ik heb hier ook een meer bestuurlijke taak.’

Vangheluwe was als bisschop een allemansvriend, dat is zijn opvolger allesbehalve. De Kesel woont niet op het bisdom. Hij komt er alleen in de ochtend, na de middag studeert hij doorgaans thuis. Als fijnzinnige intellectueel lijkt hij niet op zijn plaats in de provincie. Op recepties staat hij vaak moederziel alleen.

‘Hij is te goed om bisschop te zijn,’ zegt een Brugse priester.

De Kesel heeft niemand ontslagen na zijn aankomst in Brugge. Of toch: één secretaris, met wie het echt niet meer ging. De Brugse priester: ‘Wekenlang is De Kesel er niet goed van geweest. Hij wil geen mensen kwetsen. Hij kan het niet.’

Het gevolg is dat in het bisdom, dat door Roger Vangheluwe bijna ten gronde was gericht, in vier jaar tijd niks is veranderd. Er heeft geen herschikking plaatsgevonden, iedereen zit nog altijd op dezelfde stoel, op de twee vicarissen na die met pensioen zijn gegaan.

De macht, zeggen alle insiders, is in dezelfde handen gebleven: van Koen Vanhoutte, ook bekend als ‘De Sfinx’. Zeldzaam zijn de mensen die Vanhoutte op een moment van emotie hebben betrapt. Als vicaris-generaal is hij in principe de tweede man van het bisdom, maar in werkelijkheid is hij de enige die echt van alles op de hoogte is. De administrator, de CEO ad interim, trekt nog altijd aan de touwtjes.

Kurt Martens: ‘Onder Roger Vangheluwe was Vanhoutte al de vicaris van de parochies en de president van het Grootseminarie. Dat geeft hem ontzettend veel macht: hij vormt priesters en hij benoemt ze. Hij maakt en breekt carrières. Daarnaast is hij Herman Vandecasteele opgevolgd als vicaris-generaal. Met die drie functies is hij incontournable: bisschop De Kesel is op hem aangewezen. En als het fout gaat, heeft De Kesel het gedaan.’

Rik Devillé kan zijn ogen nog altijd niet geloven. In Brugge, waar ze hem jarenlang met zijn slachtoffers van seksueel misbruik hebben weggelachen, wordt hij nu au sérieux genomen. Het gebeurt, zegt hij, dat hij thuis telefoontjes van gezagsdragers krijgt die hem feliciteren met zijn goede en belangrijke werk. ‘Ik bedank ze daarvoor, maar eerlijk gezegd: ik geloof ze niet. De mensen die me al die tijd hebben verwenst, zouden nu van gedachte zijn veranderd? Ik betwijfel dat. Ze moeten de bisschop volgen.’

‘Van Koen Vanhoutte, die indertijd met Roger Vangheluwe de dossiers van seksueel misbruik ‘behandelde’, heb ik niks vernomen. Geen vergoelijkend woordje, geen verontschuldigingen. Hij zwijgt tegenover mij. Ik heb niet het gevoel dat een man als Vanhoutte tot inkeer is gekomen.’

Koen Vanhoutte zelf geeft geen commentaar.

De meubels van Vangheluwe

Al even weinig geloofwaardig is de rol van kerkrechter Patrick Degrieck als bestrijder van seksueel misbruik. Nu is hij de directe medewerker van bisschop De Kesel in de afhandeling van de verjaarde dossiers, maar enkele jaren geleden was hij, met Tom F., nog de onlosmakelijke schaduw van Roger Vangheluwe. Geen verjaardag van de bisschop ging voorbij zonder dat zijn twee vrienden een kleine attentie afleverden. Het blijft een mysterie waarom uitgerekend Degrieck, als enige geestelijke, een plek in de commissie-Adriaenssens heeft gekregen. De commissie die in enkele maanden tijd bijna vijfhonderd dossiers van seksueel misbruik binnenkreeg, een stortvloed van vrijgekomen verdriet na de bekentenissen van Vangheluwe.

