Sharon Van Etten (Botanique)

Het gaat – eindelijk – goed met Sharon Van Etten, en daar kun je alleen maar blij om zijn. In de Orangerie van de Botanique speelde ze het soort concert waarvan iedereen binnenkort zal zeggen dat ze erbij waren: bevrijd, triomfantelijk en helemaal klaar voor de grote zalen en festivals.

Wie in de waan verkeerde dat de liefde nog altijd wringt bij Sharon Van Etten en dat ze daarover zingt in frêle folk- en troebele soulsongs, werd in Brussel meteen op zijn plaats gezet. “Our love’s for real”, klonk het in ‘Jupiter 4’, dat tegelijk een ode is aan haar lief én aan de synthesizer die de motor vorm van haar jongste plaat, het fantastische Remind Me Tomorrow (2019). Ook direct duidelijk in dat openingsnummer: de 38-jarige Van Etten is van een wat sjofele, soms bedeesde singer-songwriter uitgegroeid tot een waar podiumbeest dat de volledige controle heeft over haar performance.

Met één handgebaar dwong ze de donkere synthgroove van haar band – waarin nog geen gitaar te horen was – tot stilstand. En ze beheerste haar stem zoals nooit tevoren. Zalven, slaan, grommen, fluisteren, schreeuwen – ze deed het allemaal in het bestek van één song. Bovendien kon je niet anders dan naar haar kijken: met haar paarse hemd inclusief epauletten, lederen broek en lichtjes gothic aandoende make-up zoog ze alle aandacht naar zich toe.

Het gaat Van Etten dan ook voor de wind sinds haar vorige plaat, Are We There uit 2014. Kort gezegd: diploma psychologie gehaald, de liefde gevonden, kind gekregen, acteercarrière begonnen. Het zelfvertrouwen dat ze daaruit putte, bleek ook uit het feit dat ze ‘Comeback Kid’, een van haar meest catchy nieuwe songs, als tweede nummer speelde, inclusief theatrale handgebaren.

In de derde song van de set, de zompige elektronische bluesgroove van ‘No One’s Easy to Love’, deed de gitaar voor het eerst weer mee, maar de ingetogen Van Etten-folkie van vroeger was ver weg – je dacht eerder aan PJ Harvey en Karen O, zeker toen het nummer eindigde in een monsterlijke basriff. In de tekst verwees ze naar haar oude zelf, het eeuwige slachtoffer van de liefde en verkeerde venten, en dat bleek een opstapje naar twee oudere songs.

‘One Day’ (2010) en ‘Tarifa’ (2014) klonken fraai, onder meer dankzij de tweede stem van Heather Woods Broderick. Maar de lichtjes gezapige countryrock – alsof Van Etten met Jenny Lewis concurreert om de titel ‘Stevie Nicks van de millennialgeneratie’ – detoneerde met haar door synths aangedreven nieuwe sound. Tegelijk bleek ‘Tarifa’ een publieksfavoriet – we zagen fans met gesloten ogen de lyrics prevelen – en knipoogde Van Etten in het bloedmooie slot van dat nummer – zij alleen op gitaar – naar een weg uit de misère: “fall away somehow / to figure it out.”

En of Van Etten het intussen voor elkaar heeft: na die twee oudjes volgde een ronduit triomfantelijke reeks songs, die over een paar maand vast ook Pukkelpop laten ontploffen. In ‘Memorial Day’ zweefde Van Ettens stem etherisch over een dwingende mechanische groove à la Third van Portishead, en tijdens ‘You Shadow’ – dat dringend een hit moet worden – zocht ze met zwier en flair de voorste rij op, terwijl ze zich zingend bevrijdde van haar lamentabele liefdeshistories. De halve roadsong ‘Malibu’ gierde uit de bocht met knarsende noise waaruit ‘Hands’ tevoorschijn piepte, potige hardrock met pompende bas en hakkende gitaar, waarover Van Etten indrukwekkend uithaalde.

‘Black Boys on Mopeds’, een cover van Sinéad O’Connor uit haar hitalbum I Do Not Want What I Haven’t Got (1990) die Van Etten solo aan de toetsen bracht, was veel tegelijk: een geruststelling voor haar zoon, een herinnering aan het recht van iedereen op gelijkwaardigheid, een ode aan een getroebleerde artieste die te vaak als gek wordt weggezet (“these are dangerous days / to say what you feel means to dig your own grave”) én een hartverscheurend moment in de set (ook al omdat de aanklacht tegen politiegeweld in de tekst dertig jaar later nog altijd relevant blijkt).

De indrukwekkendste song was wel ‘Seventeen’, een gesprek tussen de volwassen Van Etten en haar onzekere, jongere zelf die tegelijk de coolste lalala’s in tijden bevatte én de diepste schreeuw die we ooit van haar hoorden. Ook in ‘Every Time the Sun Comes up’ zat zo’n contrast: een tekst die van ellende lijkt te druipen, maar waarin ineens de heerlijk onnozele zin “I washed your dishes / but I shit in your bathroom” passeert.

In de bisronde stuurde een dankbare Van Etten haar toegewijde fans huiswaarts met ‘Love More’ en de simpele boodschap om verdomme lief te zijn voor elkaar. Net voordien had ze nog twee keer zwaar indruk gemaakt: op gitaar met een grove psychrockversie van ‘Serpents’, de enige song die ze speelde uit Tramp (2012), en vooral aan de toetsen met ‘I Told You Everything’. In die sleutelsong van Remind Me Tomorrow vertelde ze hoe ze uit het dal kroop, terwijl de ritmesectie behoedzaam strompelde en ook de synths aarzelend de melodie aftastten.

Are We There, zo klonk het vijf jaar geleden nog vragend op Van Ettens vorige album. Sinds gisteren weten we dat ze nog maar net is begonnen aan haar triomftocht door de popmuziek.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234