'Shell Shock': Nick Cave en Nicholas Lens schreven een opera

Underground-icoon Nick Cave en internationaal vermaard componist Nicholas Lens bundelden hun niet geringe creatieve krachten voor de opera ‘Shell Shock’: twaalf canto’s die een stem geven aan slachtoffers van oorlogsgruwel, van vuurlinie tot thuisfront. Hun multidisciplinair oorlogsrequiem gaat vrijdag in première in De Munt, in een regie van choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui. Enkele hoogtepunten uit een exclusief dubbelinterview over oorlog en vrede, moord en doodslag, vriendschap en liefde. En drugs. En videogames. En Rammstein.

Nog voor de eerste glazen op tafel komen en unaniem voor de risotto met seizoensgroenten gekozen wordt, informeren de vrienden (beiden 57) naar elkaars kinderen. Die van Cave zitten nog altijd op dezelfde school, hoewel er voor de zomer topoverleg nodig was. Intussen vertelt Lens dat zijn dochter ’m van het roken probeert af te houden, hij is immers opnieuw begonnen op de drempel van huize Cave in Brighton. Cave rolt behendig een sigaret, maar stelt het overhandigen en nadien het van vuur voorzien van Lens’ nicotineshot steeds maar uit, diens ongeduld savourerend. ‘Een totale junkie,’ glimlacht hij breed.

Nicholas Lens «Een paar jaar terug heb ik Nick out of the blue een mailtje gestuurd, kort en zakelijk: ik ben een componist van hedendaagse opera, ik heb grootse plannen en hoop dat je wil meedoen. Hij belde me, helaas toen ik in een vliegtuig zat dat net geland was en ik mijn telefoon niet mocht opnemen. Ik deed het toch, maar een stewardess pakte mijn telefoon af en beëindigde het gesprek. Gelukkig belde hij een uur later terug.»

Nick Cave «Ik had al eerder met Belgen getelefoneerd (lachje). Meteen na ons gesprek ben ik aan het schrijven gegaan en de dag erna heb ik al twee canto’s opgestuurd. Dat kon zo snel omdat Nicholas de personages al benoemd had. En misschien ook omdat ik niks van opera afwist, zo kon ik in alle vrijheid schrijven.»

Lens «Na heel wat mailen en telefoneren hebben we elkaar voor het eerst ontmoet toen er al drie canto’s klaar waren. Dat was in Los Angeles, bij de première van de ‘Push the Sky Away’-tour. Ik had mijn dochter bij me, toen 15, en heb een slinkse truc moeten uithalen om haar de afterparty binnen te smokkelen – minderjarigen waren niet toegelaten omdat er alcohol geserveerd werd. Je was toen erg moe, ’t was een beetje ongemakkelijk allemaal.»

Cave «Afterparty’s zijn per definitie ongemakkelijk.»

HUMO Je moet erg veel projecten voorgesteld krijgen, waarom heb je voor ‘Shell Shock’ gekozen?

Cave «Ik heb toch even moeten nadenken. Ik hoorde immers mijn vaders stem in mijn hoofd. Hij haatte opera, hoewel hij een cultuurmens was. Bij ons thuis klonk wel klassieke muziek, maar nooit opera. Maar de titels die Nicholas al aan de songs gegeven had, hebben me verleid. Als jongeling heb ik jarenlang met ‘The Cantos’ van Ezra Pound rondgelopen – niet dat ik er veel van begreep, maar het bleef me intrigeren. Ik ben toen het andere werk van Nicholas gaan checken en het bleek me te bevallen. ’t Is natuurlijk een heel ander domein van de muziek dan wat mij vertrouwd is. Ik frats weleens dat The Birthday Party een soort opera was, van de gewelddadige en agressieve soort. Maar de waarheid is dat ik niks van opera wist, er nooit eerder mee te maken had en eerlijk gezegd ook sommige vaktermen in het woordenboek ben moeten gaan opzoeken.

»Wat rock-’n-roll aantrekkelijk maakt, is niet bepaald de virtuositeit, maar het feit dat de muziek soms zelfs iets amateurachtigs heeft. Die ruwheid genereert energie. Waar opera helemaal om virtuositeit draait, is die in rock-’n-roll vaak een vloek. De zangers die ik bewonder, zijn degenen van wie gezegd wordt dat ze niet kunnen zingen: Leonard Cohen, bijvoorbeeld, of Bob Dylan. Een bepaalde onvolkomenheid is in rock-’n-roll zeer effectief. Waarmee ik niet wil zeggen dat opera niet evenzeer ruw of opwindend kan zijn.»

