null Beeld

Slavernij in België: op pad met de sociale inspectie

Beter dan wie ook weet de sociale inspectie dat moderne slavernij de smeerolie is voor een donkere, uitdijende kant van de Belgische economie. ‘Een voornaam had ik niet voor mijn baas, hij noemde me altijd ‘fils de pute’.’

Annemie Bulté

'Als je voor het budget van één Belg drie buitenlanders kunt laten werken, dan is de keuze snel gemaakt'

‘In december 2011, vlak voor kerst, stonden plots negen jonge Bulgaren in ons kantoor,’ vertelt Peter Van Hauwermeiren, directeur van de sociale inspectie in Gent.

Peter Van Hauwermeiren «Het waren bouwvakkers die oude appartementen in Gent renoveerden voor drie Turkse broers. Ze kwamen een klacht indienen tegen hun bazen: die hadden hen al weken niet meer betaald, zodat ze voor hun eten moesten bedelen. Telkens als ze hun loon uitbetaald zouden krijgen – er was hun 6,25 euro bruto per uur beloofd – kwam er volgens de bazen iets tussen. Een defecte machine, of een aannemer die te laat was met zijn betalingen. Als ze hun geld wilden zien, waren ze verplicht om verder te werken. Vaak kregen ze wekenlang niets.

»De mannen woonden met z’n allen in een huis in de buurt van Gent, dat ze huurden van hun bazen. ‘U kunt beter even mee komen kijken,’ zei één van de Bulgaren ons, ‘dan begrijpt u het wel.’ Ik ben toen ’s avonds laat met een collega het huis gaan bezoeken. Toen we binnenkwamen, waren we sprakeloos. Het huis stond van onder tot boven onder de vochtige schimmel. Het was er ijskoud, want de verwarming werkte niet. Er brandde alleen een open haard waarin ze wat rotzooi en afval verbrandden om zich warm te houden, en die een vreselijke stank verspreidde. In het hele huis hing een verstikkende rook die aan de ogen prikte. De Bulgaren woonden er met negen, maar er waren periodes geweest dat ze er met twintig samenhokten. Elk van hen betaalde per maand 50 euro huur aan de Turkse bazen, die dat bedrag rechtstreeks van hun loon afhielden. Ze sliepen met vier op één kamer. Er was één smerig toilet waarvan het dak anderhalve maand eerder naar beneden was gekomen. In de badkamer stond drie centimeter water op de vloer door een lek. Het was telkens aanschuiven tot één uur ’s nachts om te kunnen douchen. In het keukentje waren maar vier kookplaten voor twintig mensen. Elektriciteitskabels waren doorgeknabbeld door ratten en muizen. ’s Nachts in bed voelden de bewoners de knaagdieren over zich heen lopen. Overal in huis hadden ze kartonnen met lijm gelegd als een soort primitieve rattenval. Mijn collega en ik keken elkaar verbijsterd aan. Kan iemand in zo’n huis wonen? Kan dit nog, in de 21ste eeuw in België?»


Moderne slaven

Als er één ding duidelijk werd in het conflict rond de hervorming van de sociale inspectie, is het dat dat soort toestanden in België anno 2016 geen uitzonderingen zijn. Sociale inspecteurs en arbeidsauditeurs zagen de internationale georganiseerde sociale fraude en de economische uitbuiting de afgelopen tien jaar drastisch toenemen. Belgische bedrijven halen buitenlandse werkkrachten uit Oost-Europa, Afrika of Marokko naar hier met frauduleuze constructies en laten hen aan extreem lage lonen en in erbarmelijke omstandigheden werken. Dat zorgt voor een onzichtbaar leger van moderne slaven aan de onderkant van onze economie. Ze wassen auto’s, werken op onveilige bouwwerven, brengen kranten rond, rijden de klok rond met vrachtwagens, bakken duizenden broden per nacht, sorteren oude kleren uit containers, wassen af in restaurantkeukens, plooien zestien uur per dag servetten in fabrieken, slapen tussen de machines op smerige matrassen. Ze worden door niemand beschermd, leven in schimmelige krotten en zijn een speelbal in de handen van hun werkgevers. Zelfs de paters augustijnen van Gent werden onlangs beschuldigd van economische mensenhandel, met een twintigtal slachtoffers: jonge Afrikanen die een priesteropleiding kwamen volgen in het Gentse klooster, maar er vooral ingezet werden als gratis werkkrachten om het gebouw te onderhouden, klusjes op te knappen en in de catering te helpen op grote feesten en recepties met honderden genodigden, georganiseerd door de vzw van het klooster.