‘En dan komt daar een vriend van Vangheluwe in te zitten,’ zegt een bron in het bisdom. ‘Het klopt gewoon niet.’

Degrieck bevestigt dat hij het goed met Vangheluwe kon vinden. ‘De bisschop was een charmante man. Je moest al een vierkant karakter hebben om níét met hem overweg te kunnen.’Degrieck bevestigt ook het verhaal dat hij de meubels van de bisschop, na zijn onverhoedse vertrek uit het bisdom, op zijn eigen zolder heeft gestald. Het is te zeggen: op de zolder in Ruiselede, in het klooster van de congregatie van de Zusters van Zeven Weeën. Degrieck: ‘Bisschop De Kesel kwam naar Brugge, en de meubels van de oude bisschop moesten weg. Ik had ruimte in Ruiselede, dus ik dacht: ‘Ik breng ze daarnaartoe.’ Maar ik heb dat wel aan Peter Adriaenssens gemeld. Die maakte geen bezwaar. ‘Laten we niet paranoïde worden,’ zei hij.’

Degrieck heeft jarenlang gezeteld in raden van bestuur van katholieke instellingen die seksueel misbruik onder de mat veegden. Met name in het ziekenhuis van Tielt heeft hij de stellingenoorlog met de plaatselijke deken Leopold L. van dichtbij gevolgd. Ongeveer twintig jaar heeft het Norbert Bethune, lid van de werkgroep Mensenrechten in de Kerk, gekost om de directie van het ziekenhuis tot een schuldbekentenis te dwingen. ‘Ze zeiden uiteindelijk dat de deken één slachtoffer had misbruikt,’ zegt Bethune, ‘terwijl het er meer waren.’

Al die tijd zweeg Degrieck, tot de bekentenis van de directie er in 2013 kwam. Toen nam hij ontslag. Degrieck: ‘Het was niet meer te verenigen met mijn taak als directe medewerker van bisschop De Kesel.’

Degrieck wordt boos bij de suggestie dat de penitentie van de Kerk en haar dienaren zelden oprecht lijkt. Hij beweert dat het net goed is dat hij, als priester, met andere priesters gaat praten om ze een bekentenis te ontlokken. ‘Het gebeurt dat ze opgelucht zijn als ze me zien. ‘Eindelijk ben je daar,’ zei een priester. ‘Ik dacht dat ik mijn geheim in het graf zou meenemen.’ Maar anderen zijn angstig en ontkennen of minimaliseren de feiten.’

In oktober 2010, enkele maanden nadat hij in de commissie-Adriaenssens had gezeteld, vertelde Degrieck in een interview met het tijdschrift ‘Het Teken’ dat de Kerk geen doofpotoperatie te verwijten viel: het seksueel misbruik was al die jaren niet met kwade bedoelingen stilgehouden, zei hij. Hij vergeleek het met incest in een gezin: een moeder verneemt het misbruik, ‘wil dat het niet meer gebeurt en beschermt haar kind, maar ze wil haar gezin ook niet opgeven. De moeder zit dus gevangen in haar moederrol.’ Tot het na verloop van tijd weer naar boven komt. ‘Dan krijgt de moeder de volle laag: men verwijt haar dat ze koos voor haar gezin, voor zichzelf en niet voor het slachtoffer. En dat is eigenlijk waar. Welnu, dat is een drama voor die moeder. Kan je haar beschuldigen van crimineel gedrag? Van doofpot als bewuste strategie? Neen.’ Vreemde woorden uit de mond van een man in een commissie die voor het eerst de belangen van het slachtoffer centraal stelde.

Sauna’s en bars

Bisschop De Kesel behoudt het volste vertrouwen in zijn naaste medewerkers, zegt hij. ‘Ik weet wat over meneer Vanhoutte wordt verteld. Maar hij is een zeer toegewijde man: ik ben tevreden over zijn werk. En over het werk van meneer Degrieck ook.’

