null Beeld

'Silent Days': The Bony King of Nowhere klimt weer op z'n troon

Scheiden doet lijden, maar af en toe komt er toch iets moois uit voort, zoals een nieuwe plaat genaam 'Silent Days'. ‘Aan die hele periode heb ik weinig overgehouden. Een gebroken huwelijk, ja. En deze plaat, gelukkig.’

'Ja, ik wil erkenning en faam. Maar tegelijk heb ik het diepe verlangen om voor eeuwig in undergroundkroegjes te spelen'

HUMO De miserie begon na ‘Wild Flowers’, je vorige plaat.

BRAM VANPARYS «Ik vind het nog altijd moeilijk om onder woorden te brengen wat er toen precies gebeurde, maar het kwam erop neer dat ik geen zin meer had. Ik moest kiezen: ofwel gaan zoeken naar mijn eigen taal, in mijn muziek en mijn teksten, ofwel ermee ophouden.

»Sinds ik op mijn derde plaat (‘The Bony King of Nowhere’, red.) een obsessie had ontwikkeld voor de Groten Der Aarde, was ik steeds meer op een erg archaïsche manier songs gaan schrijven. Maar hoe hard ik Dylan, Cash en de anderen ook bewonder, dat was niet het pad dat ik altijd had willen bewandelen. Ik moest mijn blik opnieuw verruimen. In mijn beginjaren was ik gewoon in geluid geïnteresseerd, maar toen kon ik nog geen songs schrijven. Later kon ik dat wél, maar verloor ik mijn oorspronkelijke fascinatie uit het oog. Ik wil nu terug naar het pure van vroeger, maar dan mét de ervaring die ik intussen heb als songschrijver. Je kunt het ook zo stellen: op ‘Silent Days’ wil ik mijn liefde voor de experimenteerdrift van ‘Kid A’ en het klassieke van ‘Blood on the Tracks’ eindelijk in evenwicht brengen.»

undefined

HUMO Heb je ooit écht overwogen om te stoppen met muziek?

VANPARYS «Er is zo’n periode geweest. Alles wat ik schreef, bleef steken in traditie. Daar werd ik zo nijdig van dat ik de gitaar aan de kant moest leggen.

»(Denkt na) Misschien was het een test, om te zien of ik mijn leven écht alleen aan muziek wilde wijden. Zo existentieel was het wel (lachje). Ik leefde al enkele jaren alleen maar van mijn muziek, en daar kwam behoorlijk wat druk bij kijken. Als je dan niet aan het schrijven of spelen bent, voel je je al snel schuldig.»

HUMO In het openingsnummer van ‘Wild Flowers’ zong je: ‘I’m gonna pack it in, find myself a place.’

VANPARYS «Ja, ik was toen al onrustig. En dus verhuisden mijn vrouw en ik naar een groot stuk grond in de Vlaamse Ardennen, om daar in een caravan te gaan leven. Het was een experiment, niet bedoeld om permanent te zijn. We zouden rudimentair en uitgepuurd leven, loskomen van al het materiële dat we als normaal zijn gaan beschouwen.

»Leven op het tempo van de seizoenen doet iets met je. Op een winterochtend opstaan als het min drie graden is in je slaapkamer, dat moet je eens meemaken (lacht). Misschien wilden we onszelf op de proef stellen. Ik wilde alleszins de confrontatie met mezelf aangaan. Ik zat wat vast in een idee-fixe: ‘Zo, en niet anders, moet mijn leven zijn!’ Een dwaze gedachte, natuurlijk. Aan die hele periode heb ik weinig overgehouden. Een gebroken huwelijk, ja. En deze plaat, gelukkig (lachje).»

HUMO Je vrouw was je jeugdliefde. Een gebroken hart had je nog nooit eerder gehad.

VANPARYS «We waren dertien jaar samen, dus dat kwam hard aan. We zijn samen volwassen geworden en hadden iets heel moois. Maar op een paar vlakken was het misschien ook minder gezond. Je leeft in een soort van bubbel die je samen deelt: dat is dan je enige realiteit. Om dan te beseffen dat je uit elkaar groeit, en dat je allebei wel een éígen realiteit hebt... Dat komt hard aan.

»In die periode ben ik opnieuw gaan schrijven. Toen ik voelde dat onze wegen aan het scheiden waren, had ik enorm veel nood aan muziek. Ik ben nooit zo blij geweest dat ik muziek kon maken als toen. Ik kan me niet voorstellen hoe het zou geweest zijn als ik dat niet had gehad. En het gekke is dat die nummers er kwamen toen we nog niet uit elkaar waren. Ze waren veel donkerder dan waar we op dat moment stonden, maar de teksten bleken profetisch voor wat nog moest komen. Het was erg griezelig om te beseffen dat er bij het schrijven blijkbaar dingen uit mijn onderbewustzijn naar boven kwamen. Het heeft me doen inzien dat ik meer naar mijn intuïtie moet luisteren.»