undefined

'De politiek wil de focus leggen op de werkloze die stiekem gaat klussen of de invalide die wat zakgeld bijverdient, grote ondernemingen moeten we met rust laten'

Het zijn vooral de inspecteurs van de sociale inspectie die dat ranzige kantje van de Belgische economie zien. De dienst voert zo’n 150 gerechtelijke onderzoeken naar mensenhandel per jaar, en in 2015 waren er 475 mensen van wie ze voor de rechtbank konden bewijzen dat ze economisch uitgebuit werden. Ook op het gebied van fraudebestrijding bouwde de dienst een uitmuntende expertise op: 230 controleurs en inspecteurs brachten de schatkist in 2015 180 miljoen op.

Uitgerekend die dienst besliste staatssecretaris voor Fraudebestrijding Philippe De Backer (Open VLD) vorige maand te ontmantelen: de werknemers van de sociale inspectie worden ondergebracht bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Dat lokte scherp protest uit, niet alleen bij de betrokken administratie, maar ook bij de topman van de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid Frank Van Massenhove. ‘We dreigen een inspectiedienst te verliezen die niet alleen op nationaal, maar ook op internationaal vlak een voorbeeld is,’ zegt Van Massenhove, die al weken op ramkoers ligt met de staatssecretaris.

De sociale inspectie en de RSZ zijn namelijk compleet verschillende diensten: de eerste spoort als een echte recherchedienst sociale fraude op, de tweede is een administratie die de bijdragen voor de sociale zekerheid int. De sociale inspectie vreest dat ze, eenmaal ondergebracht bij de RSZ, haar onderzoeken niet meer zal kunnen voeren. ‘De vrees bestaat dat de prioriteiten in de nieuwe structuur zullen gaan naar activiteiten die geld opbrengen voor de schatkist, en dus niet naar de bestrijding van economische uitbuiting en mensenhandel,’ zei Van Massenhove in de parlementaire commissie voor Sociale Zaken.

undefined

'Een Kroatische metselaar belandde op een werf onder een muur en werd zwaargewond naar het ziekenhuis gevoerd. De bazen kwamen me weghalen nog voor de dokter me had gezien.'

Protest is er ook bij de arbeidsauditeurs, die sociale fraude opsporen en vervolgen voor de arbeidsrechtbank. Charles-Eric Clesse, auditeur bij de arbeidsrechtbank van Henegouwen, windt er in een gesprek met Humo geen doekjes om. ‘Dit is een bewuste politieke zet,’ zegt de magistraat, die ook ondervoorzitter van de Belgische Vereniging van Arbeidsauditeurs is.

Charles-Eric Clesse «Eén van de sterkste wapens die we als Openbaar Ministerie hebben in de strijd tegen de georganiseerde sociale fraude in grote bedrijven, wordt ons uit handen genomen. We hebben de indruk dat de politiek de focus wil leggen op de kleintjes: de werkloze die stiekem gaat klussen of de invalide die naast zijn uitkering nog wat zakgeld bijverdient, maar dat we grote ondernemingen en multinationals met rust moeten laten. Het is natuurlijk veel gemakkelijker om de nachtwinkel of het Chinees restaurant om de hoek te gaan controleren op zwartwerkers, dan een complex onderzoek te voeren naar grootschalige RSZ-fraude. Er zal natuurlijk nooit directe druk op een sociale inspecteur worden uitgeoefend om geen onderzoek te voeren naar dit of dat bedrijf, maar ik vrees wel voor de indirecte druk om bepaalde sectoren met rust te laten.»

Arbeidsauditeurs doen voor hun onderzoeken, vaker dan op de politie, een beroep op de veel meer gespecialiseerde sociale inspectie.

