Klaar met het leven

Simone (85) verlangt al tien jaar naar de dood: 'Ik dacht: als ik oud ben, heb ik veel vrije tijd. Maar nu ik oud ben, kan ik niks meer'

Beeld Wouter Van Vaerenbergh Humo 2020

Terwijl het euthanasieproces bij ons nog nazindert, laait bij onze noorderburen het debat over voltooid leven op. Uit onderzoek blijkt dat ruim tienduizend Nederlandse 55-plussers een doodswens hebben zonder dodelijk ziek te zijn. Hoeveel dat er bij ons zijn, is niet bekend, maar dat ze bestaan, staat buiten kijf. Vorige week vertelde Lutgart Simoens in Humo hoe verdriet en aftakeling haar doen verlangen naar de dood. Deze week getuigt Simone. Ze is nog bij de pinken, maar haar lichaam is totaal op: 'Als ze vanavond een spuitje zouden komen geven, zou ik zeggen: 'Ja, doe maar.''

Ze heeft géén pijn, benadrukt Simone een paar keer. Ze haalt haar schouders even op en trekt een gezicht dat zegt: hoe vervelend! Om in ons land euthanasie te krijgen moet je ondraaglijk lijden als gevolg van een ongeneeslijke ziekte. Simone lijdt aan de ziekte van Parkinson, maar is die ondraaglijk? Simone vindt van wel. Het leven is een last geworden, voor haar mag het eindigen. Haar dochter en kleindochter hebben moeten wennen aan die gedachte.

DOCHTER «De eerste keer dat je moeder zegt dat ze wil sterven, is schrikken. Ik heb het toen weggelachen: 'Wat zeg jij nu, ma?' Dat was zo'n tien jaar geleden. Ze sukkelde met haar gezondheid en had enkele symptomen van de ziekte - parkinsonisme noemde de dokter het - maar de diagnose van parkinson kreeg ze pas twee jaar geleden. Niet dat ze meteen zei: 'Ik wil morgen weg.' Maar ze sprak wel al over euthanasie. 'Daar ga je toch rekening mee houden als mijn toestand verslechtert?' vroeg ze. En dat ze nooit in een rolstoel wilde belanden. Nu zit ze in een rolstoel in het woonzorgcentrum en vraagt ze steeds wanneer ze dood mag.»

HUMO Had u het er alleen met uw dochter over, Simone?

SIMONE «Nee. Tegen mijn huisarts zeg ik al heel lang dat ik euthanasie wil, maar hij antwoordde altijd: 'Ik ga dat niet doen.' Hij kent me al te lang. Hij is ook niet zo voor euthanasie, denk ik. Maar hij is inmiddels bijgedraaid: de laatste keer zei hij dat zijn mening aan het veranderen was.»

DOCHTER «Hij ziet hoe prangend de vraag van mijn moeder is, maar hij blijft het er moeilijk mee hebben. Daarom heeft een LEIF-arts (van het LevensEinde InformatieForum, een initiatief dat streeft naar een waardig levenseinde, red.) het nu overgenomen. Hij is een dossier aan het opstellen voor mijn moeder, zodat ze euthanasie kan krijgen op basis van al haar medische klachten.»

SIMONE «De dokter is een heel aangename mens. Ik kan goed met hem praten. Hij moet drie collega's vinden die ermee akkoord gaan, omdat ik niet lijd. Het is te zeggen: ik lijd wél. Ik heb geen pijn, maar ik heb ongemakken.»

Terwijl ze het zegt, gebaart ze naar haar mond en keel, waar de ziekte haar spraak- en slikvermogen heeft aangetast.

SIMONE «Na het middageten heb ik veel last. Spreken lukt dan bijna niet meer, maar over een paar uurtjes gaat het weer beter. Het is alsof er slijm in mijn keel zit dat ik niet weggeslikt krijg.

»De nachten zijn moeilijk. Dan voel ik me raar in mijn hoofd. Heel lastig. Als je elke dag van die ongemakken moet doorstaan, denk je op den duur: waarom leef ik nog? Ik zit altijd met dat gevoel.»

DOCHTER «Wat ook speelt, is dat ze zo hulpbehoevend is geworden.»

SIMONE «Ik kan geen meter meer stappen. Ik kan zelfs niet meer op mijn benen staan. Ik zit hier maar in mijn zetel. Soms rijd ik nog wel rond in mijn karretje, maar hier in de kamer bots ik overal tegen.

»De verpleegsters vinden dat ik goed mijn plan trek. Het is waar: overdag bén ik nog goed. 'Waarom ga je niet mee op uitstap?' vragen ze dan. Ik moet altijd hetzelfde antwoorden: ik kan het niet meer. Ze weten intussen toch wat er scheelt? Waarom moet ik dat blijven uitleggen?»