HUMO Je vrouw Cleo speelde in je liveband. Ik herinner me van de beginjaren dat zij de moederkloek was die iedereen daarin samenhield.

VANPARYS «Ze had een heel positief effect op de band, ja. Eén van de mooie dingen aan The Bony King of Nowhere is altijd geweest dat het als een familie aanvoelde, en dat gevoel hield zij mee in stand. Daar ben ik haar altijd heel erg dankbaar voor geweest.

»Het was altijd wat dubbel: ik schreef alles, nam alle partijen op, en de anderen kwamen er pas bij als we optraden. Dat was altijd helder, hoor. En de band bestaat al zo lang dat we een modus vivendi hebben gevonden, ook nu Cleo er niet meer bij is. Ik heb niet het gevoel dat ik nu hard mijn best moet doen om haar taak over te nemen. We zijn gewoon vrienden die samen op de baan zijn.»

undefined

null Beeld

undefined

'Als ik één ding van ­Dylan heb geleerd, dan wel dat je je tekst naar de luisteraar moet smíjten'

HUMO Het zinnetje ‘Like Lovers Do’ kwam al op je eerste plaat ‘Alas My Love’ voor en passeert nu ook twee keer op ‘Silent Days’. Wat betekent het voor je?

VANPARYS «Zong ik dat echt toen al? Het stelt niet zóveel voor, hoor. Ik vond het gewoon een mooi zinnetje om na elke zin van de song ‘Like Lovers Do’ te laten terugkeren. Je verwacht van een lied met zo’n titel dat het over de mooie kanten van de liefde gaat, terwijl het net over het falen ervan gaat, de ruzies en de twijfels. Want die hebben minnaars natuurlijk ook. Zo gaat dat toch als je elkaar doodgraag ziet? Je maakt cruciale fouten.»

undefined

HUMO Heb je nooit schroom gevoeld om je huwelijks- ellende zo bloot te geven?

VANPARYS «Neen, want net door er muziek over te maken heb ik er genoeg afstand van kunnen nemen. Daarvoor heb ik er ook te lang aan gewerkt. De opnames alleen hebben tien maanden geduurd, waardoor het veel meer een plaat is geworden dan een persoonlijk relaas. In mijn teksten heb ik minder tijd gestoken. Ik ging niet op zoek naar metaforen of andere opsmuk. Het moest zo eerlijk mogelijk zijn: hoe het eruit kwam, is hoe het op band staat.»

HUMO Zinnen als ‘Your words are like fire and I’m trying to make a stand’, uit ‘Whenever We Meet Again’, klinken als statements.

VANPARYS «Ik werk voortdurend om een betere zanger te worden, en als ik één ding van Dylan heb geleerd, dan wel dat je je tekst naar de luisteraar moet smíjten. Van sommige zangers hoor je niet wat ze zeggen, en dat is hun eigen fout want ze doen je niet luisteren. Dylan, Cash, of Joni Mitchell kunnen dat wél. Elk woord dat Dylan zingt, komt binnen. Hopelijk slaag ik daar nu ook een beetje in.»

HUMO Sinds de breuk ben je een andere mens geworden, zeg je. Op welke manier?

VANPARYS «Het heeft me vooral nederiger gemaakt, en dat is goed. Ik weet nu dat ik net als iedereen een mens ben, die ook gewoon met vallen en opstaan probeert om iets van het leven te maken, en daarbij al eens tegen de muur knalt. Ik denk dat ik dat wel eens kon gebruiken, zo’n knal tegen de muur. Iedereen toch?

»Ik ben minder rigide nu, ik raak minder snel verstrikt in zwart-witdenken. Ik kan input en kritiek van anderen aanvaarden. Dat hoor je ook aan deze plaat. Ik heb nog altijd alles zelf geschreven, maar ik heb wél mijn muzikanten daarmee hun ding laten doen. Het heeft me even tijd gekost om matuur genoeg te worden om die controle uit handen te kunnen geven. Vroeger was ik een extreme controlefreak, en dat is niet zo slim als je muziek maakt. Je moet mensen kiezen van wie je weet dat ze in jouw wereld iets kunnen bijdragen, en hen dan loslaten. Een muzikant presteert maar als hij zijn ding mag doen.»