Lens «Volgens mij is één van de belangrijkste verschillen dat de performers in hedendaagse opera enkel bij hoge uitzondering uitvoeren wat ze zelf geschreven hebben. In rock-’n-roll heeft de uitvoerder de complete vrijheid.»

Cave «’t Komt inderdaad hoogst zelden voor dat iemand iets neerschrijft (lacht). Niet dat ze ’t niet kunnen, het is gewoon niet nodig. Een paar jaar terug heb ik een volledige tournee afgewerkt met een bassist die van niets bleek te weten. Van elke song moest hij enkel de toonaard weten en vervolgens ging hij aan de slag. Nu ja, erg lang is die kerel ook niet gebleven (lachje).»

HUMO Over virtuositeit gesproken: ik hoorde, Nicholas, dat jij een verleden met Rammstein hebt.

Cave «Ha! Zéér interessant. Ik wist dat je geheimen had (lacht).»

Lens «Je kent het verhaal, toch? Al heb ik inderdaad wel geprobeerd om het voor je verborgen te houden (lacht).

»Rammstein had muziek van mij gebruikt zonder de rechten te regelen. ’t Zijn volgens mij verder aardige jongens, die wellicht niet eens wisten dat ze iets verkeerds gedaan hadden. ’t Was gewoon een administratief foutje. Ik had de muziek geschreven voor een vreemde Nederlandse arty film, ‘Marie Antoinette is niet dood’. Ik had onder meer een parodie op hyperromantische muziek geschreven: ‘Was hast du mit meinem Herz getan’, gezongen door een sopraan. Tot mijn verbazing bleek Rammstein dat liedje te gebruiken als apotheose tijdens hun ‘Mutter’-tour. Ik kende de groep niet eens toen iemand me attendeerde op een liedje van Rammstein. (Cave kan zijn pret niet op.) Hij toonde me de dvd ‘Live aus Berlin’, en ik stond versteld. De dag nadien belde ik hun platenfirma, waar ze erg verbaasd waren dat die rechten niet in orde waren. Minder dan een uur later stond er een bom geld op mijn rekening. Dus: geen slecht woord over Rammstein!»

HUMO Waarom wilde je graag met Nick werken?

Lens «De teksten in mijn opera’s moeten voor mij bovenal waarachtig zijn, zeker bij ‘Shell Shock’ was dat cruciaal. Die kwaliteit vind ik terug in alles wat ik van Nick gehoord heb – en gelezen, want ik heb ook van de vijfhonderd bladzijden dikke pil met al zijn songteksten en van zijn romans genoten. Toen ik ’m voor het eerst zag optreden – meer dan twintig jaar geleden, toen we allebei nog jong en mooi waren – viel die waarachtigheid me al op: hij zong niet één woord dat hij niet zelf geloofde. En zijn authenticiteit blijft me raken, ook de vier keer dat ik ’m het afgelopen jaar zag optreden.»

Cave «Elke song moet inderdaad authenticiteit ademen, over de hele lijn. ’t Is voor mij tijdens het schrijven overigens redelijk helder of het goed zit of niet. Dat komt omdat ik bij uitstek een narratieve songschrijver ben; ik schrijf verhalen. In dat opzicht is er geen verschil tussen een song voor The Bad Seeds of een canto voor ‘Shell Shock’. Als ik tijdens het schrijven in een verhaal verloren raak, verlies ik de flow en dreigt de bullshit. Op een zwak moment laat ik die bullshit soms staan, helaas: naderhand komt die altijd terug om me in de kont te bijten. Bij een optreden word ik dan geconfronteerd met regels waarvan ik weet dat ik ze ooit toegevoegd heb, omdat ik een extra vers nodig had, of met een rijm dat de song nodig had, maar dat niks betekent. Dan bekruipt me tijdens het zingen een zeker ongemak, precies omdat de authenticiteit ontbreekt.»

Lens «Authenticiteit is cruciaal in een werk met zo’n geladen onderwerp; vals sentiment doorzie je immers meteen. Toen je me het ‘Canto of the Orphans’ stuurde, vroeg je me of het niet te sentimenteel was. Op een gegeven moment zegt een klein kind: ‘Beyond the shifting shadows that devour me, beyond the moonlight filtered through the bars, I miss my father and my mother very much.’ In een andere context zou dat sentimenteel kunnen zijn, maar in de context van onze opera klopte het helemaal: ik zie dat jongetje daar staan, wanhopig, in zijn pyjama van de Aldi...»