Clesse «Tegenwoordig worden alle middelen bij de politie trouwens ingezet in de strijd tegen terrorisme. Als ze ons ook nog eens de sociale inspectie afnemen, houdt niemand zich nog met economische uitbuiting bezig.»


Jan de oplichter

Transport en bouw waren de eerste sectoren in België die goedkope Oost-Europese werklieden naar hier haalden. In een dossier uit 2008 over een Turnhoutse bouwfirma getuigde Stefan T., een 19-jarige Roemeense jongen hoe hij door koppelbaas Jan M. naar België werd gehaald om hier in erbarmelijke omstandigheden te werken en te leven. Elke ochtend werden hij en zijn collega’s door Jan M. opgehaald en naar de bouwwerven gevoerd met een auto waarin de bouwvakkers werden gepropt, letterlijk.

undefined

'Het huis dat twintig Bulgaren moesten huren van hun koppelbaas: één smerig toilet, een ondergelopen badkamer en primitieve vallen om de ratten en muizen te vangen: een karton, ingesmeerd met lijm.'

undefined

null Beeld

Stefan T. «Omdat ik de jongste was, moest ik altijd in de koffer gaan liggen. ’s Morgens ging het nog, dan was het fris en kreeg ik genoeg zuurstof. ’s Avonds, als het warmer was, was het niet uit te houden in de koffer. Ik moest dikwijls tegen de zetel bonken zodat ze zouden stoppen. Ik kreeg geen lucht. Bij verkeersdrempels stootte ik steeds mijn hoofd tegen het kofferdeksel. Als ik uiteindelijk thuis was, zat mijn hoofd onder het bloed.

»Ik werkte elke dag van 6.30 tot 18.30 uur, soms 19.30 uur. ’s Middags kregen we tien minuten pauze. Ik verdiende 25 euro per pallet bakstenen die ik proper maakte. Een pallet bestond uit duizend bakstenen. De betalingen gebeurden nooit op tijd, ik moest altijd aandringen. Uiteindelijk gaf hij dan wel iets om eten te kopen, maar nooit het volledige loon. Op een keer had ik 50 euro gevraagd aan zijn vennoot Johan. Toen Jan dat hoorde, begon hij tegen mij te roepen en zei hij dat ik te veel at. Jan kon niet op een normale manier met mij praten. Hij schreeuwde altijd.

»We sliepen met vier in een kleine, vuile kamer die we van Jan huurden voor 100 euro per maand, per man. De verwarming werkte slecht en warm water was er maar sporadisch. De muren stonden vol boodschappen als ‘Jan de oplichter’ en ‘Jan betaald niet’ (sic). De namen van de mensen die de boodschappen hadden geschreven stonden erbij, het waren arbeiders die er voordien hadden gelogeerd en die op dezelfde manier waren behandeld als wijzelf, zoals achteraf zou blijken.

»Op een keer was al ons geld op en hadden we al weken niets ontvangen. We konden geen eten meer kopen. Jan beloofde ons dat hij ons ’s avonds eten zou geven. ’s Avonds kwam hij niet opdagen. De dag daarop, een zaterdag, hebben we de hele dag niets gegeten en Jan was nergens te bespeuren. Zondag besloten we hem op te zoeken, want we wisten hem wonen, maar hij was niet thuis. Daarop gingen we aanbellen bij zijn vennoot. Die vertelde ons dat Jan naar Engeland was vertrokken en pas maandag zou terugkomen.»

‘De methodes van zulke koppelbazen zijn altijd dezelfde,’ zegt Filiep De Ketelaere, arbeidsauditeur in West-Vlaanderen. ‘Belgen richten een buitenlandse firma op die alleen op papier bestaat, en gebruiken die als een doorgeefluik om hier buitenlandse werknemers aan het werk te zetten voor een veel lager loon dan hun Belgische collega’s. Fictieve detachering heet dat.’

