Arne Sierens met mantelzorgers Stijn en Thalia.

getuigenisdag van de mantelzorg

'Sinds mijn negende doe ik thuis alles: poetsen, ... het wordt tijd dat ik aan mijn eigen leven begin'

Arne Sierens met mantelzorgers Stijn en Thalia.Beeld Diego Franssens

Dinsdag 23 juni is ‘Dag van de Mantelzorger’: een dag van waardering voor mensen die zich inzetten voor een zorgbehoevende naaste. Ze zijn met naar schatting 680.000 in Vlaanderen. Enkele maanden geleden vertelden enkele mantelzorgers in Humo over hun wedervaren. Lees hier het artikel

(Verschenen in Humo op 24 februari 2020)

Theatermaker Arne Sierens (60) is in zijn archief gedoken en is weer bovengekomen met ‘Mouchette’, de voorstelling waarmee hij dertig jaar geleden doorbrak. De noodzaak om het verhaal vandaag opnieuw te vertellen was té groot, zegt hij. Dit keer voert hij het stuk op voor jonge mantelzorgers: jongeren die voor familie zorgen in plaats van zelf verzorgd te worden, en die nooit onbezonnen jong zijn geweest. ‘Ik besefte niet eens dat in andere gezinnen de rollen anders verdeeld waren.’

Samen met de jonge mantelzorgers Stijn Vroman (22) en Thalia Wouters (25), allebei nog niet geboren toen Arne Sierens 'Mouchette' neerpende, zitten we rond een tafeltje in de Brugse Poort. De Gentse wijk waar Sierens opgroeide, baande zich een weg naar elk van zijn voorstellingen.

ARNE SIERENS «Als kind woonde ik hier, omringd door gezinnen in diepe armoede. Zo was er een meisje van een jaar of 14, dat ik elke dag zag sleuren met zware zakken. Boodschappen doen was háár taak, haar vader en moeder waren ziek - enfin, ze hadden een alcoholprobleem. Wat verderop woonde mevrouw Van Hoof, met een wat sukkelachtige man en twee poppemiekes van dochters - porseleinen gezichtjes en pijpenkrullen. Ze woonden in een souterrain en elke winter moesten ze hun meubels op bakstenen zetten, omdat alles onder water liep. Toen ik al weg was uit de buurt - ik ging in Brussel studeren - kreeg ik opeens bericht: het oudste meisje, net 18 geworden, had zelfmoord gepleegd. Ik was in shock.

»Een paar jaar later zag ik 'Mouchette' van Robert Bresson, een fenomenale Franse regisseur. Prachtige film, maar met een verschrikkelijk einde: het 14-jarige hoofdpersonage, dat me zo hard deed denken aan dat meisje uit de Brugse Poort met haar boodschappentassen, springt in de rivier en pleegt zelfmoord. Ik dacht: dat mag niet, zelfmoord is verboden! Ik heb mijn typemachine bovengehaald en ben gaan schrijven: zelfde verhaal - vader weg, moeder ziek en Mouchette die moet opdraaien voor haar kleine zusje in de buggy - maar op het eind moest Mouchette wínnen. Ik moest haar redden, net zoals ik de oudste dochter van mevrouw Van Hoof had willen redden.»

HUMO Dertig jaar geleden had nog niemand gehoord van mantelzorg. Toen was zorgen voor een hulpbehoevend familielid nog vanzelfsprekend, of gewoon brute pech.

SIERENS «Ik praat veel met mensen - het is mijn favoriete vorm van research. Het viel me op in mijn gesprekken met jongeren hoeveel van hen zorg dragen voor een moeder, een vader, een oma... Ik voelde de solidariteit meteen opborrelen: ik ben opgegroeid met een zeer gewelddadige moeder. Mijn broer, zus en ik moesten in onze jeugd veel zelf oplossen. 'Maar daar maakt niemand theater over,' merkte één van die jongeren op. 'Hola!' dacht ik, 'ik heb daar ooit een stuk over geschreven.' 'Mouchette' was mantelzorg avant la lettre. Het is een oud stuk, maar het onderwerp is bijlange niet gedateerd. Ik móést er een remake van maken. Ook omdat we niet eens weten over hoeveel jongeren het precies gaat. Volgens sommige cijfers zou het gaan om één op de vijf jongeren, maar het is nog een grote blinde vlek.»

