'Silence': Martin Scorsese praat over God, Trump en de dood

‘Filmmaker zijn is een zegen,’ zegt Martin Scorsese. In ‘Silence’, een aangrijpend verhaal over jezuïeten in het 17de-eeuwse Japan, gaat hij op zoek naar ‘wat echt telt’ – geloof en verlossing. ‘Je moet de mensen iets geven om over na te denken.’

'Het is een andere wereld vandaag. Ik weet niet of ik er nog in thuishoor'

Vier jaar geleden stelde het filmvakblad Sight & Sound een lijst op van de grootste films uit de geschiedenis, gekozen door 358 regisseurs. Martin Scorseses collega’s stemden ‘Taxi Driver’ op 5, hoger dan de films van Hitchcock, Tarkovski, Godard, Bergman, Truffaut, Kurosawa... ‘Wauw,’ brengt hij uit terwijl ik zijn helden opsom. ‘Ik vind het onvoorstelbaar. Hoe kan ‘Taxi Driver’ nou boven ‘Seven Samurai’ eindigen?’ Het is bijna aandoenlijk, zo overweldigd is hij.

Even overweldigd was hij van zijn audiëntie bij de paus. ‘Het was,’ zegt de regisseur enkele uren na zijn vijftien minuten durende bezoek aan het Vaticaan, ‘heel informeel... heel ontroerend. Ik maakte een paar grapjes, en toen zegende hij mijn gezin en was hij weer weg.’ Jaren geleden ontmoette Scorsese Frank Sinatra: de atmosfeer in de ruimte leek zich toen met de zanger mee te verplaatsen. Deze ontmoeting was ook zo.

‘Hoe moet ik het beschrijven?’ zegt de 74-jarige New Yorker. ‘Er heerste een zekere spanning. Geen negatieve spanning, maar nervositeit. Toen kwam paus Franciscus binnen en trok die spanning op. Er werden drie talen door elkaar gesproken, waardoor het ijs meteen gebroken was.’ Scorsese lacht uitbundig. Hij weet niet of de kerkvader zijn films heeft gezien, maar in Scorseses lange carrière was het katholicisme uit zijn jeugd en het bijbehorende schuldbesef een terugkerende obsessie.

‘Ik zal mijn best doen om het bondig te houden,’ glimlacht hij terwijl hij gaat zitten: hij wéét dat hij het daar moeilijk mee heeft. Vanaf de eerste minuut is hij vriendelijk, innemend en bescheiden, niet te beroerd om op zijn eigen gebreken te wijzen. Rond zijn duim zit een pleister: de schuld van zijn BlackBerry (binnenkort koopt hij een iPhone). Hij zegt iets over artritis. Zijn astmapuffer ligt naast hem op de sofa. Het enige wat ontbreekt, is de zwarte bril. Het is gek om hem zonder te zien – zijn indrukwekkende wenkbrauwen worden er nog expressiever door, maar het is de aanstekelijke lach die je bijblijft.

Het luidst lacht de regisseur met mijn opmerking dat een film over de jezuïetenorde een handige manier is om de kritiek te omzeilen dat vrouwen in zijn films als zwak worden afgeschilderd: in een jezuïetenklooster zijn er geen vrouwen. ‘Precies,’ buldert hij maar hij verdedigt zijn werk sinds ‘Taxi Driver’ als een exploratie van wat er gebeurt als je ‘de machocultuur tot het uiterste doordrijft’. En inderdaad: de meeste mannen in zijn films zijn aan het einde slechter af dan aan het begin. Of dood.

Dat we in Rome hebben afgesproken, heeft niet enkel te maken met het mooie weer. Scorsese is hier omdat de avond ervoor zijn nieuwe film ‘Silence’ voor driehonderd priesters werd vertoond in het Pauselijk Instituut voor Oosterse Studies. Het historische drama is veruit zijn meest sobere prent: een prachtige, aangrijpende verfilming van een roman van Shusaku Endo uit 1966 over twee jezuïeten (gespeeld door Andrew Garfield en Adam Driver) die als missionaris afreizen naar het 17de-eeuwse Japan, waar christenen vervolgd worden en hun mentor (Liam Neeson) vermist is..

'Scorsese bij de paus: 'Ik maakte een paar grapjes, en toen zegende hij mijn gezin en was hij weer weg.'

Was zijn vorige film, ‘The Wolf of Wall Street’, met veel seks, drugs en dwergslingeren één en al zonde, dan is de nieuwe één grote biecht. In de sterkste scène worden drie gelovigen aan houten kruisen in zee vastgebonden omdat ze weigeren op een kruisbeeld te spuwen. Eén van hen sterft pas na vier dagen.