Ten oorlog!

HUMO ‘Shell Shock’ kadert in de grootse herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Heb je Nick door Flanders Fields gegidst?

Lens «Nee, ik…»

Cave (onderbreekt) «Verschillende keren!»

Lens (lacht) «Te vaak, zelfs.»

Cave «We hebben er onlangs nog gepicknickt, op Flanders Fields.»

HUMO Had je iets met de Eerste Wereldoorlog? Ruim 300.000 Australiërs hebben meegevochten, van wie meer dan de helft gesneuveld is.

Cave «Klopt. We hadden in de familie ook allerlei oorlogsgeschiedenissen, maar – typisch voor die generatie – niemand sprak erover. En ik vroeg er dan ook maar niet naar. Zo weet ik nog altijd niet wat mijn grootvader precies heeft meegemaakt. Toen hij erg oud was, kreeg hij een herseninfarct en raakte hij helemaal verward. Toen ik hem ging opzoeken, bleek hij al zijn sigaretten opengemaakt te hebben: ‘De Japanners hebben mijn sigaretten vergiftigd!’»

Lens «Dat taboe speelde ook in mijn familie. Mijn beide grootvaders hebben in de loopgraven gevochten. De vader van mijn vader verloor er een long en een groot deel van zijn gehoor. Dat was allemaal zo traumatiserend dat praten over de oorlog in zijn nabijheid not done was. Net mensen zoals mijn grootvader geven we in ‘Shell Shock’ een stem: heel gewone mensen die allerlei oorlogsellende over zich heen gekregen hebben.»

HUMO Ik tel twee vrouwelijke canto’s, van de moeder en de verpleegster. Kom je niet vaak bij vrouwen uit als je anonieme getuigen van het oorlogsleed aan het woord wil laten?

Cave «Wacht even. Er zijn inderdaad maar twee canto’s die hun titel ontlenen aan een vrouw, maar er figureren veel meer vrouwen in mijn verhalen. In het ‘Canto of the Survivor’ is de rol van de vrouw bijvoorbeeld belangrijker dan die van de overlevende soldaat. Oorlog lijkt me een heel mannelijk idee...»

Lens «...dat vrouwen en kinderen doet lijden. Vrouwen hebben dan ook de belangrijkste canto’s gekregen. Zo vind ik zelf het ‘Canto of the Nurse’ ronduit indrukwekkend. Nadat ze een hele tijd met lichamen in de weer is geweest, ontwikkelt die verpleegster seksuele fantasieën over een dokter.»

Cave «Ze is een gigantische wonde aan het dichtnaaien en bezorgt zichzelf wat afleiding te midden van haar vreselijke werkzaamheden. Dat klopte, dat erotische stukje past perfect in die opera. Het voelde voor mij als…»

HUMO Iets Caveaans?

Cave «Niet alleen iets Caveaans. Iets heel normaals, zou ik het willen noemen. Hoe reageer je op al die vreselijkheden?»

Lens «Het ís een normale reactie. Het helpt je door de dag.»

Cave «Het ‘Canto of the Mother’ is ook cruciaal, de moeder is de sterkste emotionele stem in de hele voorstelling. Ze moet alles ondergaan zonder dat ze zelf ook maar enige greep op de zaken heeft, en ventileert dan ook de heftigste woede.»

Lens «Ze heeft er allemaal niks mee te maken, maar ze is wel de zoon kwijt op wie ze zo trots was: hij was sterker dan zijn vader, had imposante benen van marmer. Wanneer hij niet terugkeert van het front, richt ze zich tot God: ‘Fuck God! Fuck the flag!’ Dat is het hoogtepunt van de door oorlog opgewekte woede. Ik heb het een poosje moeten laten gisten voor ik er muziek bij kon zetten. Het wordt gezongen door een haast adellijk uitziende mezzosopraan, Sara Fulgoni. Ze zingt de fucks met geweldige klasse. Serieus: ze meent wat ze zingt, je gelooft haar helemaal.»

HUMO Is dat de link met het seizoensthema van De Munt, de zeven hoofdzonden? Men heeft ‘Shell Shock’ in elk geval bij gramschap ondergebracht.

Lens «Wij wisten vooraf helemaal niks van dat thema.»

