'Sirene': Bart Meuleman gaat naar de hoeren

In ‘Sirene’, het nieuwe Toneelhuis-stuk van Bart Meuleman, geeft Fien Maris gestalte aan een hoertje achter een raam. Haar monoloog, gericht aan een al dan niet denkbeeldige klant, verkent het verlangen — van haar clientèle en zichzelf, van elk van ons. En dus ook dat van maker Meuleman.

HUMO Veel research achter de rug?

Bart Meuleman «Ik wilde me niet als een undercoveragent of als een vrolijke klant in de prostitutiewereld onderdompelen. Ik ken toevallig wel een raamprostituee, maar ik heb haar niet eens uitgebreid gesproken. Ik wilde, puur op de kracht van de schrijver, een voorstelling maken op basis van wat ik weet en lees, denk en fantaseer. Ik wil een fantasie presenteren waar mensen hun gedachten aan kunnen scherpen. ‘Sirene’ moet zowel mannen als vrouwen, van welke leeftijd ook, kunnen aanspreken en iets vertellen over hun fantasieën en lust.

»Mannelijke gedachten kunnen door vrouwen ook begrepen worden op een manier waar mannen niet onmiddellijk rekening mee houden. Ik heb bijvoorbeeld met een paar vrouwen, onder wie mijn eigen vriendin, een discussie gehad over het begin van ‘Jeune et jolie’ van François Ozon: meisje leert jongen kennen op het strand en ’s avonds gaan ze neuken – ik zag dat als een halve verkrachting, maar die vrouwen zagen het anders en stelden dat het meisje van haar maagdelijkheid af wilde. Een mannelijke fantasie stoot vrouwen dus niet noodzakelijk alleen maar af: vaak hebben ze er een heel eigen lezing van. Dat soort openheid heb ik met ‘Sirene’ betracht.»

HUMO Blijft het meisje zelf daardoor niet wat onderbelicht?

Meuleman «Ik wilde geen reportage maken, want daar is tv veel beter geschikt voor. Maar het weinige dat het meisje over zichzelf vertelt, kleurt wel mee de hele voorstelling. ’t Is als een bak water waar je een paar druppels inkt in dropt.»

HUMO Cruciaal lijkt me: zit dat meisje daar gedwongen of is ze een zeldzame happy hooker?

Meuleman «Dat kom je dus niet te weten. Zoals je het ook in werkelijkheid nooit kan weten. Je kan massa’s rapporten lezen, reportages bekijken of cijfers verzamelen, maar als je iemand achter een raam ziet wenken, weet je niet hoe het met haar zit. Ik weet dat de happy hooker bestaat. De raamprostituee die ik ken, is alleszins géén slachtoffer van mensenhandel: zij oefent haar beroep in algehele vrolijkheid uit.»

HUMO De dag voor de première leerde de NPO 3-docu ‘Jojanneke in de prostitutie’ dat liefst zeventig procent van de raamprostituees in Nederland het slachtoffer van mensenhandel is.

Meuleman «Ik ben niet blind voor dat misbruik, alleen was dat niet het terrein waarop ik me wilde begeven. Ik wil als theatermaker niet gedwongen worden om me te laten dicteren en determineren door actuele problemen en misstanden. Ik wil iets vertellen over de verbeelding die van alle tijden is.»

HUMO Vallen, ethisch gesproken, liefde en seks tot een financiële transactie te herleiden?

Meuleman «Liefde zeker niet, seks dus wel. Waarom zou je niet mogen betalen voor seks? ’t Is een gedachte die terrein wint, in Zweden bijvoorbeeld. En enkele jaren geleden hebben Groen-politici dat standpunt ook hier geformuleerd. Maar het lijkt me een stap te ver. Dat misbruik is vanzelfsprekend verschrikkelijk, maar ’t is niet omdat veel vrouwen slachtoffer zijn, dat je de hele boel maar moet opdoeken. Zoals we ook de wielersport niet moeten afschaffen omdat ze vergeven is van de doping.»

HUMO In ‘Sirene’ wordt angst geduid als ‘het kloppende hart van het genot’.

Meuleman «Dat is het ook, denk ik. Je wordt aangezogen door de sirene, maar het moment dat je door haar bevangen bent, sluipt de angst er ook wat in. De angst is letterlijk de kern: niet het hele lichaam, maar iets wat daar binnenin klopt – zoals een hart. ’t Is de motor, eigenlijk: zonder angst wordt genot heel routineus en verliest het zijn intensiteit.»

HUMO ‘Sirene’ is samen uitgegeven met ‘The Bult and the Beautiful’ uit 2006, je stuk over telefoonseks – minder lichamelijk, maar even intiem.