DOCHTER «Ze voelen zich machteloos, ma. Ze kunnen niks doen.»

Beeld Wouter Van Vaerenbergh Humo 2020

HUMO Weten de verzorgers hier dat het leven mag stoppen voor u?

SIMONE «Jaja.»

DOCHTER «In het vorige woonzorgcentrum is de hoofdverpleger het me zelf komen zeggen: 'Weet dat uw moeder vaak over euthanasie praat.' Geen prettige boodschap. Hij heeft me toen papieren meegegeven met wat uitleg.»

KLEINDOCHTER «Twee jaar geleden was oma er heel slecht aan toe. Ik was bang dat ze zichzelf iets zou aandoen. Straks zet ze haar lippen aan een fles detergent, vreesde ik. Ze wilde zo hard euthanasie. Het had ook te maken met dat centrum: ze werd er niet goed verzorgd. Het stonk er naar urine en als we haar kwamen bezoeken, lag ze altijd in bed.»

SIMONE «Ik had toen een depressie door een onnozele ruzie met mijn zus. Ze kwam me elke dag bezoeken, tot ze plots niet meer opdook. Nu komt ze gelukkig weer en zijn we de beste vriendinnen, ook al verschillen we veel van elkaar - zij is acht jaar jonger dan ik.»

HUMO Weet uw zus dat u wil sterven?

SIMONE «Ja. Ze zegt dat ze hetzelfde zou willen.»

DOCHTER «Ja. Maar dat is rap gezegd als je jonger bent.»

SIMONE «Da's waar. Als ik vroeger ongelukkig was, durfde ik ook weleens te zeggen: 'Ik zou dood willen zijn.' Maar dat is niet hetzelfde.»

HUMO Gaat het nu beter met u?

SIMONE «Ja. Ik krijg nog altijd antidepressiva. Of dat denk ik toch: ze geven me elke dag een cocktail van medicijnen.»

KLEINDOCHTER «Ik heb vooral het gevoel dat het nu beter gaat omdat die LEIF-arts heeft gezegd dat hij haar zou helpen. Nu is ze gerust. Lange tijd had ze het gevoel dat ze niet gehoord werd. Ze heeft me toen zelfs gevraagd of ik enkele dingen over euthanasie voor haar kon opzoeken. Ik heb mijn moeder toen aangeraden een afspraak te maken bij Vonkel (de vzw van psychiater Lieve Thienpont, red.).»

DOCHTER «Bij Vonkel stelden ze een heleboel vragen: 'Hoelang zegt je moeder al dat ze dood wil? Waarom wil ze dood?' Maar daarna heb ik het weer op de lange baan geschoven. Tot ze vorige zomer in het ziekenhuis werd opgenomen met een infectie van de longen en de urinewegen. Ze was toen ontzettend kwaad op mij.»

SIMONE «Ach, ik was wat overspannen.»

DOCHTER «Ze wilde helemaal niet meer naar een ziekenhuis. Terwijl ze daar aan een infuus lag, hebben we afgesproken dat we haar een volgende keer niet meer laten opnemen. Dat heeft ze nu ook op papier staan.

»Na die ziekenhuisopname is ze naar hier gekomen. De zorg is hier beter. Ik had gehoopt dat ze haar tweede adem zou vinden en dat ze die doodswens zou vergeten. Maar ze bleef het vragen. Ook aan de verpleging. 'U zult er werk van moeten maken,' zei men me.»

HUMO Hebben jullie het gevoel dat het woonzorgcentrum te vlot meegaat in haar doodswens?

KLEINDOCHTER «Nee, totaal niet. Hoelang vraagt ze het nu al?

»Tv kijkt ze niet meer, de krant leest ze niet meer. Als we op bezoek komen en beginnen te vertellen, luistert ze nog wel, maar ze praat niet mee. Zolang ze weet dat alles goed gaat met ons, is ze tevreden. Ze hoort ook heel slecht, en maar aan één kant. Maar als je over euthanasie begint, is ze er opeens helemaal bij. Dan lichten haar oogjes op en is ze heel helder. De dood is het enige wat haar nog interesseert.»

De koffie die de stembanden moet smeren, smaakt maar matig. Dus vraagt Simone haar dochter het flesje cava uit de koelkast te ontkurken.

HUMO U kunt nog genieten van eten en drinken?

SIMONE «Ja. Vooral 's ochtends, als ik boterhammen met beleg krijg. Vanmiddag was het bloemkool met patatjes en stukjes worst. Gewone kost, maar dat eet ik graag. Al is het niet zoals thuis, natuurlijk.»

'In het vorige woonzorgcentrum zat ik samen met een oude vriendin. We hadden afgesproken dat we samen oudjaar zouden vieren, maar toen het zover was, was ze dood.'Beeld Wouter Van Vaerenbergh Humo 2020

HUMO Was u liever thuis blijven wonen?