Filiep De Ketelaere «Ons werk is de afgelopen tien jaar enorm geëvolueerd. Tien jaar geleden hielden we ons vooral bezig met de jacht op zwartwerk en bedrijven die hun bijdragen aan de sociale zekerheid niet betaalden. Vandaag gaan onze onderzoeken over internationaal georganiseerde sociale fraude, waar meer en meer economische uitbuiting en mensenhandel mee gemoeid is. Dat heeft alles te maken met het principe van het vrij verkeer van diensten in Europa: er zijn allerlei systemen opgezet die het gemakkelijker maken om buitenlandse werkkrachten in dienst te nemen, maar die zetten ook de deur open naar zware misbruiken. En helaas is het controleapparaat niet mee geëvolueerd.

undefined

null Beeld

»Ook in België neemt het misbruik toe. Veel Belgische firma’s nemen hun toevlucht tot frauduleuze constructies omdat het water hen aan de lippen staat. Ons land is vroeger altijd streng geweest voor de tewerkstelling van vreemdelingen. Men moest een arbeidskaart hebben om hier te mogen werken. Maar door de globalisering zijn alle tussenschotten weggevallen. De concurrentie is moordend. Bedrijven uit Oost-Europese landen leveren diensten tegen prijzen die de Belgische bedrijven niet kunnen vragen. Dus zoeken ze manieren om de hoge loonkosten en sociale zekerheid in België te ontduiken, en zo kom je bij sociale dumping terecht. Als je voor het budget van één Belgische vrachtwagenchauffeur die correct betaald wordt drie buitenlandse chauffeurs kunt laten werken, dan is de keuze voor sommigen snel gemaakt.

»Dat leidt tot ronduit misdadige toestanden. Het principe van vrij verkeer van diensten wordt gebruikt als dekmantel voor het uitbuiten van mensen. Maar een efficiënt controle-apparaat op Europees niveau om die asociale toestanden te corrigeren bestaat nog altijd niet. De Europese Unie is een economische macht, het sociale blijft altijd achterwege. De controle op de regels is ontoereikend. Onze sociale inspectie levert puik werk, maar de communicatie met buitenlandse inspectiediensten verloopt zeer moeizaam. Informatie uit het buitenland opvragen over bepaalde bedrijven die hier mensen aan het werk zetten is niet evident. Het wordt tijd dat Europa daar werk van maakt.»


Zoals in de 19de eeuw

De negen Bulgaren die een klacht kwamen indienen bij de sociale inspectiedienst van Peter Van Hauwermeiren, wisten zelf niet voor welke firma ze werkten. Toen de sociale inspectie de zaak nader bekeek, bleek dat sommigen zelfs zaakvoerder waren van een vennootschap zonder dat ze dat beseften. De Turkse broers die hen hadden aangeworven, hadden hen papieren in het Nederlands laten tekenen waar ze niks van snapten. Toen waren ze nog te goeder trouw. Tot één van de mannen een arbeidsongeval kreeg en tien dagen naar het ziekenhuis moest. Toen bleek hij nergens mee in orde te zijn.

‘De broers hadden de werknemers beloofd dat de firma hun sociale bijdragen zou betalen, maar dat was natuurlijk nooit gebeurd,’ vertelt een Gentse inspectrice, die het onderzoek deed.

Inspectrice «Plots moest hij de volle pot van een paar duizend euro betalen voor zijn ziekenhuisverblijf. Een andere arbeider kreeg een stuk metaal in de ogen en werd al maanden achtervolgd door aanmaningen van het ziekenhuis. We hebben berekend hoeveel extra winst de Turkse broers met hun vennootschappen hebben gemaakt door twee jaar lang systematisch mensen uit te buiten: 599.476 euro. Het bedrag waarvoor ze de sociale zekerheid hadden opgelicht was 298.000 euro. En dat was voor één dossier. Niet moeilijk dat de sociale zekerheid tekorten heeft.

