Seppe Smits (20), wereldkampioen snowboarden

Seppe Smits ziet er verfrommeld uit als we hem te pakken krijgen: geruit hemd en hoodie, sneakers onder een zwarte broek, zijn haar onder een paarse muts met een dikke dot.

'Als mijn knieën kapot zijn, zal ik tenminste gelééfd hebben'

Als u niet in het snowboardwereldje zit, zal de naam Seppe Smits u niet bijster veel zeggen, maar daar komt ongetwijfeld verandering in. De jongeman werd vorige winter in Spanje wereldkampioen in de slopestyle-discipline, en hij pakte ook zilver op de big air, een soort schansspringen voor coole kerels. Volgende grote afspraak: het WK in Canada in 2013, en daarna: de Olympische Spelen in Sotsji in 2014. Smits heeft nu al zijn zinnen gezet op een olympische medaille: ‘Dat zou supercool zijn. En als het een beetje meezit, moet het snowboarden tegen dan echt een publiekssport geworden zijn.’

HUMO Aan het spektakel zal het niet liggen. Die wedstrijden lijken wel rockconcerten: een lichtshow, luide muziek, een uitzinnige menigte.

Seppe Smits «Op grote events komen er dikwijls rockgroepen spelen. In München trad Sum 41 op, en in Londen werd zelfs een tweedaags muziekfestival rond de World Cup Big Air georganiseerd – The Streets en Groove Armada waren dit seizoen de grootste namen, Roni Size heeft er vroeger gespeeld, Cypress Hill en Orbital ook, en zelfs Black Box Revelation. En elk evenement heeft ook een party.»

HUMO Dat zijn veel stijlen door elkaar: is er geen snowboardsoundtrack?

Smits «De oudere riders zijn allemaal mannen van de harde gitaarmuziek, maar nu zijn alle stijlen ingeburgerd. Afhankelijk van de mood van de avond hoor je R&B, groove, pittige rock of gewoon partymuziek.»

HUMO Ik zag beelden van zo’n big air-wedstrijd, begin december in het Vogelneststadion in Beijing, en het uitzicht boven op de schans was behoorlijk beangstigend. Voel jij het ook kriebelen als je daar staat?

Smits «Bij big air-wedstrijden in een stadscentrum wel: je staat daar op een steile stellage van veertig, vijftig meter hoog, en de meeste gebouwen zijn een stuk kleiner. Als je op eenelfde helling in de bergen staat, voelt het veel natuurlijker aan.»

HUMO Mogen we de big air-discipline met schansspringen vergelijken?

Smits «Er is één groot verschil: bij het klassieke schansspringen moet je zo ver mogelijk raken. Bij big air speelt dat geen rol: je moet spectaculaire tricks uitvoeren, en het liefst zo stylish mogelijk. Daarvoor moet je vooral hoog kunnen vliegen. Wij kunnen ook veel meer variëren – een schansspringer kan maar op één manier zo ver mogelijk zweven.»

HUMO Hoe voel jij je daarboven?

Smits «Als ik klaarsta om in te droppen en er staat twintigduizend man me toe te juichen, dan spuit de adrenaline door mijn lijf. Dat is waarschijnlijk wat een rockster vlak voor een concert voelt. Dan wil je de mensen waar geven voor hun geld. Maar je blijft een sportman die zich moet concentreren. Zodra ik vertrek, hoor ik niks meer tot ik opnieuw de grond raak. Dan knalt het lawaai in mijn oren – fijn gevoel, hoor!»

HUMO Sommige snowboarders hebben hun iPod op als ze naar beneden scheuren.

Smits «Ik niet. Ik hoor liever de wind in mijn oren suizen: daaruit kan ik afleiden hoe snel ik ga. Ik ben dan één brok concentratie: je hebt op voorhand wel je volledige run in je hoofd zitten, maar als er iets tegenzit – je hebt minder snelheid dan je wilde, bijvoorbeeld – moet je bliksemsnel kunnen improviseren. Gelukkig draait de wereld minder vlug als je in de lucht hangt. Je hersenen werken zo snel, dat een jump die in real time maar twee seconden in beslag neemt, naar mijn gevoel vijf seconden duurt.»

HUMO In de tweede discipline, de slopestyle, ben jij wereldkampioen. Ik wil je niet beledigen, maar ik zou dat durven te omschrijven als kunstschaatsen op sneeuw.