Meuleman «Misschien zijn woorden het allerintiemst. Woorden zijn levensnoodzakelijk voor intimiteit, al hoeven het er niet veel te zijn. Woorden maken het verschil. Net zoals je gebaren kunt maken zonder ze gepland te hebben, kunnen je – zeker op zulke momenten – woorden ontsnappen die je niet gepland had. Die kunnen achteraf een minstens zo grote indruk nalaten als gebaren.

»Beide stukken gaan over de illusie van het moment, en het belang daarvan. Ik geloof erg in wat een moment kan betekenen, ook al is de illusie achteraf helemaal verdwenen – als een zeepbel gesprongen.»

HUMO Het cliché in de letteren wil dat personages onvoldaan bij hoeren buitenstappen.

Meuleman «Dat wil ik tegenspreken. Je moet het kunnen nemen voor wat het op dat bijzondere moment betekent – in zijn complexiteit, maar ook in zijn deugd. Daarna houdt het op en is de wereld die geschapen werd weg, zoals bij gelijk welk goed popliedje.»

HUMO Een intrigerend zinnetje uit ‘The Bult and the Beautiful’: ‘Ik kan niet zonder seks, maar als ’t is afgelopen met iemand is dat het eerste dat ik vergeet.’

Meuleman «Zo gaat het, denk ik, al lijkt het vreemd dat uitgerekend de kiem van het verlangen het snelst verdampt. Maar op het moment dat je klaarkomt, doet liefde er niet toe. Dan gaat het over iets anders. Cruciaal is wat nadien komt: in het beste geval komt er dan rust over je en voel je vanuit die rust iets als liefde.»


Van heilig tot geilig

Wellicht is Bart Meuleman op z’n best als dichter; in ‘Hulp’ (2004) en ‘Omdat ik ziek werd’ (2008) woekeren donkerte en onvermogen, slechts doorbroken door een eeuwige hunker. En ook de motor van de culturele autobiografie ‘De jongste zoon’ (2014) is een stuwend verlangen. In dat boek staat te lezen dat Meulemans’ tweede gedicht en eerste scenario, ‘Stadspark’, al ‘het verlangen in lichaam en geest van jonge vrouwen’ onderzochten.

Meuleman «Dat is mijn thema, ja. ’t Heeft te maken met verlegenheid en schaamte. Ik was een vrij verlegen jongen, zag meisjes als verheven wezentjes. Het ging me indertijd vooral om de uitstraling. Want ik keek aanvankelijk niet zozeer naar de lichamen, eerder naar de gezichten en wat die vertelden. Dáár meende ik die verhevenheid en die lichtelijke heiligheid te zien. Nog altijd zweven restanten van dat idee als brokstukken door mijn universum. Dat zijn van die dingen die blijven doorwerken, tot op je sterfbed.

»Als je het over intimiteit wil hebben, kom je hoe dan ook bij schaamte terecht: wat wil je delen met iemand anders en wat niet? Schrijven is mijn manier om de grenzen van de schaamte te slechten.»

HUMO Je gaat ver: in ‘De jongste zoon’ beken je dat ‘Stadspark’ voortkomt uit het verlangen deel te nemen aan een groepsverkrachting.

Meuleman «Dat staat er inderdaad, ja. Redelijk heavy (lachje). Zoiets duikt tijdens het schrijven ineens op en ik twijfel er dan nauwelijks over om dat te laten staan. Ik zit er dan wel lichtjes mee in mijn maag, maar ik denk er niet aan het te schrappen.

»In dat boek zie je de afstandelijkheid tegenover meisjes gradueel door de aantrekkingskracht weggedrukt worden. Ze werden steeds meer van vlees en bloed.»

HUMO Heeft de porno-ervaring met je tante de zaak schoksgewijs vooruitgeholpen?

Meuleman «Dat was een surreële ervaring, die ik hoe dan ook niet kon plaatsen: ik was vijftien, liep even langs bij mijn tante en zij liet me zomaar een flard van een pornovideo zien. Ik heb nog altijd geen idee wat haar toen bezielde; ik denk dat ze me vooral een plezier wilde doen en ervan uitging dat ik daar graag naar zou kijken. Ze zou de koers opnemen voor mijn oom, maar omdat de uitzending nog niet begonnen was, zag ze nog tijd voor iets anders. Tijdens dat tiental minuten kreeg ik dus meteen een demonstratie van de eerste videorecorder én van wat op videofilms zoal te zien kon zijn. Ik denk er met veel smaak en plezier aan terug.

»Of die schok de zaak vooruitgeholpen heeft, betwijfel ik (lacht). ’t Was van een andere orde dan contact met meisjes zoals ik het toen verlangde. De sprong naar vlees en bloed was veel te bruusk, daar was ik op dat moment niet klaar voor.»

HUMO Je brengt me een quote uit ‘Sirene’ in herinnering: ‘Is een vrouw naakt niet altijd een pantser? Haar lichaam tot de tanden gewapend?’