HUMO Jij wilt nu de volgspot op die jonge mantelzorgers zetten.

SIERENS «Ja. En ik wil straks zoveel mogelijk van hen in de zaal krijgen, liefst met vijf zakdoeken in hun zakken. Dan kunnen ze tijdens de voorstelling eens goed blèten en daarna een babbel doen met elkaar. Dan gaan ze buiten met het gevoel: 'Oef, ik ben niet alleen.' Dat werkt helend.»

STIJN VROMAN «Ik heb met tranen in de ogen naar 'Mouchette' zitten kijken. Ik herkende mezelf in dat meisje: hoe ze op dat podium met haar wasmand en haar zakken loopt te sleuren, hoe ze van het ene uiterste in het andere wordt geslingerd. Ik weet ook nooit welke situatie ik zal aantreffen wanneer ik 's avonds de voordeur opentrek. Is mijn vader thuis? Zit hij weer op café? Moet ik hem gaan zoeken? Of moet ik me voorbereiden op het ergste en alvast de politie bellen?»

AUTO IN DE LEIE

HUMO Veel jonge mantelzorgers beseffen niet eens dat ze het zijn.

VROMAN «Bij mij heeft het jaren geduurd voor mijn mantelzorg met zoveel woorden werd benoemd. Toen ik 9 was, heeft mijn moeder zich van het leven beroofd. Ik was degene die haar vond. Dat was een serieus trauma, maar ik heb het intussen redelijk goed verwerkt. Al zal ik me die dag altijd haarscherp blijven herinneren.»

HUMO Had je voordien een zorgeloze kindertijd?

VROMAN «De relatie tussen mijn ouders verliep al een tijdje stroef - ze stonden op het punt te scheiden - maar er werd nog goed voor ons gezorgd. Ik herinner me onze jaarlijkse reisjes naar Oostende, waar papa zandkastelen bouwde en mijn zus en ik vanuit dat fort de golven probeerden te bestormen. Die foto's zijn me dierbaar.

»Na de dood van mijn moeder is het met mijn vader de verkeerde kant opgegaan. Voordien deed hij verschillende jobs. Hij was sportief, wilde zelfs bij de para's gaan. Maar mijn moeders dood heeft hem gekraakt. Hij werd depressief, sukkelde met zijn gezondheid en ging meer en meer drinken. Geleidelijk aan begon ik alle taken in huis over te nemen: afwassen, koken, stofzuigen, boodschappen doen... Nu heb ik mijn rijbewijs en gaat boodschappen doen wat vlotter, maar destijds deed ik alles met mijn fietsje.»

SIERENS «Was je als 9-jarige een goeie kok?»

VROMAN «Ik heb nooit klachten ontvangen (lacht). Ik had het geluk dat ik leerde koken op school: ik zat in het bijzonder onderwijs. Zonder al die praktische kennis had ik me niet uit de slag kunnen trekken. Dan hadden mijn jongere zus en ik elke dag aangebrande aardappelen moeten eten (lacht). Ik herinner me ook nog die keer dat mijn vader een alcoholvergiftiging had. Toen wist ik dat ik hem op zijn zij moest draaien, zodat hij niet zou stikken in zijn braaksel - ook geleerd op school.»

Stijn: ‘Toen ik bij mijn schoonfamilie bleef eten, kwamen ze mijn bord op mijn schoot zetten. Dat greep me aan. Voor het eerst had ik het gvoel dat er ook eens voor mij werd gezorgd.’Beeld Diego Franssens

HUMO Ben jij van 's ochtends tot 's avonds bezig met zorgen?