Cave «Nee, ’t is gewoon een gelukkig toeval (grijnst).»

HUMO In de Humo-reeks De Zeven Hoofdzonden zei je in 1997: ‘Gramschap zie ik niet als een zonde. Tenzij het zelfdestructieve woede is. Woede kan net heel bevrijdend zijn.’

Cave «Echt? Ik moet toen zwaar aan de drugs geweest zijn (lachje).

»Het ‘Canto of the Mother’ is mijn favoriet, ook omdat de manier van schrijven een nieuwe start voor me was. Nadien ben ik meer in die stijl gaan schrijven, ook voor mijn songs met The Bad Seeds. Die op elkaar gestapelde statements, met elkaar opvolgende lange regels met een punt aan het eind, vind ik prima werken. ’t Is een heel directe manier om een verhaal te vertellen, waarvan de opbouw me erg aanspreekt.»

HUMO Wat is jouw favoriet, Nicholas?

Lens «Ik hou van de regels ‘A bullet separates itself from the rest, and enters the back of my head’ en ‘There’s no god, no god, beneath the silent battleground’. Die komen uit het ‘Canto of the Missing’ en ik blijf ze intrigerend vinden. Ik heb ze op een voor opera vrij onorthodoxe manier gebruikt: ik laat ze herhalen, als in trance, half fluisterend door de solisten, half gezongen door een contratenor.

»Daarnaast blijf ik het ‘Canto of the Colonial Soldier’ geweldig vinden. Omdat die zo in your face is. Ik vind ’m ook belangrijk, omdat we in mijn geboortestad Ieper veel soldaten uit de kolonies hadden. Ze werden als slachtvee naar hier gehaald, vooral door de Engelsen, om een oorlog tussen blanken mee uit te vechten. En vaak moesten ze in de vuurlinie strijden. Al die horror zit in de tekst van Nick en in de stem van de basbariton Mark Steven Doss

Cave «Die man is wonderbaarlijk.»

Lens «Hij had een hoofdrol in ‘Slow Man’, de opera die ik met John M. Coetzee in Polen gemaakt heb. Ik heb de muziek op zijn stem geschreven, ik wist perfect hoe hij het zou brengen.»

HUMO Zijn eerste woorden, ‘Some arsehole shouts at me’, zijn ook de eerste woorden van de opera. Een statement?

Cave «Nu lijkt het alsof ik meteen mijn visitekaartje wilde afgeven door met taal van de straat te openen. Het had gekund – ’t is helemaal mijn stijl – maar het is de verdienste van Nicholas, om eerlijk te zijn. Ik heb twaalf canto’s geschreven en hij heeft die in een bepaalde volgorde geschikt.

»Toen ik naar de computerfiles met de afgewerkte opera begon te luisteren, kreeg ik meteen onvoorbereid ‘arsehole’ op mijn bord (zingt het aardig, maar niet goed genoeg voor het podium) en mijn eerste reactie was: ‘O, mijn God.’ Als ik een regel als ‘Some arsehole shouts at me in words I do not properly understand’ op een podium breng, kom ik ermee weg. Maar zo’n opera is iets heel anders. De eerste keer was het nogal verwarrend, maar na een poosje begon ik het te begrijpen. Ik voelde hoe het allemaal binnenkwam; ’t was goed, het bleek te werken. Cool!»

HUMO Welk canto liet zich het moeilijkst schrijven?

Cave «Het ‘Canto of the Soldier’. Ik kwam zowaar vast te zitten, wat me bijna nooit overkomt. Als ik één talent heb, is het dat ik een idee tot het einde kan doordrijven, zonder het geloof erin te verliezen. Een extreem heilzaam talent voor iemand met mijn beroep. Ik ken nogal wat mensen die geweldige ideeën hebben, maar ze door gebrek aan dat talent nooit gerealiseerd krijgen: ze beginnen aan iets, maar dan slaat de twijfel toe en hun hele plan valt in duigen.

»Er manifesteerde zich dus een spatje twijfel toen ik aan het ‘Canto of the Soldier’ begon. Opeens zat ik vast, bijna een jaar lang. Alsof ik besefte dat ik niet de autoriteit had om over die man te schrijven: hoe zou ik kunnen begrijpen wat hij heeft doorgemaakt? Ik deed wat research, las één en ander over soldaten die van de oorlog teruggekeerd waren. Ik moest zien af te raken van mijn visie, van het standpunt van iemand die nooit een geweer in handen heeft gehad. Na verloop van tijd – ik weet niet meer waarom – kreeg ik ineens de draad weer te pakken en vond ik een ingang in dat personage. ’t Was het moeilijkste dat ik ooit geschreven heb, maar daarna ging de rest van bang-bang-bang – echt heel snel.»