»Ik heb nog erger gezien, hoor. Een fabrieksarbeider die al zes maanden ontslagen was, maar bleef werken omdat hij het zelf niet wist. Het was een fabriek waar servetten gemaakt worden die u en ik in de winkel kopen. In totaal werkten er elf illegalen voor extreem lage lonen. Sommigen van hen wóónden ook in de fabriek: achter de machines was een klein kamertje zonder ramen, met twee zetels en een bed. Bij de eerste controle lag er een Turkse jongen van 14 te slapen omdat één van de machines niet werkte. Op papier waren alle werknemers vennoten met aandelen in de firma, maar dat was eigenlijk een manier om een deel van hun loon in te houden: er was hen 1.200 euro per maand beloofd, maar ze moesten telkens 600 euro afstaan voor de aankoop van nieuwe machines. Dat betekent dat ze 25 euro per dag verdienden, voor 15 tot 16 uur werken per dag. Eens om de twee weken kregen ze een dag vrijaf. De man die ontslagen was, ontdekte dat pas toen hij een lening wilde aangaan en een loonfiche aan de boekhouder vroeg. Hij was met handen en voeten gebonden aan de fabriek, want het huis waar hij met zijn vrouw woonde, was eigendom van de baas van de fabriek, een Belgische Turk. Dat soort 19de-eeuwse toestanden bestaat vandaag helaas nog altijd, ook in Gent. De baas is gelukkig veroordeeld.»

Arbeidsongevallen leiden vaak tot schrijnende situaties. Er zijn getuigenissen van arbeiders die volledig aan hun lot worden overgelaten zonder verzorging of medicatie. Een bouwvakker die een onstabiel gemetselde muur over zich heen krijgt, een bakkershulp die zijn hand verliest in een oude kneedmachine. Altijd hetzelfde scenario: de gewonde wordt naar het ziekenhuis gevoerd en daar, terwijl hij nog op een dokter zit te wachten, halsoverkop weggehaald door de bazen.

undefined

'Als hij niet lustte wat ik gekookt had, draaide hij de pot gewoon om en sloeg hij me'

‘Ze moesten mij onder hun armen nemen omdat ik niet kon stappen,’ getuigde een Kroatische metselaar in Sint-Truiden bij de sociale inspectie. ‘Ik had nauwelijks kledij aan. Ik was nog groggy van het ongeval en ik had verwacht dat ik daar zou moeten blijven, maar ze zeiden dat ik uit het ziekenhuis weg mocht. Ik ben toen terug naar huis gebracht. Ze hadden beloofd dat ze medicatie zouden komen brengen. Ze zijn echter nooit gekomen. De dag na mijn ongeval begon ik opnieuw erge pijn te krijgen. Ik kon niet slapen en had geen pijnstillers. Het was koud in huis, er was geen verwarming, het was winter, ik kon alleen maar stilzitten. De chef zei me dat ik uiteraard verzekerd was. Hij zei me letterlijk: ‘Als jij niet verzekerd zou zijn, dan zouden wij toch in de gevangenis zitten?’’

Soms loopt het fataal af. In de transportsector gebeurde vier jaar geleden een dramatisch ongeluk bij het transportbedrijf Krismar in Wingene waarbij twee Poolse monteurs omkwamen in een brand in de hangar waar ze gehuisvest waren. In de nacht van 1 april 2012 brandde de loods, waar elf Polen sliepen, volledig af. Naast twee doden raakten ook twee herstellers van palletten zwaargewond. De oorzaak was vermoedelijk een sigaret of een elektrisch vuurtje. De Belgische Transportarbeidersbond (BTB) noemde Krismar kort na de brand ‘de Vlaamse pionier van de sociale dumping.’ Het gerecht wil het transportbedrijf en de zaakvoerder vervolgen voor mensenhandel, huisjesmelkerij, het niet correct uitbetalen van loon en onvrijwillige slagen en verwondingen met de dood tot gevolg.


Wonen in de carwash

‘Bij mensenhandel denken mensen meteen aan de seksindustrie of aan maffieuze toestanden in de drug- en wapen-handel, maar de meeste gevallen spelen zich gewoon af in ons eigen leven, onder onze neus,’ zegt Bruno Devillé, inspecteur bij de Brusselse sociale inspectie.

Bruno Devillé «Als jij ’s morgens een krant uit de brievenbus haalt, wie heeft hem daar dan in gestopt? Distributie van kranten en publiciteit wordt vaak uitbesteed aan privéfirma’s. We hebben al verschillende dossiers gehad van firma’s die daarvoor illegaal in het land verblijvende Afrikanen gebruikten die ze nauwelijks een hongerloon betaalden.

»Of neem de Pakistanen en Afghanen die je auto wassen in de carwash. Ooit afgevraagd waar die mensen wonen?»