VROMAN «Niet van 's ochtends: mijn vader staat pas op na twee of drie uur 's middags. Dan schiet hij zijn broek weer aan en trekt hij naar het café. Als ik niet af en toe zou bellen om te zeggen dat hij moet komen eten, dan at hij niet meer.»

THALIA WOUTERS «Ik ben pas gaan beseffen dat ik mantelzorger was, toen ik de term een paar jaar geleden tegenkwam in mijn studies. Wat ik deed, was gewoon houden van mijn familie, dacht ik. Dat doet toch iedereen?»

HUMO Jij zorgt al sinds je 12de mee voor je demente oma.

WOUTERS «Mijn jaja - dat is een Spaanse koosnaam voor 'mijn lief omaatje'. Op die naam reageert ze nog altijd, of toch een beetje. Al vóór mijn 12de begon ik te merken dat het verkeerd liep met haar. Ze kwam me altijd op woensdagmiddag van school halen, maar af en toe stond ze er niet, of stond ze er op de verkeerde dag. Uiteindelijk viel de diagnose: alzheimer.

»Het zorgen ging vanzelf. Mijn jaja en ik hadden een goeie band: zij was mijn vertrouwenspersoon, bij haar kon ik terecht als ik thuis ruzie had. Net zoals mijn mama ging ik geregeld bij haar langs, om te helpen of te controleren of alles wel in orde was. Dan ging ik bijvoorbeeld checken of ze haar sigaretten wel goed had uitgedoofd in de asbak. Dat vergat ze steeds vaker. Of dan controleerde ik of ze het gasvuur had uitgedraaid en of ze haar slaappilletjes wel juist innam en ze niet aan het opsparen was. Niet dat ik het huishouden moest runnen, zoals Stijn al jaren doet. Mijn zorgen waren eerder mentaal: ik piekerde me kapot. Elke dag voelde ik meer en meer hoe ik de volwassene werd en mijn jaja weer het kind.»

HUMO Wanneer kreeg jij in de gaten dat jij meer vader was dan je eigen vader, Stijn?

VROMAN «Pas rond mijn 16de. Als kind besefte ik niet eens dat de rollen anders verdeeld waren dan in andere gezinnen. Onlangs moest ik naar een voordracht voor school. Mijn vader wilde liever dat ik thuisbleef - hij is altijd bang om alleen te zijn. 'Nee,' heb ik toen gezegd, 'dit gaat over mijn toekomst.' Studies zijn belangrijk. Dat ik hém dat moet vertellen: dat is de wereld op zijn kop. In al die jaren dat ik het huishouden moest doen, heb ik ook nooit gespijbeld.»

SIERENS «Aan wie had jij steun?»

VROMAN «Aan bepaalde mensen op school. Bij familie kon ik niet terecht.»

SIERENS «Ik hoor vaak dat families het niet willen zien. Ze draaien liever hun hoofd weg van de miserie. Op school moest ik vroeger niet afkomen als ik het thuis moeilijk had. Eén leraar die ik in vertrouwen nam, zei vlakaf: 'Dat wil ik niet horen.'»

HUMO Je moeder was niet bepaald stabiel: ze mepte een keer met een fietsketting de viskom van tafel, probeerde geregeld de deur in te beuken en stichtte brandjes in huis.

SIERENS «En dan was er nog die keer dat ze onze Citroën in de Leie probeerde te duwen (lacht). Ach, ze kon er niet aan doen: ze was een getraumatiseerde vrouw. Haar eigen vader was ook heel gewelddadig.»

VROMAN «Op zijn lucide momenten zegt mijn vader weleens: 'Ik weet dat ik een ambetanterik ben als ik gedronken heb, maar mijn eigen vader was nog veel erger.' Ik geloof hem. Ik heb mijn opa maar één keer gezien: hij stond mijn vader uit te kafferen, terwijl mijn oma er als een bang vogeltje naast zat. Mijn vader moet een vreselijke jeugd gehad hebben.»

SIERENS «Zo'n verleden, dat sleur je mee. Net zoals Mouchette met haar boodschappentassen.»