Lens «We hebben er ook veel over gepraat. Veel soldaten, in het bijzonder die in de loopgraven in de Eerste Wereldoorlog, liepen letterlijk hun dood tegemoet. Ze werden vooruit gestuurd, recht de vijandelijke vuurmond in. Ze zaten tjokvol cocaïne, wat toen officieel en legaal vervaardigd werd in een fabriek in Amsterdam. Die bevoorraadde zowel de Duitsers als de geallieerden. Na de oorlog is die fabriek gesloten, om heropend te worden in de Tweede Wereldoorlog, opnieuw om cocaïne voor soldaten te produceren.»

Cave «Echt?»

Lens «Ik vermeld het omdat ik denk dat de doorbraak met het ‘Soldier’-canto kwam toen je het idee van die hallucinaties kreeg en je je toevlucht nam tot mythologische figuren die ook in games voorkomen.»

Cave «Dat kwam vooral door mijn kinderen die spelletjes te zien spelen. Ze worden daar dan helemaal door opgeslorpt, zitten compleet in die andere wereld en komen er ook letterlijk fysiek bevend uit.

»Dus zag ik die soldaat opeens voor me: angstig opgerold in een bolletje en tegelijk grootse visioenen hebbend van zichzelf als een god, een mythische held. Dan vallen ook de namen van Kratos en zo, uit die ‘God of War’-videogame. Daardoor lijkt ‘Shell Shock’ nu eens een oud verhaal en dan weer één van vandaag.»

Lens «‘Shell Shock’ heeft dus geen begin- of vervaldatum.»

Cave «Goed gezegd! Het gaat niet enkel over de Eerste Wereldoorlog, maar over oorlog in het algemeen.»

HUMO Zegt ‘Shell Shock’ ook iets over de oorlogen van vandaag, van Irak tot Oekraïne?

Cave (schudt het hoofd) «De wereld verklaren of uitleggen heeft me nooit geïnteresseerd.»

Lens «Het levert ook zelden goede kunst op.»

Cave «Ik ken wel een paar voorbeelden: de songs van Nina Simone over burgerrechten, bijvoorbeeld. Die hebben geholpen om een generatie te verenigen en zo. Maar voor mij persoonlijk is dat nooit een streven geweest.»

Lens «We wilden geen drammerige boodschap brengen, het was ons om bewogenheid te doen. Alle gemoedstoestanden in ‘Shell Shock’ komen voor in elke oorlog, klein of groot, waar of wanneer dan ook. Een multimiljonair in Malibu voelt als zijn dochter sterft hetzelfde verdriet als een arme luis in Oekraïne die een kind in het oorlogsgeweld verliest.»

Cave «Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Volgens mij rouwen de rijken niet op dezelfde manier als de armen, omdat ze het verdriet kunnen proberen af te kopen. Het klopt natuurlijk dat het basisgevoel voor alle mensen hetzelfde is, maar ik denk dat de rijken de aanhoudende hopeloosheid van de armen kunnen vermijden. De rijken kunnen zich rouwadviseurs permitteren. Of een nieuwe auto: cruisen met de Ferrari om te vergeten. Of drugs (lacht).»

HUMO Curieus: je songs klinken wel als een oorlog, maar gaan er nooit over. Het woord ‘war’ komt alleen in de slotregel van ‘Hiding All Away’ voor.

Cave (denkt na) «Dat klopt, denk ik. Al zou in de laatste song op de tweede Grinderman-plaat, ‘Bellringer Blues‘, ook een oorlog aan de gang kunnen te zijn.

»Als je een song schrijft, moet je weten waar je ’t over hebt. Daarom vind ik rocksterren die het, bijvoorbeeld, over de armen hebben, vaak gênant. Ik voel me altijd ongemakkelijk als ze aan de slag gaan met onderwerpen waarmee ze duidelijk volstrekt geen voeling hebben. Zo zou ik het ook een beetje onkies vinden om een Bad Seeds-song over de loopgraven, Irak of Vietnam te schrijven.