Smits «Het lijkt er wel wat op, maar wij hebben véél meer tricks achter de hand. Een kunstschaatser moet proberen zoveel mogelijk te roteren, maar bij slopestyle kun je in vier richtingen roteren, afhankelijk van je voorkeursvoet voor of achteraan op de plank, en of je met je gezicht of je rug naar de landing gericht staat.»

HUMO De derde discipline is de halfpipe. Die lijkt verdacht veel op skateboarden, maar dan op sneeuw.

Smits «En op een helling, anders haal je nooit voldoende snelheid. Tot afgelopen zomer was dat de enige olympische snowboarddiscipline. Het is ook de meest technische: je moet elke trick perfect kunnen uitvoeren, en je moet telkens perfect neerkomen om de volgende te kunnen afwerken. Als je je te hard of te zacht tegen de muur afzet, land je te ver of juist niet ver genoeg op de piste en verlies je al je snelheid.

»In de big air krijgt elke rider één sprong, in de halfpipe zijn dat er zes. Zo kun je een minder geslaagde trick nog goedmaken en je eindscore optrekken. Het showgehalte is misschien wat minder hoog, maar onderschat de populariteit van de halfpipe niet: de bekendste rider ter wereld is Shaun White, en hij is de beste op de halfpipe.»

HUMO Die met zijn lange rosse krullen, beter bekend als The Flying Red Tomato?

Smits «Yep. Hij is de énige wereldster in het snowboarden: hij won goud op de halfpipe op de Winterspelen in Turijn én op die in Vancouver, en op de X Games won hij tientallen gouden medailles, zowel in het snowboarden als in het skateboarden. De wedstrijd in China vorige maand heette niet voor niks de Oakley and Shaun White Air & Style.»

HUMO Jouw bijnaam is Kleine Lama. Met permissie, maar bang word ik daar niet van.

Smits (grijnst) «Onze snowboardcrew heet De Lama’s, een vondst van mijn broer en zijn maten in Leuven. Op een nacht in Leuven stonden ze na een feestje op een dak van een appartementsgebouw, en ze moesten dringend plassen. Ze deden dat van op het dak, recht in de Dijle. Toen vroegen ze zich af of ze het zouden overleven als ze van op die hoogte in de Dijle zouden vallen. Na een flinke discussie trok iemand er een streep onder met de woorden: ‘Laat maar.’ Als je dat met een dubbele tong en een Kempisch accent uitspreekt, wordt dat iets als ‘la-ma’. En van het één kwam het ander. Ik ben Kleine Lama, omdat mijn coach mij vroeger altijd ‘de kleine’ noemde.»

HUMO Little Lama kan straks Big Lama worden: je mag in januari deelnemen aan de X Games in het mondaine skioord Aspen, Colorado. Zowat de Olympische Spelen voor extreme sporten.

Smits «Daar winnen is het allerhoogste wat een snowboarder kan bereiken, want nergens wordt er zó spectaculair gereden. Je moet bekend zijn voor je aan de X Games mag deelnemen, en ik zal daar als eerste Belg ooit staan. Als je daar meedoet, beschouwen ze je in Amerika écht als een rockster.»

HUMO Ben je al een wereldster?

Smits «In het snowboarden wel, maar dat is een klein wereldje. In België zullen niet veel mensen weten wie ik ben als je mijn naam zegt – om van Amerika nog maar te zwijgen. Maar de sport wordt populairder, ook bij het grote publiek. Op de Winterspelen in Vancouver in 2010 was de finale van de halfpipe het tweede meest bekeken event, na de ijshockeyfinale tussen Canada en de Verenigde Staten.»


In coma

HUMO Jij bent professioneel snowboarder: kun je er goed van leven?

Smits «De prijzenpot bij wedstrijden is niet onaardig, maar dat zijn geen miljoenen: als je in Beijing of München wint, de grootste wedstrijden op de kalender, krijg je 15.000 euro. En dan moet de fiscus nog passeren. Om maar te zeggen: van dat prijzengeld zal ik na mijn carrière niet kunnen rentenieren. Maar ik mag niet klagen: ik kom goed rond dankzij mijn privésponsors en Topsport Vlaanderen, waar ik vorige maand een contract mocht tekenen. Zij betalen nu niet alleen mijn materiaal, maar ook alle reiskosten, én ik ontvang een maandloon.»

HUMO Je studeerde voor industrieel ingenieur, maar daar ben je ondertussen mee gestopt.