OMA'S PITBULL

SIERENS «Na de dood van mijn moeder heb ik EMDR-therapie (therapie waarbij traumatische ervaringen verwerkt worden door middel van oogbewegingen, red.) gevolgd om in het reine te komen met mijn verleden. Eén beeld van mijn moeder bleef altijd in me opkomen: die keer dat ze in colère de deur van mijn kamer had proberen in te stampen om al mijn kleren op straat te gooien. Ik zag mezelf weer tegen die deur staan, krampachtig proberend om ze in haar hengsels te houden.»

VROMAN «Ook vaak meegemaakt: mijn vader die mijn kamerdeur probeert in te stampen. Ik weet dat ik dan rustig moet blijven. En zodra ik een gat zie, probeer ik te ontsnappen.»

HUMO Heb jij al therapie overwogen, Stijn?

VROMAN «Nog niet. Maar ik heb al gemerkt dat een goeie babbel wonderen doet. Na de voorstelling van 'Mouchette' had Arne een panelgesprek georganiseerd, waarin Thalia en ik kort ons verhaal konden doen. Nadien kwam iemand op me toegestapt: 'Chapeau, Stijn! Wat jij allemaal doet.' Het deed deugd om het er allemaal eens uit te gooien. Ik heb het lang genoeg opgekropt.»

SIERENS (knikt) «Onderschat nooit het belang van eens goed te kunnen kletsen

WOUTERS «Op de middelbare school kon ik er niks over kwijt. In mijn laatste jaar ben ik volledig gecrasht. Ik kreeg het steeds moeilijker om alles te combineren. Opeens merkte ik hoe verschrikkelijk moe ik was. Dat klopte niet, voor iemand van 17. Ik was alleen nog maar bezig met de mensen rond mij, terwijl ik mezelf helemaal uit het oog verloren was.»

HUMO Wist je waar je hulp kon krijgen?

WOUTERS «Nee. Dat ben ik pas te weten gekomen toen ik toegepaste psychologie ging studeren. Opeens zat ik tussen gelijkgestemde zielen en zag ik hoeveel hulp er was, maar kennelijk vindt die hulp haar weg niet tot bij de mensen die ze nodig hebben.»

SIERENS «Daar moeten we als maatschappij meer op inzetten. Politici willen de zorg alleen maar privatiseren, terwijl we net zo dicht mogelijk bij de basis, bij de mens moeten blijven. Vroeger hield de wijkagent alles in de gaten. Hij wist in welke gezinnen de ouders aan de fles zaten. Wie doet dat soort werk vandaag in de wijken? We hebben mensen nodig met de vinger aan de pols, aanspreekpunten die simpele, praktische hulp kunnen bieden aan jongeren zoals Stijn en Thalia. Want nu houden die jonge mantelzorgers hun thuissituatie voor zichzelf. Ze sluiten zich af en zwijgen erover, uit zelfbescherming of uit schaamte. Terwijl je er zoveel sterker voor staat als je de dingen met elkaar deelt.»

WOUTERS «Ik praatte er vroeger alleen met mijn mama over, maar zij had haar eigen zorgen. Ik had ook een meisje uit mijn klas in vertrouwen genomen, wier opa dementie had. Zij heeft me één keer meegenomen naar het woonzorgcentrum waar haar opa zat. Die man was compleet afwezig. Ik geloofde toen niet dat het met mijn jaja ook die kant zou uitgaan. Ik heb nog heel lang kunnen genieten van de kleine dingen: ik kamde haar haar, zong liedjes met haar, knuffelde haar.»

Thalia, mantelzorgerBeeld Diego Franssens

SIERENS «Welke liedjes zongen jullie?»

WOUTERS «Het klinkt misschien cynisch, maar haar lievelingslied is 'Memory' van Barbra Streisand. Dat heeft ze nog lang kunnen meezingen van begin tot eind, maar tegenwoordig lukt ook dat niet meer. Ze geraakt nu niet verder dan wat geneurie. Het is heel moeilijk om nog contact met haar te leggen. Ze woont nu ook in een woonzorgcentrum.»