»Voor ‘Shell Shock’ heb ik geput uit wat ik wél ken. Mijn kinderen en hun videogames hebben me uit de rats geholpen bij het ‘Canto of the Soldier’. En voor het ‘Canto of the Mother’ heb ik mijn voordeel gedaan met mijn vrouw: ik weet hoe zij is, ik ken haar gevoelens voor onze kinderen. De eerste helft van dat canto gaat over een kind dat naar school vertrekt. Die moeder zit daar, alleen, en doet de was. Op dat moment is haar kind haar al voor een eerste keer ontnomen, als een voorafspiegeling van wat komen zal.»

Een innerlijke explosie

HUMO De dood is in jullie beider werk zeer aanwezig.

Lens «Ik moet bekennen dat ik als jongetje zonder meer geobsedeerd was door de dood. We woonden in Ieper en op woensdag trok ik vaak naar de soldatenkerkhoven. Ik ging daar tegen een boom aan zitten om wat voor me uit te staren – die totale verlatenheid, die superkort geknipte grasvelden, die anonieme stilte. Ik voelde me dan erg verbonden met die tienergraven, soms van kinderen van amper 17. Het gebeurde dat ik een vriendje meenam, maar die bleef nooit lang – ze zullen me wel een freak gevonden hebben. Die kerkhoven vergiftigden me misschien wel met de idee dat ‘dood’ verbonden was met ‘jong’. En dus niet met ‘oud’. Ik was een eenzaam kind, denk ik, ik kon niet echt met iemand praten over dat soort dingen.

»Mijn peetvader, een briljant violist, stierf vrij jong aan MS. Ik was close met hem: toen ik 5 was, leerde hij me viool spelen – hij verveelde zich in zijn rolstoel. Toen hij stierf, was dat mijn eerste confrontatie met de dood. Dat heeft er diep ingehakt, wat mijn obsessie met de dood ook wel deels zal verklaren.»

HUMO Ik kan nu niet anders dan aan jouw vader denken.

Cave «Toen mijn vader stierf, was ik 19, ja. It sucked. De wereld van geen van mijn familieleden zou nog ooit dezelfde zijn. Maar ik weiger daaruit te concluderen dat daar wel de reden te vinden moet zijn voor wat ik schrijf. Ik heb altijd een zwak gehad voor dit soort schrijven en denken, dus ook vóór de dood van mijn vader. Net zoals ik altijd zelfdestructief geweest ben, ook toen hij er nog was. Dat is al begonnen op mijn elfde, zelfs nog vroeger. Ik heb als kind een soort gedrag ontwikkeld dat ik vele jaren volgehouden heb: alles willen en alles willen proberen. Zo zit dat (lachje).

»Het zit nog altijd erg in mij: de manier waarop ik naar dingen kijk, de manier waarop ik dingen nodig heb, de manier waarop ik door dingen onbevredigd blijf. Dat is allemaal sterk gelinkt aan een interesse voor de dood.»

HUMO Wordt een obsessie met de dood lastiger met het ouder worden?

Lens «Je wordt productiever, omdat je beseft dat je minder tijd rest.»

Cave «Klopt. Maar ’t is niet de dood die me zorgen baart, wel het sterven. Toch heb ik op dit punt van mijn leven niet het gevoel dat ik stervende ben. Dat is voor andere mensen van mijn leeftijd wel het geval, zo merk ik als ik om me heen kijk. ’t Is zoals Dylan schreef: ‘You’re in the business of being born or in the business of dying’. Of hoe die regel precies ook mag zijn. Hey, misschien heb ik ’m wel uitgevonden. (Knipt met de vingers) I’ll have that, ik hou ’m voor een volgende song.

»Ik wilde dat ik een eenvoudig antwoord paraat had: dit is me overkomen en daarom schrijf ik over de dood. Ik denk gewoon dat ik nooit verlost ben geraakt van een soort kinderlijke interesse voor geweld. Alle kinderen hebben die, denk ik, maar de meeste mensen groeien eruit (lacht). In elk geval is het eerder geweld dan de dood dat me bezighoudt.»

Lens «Voel je de aandrift om zelf geweld te gebruiken of kijk je gewoon graag naar geweld?»

Cave «Geen van beide. Alles wat interessant aan me is, leeft in mijn verbeelding. Ik voel een fysieke sensatie als ik op een interessante manier een gewelddadige regel kan schrijven.

