null Beeld

Songs Dievanongs, Belgische klassiekers gefileerd: 'Nothing Really Ends' van dEUS

Wat is dé classic aller dEUS-classics? Zou het ‘Suds & Soda’ zijn – de scheurende splinterbom die de groep in de annalen van de nationale én internationale popgeschiedenis katapulteerde? Of ‘Instant Street’, met die machtige, alles verpulverende outro? ‘Roses’? ‘Little Arithmetics’? ‘Fell of the Floor, Man’? ‘Sister Dew’?

'Als het marcheert, kan een popsong drie à vier minuten puur goud zijn'

Zoveel topnummers, zoveel keuzes, en allemaal juist. Over smaken en kleuren valt namelijk heel hard te discussiëren – was het niet Tom Barman die dat zei? Wij presenteren het meest onslijtbare uit de slijterij van de songschrijverij: ‘Nothing Really Ends’ – vind ons aan de dichtstbijzijnde toog met úw suggestie.



‘Waar komen de goeie songs vandaan? Mocht ik het weten, ik zou vaker naar die plek gaan.’ Het leven van een songwriter is, volgens Leonard Cohen – en hij kan het weten – een kwalijke aandoening: ‘Much like the life of a Catholic nun. You’re married to a mystery.’ Zelfs de allergrootsten blijven nederig ten opzichte van hun ambacht of kunst, ook Bob Dylan: ‘Er zijn geen regels, there’s no rhyme or reason to it. En dat maakt het net zo aantrekkelijk.’ Waar komen de goeie songs vandaag? Onze Belgische songsmeden mogen een antwoord formuleren, wij noteren. Dat zijn – in een notendop – de spelregels van Songs Dievanongs!



En aftrappen doet dEUS, kapitein van het legioen waartoe ook Evil Superstars, Metal Molly, DAAU, Zita Swoon, Nemo behoren… Kleine historiek, om te beginnen: het debuut ‘Worst Case Scenario’ was het startpunt van een nieuwe grammatica voor de Belgische muziek, en dEUS kreeg voor een Belgische band ongeziene weerklank in het buitenland – een platendeal bij het Britse Island Records, eigenhandig door Afghan Whigs en PJ Harvey als openingsact geselecteerd, bewierookt door hun peers van Muse, Placebo, Pavement, Radiohead, Tindersticks en Mike Mills van R.E.M.: ‘Veel van de nieuwe groepen spreken me niet aan. Als je dan dEUS ontdekt, dan word je daar zo enthousiast van dat je het aan zoveel mogelijk mensen wil vertellen. Toen Peter Buck, Michael Stipe en ik hun muziek hoorden, waren we er meteen weg van.’ Als kers op de taart haalden Beavis & Butt-head op hilarische wijze de videoclip van ‘Suds & Soda’ door de mangel: ‘What the hell is this dude saying? He’s like saying fried egg, fried egg...’ Stef Kamil Carlens zong eigenlijk ‘friday’, en wel omdat de band destijds een repetitiehok had aan de Antwerpse Vrijdagmarkt.

In 1999 verscheen ‘The Ideal Crash’, dEUS’ derde en meest voldragen plaat, waarover wijlen (pdw) in Humo liet optekenen: ‘Barman wordt, laten we er geen doekjes om winden, met iedere dEUS-plaat beter. ‘The Ideal Crash’ is een uit pure klasse opgetrokken oplawaai die het gros van de internationale concurrentie op haar plaats lazert.’ Maar na de afmattende ‘The Ideal Crash’-tour werd het plots stil, héél stil rond de groep. De bandleden hadden het wel gezien – genoeg backstages, genoeg repetities, genoeg opnames… – hadden andere eieren te leggen of moesten even naar adem happen. Craig Ward trok in 2000 de deur in Antwerpen dicht om naar Schotland terug te keren, en logischerwijs regende het geruchten dat een split nakende was. Bullshit, natuurlijk. Barman in een Humo-interview uit 2001: ‘We hebben altijd pas nieuw werk uitgebracht wanneer we er zelf tevreden over waren en wisten dat we de mensen iets goeds te bieden hadden. Direct na ‘The Ideal Crash’ weer een plaat uitbrengen zou niet meer dan een vervolg zijn geweest, en dat wilde ik niet. Ik wilde opnieuw beginnen. Wat dat dan moest zijn, wist ik niet en weet ik nog steeds niet, maar beetje bij beetje begint het vorm te krijgen.’ Die vorm bleek, in Barmans geval, een film (‘Anyway the Wind Blows’) en een elektronicaproject met CJ Bolland (Magnus). En dus moest dEUS zes jaar lang in de koelkast.

undefined

null Beeld

Omdat de fans om nieuwe dEUS-releases blijven zeuren, werd in 2001 door Barman en Klaas Janzoons een klein kerstoffensief op poten gezet: de verzamelaar ‘No More Loud Music’ compileerde de elf tot dan toe verschenen singles van de groep, en de nog steeds aanbevelingswaardige dvd ‘No More Video’ gunde een blik achter de schermen met een speels overzicht van de chaos, liefdes, ruzies en vriendschappen, verveling, ellende, katers, succes en trots die de eerste jaren van dEUS hadden opgeleverd. Daar hoorde een bonusje bij: op ‘No More Loud Music’ stond een nieuwe single, de instant classic ‘Nothing Really Ends’. Een eerste teken van leven tijdens een haast eeuwigdurende sabbatical, en het lazerde de concurrentie alwéér op haar plaats: vijfentwintig Usain Bolt-passen achter dEUS om precies te zijn.