Meuleman (knikt) «Toen ik een jaar of negen was, zag ik ‘De loteling’ van Roland Verhavert, met Jan Decleir. Die laat zich uitkopen om naar het front te vertrekken en gaat op een gegeven moment naar de hoeren. Ik denk dat ik toen op tv voor het eerst een hoer zag, wat een enorme indruk op mij maakte – precies omdat die vrouw naakt voor die geklede man stond, maar toch een ongelofelijk sterke verschijning was. Waardoor hij tegelijk een hoopje drift én een hoopje ellende was: je zag dat hij zich geen houding wist te geven. Dat zijn zo van die dingen die tijdens het schrijven terugkomen en die ik dan gretig pluk.»

HUMO Heb je intussen je zeg gedaan over dit onderwerp?

Meuleman «Ik denk dat ik mijn hele leven ga schrijven over verlangen en seks. Over de vraag of je echt iets kunt delen met iemand, de vraag wat je wel samen hebt en wat niet, en hoe je daarmee om zou kunnen gaan. Dat houdt me al lang bezig en dat zal nog even duren.»

HUMO Stefaan Van Brabandt verklaarde twee Humo’s terug: ‘Ik ben beter in verlangen dan in genieten.’ Het zou een zin van jou kunnen zijn.

Meuleman «Veel liever zou ik wat meer innerlijke rust kennen. Maar mijn hoofd blijft maar malen, zodat dat rusteloze verlangen er nu eenmaal is. Ik probeer het heel bewust een plaats te geven, maar helaas heb ik er vandaag niet minder last van dan tien of twintig jaar geleden. Nochtans zou het stilaan mogen beteren, ik word dit jaar vijftig.»


Besparen op woede

Meuleman ontvangt me drie hoog in de Bourlaschouwburg, in een artiestenloge met schminkspiegels en fauteuils. Sinds 2010 werkt hij hier vast voor Toneelhuis, het Antwerpse stadstheater. Ik heb een quote van een paar maanden voor zijn aanstelling bij me: ‘Een vriend zei me onlangs: ‘Als je theater maakt, word je een gekweld en somber mens, en als je schrijft, leef je op.’’ Behoort ook masochisme tot het seksuele spectrum van de schrijver?

Meuleman (zucht) «Ik doe het niet voor mijn plezier. ’t Is eenvoudig: als ik schrijf, ben ik alleen en fantaseer ik de wereld zoals die voor mij moet zijn. Het theater is de wereld daarbuiten; met mensen omgaan, evenwichten bewaren, diplomatisch en doortastend en genereus zijn – alles wat ik moeilijk vind. Schrijven is sowieso veel prettiger. Maar het is wellicht gezond geregeld het moeilijke sociale van het theater op te zoeken, om dan daarna weer in mijn hol te kunnen kruipen.»

HUMO Voedt het theater de door jou gekoesterde illusie van het moment dan niet?

Meuleman «Het gebeurt eerlijk gezegd niet vaak dat ik echt gelukkig kan zijn met wat er op de scène gebeurt. Iedere avond gebeuren er goeie en minder goeie dingen en jammer genoeg neem ik dan de minder gelukte dingen mee naar huis. Maar een enkele keer valt het allemaal mooi samen en overtreft het mijn verwachtingen. Zoiets lukt alleen in het theater, want ik kan mezelf niet verrassen als ik schrijf: ik herken in mijn teksten toch altijd weer mijn tics en mijn soort beelden.»

HUMO In ‘De jongste zoon’ citeer je instemmend wijlen Wim Van Gansbeke, die hekelde dat stadstheaters ‘steevast kiezen voor flauwiteiten en belegen trucs’.

Meuleman «Dat was twintig jaar geleden zo, maar tegenwoordig behoren de drie stadstheaters tot de meer florissante toneelomgevingen. Ik werk hier erg graag: de middelen zijn er, ik word goed omringd, de sfeer is erg goed. Bovendien wil ik voorstellingen voor de grote scène maken. Kleinschaligheid is in het theater de nieuwe vanzelfsprekendheid geworden, maar de grote scène biedt veel uitgebreidere en opwindendere mogelijkheden.»

HUMO Heeft de sfeer in Toneelhuis niet te lijden onder de besparingen?

Meuleman «Men is daar in dit huis onwaarschijnlijk goed mee omgegaan: men heeft bespaard waar men kon, zonder te raken aan de artistieke werking en zonder mensen te ontslaan. Een kunststuk op zich, vind ik.»

HUMO Dat is lovenswaardig, maar het geeft de subsidiegever wel gelijk: het kan dus inderdaad met minder.