HUMO Maar jij bent blijven zorgen.

WOUTERS «Ik ga nog altijd langs, ja. In het woonzorgcentrum ben ik de pitbull die waakt over mijn jaja en de verpleging aanspreekt als ik zie dat er een probleem is. Wanneer ik langsga, neem ik meestal ook de levensechte babypop mee die ik eens heb gevonden op een rommelmarkt. Mij herkent ze amper nog, maar die pop wiegt ze en geeft ze eten als een echte baby.»

SIERENS «Weten jullie al wat jullie later willen worden?»

VROMAN «Mijn droom is om verpleegkunde te studeren. Als ik mijn diploma heb, wil ik een paar jaar werken, tot ik een goeie, bekwame verpleger ben, en dan wil ik die kennis doorgeven en les gaan geven.»

SIERENS «Dat zie je vaak bij jonge mantelzorgers: ze belanden vanzelf in de zorgsector. Het nest waaruit je komt, tekent je.»

WOUTERS «Ik heb ook voor de zorg gekozen. Ik heb eerst bij het Expertisecentrum Dementie gewerkt en ben nu Rode Kruis-begeleider in een opvangcentrum voor vluchtelingen.»

VROMAN «Op welke leeftijd wist jij dat je theatermaker zou worden, Arne?»

SIERENS «Sinds mijn 6 jaar. Toen ging ik voor het eerst naar poppentheater Magie. Ik vond het geniaal. Na 10 minuten wist ik al: 'Dit ga ik doen met mijn leven.' Ik heb nooit meer getwijfeld. En net als mijn vader - hij werkte bij de Nationale Bank, maar was in zijn hart een artiest - was ik zot van cinema. Samen zagen we elk jaar wel 150 films.»

HUMO Hebben jullie ook al zo'n uitlaatklep gevonden?

WOUTERS «Niet echt. Ik heb een tijdlang vaak gewisseld van vriendje. Ik ging altijd bij hen uithuilen. Ik was op zoek naar een veilige thuishaven, denk ik. Maar voor die rol staan tienerjongens niet te trappelen (lacht). Intussen heb ik wel geleerd dat ik die veilige thuishaven vooral in mezelf moet zoeken.»

VROMAN «Mijn uitlaatklep was lange tijd lopen. Ik liep op den duur 27 kilometer. Ook daarin was ik een doorzetter. Als ik 5 kilometer liep en niet tevreden was over mijn prestatie, dan deed ik er meteen nog eens 5 kilometer bovenop. Dat luchtte op.»

HUMO Heb je ooit de neiging gevoeld zelf te vluchten in drugs of drank?

VROMAN «Nee. Drugs waren nochtans niet veraf. Een vriendin van me met een moeilijke thuissituatie - haar ouders staken de lakens in brand terwijl ze in bed lag - is gestorven aan een overdosis. Maar zelf drink ik niet eens. Ik heb het ooit wel een keer geprobeerd - ik wilde weten hoe het voelde om dronken te zijn - maar nu heb ik al zeker vijf jaar geen druppel meer aangeraakt. Ik voel ook wel dat die zwakte in mij zit. Het is zo makkelijk: je drinkt en je vergeet. Ik blijf er liever af. Alcohol is de grootste drug die er bestaat, vraag maar aan mijn vader en grootvader. Ik heb het mijn zus al gezegd: 'De lijn stopt bij mij.'»

HUMO Als iemand je vroeger had voorgesteld om thuis weg te gaan, had je dan je vader achtergelaten?

VROMAN «Moeilijke vraag. Vroeger had ik zeker geantwoord: nee. Ik kon hem niet laten stikken. Maar intussen, na al die jaren van geweld en verwijten, denk ik er anders over. Het is genoeg geweest. Mijn vader valt ook niet meer te helpen. Dokters hebben alles geprobeerd - van medicatie tot elektroshocktherapie. Hij is uitbehandeld, zegt de dokter nu.