»Als ik terugkijk op wat ik allemaal gemaakt heb, is het geweld de lijm die alles samenhoudt. Gewelddaden en de gevolgen ervan. ‘Shell Shock’ gaat over geweldpleging in oorlogstijd en de gevolgen daarvan voor personages die in die maalstroom meegesleurd worden. Ook droefenis, verdriet en melancholie zijn vaak antwoorden op een gewelddaad.»

Lens «Dat gaat ook op voor de muziek, die enkele zeer gewelddadige passages telt.

»In ‘Shell Shock’ heb je twee soorten geweld: het zuiver fysieke geweld op het slagveld en het mentale geweld van hen die thuis achtergebleven zijn. Die twee lopen voortdurend door elkaar en maken de essentie van het stuk uit.»

Cave «Exact. In mijn songs gaat het ook altijd over ofwel geweld ofwel de afwezigheid van geweld. Maar ook in die laatste categorie – de liefdesliedjes – gaat het uiteindelijk toch over geweld. ‘Into My Arms’ is een relatief direct liefdesliedje, maar toch broeit onderhuids ook een gevoel van ongemak.»

Lens «De liefde maakt het, althans voor mij, draaglijk met het geweld te leven.»

HUMO Wordt ‘Shell Shock’ alles bij elkaar geen inktzwarte bedoening?

Cave «Ik vind het creatieve proces op zich sowieso positief, wat ook de uitkomst ervan is. Ik mag dan trieste of gewelddadige songs schrijven, ik heb wel een levensbevestigende keuze gemaakt door creatief te zijn.»

Lens «We hebben ‘Shell Shock’ nu uit handen gegeven aan Sidi Larbi Cherkaoui, een regisseur die ook een uitmuntend choreograaf en zelf een fantastische danser is. Hij heeft een optimistische levensvisie en -houding, hij is simpelweg met een positieve aard geboren.»

Cave «We kunnen hem dat niet verwijten. ’t Is voor hem ook een kruis om te dragen (lacht).»

Lens «Ik ben benieuwd naar wat het geeft als een man vol hoop zijn licht laat schijnen over ons donkere en sombere werk. Want in essentie hebben wij inderdaad een donker stuk geschreven.»

Cave «Het kon ook moeilijk anders. We konden toch moeilijk met een optimistisch oorlogsrequiem komen aanzetten?»

Lens «Daarom ben ik zo benieuwd naar de interpretatie van Cherkaoui. In hedendaagse opera is dat mengen van invloeden, stijlen en disciplines gemeengoed. En omdat de hedendaagse dans floreert in België en ik ermee opgegroeid ben, is het voor mij heel logisch om het in allerlei vormen op het podium te gebruiken. Ik heb Cherkaoui eerst uitgebreid alleen gesproken en even later hebben we in Londen lang met z’n drieën samen gezeten. Ik heb er alle vertrouwen in dat zijn regie naar de essentie zal gaan van wat we geschreven hebben.»

Cave «Ik kende ’m niet, maar ik ben wel veel van zijn werk gaan bekijken. Toen we hem spraken, hebben we geopperd dat we liever niet wilden dat ‘Shell Shock’ een viering van het lichaam zou worden, wat dansvoorstellingen vaak zijn. We hadden immers net het tegenovergestelde in gedachten, een vernedering van het lichaam. Die heel andere set van emoties vraagt om een heel andere set van bewegingen.»

Lens «Omdat opera niet gesproken maar gezongen wordt, moet onvermijdelijk de tijd genomen worden om een verhaal te vertellen. Wat de moeder of de wees in ‘Shell Shock’ doormaken, dringt door die dramaturgische vorm dus veel langzamer door, maar blijft daardoor mogelijk ook langer nazinderen. Donker en somber zal het dus wellicht wel zijn, maar misschien kan er ook een zekere troost uit geput worden.»

Cave «Ik beleef kunst, in het algemeen, om onder de indruk van iets te raken. Ik zoek telkens weer een innerlijke explosie. En of die gelukkig of triest is, doet er op zich niet toe: ’t is sowieso een prachtig en positief gebeuren. Die respons beoog ik bij mezelf als ik naar iets ga kijken, maar ik hoop er ook op bij de mensen die luisteren naar wat ik doe.

»Met wat geluk heb ik het weer tijdens de première van ‘Shell Shock’. Ik weet niet echt wat te verwachten; ik ken de muziek, maar weet niet hoe ze zal klinken als een orkest ze speelt. Die spanning, daar doe ik het voor.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234