Meuleman «Wij hadden níét te veel. Het is een groot en door een aantal figuren gretig in stand gehouden misverstand dat mensen in de culturele sector op hun luie krent liggen. Er wordt in de culturele sector vaak zeer hard gewerkt, en voor een lager loon dan elders. Dus néé, het kan niet met minder. Maar mensen zijn toch bereid zo te blijven werken. Alleen daarom zijn we niet verzopen en is de werking nog intact.»

HUMO Peter de Caluwe van De Munt heeft zo opzichtig gesnoeid dat er tot in The New York Times over bericht werd. Is dat geen krachtiger signaal?

Meuleman (zucht) «Op menselijk en artistiek vlak heeft men het organische van Toneelhuis intact gelaten. Dat is belangrijk, het heeft de motivatie van de mensen hier alleen maar goedgedaan. Maar op een gegeven moment zit er natuurlijk geen rek meer op. Toneelhuis beschikt vandaag over spectaculair minder middelen dan in 2004. En er is geen hoop op beterschap. Want ik geloof niet wat in het vooruitzicht gesteld wordt: dat het vanaf 2019 beter zal gaan. Ik zie niet in hoe het over drie jaar beter zal zijn, er zijn de afgelopen weken immers al diverse negatieve rapporten over de begroting opgedoken.»

HUMO Wordt er elders in je sector met subsidiegeld gemorst?

Meuleman «Ongetwijfeld. Maar subsidiëring en staatssteun zijn een wezenlijk onderdeel van democratie: het gaat over wat winstgevend of levensvatbaar is en wat niet, en hoe we daar als samenleving mee omgaan. Dat gaat veel verder dan de kunstensector, het zit overal: het onderwijs, de zorgsector, de overheid, de bedrijven, tot de banken toe. Wie dat hele subsidiesysteem uitvlooit, zal ongetwijfeld hier en daar geld over de balk gegooid zien worden. Maar het is steevast de cultuursector die geviseerd wordt als de plek waar dat bij uitstek zou gebeuren. Wel, dat is eenvoudigweg feitelijk onjuist, zeker als men de vergelijking met andere sectoren zou aandurven.

»Vijf jaar geleden heb ik met Herwig Ilegems ‘Duts’ gemaakt – met veel plezier, maar voor een hongerloon. Dat zou vandaag niet eens meer kunnen. Dat is toch verschrikkelijk? Vooral omdat men daar echt wat aan zou kunnen doen, met enkele miljoenen euro’s meer – en wat is dat in het licht van de hele begroting? – én een goed beleid dat extra geld aantrekt.»

HUMO Het helpt wellicht niet dat de grootste partij niet door de cultuursector op handen gedragen wordt.

Meuleman «Nee, dat helpt niet (lacht). Ik volg met argusogen wat de N-VA doet en waar ze voor staat, maar ik wil de andere partijen geenszins vrijpleiten. Dat zou pertinent onjuist zijn, want het heeft niet met één partij te maken: onder meer LuxLeaks en de Belgische pendant ervan hebben geleerd dat er een algemeen politiek probleem is.»

HUMO Zag ik in je vorige stuk, een enscenering van ‘De verwondering’ van Hugo Claus, geen spiegels naar vandaag?

Meuleman «Zeker. Ik heb niet de ambitie mensen wakker te schudden of zo, dat zou me alleen maar frustreren. Maar ik wil het wel gezegd hebben, ook al denk ik dat één voorstelling niks kan keren – ik geloof sowieso niet in revoluties.»

HUMO Kijk eens aan: je hebt iets gemeen met De Wever.

Meuleman (lacht) «Uiteraard ben ik op een aantal vlakken conservatief. Zo geloof ik niet in revoluties, omdat een drastische ommekeer meestal desastreus is en bloed doet vloeien. Maar ik geloof wel dat de dingen de andere en betere kant kunnen opgaan via een langzaam proces, waar vele kleine onderdelen een rol in kunnen spelen.

»Ik vrees wel dat de slinger eerst nog ver de andere kant zal opgaan. In een samenleving die nog veel te bereiken heeft – waarvan veel inwoners een bepaald welvaartspeil nog ontberen – willen mensen gezamenlijk vechten. Maar zodra een verzadigingspunt bereikt is en het gevaar dreigt dat die welvaart gaat afnemen, wordt het heel erg moeilijk om op maatschappelijke schaal iets als solidariteit te kweken. Angst doet mensen uiteindelijk eerst aan zichzelf denken. Ik begrijp die reflex, maar hij maakt veel kapot. Aanvaarden dat het minder zal zijn, zou ons kunnen helpen om de slinger weer de andere kant te laten uitgaan. Ik werk veel en graag met jonge mensen samen en ik heb soms het gevoel dat zij dat beter begrijpen en daar juister mee kunnen omgaan. Ik durf het te hopen, zelfs al ben en blijf ik een pessimist.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234