Het geloof

‘‘Mean Streets’ en ‘Raging Bull’,’ legt Scorsese uit, ‘waren gegrond in het geloof, en in ‘Taxi Driver’ zie je hoe pistolen als altaarstukken worden klaargelegd.’ Maar ‘Silence’ draait énkel nog om het geloof. De laatste scène is hartverscheurend: de kijker wordt in het ongewisse gelaten of één van de hoofdpersonages wel in de hemel aanbelandt. Ik vraag of het de ouderdom is die hem ertoe bracht het onderwerp verlossing eindelijk rechtstreeks aan te snijden. ‘O, geen twijfel aan,’ antwoordt hij.

In 1942, toen Scorsese werd geboren in de New Yorkse wijk Queens, was het typische Italiaans-Amerikaanse katholicisme daar stilaan op z’n retour maar hij klampte zich eraan vast. Was het destijds dan net rebels om naar de kerk te gaan? ‘Een tikje,’ beaamt hij. ‘Maar je hoorde er over barmhartigheid, over iets bijzonders dat je als mens kon verwezenlijken.’ Ik merk op dat Leonard Cohen op zijn laatste plaat soortgelijke thema’s behandelde en hij bromt minzaam, met een bescheiden hoofdknikje. Dan brengt hij het gesprek op de Duitse filosoof Walter Benjamin, die aan de hand van het schilderij ‘Angelus novus’ van Paul Klee een engel beschrijft die achterwaarts naar de toekomst beweegt en met ogen vol afschuw staart naar al wat is geweest.

‘Kijk, er gebeuren dingen in je leven,’ zegt Scorsese plots somber. ‘Je hebt bepaalde keuzes gemaakt, en je kijkt erop terug zoals die engel. Het kwaad is geschied. Uiteindelijk blijf je zitten met... Hoe moet ik het noemen? Het onvermijdelijke. De oversteek naar de dood. Die deur waar je door moet. En dat is een eenzame zaak. Je sterft alleen. Dus zijn uiteindelijk al die rituelen, al die...’ Hij zwijgt en zucht diep.

‘Ik weet het niet,’ vervolgt hij met een zwaar schouderophalen. ‘Al wat je om je heen hebt verzameld zal je niet helpen, behalve misschien om een zekere rust te vinden in je leven, en als je geluk hebt ook om die oversteek te maken. Of niet te maken. Althans niet vredig. Het gaat erom door te dringen tot de essentie van ons bestaan. Het klinkt misschien pretentieus, maar in feite is dat het enige wat telt.’

Zijn nasale tongval versnelt en de woorden tuimelen over elkaar heen. Hij klinkt helemáál niet pretentieus; veeleer bezorgd, als een man die niet meer zeker weet of aan het eind van iedere tunnel die hij betreedt, nog wel een uitgang wacht.


Gladde Godfilms

Het is niet de eerste keer dat Scorsese een film uitbrengt die religieus gevoelig ligt in een tijdperk van toenemend conservatisme. ‘The Last Temptation of Christ’ (1988), waarin Jezus seks heeft met Maria Magdalena, werd in het Reagan-tijdperk onthaald op spandoeken en tumult. ‘Silence’ is lang niet zo provocatief, maar stelt wel – voortdurend – de vraag naar het bestaan van God, iets wat voor een groot deel van zijn landgenoten niet eens ter discussie staat. Scorsese weet niet zeker wie zijn publiek is, maar werpt op dat typisch religieuze films, van het dweperige soort waarin vaak een arm kind onderdak vindt bij een rijke blanke familie, doorgaans niet bijzonder goed zijn. ‘Ze laten de kijker ongemoeid,’ zegt hij, iets waar hij níét om bekendstaat.

Onvermijdelijk komt het gesprek op Donald Trump. Die gladde Godfilms doen het goed in de rust belt, waar ook de nieuwe president gretig werd onthaald. Scorseses klassieker ‘King of Comedy’, waarin het talentloze hoofdpersonage zich op een botte manier in het voetlicht werkt omdat hij zijn eigen mislukking niet onder ogen kan zien, heeft nu een akelige bijklank gekregen. ‘En het vulgaire haantjesgedrag van de beurshandelaars in ‘The Wolf of Wall Street’,’ merkt de regisseur grinnikend op, ‘werd nog eens dunnetjes overgedaan in de ‘grab ’m by the pussy’-geluidsopnames die tijdens de verkiezingsstrijd opdoken.’

‘Tja,’ zegt hij over het verkiezingsresultaat, ‘de mensen uit mijn omgeving en ik kunnen het nog steeds niet geloven.’ Via enkele kronkels komt het gesprek op ‘de lakse houding van de jeugd,’ Benjamin Franklin, en hoe de VS weleens van een republiek in een monarchie zou kunnen overgaan als de mensen niet uitkijken; de hele wereld ‘lijkt wel teruggekeerd naar de middeleeuwen’. Scorsese heeft al dertien presidenten meegemaakt. Ik vraag hem hoe de filmwereld zal reageren op de onwaarschijnlijke nieuwe bekleder van het ambt.

