Een covidpatiënt wordt binnengebracht in het ziekenhuis. Het merendeel van de corona-overledenen is op leeftijd. Beeld Marc Baert
Een covidpatiënt wordt binnengebracht in het ziekenhuis. Het merendeel van de corona-overledenen is op leeftijd.Beeld Marc Baert

AnalyseCoronadoden

Situatie in woon-zorgcentra blijft penibel: 5 lessen na 20.000 corona-overlijdens

Met 20.038 corona-overlijdens is zondag is een nieuwe, trieste kaap in ons land overschreden. Opvallend: het dodental van de tweede golf is nu al hoger dan de eerste. En de Vlaamse woon-zorgcentra worden daarbij niet bepaald gespaard.

1. Dodental groter tijdens tweede golf

Uit cijfers van gezondheidsinstituut Sciensano blijkt dat er vanaf 31 augustus tot nu meer doden zijn vastgesteld dan tijdens de eerste golf. Toen stierven er 9.897 mensen. Gisteren stond de teller voor de tweede golf op 10.141. ‘We hopen dat de vaccinatie in de woon-zorgcentra de verdere toename zal beperken,’ zegt woordvoerder Steven Van Gucht.

Biostatisticus Geert Molenberghs (UHasselt/KU Leuven) noemt het verschil tussen de twee golven miniem, want hij merkt op dat in het najaar een half miljoen meer besmettingen zijn vastgesteld dan in het voorjaar. ‘Je kunt dus wel zeggen dat we het qua overlijdens de tweede keer beter hebben gedaan.’

De ziekenhuizen hebben daar allicht niets van gemerktWaren er tijdens de eerste golf 17.648 opnames, dan zijn dat er nu ruim 12.500 meer. De experts verklaren dat door de maatregelen die niet alleen langer op zich lieten wachten, maar ook milder zijn. ‘Het seizoen is ook moeilijker.’

2. Situatie in Vlaamse woon-zorgcentra lijkt niet beter

Er is meer beschermingsmateriaal, kennis en testcapaciteit. Toch spaart het coronavirus de woon-zorgcentra niet. 11.343 mensen zijn er tot nog toe gestorven, oftewel 57,4 procent van het totale aantal overledenen.

Opvallend in Vlaanderen: daar zitten we met een drieduizendtal overlijdens in golf twee nagenoeg net zo hoog als na golf één. Opmerkelijk: de Waalse en Brusselse woon-zorgcentra slagen er wel in om het aantal overlijdens te doen dalen. Waar komt dat verschil vandaan?

Volgens Van Gucht is er geen duidelijke verklaring. ‘We hebben te maken met een heel geniepig en besmettelijk virus. Je kunt een verschil maken met testen en beschermen, maar garanties biedt dat niet. Soms gaat het gewoon mis.’ Het tijdstip van ontdekken speelt daarin een rol. ‘Als het eerste coronageval asymptomatisch is, kan het even duren voor je weet dat het virus circuleert.’

Ook Molenberghs spreekt over de ‘pech’-factor. ‘Bij een grote uitbraak, zoals we er wel een paar gehad hebben in woon-zorgcentra bij Gent en in Mol, kun je nog weinig doen.’

3. België internationaal bij de slechtste leerlingen

Wie zoekt naar internationale vergelijkingen, komt al snel uit bij een lijstje dat België, op basis van het aantal coronadoden per miljoen inwoners, quasi helemaal bovenaan plaatst. Alleen San Marino zou het slechter doen. Na ons land volgen dan Slovenië, Bosnië-Herzegovina en Italië. 

Experts hameren erop dat het om een ‘valse toppositie’ gaat. België staat bovenaan omdat we zo’n goede registratie van covid-19-doden hebben. ‘Bij ons komt die registratie bijna volledig overeen met de oversterfte,’ zegt Molenberghs. En daarmee verschillen we van pakweg Nederland, waar ze bijna de helft van de covidoverlijdens niet rapporteren. Zo’n grote discrepantie met oversterftecijfers zien ze ook in andere landen. 

Molenberghs besluit, net als Van Gucht, dat België desondanks wel bij de zwaarst getroffen landen hoort, net als Frankrijk, Spanje en Italië. 

4. Een covid-dode is meestal oud en vaak een vrouw

Wat niet veranderd is over twee golven heen, is dat het virus vooral 65-plussers doodt. Ze vertegenwoordigen 94 procent van alle overledenen tot nog toe. De grootste groep is ouder dan 85 jaar (goed voor 10.616 overlijdens), daarna volgt die tussen 75 en 84 jaar (goed voor 5.762 overlijdens). 

‘In tegenstelling tot andere pandemieën als de Spaanse griep zijn bij covid-19 kinderen en jonge mensen veelal gespaard gebleven,’ zegt Van Gucht. Dat wil niet zeggen dat zij vrijuit gaan. In de groep van 25- tot 44-jarigen zijn er tot nog toe 85 mensen overleden en bij de 0- tot 24-jarigen 8. 

Ook al is het virus dodelijker voor mannen, over alle 20.038 doden heen zijn vrouwen iets meer vertegenwoordigd (50,8 versus 49,1 procent). Zij sterven volgens Molenberghs vaker, omdat ze met meer zijn. ‘Van de rusthuisbewoners zijn twee op de drie vrouw, versus één op de drie man.’

5. Meeste mensen stierven in een ziekenhuis

Iets meer dan een op de twee Belgen (10.386 op 20.038) is overleden in het ziekenhuis. ‘Op zich is het heel normaal om in een woon-zorgcentrum  te blijven,’ zegt Van Gucht over de andere helft. ‘Ook daar kunnen de juiste zorgen worden gegeven. Sommige mensen verkiezen ook een palliatieve behandeling in een vertrouwde omgeving.’

In Vlaanderen zijn – in absolute aantallen – de meeste mensen overleden (9.970 of 49,8 procent). Maar dat is een nogal logische vaststelling, want wij tellen meer inwoners dan Wallonië of Brussel. Beter is dan ook om naar het aantal doden per 100.000 inwoners te kijken. In dat geval doen die twee laatste gewesten het net slechter. 

‘Het aantal overlijdens in Wallonië en Brussel daalt de laatste weken wel sneller dan in Vlaanderen,’ zegt Van Gucht nog. Hoe kan dat, terwijl de genomen maatregelen vergelijkbaar zijn? De opgelopen immuniteit zou een rol kunnen spelen: in Brussel heeft naar schatting één op de vier inwoners antistoffen, in Vlaanderen een op de tien. ‘Bij ons is dus nog meer potentieel.’

(DM)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234