Een sociaal inspectrice uit Gent: ‘We maken dikwijls mee dat werknemers in de carwash zelf wonen, in een stinkend kamertje met een paar matrassen op de grond en twee vuurtjes op een houten kastje. Sommige werknemers krijgen zelfs geen loon, alleen af en toe een fooi van de baas. Dikwijls zijn dat heel goed draaiende carwashes, waar je je auto voor 9 euro aan de binnen- en buitenkant kunt laten reinigen en waar altijd lange rijen klanten staan aan te schuiven.’

undefined

null Beeld

Devillé «Ook in de lompensector, de verwerking van oude kleren, worden veel mensen uitgebuit. Bedrijven – ik heb het niet over erkende liefdadigheidsorganisaties – maken de containers leeg op straat waarin u uw oude kleren dumpt en verzamelen ze in grote hangars, waar ze gesorteerd worden volgens kwaliteit. De beste kleren worden hier tweedehands verkocht – dat noemt men ‘de crème’ – de minder goede kwaliteit wordt naar Afrika gestuurd om daar verkocht te worden, en van de vodden die overblijven, wordt papier gemaakt. Er gaat enorm veel geld in die sector om. Het sorteren van de kleren kan niet anders dan manueel gebeuren, een vreselijk werkje. We zijn al op verschillende plaatsen in België gestoten op ijskoude, onveilige hangars waar een tiental illegale Roemenen of Bulgaren kleren zat te sorteren. Die mensen kwamen de loods niet uit: ze werkten van ’s morgens tot ’s avonds, aten en sliepen er.

»Typisch voor Brussel is het probleem van de huisslaven. Echt waar, die zijn er vandaag nog meer dan je denkt. We hebben elk jaar vijf of zes onderzoeken naar huisslavernij bij ambassadepersoneel of diplomaten, maar er zijn ook families die helemaal niet rijk of machtig zijn, die een jong meisje in Marokko halen om hier als hun persoonlijke slaaf te werken in het huishouden. Het zijn schrijnende verhalen met veel geweld.

»Ik herinner me dat ik ooit een Marokkaans meisje van een jaar of 14 hier de kantoren heb moeten binnendragen om haar te verhoren, omdat haar beide benen in het gips staken. Het meisje was uit Marokko naar hier gehaald als kindermeisje door een koppel dat in de schoonmaak werkte en een baby had. Als ze gingen werken, werd ze gewoon opgesloten in een kamer waar geen toilet was. De man was heel gewelddadig, hield haar hoofd soms boven een kokende frietketel en dreigde ermee haar te verbranden. Op een ochtend was het meisje zo wanhopig dat ze uit het raam sprong. Ze overleefde het, maar brak haar beide benen. Dat zijn dikwijls de zwakste slachtoffers van mensenhandel, omdat ze volledig in de macht zijn van hun baas en 24 uur per dag bij hen zijn.»

Kampioen van de huisslavernij was de Brusselse zakenman Hamid B., met maar liefst zeven slachtoffers die hij huisvestte in de kelders of de garages van zijn bedrijven of bij hem thuis. De man genoot veel aanzien en had goede contacten met de lokale PS en met het politiekorps. Hij voelde zich onaantastbaar. Hij had altijd een persoonlijke slaaf in dienst die zijn ontbijt klaarzette, hem aankleedde, zijn voeten masseerde, schoonmaakte, boodschappen deed, kookte en altijd ter beschikking moest staan van hem, zijn vrouw en zijn kinderen. Hamid B. had zijn eigen neef laten overkomen uit Marokko en gebruikte hem als zijn chauffeur die op elk moment van de dag of nacht paraat moest zijn, drie keer per week de auto moest wassen en bij hem thuis op de divan sliep. De andere slachtoffers moesten schoonmaken en karweitjes doen in zijn horecazaken en rijscholen. Vaste werkuren waren er niet en de slachtoffers kregen bijna geen loon. Eén slachtoffer kreeg 250 euro per maand, een ander kreeg 100 euro voor zijn eerste maand, de tweede maand nog maar 50 euro.

Alle slachtoffers werden door B. verbaal of fysiek bedreigd. ‘Als hij niet lustte wat ik gekookt had, draaide hij de pot gewoon om en sloeg hij me,’ getuigde een vrouw die voor hem werkte. Hij bedreigde hen met een mes of een vuurwapen.