De vraag is of de bisschop nog lang op dezelfde wijze zal kunnen blijven werken. Het verzet roert zich onder leiding van kerkjurist Kurt Martens vanuit Washington. In een bijdrage aan De Standaard heeft hij zich al afgevraagd of bisschop De Kesel en zijn rechterhand Koen Vanhoutte nog kunnen blijven functioneren. En het werk van Patrick Degrieck noemt hij, in juridisch opzicht, geknoei. Hij betwijfelt of Rome alle informatie krijgt. ‘Tijd voor een apostolische visitatie,’ zegt Martens. Kerklatijn voor: tijd dat Rome orde op zaken zet.

Voor alle duidelijkheid: het verzet komt vanuit de rechterflank van de Kerk. Het is niet geïnspireerd door een grote empathie voor slachtoffers van seksueel misbruik, het is in de eerste plaats gericht tegen het lakse beleid van bisschop De Kesel. Wat zich in Rome enkele jaren geleden afspeelde, lijkt zich te herhalen in Brugge: steeds luider klinkt de roep om een einde te maken aan de privileges van de gay lobby, die door mensen als Koen Vanhoutte en Patrick Degrieck de hand boven het hoofd wordt gehouden.

Op het internet circuleren al langer de wildste geruchten, maar steeds meer gelovigen spreken zich ook uit. Gert Verstraete, zelf homo, stond laatst op de West-Vlaamse televisiezender Focus-WTV met een brief van een voormalige seminarist te zwaaien. De seminarist schreef dat hij indertijd was opgestapt omdat hij zijn gevoelens voor jongens niet kon onderdrukken. Het was een te zware last om priester te worden. Maar wat blijkt nu, zo veel jaren later? Dat hij in homobars en –sauna’s jongens tegenkomt die zich wel tot priester hebben laten wijden. Verstraete: ‘Ik ben met de brief naar bisschop De Kesel gestapt. Hij zei: ‘Verscheur ’m maar, het heeft geen belang.’ Sorry, maar voor mij heeft het wel belang.’

De priester uit de omgeving van Menen: ‘Op het seminarie heb ik meegemaakt dat een overste je hand vastnam of je been streelde. Wat doe je dan? Je zwijgt. Je wordt niet verkracht, hè. En voor zo’n kleinigheid wil je niet aan je roeping verzaken.’

‘Maar als je niet meedoet, sta je wel buiten een invloedrijke groep. Je hoort er niet bij. En dat is niet goed voor je carrière.’ De priester wijst met een beschuldigende vinger naar Koen Vanhoutte, president van het Grootseminarie. ‘Hij laat het op zijn beloop. Pas als het echt niet anders kan, grijpt hij in.’

Een bron in het bisdom: ‘Laten we eerlijk zijn: op het seminarie kom je nog zelden een hetero tegen. De meeste jongens komen uit een traditioneel katholiek milieu, waar ze niet voor hun geaardheid mogen uitkomen. En op het seminarie krijgen ze te horen dat ze in de tuin moeten gaan spitten als ze het voelen opkomen. Maar er gebeurt natuurlijk wel van alles in de coulissen, in stilte. Niemand spreekt erover. Niemand mag zijn seksualiteit beleven. En dan krijg je toestanden zoals met Tom F. Die zei: ‘Thuis heb ik alleen mijn frigo om tegen te spreken.’ Uit eenzaamheid doen mensen domme dingen.’

Gert Verstraete zegt wat ook zijn medestanders in het verzet beweren: ‘Als die homopriesters geen vriend hebben, reageren ze zich af op minderjarigen.’ Met andere woorden: de pedofilieschandalen zijn de schuld van de homo’s in de Kerk.