HUMO Het is niet de eerste keer dat je je afzet tegen ouder werk. ‘The Bony King’ en ‘Wild Flowers’ waren ook al een breuk met je eerste twee platen, waar je nauwelijks nog over wil spreken.

VANPARYS «Dat is zo. Als ik nieuwe nummers schrijf, zijn die altijd een reactie op wat voorafging. En zo is het goed, want zo ga je vooruit. Het ergste wat me zou kunnen overkomen, is dat ik twee keer dezelfde plaat zou maken. Dat ergerde me zo aan wat ik na ‘Wild Flowers’ schreef: ik was nog steeds nummers voor díé plaat aan het maken. Nu al voel ik dat ik het hierna alwéér anders ga aanpakken. Misschien ga ik voor het eerst echt samen schrijven met anderen, in plaats van met afgewerkte songs naar repetities te trekken.»


Gemengd gevoel

HUMO Af en toe klink je ronduit wrang over je beginjaren. ‘They put me on a pedestal when I had only just begun / just didn’t realize I was alone out there.’

VANPARYS (lange stilte) «Dat nummer is een soort carrièreschets, en mijn gedachten daarover zijn niet altijd even positief. Als je het pad hebt gekozen dat ik bewandel – soloartiest zijn – dan komen er altijd momenten waarop je ontdekt dat je er op alle vlakken alléén voor staat. Soms weet ik het even niet meer, en kan ik me voorstellen hoe bevrijdend het kan zijn om dan een deel te zijn van een band, en de beslissing eens aan iemand anders over te laten. Zo is het tijdens deze zoektocht ook gegaan. Ik heb heel vaak in mijn eentje zitten twijfelen. Heel moeilijk, maar het moest zo zijn, omdat het míjn zoektocht was.»

HUMO ‘Now I don’t find my way in this scene,’ gaat het nauwelijks twee zinnen verder.

VANPARYS «Ik had altijd het gevoel dat ik nergens bij hoorde. Ik heb nu vijf platen uit, en het is niet altijd in stijgende lijn gegaan. Daarmee omgaan is soms moeilijk, voor álle muzikanten. Het gebeurt dat je dan andere artiesten het licht in de ogen niet gunt, en dat is jammer. Er wordt veel achter elkaars rug gepraat in dit wereldje. Ik heb me daar helemaal aan het begin van mijn carrière ook schuldig aan gemaakt, en ik heb daar nog altijd veel spijt van. Als je vindt dat de beste muziek in de underground gemaakt wordt, so be it, maar wees niet boos op artiesten die het grote succes vinden. Wees gewoon blij dat er goeie muziek gemaakt wordt. Ik vind ook dat de beste Belgische dingen in de marge gebeuren, hoor. Onlangs zag ik MDCIII, het trio van Mattias De Craene van Nordmann: geweldig, maar je weet dat zij nooit de Main Stage op Werchter gaan afsluiten.

»Ik heb een gemengd gevoel bij de hele muziekscene en alles eromheen, zeker bij alles wat bij een plaat hoort. Ik heb al vijf managers gehad, bijvoorbeeld. Enerzijds zoek ik wel erkenning en faam, dat zal ik niet ontkennen, maar tegelijk heb ik een diep verlangen om voor eeuwig in undergroundkroegjes te spelen. Managementbureaus en labels hebben me altijd in het hokje van de radiomuziek geduwd, en dat zit me niet lekker. Ik voel me meer verbonden met pakweg Echo Beatty, of Mauro, of Pascal Deweze of Bert Dockx van Flying Horseman. Bij hen voel ik ook wederzijds respect. Ze spelen in elkaars bands, en praten alleen maar goed over elkaar. Dat respect vind ik belangrijk, maar het is niet evident.»

HUMO Heb je bij die muzikanten een nieuwe familie gevonden?

VANPARYS «Misschien. Door Annelies Van Dinter van Echo Beatty te ontmoeten, heb ik veel nieuwe mensen leren kennen bij wie ik een goed gevoel heb. Ik weet nu: natúúrlijk bestaan er veel muzikanten met wie ik me verbonden voel, ik moest alleen verder kijken dan mijn neus lang is. Ik realiseer me nu dat het eigenlijk absurd is om, zoals voor ‘Wild Flowers’, helemaal naar L.A. te vliegen om een plaat te maken met de band van Ray LaMontagne. Ik ken nu genoeg even goeie muzikanten hier om hetzelfde te doen.»

undefined

undefined

null Beeld

undefined

undefined

undefined

undefined

‘Silent Days’ komt op 21 september uit bij Unday.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234