SIMONE «Nee, dat ging niet meer. Ik heb me erbij neergelegd. Het is nu zo.»

DOCHTER «Eten doet ze in de eetzaal, bij de andere bewoners.»

HUMO U hebt hier nog sociaal contact.

SIMONE «Weinig. Aan de vrouw die naast me aan tafel zit, vraag ik weleens iets, maar met de anderen kan ik niet praten: ofwel verstaan zij mij niet, ofwel ik hen niet. Nieuwe vriendschappen ontstaan hier niet. In het vorige woonzorgcentrum zat ik samen met een oude vriendin. We hadden afgesproken samen oudjaar te vieren, maar toen het zover was, was ze dood.»

KLEINDOCHTER «Doe jij nog mee met de activiteiten hier, oma? Liedjes zingen? Breien?»

SIMONE «Nee. Ik heb altijd gedacht: als ik oud ben, zal ik veel vrije tijd hebben en veel kunnen doen. Maar nu ben ik oud en kan ik niks meer. Ik kan zelfs niet meer naaien.»

DOCHTER «Dat kon ze vroeger ontzettend goed. Ze naaide zelfs Chanel-pakjes. Haute couture!»

HUMO U was naaister?

SIMONE «Eerst heb ik mijn man geholpen. Hij had een fotostudio. Als hij twee huwelijken op één dag had, kon hij dat niet in zijn eentje bolwerken. In het begin maakte ik niet graag foto's: ik beefde te veel. Maar ik werkte wel graag in de donkere kamer. Uiteindelijk zijn mijn man en ik gescheiden. Ik wilde weg van hem. Ik ben naar een advocaat gestapt om alles te regelen, maar voor het zover was, is hij overleden.»

HUMO Mist u hem?

SIMONE «Nee. Ik vond het spijtig dat hij stierf, maar ik heb hem geen minuut gemist.»

DOCHTER «Mijn ouders hadden een slecht huwelijk.»

SIMONE «Ik wilde niet meer verder met hem. Ik wilde niet nog twintig jaar vastzitten in een leven dat mij niet aanstond.»

HUMO Bent u al die jaren alleen gebleven?

SIMONE «Ja. Ik moest geen man meer hebben. Ik was niet kwaad op de mannen, maar een relatie durfde ik niet meer aan. Stel dat het weer zo'n man was die me alleen maar commandeerde en zijn boterhammen liet smeren. Daar had ik niet tegen gekund. Ik heb altijd gedacht dat ik vroeg zou sterven. Ik wilde zeker niet ouder dan 80 worden. Maar ondertussen ben ik hier nog altijd.»

HUMO Had u graag wat meer liefde gekend?

SIMONE «Ik héb veel liefde gekend: van de kinderen en van mijn winkel. Toen mijn man stierf, voelde ik me zo vrij. Ik heb toen een kledingzaak geopend. Dat deed ik graag. Ik had heel mooie collecties. Ik kleed me nog altijd graag mooi en ik ga nog elke vrijdag naar de kapper. Ik ben graag in orde. Voor de kinderen, maar ook voor mezelf.

»Die winkel heb ik tien jaar gehad, tot mijn 60ste. Toen kreeg ik een mooi aanbod van iemand die de zaak wilde overnemen.»

HUMO Wat hebt u in de jaren erna gedaan?

SIMONE «Dat ik het niet goed meer weet (lacht)

KLEINDOCHTER «Ze was heel creatief. Toen wij klein waren, zat ze vaak samen met ons te tekenen.»

SIMONE «Nu lukt zelfs schrijven niet meer. Zelfs mijn handtekening kan ik niet meer zetten. Ik mis het schrijven wel.»

HUMO Mist u het naaien ook?

SIMONE «Nee, dat niet. De goesting was over.»

DOCHTER «Ze is nooit het meest levenslustige type geweest. Aan sport heeft ze bijvoorbeeld nooit gedaan.»

SIMONE «Maar iedereen dacht wel dat ik sportief was. Ik zag er fit uit, denk ik.»

DOCHTER «Ze was altijd heel zelfstandig. Met vriendinnen ging ze vaak naar toneelstukken en concerten.»

SIMONE «Maar al mijn vriendinnen zijn dood. Te vroeg gestorven.»

HUMO Veel ouderen klagen over het isolement, maar u bent niet eenzaam.

SIMONE «Nee, ik krijg nog veel bezoek. Té veel hoeft ook niet: af en toe wil ik eens een vrije dag. Maar moet ik voor het bezoek blijven leven? Ik vind van niet. Dat blijft toch niet duren.