Yassine (slachtoffer mensenhandel) «Toen hij de garage binnenkwam, is hij me onmiddellijk beginnen uit te schelden. Daarop is hij op mij gesprongen, heeft mijn linkeroog willen uitrukken en heeft geprobeerd me te wurgen. Ik moet zeggen dat B. ons eigenlijk systematisch beledigde. Een voornaam had ik niet voor hem, hij noemde me altijd ‘fils de pute’. Wij moesten hem aanspreken met ‘habibi’ – liefje.’

Devillé «Alle slachtoffers waren migranten die geen verblijfsvergunning hadden. Daarmee hield de man zijn slachtoffers in de tang: hij beloofde hun situatie in België te regelen. Tegenover ons stelde hij het voor alsof hij de mensen uit goedhartigheid in huis had genomen om ze te helpen, dat hij ze betrapt had op diefstal en dat ze uit wraak allerlei verhalen over hem opdisten. Dat soort verdediging met een klacht over diefstal is bijna standaard in de dossiers over huisslavernij.»

undefined

null Beeld

Zo zitten misbruiken verweven in onze hele economie: in de kleine diensten waar iedereen gebruik van maakt – de schoonmaakster in het bedrijf waar je werkt, de koerier die je een pakje bezorgt – maar evengoed bij malafide bedrijven die grote overheidsopdrachten binnenhalen. Vaak zijn de schuldigen onderaannemers die voor een grotere opdrachtgever werken en scherpe prijzen willen aanbieden.

In het nieuwe Rijksarchief van Brugge, bijvoorbeeld, zit het zweet van 46 Servische arbeiders die door de Ardooise firma Lim Europe in Servië en Slovenië waren geronseld om hier tegen een loon van 5 euro per uur de elektriciteitswerken uit te voeren op de werven. Koppelbaas Erik K. stak het geld dat de werken opbrachten grotendeels in eigen zak en betaalde de arbeiders nauwelijks. In totaal hadden de werknemers al 73.000 euro aan achterstallig loon tegoed toen de sociale inspectie op de fraude stootte. Erik K. pleegde bovendien ook uitkeringsfraude en streek ten onrechte 19.000 euro aan ziekte-uitkeringen op. ‘Een flagrant voorbeeld van sociale dumping,’ noemde de arbeidsauditeur het voor de rechtbank. Erik K. werd in 2015 veroordeeld tot een zware straf, met 18 maanden effectieve celstraf en monsterboetes van bijna een miljoen euro voor hem en zijn bedrijf.


Deus ex machina

Om te protesteren tegen de eenzijdige beslissing van staatssecretaris De Backer hield de sociale inspectie een betoging en droeg ze haar eigen dienst symbolisch ten grave. Maar door alle heisa, onder andere in de parlementaire commissie voor Sociale Zaken, kwam er de voorbije week één en ander onverwacht in beweging. Soelaas komt, ironisch genoeg, vanuit Europa.

Het toeval wil dat sinds vorige week een groep Europese experts van de Raad van Europa in België is om het beleid van de strijd tegen de mensenhandel in ons land te evalueren. De Group of Experts on Action against Trafficking in Human Beings (GRETA) werd zo verontrust door de nieuwe evoluties dat zij in een onderhoud met staatssecretaris De Backer en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid een schriftelijke intentieverklaring hebben gevraagd waarin de RSZ er zich toe verbindt dat mensenhandel en economische uitbuiting ook na de hervorming een prioriteit blijven. GRETA maakt om de vijf jaar een evaluatierapport op van de strijd tegen mensenhandel in alle Europese lidstaten. Slecht scoren in dat rapport ligt politiek erg gevoelig.

De top van de RSZ zou zich ook bereid tonen om de teams van de sociale inspectie die sociale fraude opsporen te laten voortbestaan in de nieuwe structuur. ‘Al is het afwachten hoe dat allemaal in de praktijk wordt gebracht,’ zegt arbeidsauditeur Clesse. Vandaag overleggen de top van de administraties van de Sociale Inspectie en RSZ en wordt er beslist over de nieuwe structuur.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234