Smits «Het viel niet te combineren: ik ben zeven, acht maanden per jaar op reis. Als het bij ons zomer is, zit ik in Nieuw-Zeeland, want dan is het daar winter. De Nieuw-Zeelandse Alpen zijn trouwens prachtig: nergens is het landschap zo mooi als daar.»

HUMO En wat als je op je 35ste met twee kapotte knieën thuis moet blijven, zonder diploma op zak?

Smits «Dan zal dat pijn doen, ook figuurlijk. Maar als die knieën kapot zijn, dan komt dat omdat ik heb gedaan wat ik het allerliefste deed. Kapotte knieën overhouden aan een ongeval dat niets met snowboarden te maken heeft–eenvalvandetrapofzo–datzou pas frustrerend zijn. Ik zal mezelf niets kunnen verwijten: ik zal gelééfd hebben. En dan zal ik mijn snowboardkennis en ervaring doorgeven aan de jonge generatie.»

HUMO Is dat de reden waarom je van het skateboard afblijft: de angst voor blessures?

Smits «Ik kan het gewoon niet goed genoeg: in Westmalle was er niet bepaald een skatescene toen ik jong was, dus heb ik het ook niet kunnen leren. Veel riders zijn wel uitstekende skaters, maar sommigen hebben zich toch flink geblesseerd. Mark McMorris, één van de topriders, heeft vorige zomer eens op zijn blote voeten geskatet. Hij schoof van het board en blesseerde zijn enkel. En een andere vriend, Kim Rune Hansen, heeft zo zijn kruisbanden gescheurd. Ik loop dat risico liever niet.»

HUMO Durf je op een surfplank te kruipen?

Smits «Drie jaar geleden heb ik leren golfsurfen – na snowboarden is dat de tweede plezantste sport. Het risico op blessures is veel kleiner, maar het is wel aartsmoeilijk. Je zou denken dat een plank een plank is, of het nu op sneeuw of op water is. Maar het heeft me uren gekost voor ik mijn evenwicht kon bewaren, en nog eens een volle dag voor ik op een golf kon draaien. Het is écht een zware sport: je moet maar eens proberen om tegen de golven in te peddelen, en dan op je plank te wippen als er een goeie golf komt aangerold.»

HUMO De Noorse snowboarders zijn cracks in golfsurfen, naar het schijnt.

Smits «Wat wil je! Die mannen zijn vorige zomer naar Bali op trainingskamp geweest. Bali! Ik heb het aan de Vlaamse federatie voorgesteld, maar dat bleek toch een tikje te duur (lacht).»

HUMO Is een dag zonder plank een verloren dag?

Smits «Eén dag overleef ik wel, en zoals nu – na een wekenlange reis naar China en de VS – kan ik mijn board wel een week missen. Maar veel langer moet dat toch niet duren: dan wil ik weer naar de bergen en de sneeuw. Ik ben verslaafd aan snowboarden, het reizen en de vrijheid.»

HUMO Kan iedereen leren snowboarden?

Smits «Mijn vader was al een eind in de veertig toen hij het leerde. Hij kon al lang skiën, maar hij wou toch eens proberen wat zijn zoons konden. Het heeft ’m wat moeite gekost, maar nu komt hij vlot naar beneden – ietsje braver dan mijn broer en ik, maar toch.»

HUMO Moet je kunnen skiën voor je kunt leren snowboarden?

Smits «Dat hoeft niet. Je moet vooral dúrven. Toen ik op mijn negende voor het eerst op een board stond, heb ik mijn ski’s in de kelder gegooid. Snowboarden is veel uitdagender. Met ski’s ga je braaf op de piste naar beneden, terwijl je op een board over de bultjes kan jumpen of buiten de piste kan gaan poederrijden. Niets zo zalig als naar de andere kant van de berg gaan, waar er nauwelijks sporen in de sneeuw zijn, vaart maken, hard stoppen, een grote wolk sneeuw in de lucht blazen en daar dan zachtjes doorglijden.»

HUMO Of een lawine veroorzaken?

Smits «Je moet wel weten wat je doet, hè. Overal waar ik kom, ken ik mannen die weten waar de goeie poedersneeuw ligt, én waar de gevaarlijke plekken liggen.»

HUMO Eigenlijk heb je een luizenleventje. Je reist de wereld rond, doet de hele dag wat gewone mensen één week per jaar tijdens hun vakantie doen, én je krijgt er geld bovenop.