»Als ik de anderen in de eetzaal zie zitten, denk ik: ik mag niet zo klagen. Ik heb alles om content te zijn: ik zie de kinderen graag en zij zien mij graag. En ik bén ook content, maar ik wil niet meer. (Kijkt naar haar dochter) Hoe oud ben ik nu?»

DOCHTER «85, ma.»

SIMONE «85. Dan kan het alleen nog slechter gaan. Ze zeggen soms: 'Moeder, je bent er te veel mee bezig.' Maar ík ben wel degene die hier elke nacht ligt af te zien. Ik slaap in een afgesloten bed, zodat ik er niet uit kan kruipen. Ik draag 's nachts een pamper en moet in mijn bed plassen, in het begin was dat vreselijk. Ze wassen me wel elke dag, maar het blijft een verschrikking.

»Ook overdag moet ik altijd op dat belletje duwen. Ik doe dat niet graag.»

DOCHTER «Zo is ze altijd geweest: ze wil zich niet te veel opdringen aan anderen.»

HUMO Vindt u dat u anderen tot last bent?

SIMONE «Mijn dochter en kleindochters zeggen van niet, maar ik ben alleen maar een last. Wat heb ik nog te bieden?»

HUMO Maar een mens hoeft toch niets te bieden te hebben om te blijven leven?

SIMONE «Nee, maar wat zit ik hier eigenlijk nog te doen? Als ik nog zou kunnen naaien of als ik met mijn rolstoel nog wat kon rondrijden, dan misschien... Maar ik doe niets meer. Ik ben niet bang om te sterven. Ik ben banger voor het lijden dan voor de dood. (Tot haar dochter en kleindochter) Het is lelijk om te zeggen, want ik zie jullie allemaal graag. Maar als ze me vanavond een spuitje zouden komen geven, dan zou ik zeggen: 'Ja, doe maar.'»

KLEINDOCHTER «Je weet hoe ik ertegenover sta, oma: ik ga je ontzettend missen, maar ik begrijp je wens. Misschien zou ik er ook zo over denken. Het leven duurt soms langer dan je zou willen.»

HUMO Zouden mensen met een doodswens een pil moeten hebben om er zelf korte metten mee te maken?

SIMONE «Ja, dat moet kunnen. Voor als je goesting hebt om te gaan. Als ik zo'n pil zou hebben, dan zou ik ze pakken (lachje)

HUMO U lacht altijd als u het over de dood hebt.

SIMONE «Ja. Ik ben daar cool in.»

HUMO Maar uw familie wellicht niet.

SIMONE «Ik heb hun al op het hart gedrukt dat ze niet moeten treuren om mij. Iedereen sterft ooit.»

DOCHTER «Voor ons is het een heel proces geweest. Maar je kunt toch niemand tegen z'n goesting op de aardbol houden?»

KLEINDOCHTER «Het goede is dat we erop voorbereid zijn. Daar ben ik oma dankbaar voor. Al zou ik niet willen dat het al voor morgen is. Je moet ons toch ook wat tijd gunnen, oma.»

SIMONE «Maar je weet het nu. Dat stelt me gerust.»

DOCHTER «Anderhalve maand geleden hebben we allemaal samengezeten: de dokter, de hoofdverpleger, mijn dochters en ik. Zodra het woord euthanasie viel, was ze blij. Meteen zei ze: 'Dat wil ik.' (Wijst naar haar moeder) Kijk, ze zit weer te lachen. Mensen geloven me niet als ik het zeg, maar de gedachte aan euthanasie maakt haar blij.»

SIMONE (met brede glimlach) «Ik spreek er graag over. Dan ben ik het kwijt. Intussen zit ik hier te wachten, tot de papieren in orde zijn.»

DOCHTER «De dokter komt nog drie keer langs, met tussenpozen van een maand, om te kijken hoe ze evolueert.»

HUMO Zou het kunnen dat die papieren u straks genoeg gemoedsrust geven om toch nog wat langer hier te blijven?

SIMONE «Nee. Als ik iets heb gezegd, doe ik het ook. Het is genoeg geweest.»

HUMO Wie wilt u erbij hebben, als het zover is?

SIMONE «Niemand moet erop staan te kijken. Alleen de dokter. Ik wil geen afscheid nemen. Ik wil er stilletjes tussenuit: hop en weg.»

HUMO Wilt u uw dochter er niet bij?

SIMONE «Ik weet niet of ze dat aankan.»

DOCHTER «Als jij dat wilt, zal ik er wel voor zorgen dat ik het aankan.»

SIMONE «Dan zou ik het wel goed vinden, ja.»

DOCHTER «Je kunt toch moeilijk alleen op reis vertrekken, ma?»

KLEINDOCHTER «Het zal hard zijn voor ons, maar ik weet dat het voor de volle 100 procent jouw keuze is. Die gedachte troost me.»

SIMONE «Het is goed dat we elkaar begrijpen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234