»Mijn vader heeft het nog niet in de gaten, maar als ik straks mijn diploma haal, ga ik het huis uit. Dan zit mijn taak als mantelzorger erop. Het wordt tijd dat ik aan mezelf denk en aan mijn eigen leven begin. Weggaan thuis staat in mijn hoofd gelijk aan de lotto winnen. De eerste stap zal zijn om te gaan samenwonen met mijn vriendin.»

SIERENS «Hebben jullie al plannen? Reizen of zo?»

VROMAN «Ja, we willen de wereld zien. Ik ben nog nooit in het buitenland geweest. Mijn vriendin wil naar Australië, ik wil gaan duiken in Egypte.»

SIERENS «Doen! Daar moet je geen tien jaar meer mee wachten. Duiken is fantastisch.»

VROMAN «En toch zal het ook moeilijk zijn. Ik zeg nu wel dat ik mijn vader wil loslaten, maar het blijft mijn vader. Ik zal hem missen, maar ik moet mezelf beschermen. Zeker als hij me weer dronken verwijten maakt, denk ik: trek jij straks maar eens zélf je plan, papa.»

HUMO Wat als jij je oma straks moet afgeven, Thalia?

WOUTERS «Het klinkt cru, maar ergens zou het ook een opluchting zijn. Ze heeft altijd gezegd: 'Als ik mijn kinderen en kleinkinderen niet meer herken, dan wil ik een spuitje.' Ik zou het haar gunnen. En ik weet dat ik dan zal kunnen zeggen: ik heb veel zorg van haar gekregen, maar ik heb die zorg ook ruimschoots teruggegeven. Dat zal me troost bieden.»

HUMO Dat je veel van je jeugd hebt gemist, neem je haar niet kwalijk.

WOUTERS «Ik weet niet of ik veel heb gemist, maar ik had mijn jeugd wel zorgelozer gewild. Ik ben het leven al heel vroeg zwaar en zwart gaan zien: 'Is dit het nu? Zorgen voor zieke familie, die je elke dag een beetje meer verlaat?' Dat besef had ik liever wat later gekregen. Als tiener zou je vooral moeten bezig zijn met persoonlijke ontwikkeling: wie ben ik? Wat vind ik leuk? Waar sta ik voor? Ik ben daar pas sinds kort aan toe.

»Maar ik wil het niet alleen maar negatief zien. Zorgen voor mijn familie heeft me gemaakt tot wie ik ben. Ik sta vrij volwassen in het leven, als ik mezelf vergelijk met leeftijdsgenoten. Ik ben ook meer bezig met de grote levensvragen, terwijl anderen die lijken op te sparen voor hun midlifecrisis.»

HUMO Stijn, jij spreekt met weinig rancune over je vader.

VROMAN «Ik neem het hem kwalijk dat hij mij en mijn zus onze jeugd heeft afgenomen, maar ik zit niet met enorme frustraties. Of toch niet meer. Vroeger had ik het weleens moeilijk, als ik hoorde hoe klasgenoten thuis de voetjes onder tafel konden schuiven en niks hoefden te doen. Maar nu heb ik zelf een warm nest gevonden bij mijn vriendin en mijn schoonfamilie. De eerste keer dat ik bij hen bleef eten, kwam mijn schoonmoeder mijn bord letterlijk op mijn schoot zetten. Ik kan niet beschrijven wat dat met me deed. Het greep me zo hard aan: 'Shit, zo kan het dus ook.' Ik had het gevoel dat er voor het eerst ook eens voor mij werd gezorgd.»

HUMO Op het eind van zijn 'Mouchette' moest het meisje winnen, zei Arne. Hebben jullie gewonnen?

VROMAN «Ja, dat vind ik wel. Ik was zo blij dat Arnes stuk een happy end had. Ik kan niet tegen tragische ontknopingen, ook niet in films. Optimist tot in de kist, dat is mijn motto.»

SIERENS (lacht) «Ik doe mee!»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234