Smits (lacht) «Hoor je mij klagen? In het begin was snowboarden vooral amusement: eerst fun op de piste, daarna op de party. Nu is het meer dan feesten alleen: je moet je lichaam verzorgen. Als je niet in topvorm bent en niet regelmatig powertraint, raak je geblesseerd en ben je twee maanden out voor je het weet.»

HUMO Of op sterven na dood, zoals Kevin Pearce op de Spelen in Vancouver. Hij viel op zijn hoofd en lag weken in coma.

Smits «Kevin heeft pech gehad, maar afgelopen week in Breckenridge heeft hij voor het eerst in twee jaar nog eens op zijn snowboard gestaan. Hij zal nooit meer zijn oude niveau halen, maar hij kan toch al meer dan hij mocht verwachten na die crash.»


Bevroren ballen

HUMO Net als bij het skateboarden of surfen ontbreekt die concurrentiestrijd. Wil je dan niet per se winnen?

Smits «Toch wel, maar dat hoeft niet ten koste van de goeie sfeer onder de riders te gaan. We proberen allemaal de mooiste en de moeilijkste tricks uit te voeren, en op het einde is er een winnaar. Maar moet je ontgoocheld zijn als je niet wint? Nee, toch? Als iemand een goeie run achter de rug heeft, krijgt hij van de riders beneden allemaal een vuistje – onze manier om elkaar te feliciteren. En vooraf begroeten we elkaar met een clap – twee keer met de handen tegen elkaar slaan: één keer met de palm en één keer met de rug.»

HUMO Het doet me wat denken aan de rapperscultuur. Om van jullie kledij te zwijgen: het mag wel een maatje groter zijn.

Smits «Je zult snowboarders nooit in spannende skipakken zien. Shaun White probeert nu wel de tight pants te lanceren, maar veel succes heeft hij er niet mee. We dragen liever ruime broeken en jassen. Ik ben eigenlijk large van postuur, maar ik draag altijd XL. Maar bij ons is het niet zo extreem als bij die Amerikaanse rappers vol blingbling, met hun jas tot over de knieën en het kruis van hun broek tussen de benen. Als je in de lucht hangt en je board beetpakt, moet je jas nog net over je kont komen. Dat heeft ook een reden: als je valt en je jas is te kort, dan zit je broek vol sneeuw. En wie wil er nu bevroren ballen? (lacht)»

HUMO Voor snowboarders is het blijkbaar niet cool om zich als topsporter te gedragen.

Smits «Daar is wel iets van aan. De organisatie van Free Style CH, een wedstrijd in Zwitserland, had twee hometrainers voor ons klaargezet, zodat we de spieren warm konden rijden. Geen enkele rider heeft ze gebruikt, behalve voor de grap. Iedereen weet wel dat je je voor een wedstrijd moet opwarmen, maar als je tien keer op en neer springt, zullen je knieën ook wel warm zijn.

»We evolueren nu naar een topsport, maar we letten erop dat we onze eigen, losse gewoonten niet verliezen. Té serieus is ook niet goed: een wedstrijd moet plezant zijn – een beetje vakantie, zelfs. Ik heb destijds op de topsportschool van Wilrijk gezeten, en dan hoorde ik andere jongens vertellen dat ze geen lol trapten, dat ze hun sport beoefenden omdat ze móésten. Dat hou je toch niet vol? Ik denk de héle dag aan snowboarden: ik zit voortdurend met nieuwe tricks in mijn hoofd.»

HUMO We hadden het al over het rockstergehalte van de snowboarder. Bij rockers horen groupies, bij snowboarders ook?

Smits (grijnst) «Na zo’n grote wedstrijd is er altijd wel een afterparty in een grote discotheek, en dan mag je in de vipruimte binnen. Rond middernacht word je op het podium geroepen om de zaal te laten weten dat de snowboarders die zo spectaculair door de lucht vlogen er óók zijn. Tja, dan worden de grieten vaak iets makkelijker.»

HUMO A girl in every port?

Smits «Toch in de steden waar sneeuw ligt.»

HUMO Dan is het maar goed dat er thuis in Westmalle geen meisje op je wacht.

Smits «Ik ken maar weinig snowboarders die zich aan vaste relaties wagen. Het kán niet werken: ik ben nooit thuis, en overal waar ik kom, zijn er veel verleidingen.»

HUMO En wat als ze verliefd op je worden?

Smits «Als ze jouw telefoonnummer niet vraagt, moet je het niet geven, hè.»

HUMO Slim gezien!

Meer over Seppe Smits en de Lama's op de Life of Lama's-blog

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234