‘Er zullen een paar kritische films uitkomen, maar ze zullen preken voor eigen parochie,’ smaalt hij. ‘Je moet de mensen wel iets geven om over na te denken, maar veel verschil zullen die films niet maken. Geloof me. Hoe knap sommige ervan ook gemaakt zullen zijn, de meerderheid van de mensen zal het er niet mee eens zijn, of zal niet zitten te wachten op de visie van een elitaire artiest op één of andere burgerrechtenkwestie uit 1963.’


HOLLYWOOD VANDAAG

Het soort films waar Scorsese op uit is – grootschalige producties die mensen aan het denken zetten – wordt nauwelijks nog gemaakt. Ook al heeft de regisseur er met ‘Hugo’, ‘The Wolf of Wall Street’, en ‘Silence’ net een rij films op zitten waar jonge én oude regisseurs jaloers op mogen zijn. Er is in Hollywood nog geen ‘nieuwe Scorsese’ opgestaan. In het voorbije decennium is de Amerikaanse filmproductie uiteengevallen in twee categorieën: kolossale blockbusters en ragfijne onafhankelijke producties. Het middenveld is verdwenen, waardoor Scorseses werk de komende jaren steeds meer zal worden gewaardeerd: opnieuw bekeken, opnieuw uitgebracht, opnieuw leven ingeblazen bij gebrek aan nieuw werk om het zijne te evenaren.

‘Het is een andere wereld vandaag,’ zegt hij – niet per se mistroostig – over de grote filmstudio’s. ‘De mensen zijn anders, ik weet niet of ik er nog in thuishoor. Wat ga ik doen met m’n vrije tijd? Naar een superheldenfilm kijken? Ik weet niet eens wat dat is.’

Scorseses interesse gaat – hoe kan het anders – uit naar steviger werk, zoals de gruwelijke horrorprent ‘It Follows’ uit 2014. Of naar de Britse indieregisseurs Joanna Hogg (wier film ‘Archipelago’ hij aanvankelijk niet uitkeek, maar de volgende dag weer opzette) en Ben Wheatley (Scorsese had ‘geen flauw idee wat er gaande was’ in de psychedelische oorlogsfilm ‘A Field in England’, maar vond hem ‘verbluffend’). Aan escapisme geeft hij ook weleens toe, met gothic films over spookhuizen. Het spookverhaal is per slot van rekening de essentie van de filmkunst: je zit in het donker ademloos te kijken naar het licht. Dat gaat terug op zijn kindertijd, toen heel wat activiteiten door zijn astma onmogelijk waren en hij zijn toevlucht zocht in de bioscoop en in de kerk.

'Er zullen vast een paar kritische films worden gemaakt over Trump, maar ze zullen preken voor eigen parochie: niemand zit erop te wachten'


Nooit werken

Scorsese loopt al 28 jaar rond met een exemplaar van de roman ‘Silence’, en probeerde er ongeveer tien jaar geleden al een filmversie van te maken. Toen staken allerlei persoonlijke en professionele omstandigheden stokken in de wielen, maar het gerucht gaat dat de Oscarwinnaar, ondanks zijn standing in de filmwereld, er pas in slaagde om zijn trage, existentialistische epos te financieren nadat hij met ‘The Wolf of Wall Street’ een grote, amusante hit had gescoord.

‘Nee, dat klopt niet,’ zegt hij resoluut, en hij voegt eraan toe dat hij slechts tweemaal een film heeft moeten maken om de geldschieters tevreden te stellen zodat hij zijn volgende filmproject zélf kon kiezen. Eén van die twee is verrassend genoeg zijn meest bekende prent, gangsterfilm ‘Goodfellas’, al wist hij ook daarin voor zichzelf een zekere vrijheid te creëren. ‘Eigenlijk,’ vindt hij, ‘kun je bij geen enkele van zijn films over ‘werk’ spreken.’

‘Ik wérk namelijk niet graag,’ zegt hij. ‘Werken, dat is jezelf dwingen om iets te doen, maar ik heb het geluk een leven te hebben geleid waarin ik nooit moest gaan werken. Zelfs als ik een film om bepaalde redenen móést maken, had ik het geluk met veel plezier aan de slag te kunnen gaan met een goed verhaal, goede acteurs, een interessante stijl, nieuwe cinematografische ontdekkingen – expedities, als het ware.’

Wanneer ik aandring, bekent hij dat hij het trotst is op ‘Mean Streets’: die kwam van híér, zegt hij, met de hand op het hart. ‘Dat ging echt over het leven dat ik toen leidde,’ zegt hij over de prent uit 1973 waarmee hij bekend werd. Maar ‘Silence’ gaat over de onderwerpen die hem vandáág nauw aan het hart liggen, en die de rest van zijn leven in beslag zullen nemen. Hij hoopt nog meer films rond hetzelfde thema te kunnen maken. Als een bescheiden meester in zijn vak wil hij zonder omhaal de vraag stellen of hij ooit oog in oog zal komen te staan met God, nu hij oog in oog heeft gestaan met de paus.

© Sunday Times / News Syndication - Vertaling Robrecht Vandemeulebroecke



‘Silence’ komt op 15 februari in de zalen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234