‘Nonsens,’ zegt Jozef Corveleyn, professor emeritus klinische psychologie (KU Leuven), ‘een echte pedofiel heeft een gestoorde persoonlijkheid: hij heeft alleen begrip voor zijn eigen nood, hij respecteert de ander niet. Homoseksualiteit daarentegen is een kwestie van identiteit. Je voelt je aangetrokken door een ander van hetzelfde geslacht, maar je respecteert ’m wel.’

Jozef De Kesel: ‘De man in de straat zegt: ‘Priesters zouden beter trouwen, dan zouden ze zulke dingen niet doen.’ Ik begrijp dat, maar het strookt niet met de werkelijkheid. De hoogste percentages van incest vind je bij gezinnen, bij mensen die getrouwd zijn. Er is geen noodzakelijk verband tussen het celibaat en pedofilie. En ook niet tussen homoseksualiteit en pedofilie.’

In het bisdom van Brugge heerst de wet van de stilte. Veel mensen weten dingen van elkaar, maar iedereen zwijgt. En zo kan het gebeuren dat de hoogste in rang, de bisschop, jarenlang zijn neefje mismeestert zonder dat iemand een kik geeft. ‘Roger Vangheluwe heeft me zelf gezegd dat verscheidene mensen op de hoogte waren,’ zegt een Brugse bron. ‘Zijn familie, de zusters die bij hem inwoonden, homoseksuele priesters, anderen ook. Maar iedereen heeft gezwegen. Iedereen had zijn reden, zeker?’

Ken uzelf

Op woensdag drie december zal Jozef De Kesel zich, in het gezelschap van onder anderen Koen Vanhoutte en de bisschop van Antwerpen Johan Bonny, aanbieden bij de parlementaire opvolgingscommissie om zijn beleid inzake seksueel misbruik nader toe te lichten.

De vraag is ook hoe zwaar Rome de schandalen van de voorbije weken De Kesel zal aanrekenen. En of hij de verwijten over ‘het roze bisdom’ zal overleven. De vorige paus, Benedictus, is het uiteindelijk te veel geworden, maar misschien is de bisschop van Brugge beter bestand tegen de storm?

‘De Kesel is geen kandidaat meer om aartsbisschop van België te worden,’ zegt een insider aan de top van de Kerk. ‘Daarvoor is zijn blazoen te veel besmeurd. De Kesel beschikte over alle troeven om André-Jozef Léonard op te volgen: na een Waal is het meestal de beurt aan een Vlaming, hij is verstandig, tweetalig, afkomstig van Gent, heeft in Brussel gewerkt, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen: hij kent nagenoeg alle Vlaamse provincies. Maar het is onwaarschijnlijk dat hij nog altijd de eerste man van kardinaal Godfried Danneels is.’

‘Vergis u niet: Danneels is de numero uno van de Belgische Kerk, niet Léonard. Léonard is, met zijn conservatieve standpunten, uit de gratie van de nieuwe paus. Franciscus verlaat zich op Danneels: Danneels was de persoonlijke gast van de paus op de bisschoppensynode over het gezin. En Danneels heeft net daarvoor ook een privéaudiëntie gekregen. Met eenentachtig is Danneels helemaal terug van weggeweest: hij beslist volgend jaar over de opvolging van Léonard (die 75 wordt, red.). En naar het zich laat aanzien, zal de onbesproken Johan Bonny de voorkeur van Danneels genieten, tenzij Bonny alsnog voor een hogere taak in Rome wordt geroepen.’

De Kerk zou de Kerk niet zijn, als de schandalen in Brugge niet als een complot tegen De Kesel zouden worden geduid. Maar wat ze ook zijn, de bisschop staat voor een heidens karwei. Veel medewerkers achten hem te broos om alsnog in te grijpen. Hoe ziet hij dat zelf? Hij zwijgt even. Dan zegt hij: ‘Nu vraagt u ongeveer het moeilijkste dat er bestaat: ken uzelf. De oude Grieken worstelden daar al mee. Ik laat dat oordeel liever aan anderen over.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234