Snel gepiept

‘Nothing Really Ends’ heeft de tijdloze allure van een Burt Bacharach-compositie, niet het minst door de zalvende vibrafoon- en vioolarrangementen (getekend: Peter Vermeersch) en een lichtjes ongrijpbare tekst vol oneliners. Barman: ‘Oneliners zijn een obsessie van mij. Als ik zing: ‘I once told a friend, that nothing really ends, but no one can prove it’, dan maak ik me sterk dat daar iets in zit dat rijmt, en dat uitnodigt tot nadenken.’ Op gitaar keert Craig Ward terug, ook al was er van een lijfelijke reünie met de rest van de groep geen sprake, vertelde hij in Mao Magazine: ‘We hebben elkaar niet gezien in de studio. Iedereen heeft, op verschillende dagen, gewoon zijn stukje ingespeeld. Dat was overigens niks nieuws. Bij ‘The Ideal Crash’ zaten we ook al apart te werken. Ik had ook niks anders verwacht. We hebben elkaar de laatste jaren nauwelijks gezien.’ Ward brak enigszins met zijn principes, maar verzon wél de juiste gitaarpartij: ‘In het verleden zou ik misschien meteen een gitaarpartij hebben proberen te schrijven die dwars tegen de natuur van de song inging, just to fuck things up. Maar nu denk ik: waarom zou ik dat nog doen? Just go with the flow. ’t Is een mooi vloeiend nummertje, schrijf er dan een mooie vloeiende gitaarpartij voor.’

Op de credits prijken ook nog The Sissy Spacek Singers, genoemd naar de hoofdrolspeelster van ‘Badlands’ – die film ‘where Martin Sheen waves his arm to the girl in the street’ – en een gelegenheidsnaam voor backingzangeressen Angelique Wilkie, Esmé Bos, Nicole Letuppe en Sian Bolland – dochter van. Maar ‘Nothing Really Ends’ heeft maar één vader: Tom Barman.

HUMO Tom, wist je meteen dat ‘Nothing Really Ends’ een blijver was en de tand des tijds zou doorstaan? Was de eerste titel niet ‘Evergreen’?

Tom Barman «Dat was de werktitel, hahaha. Oh, Jesus Christ! Dat was ik al vergeten (lacht).

»Wist ik dat het een tijdloos nummer zou zijn? Even tellen: van de eerste conceptie tot aan de mastering was alles afgehandeld in vier dagen. Daar reken ik dus studio-opname én shoot voor de videoclip bij. Ja, dan voel je wel iets! En toch was het een toevalstreffer: niemand had kunnen voorspellen dat ‘Nothing Really Ends’ vijftien jaar later nog steeds op de setlist zou staan. Dat weet je nooit, en daar mag je ook niet mee bezig zijn. Vergeet niet dat het nummer in de nadagen van 9/11 is uitgekomen. De wereld stond een beetje op zijn kop, en net op dat moment brachten wij zo’n romantisch, ouderwets nummer vol verlangen... Een metalnummer met 190 bpm was wellicht wat minder aangeslagen – if you know what I mean. Ik heb het nummer altijd graag akoestisch gespeeld, en het blijft op die manier, in die uitgeklede versie, steeds overeind. Wellicht is ook dat een teken dat het solide is.»

undefined

null Beeld

undefined

'Leonard Cohen en zijn gebruik van vrouwenstemmen zijn altijd een grote inspiratie geweest. Voor 'Nothing ­Really Ends' hebben we er vier dames bij gehaald, die we dubbel hebben opgenomen.'

HUMO Je hebt ‘Nothing Really Ends’ ooit je beste song genoemd. Vind je dat nog steeds?

Barman «De beste, dat weet ik niet. ’t Was in ieder geval één van de makkelijkste om te schrijven. De melodie en akkoorden stonden in twintig minuten op papier. Soms is het wéken werken om in een song van A naar B te geraken, maar hier gulpte alles er letterlijk uit: in vergelijking met andere songs was dit écht een cadeautje. De strofes waren er eerst. Die leidden me naadloos naar de brug, en van daaruit kwam de middle eight – het ‘You lost that feeling, you want it again’-stuk. Er is niet echt een refrein, of toch geen duidelijk stuk dat om de zoveel maten terugkeert: ik hou wel van die aparte, rare structuur.

»Het nummer is geschreven in mijn appartement aan het station in Antwerpen, waar ik van ’98 tot 2008 heb gewoond. Gewoon in mijn studiootje, met een eenvoudige set-up die ik nog altijd heb: een 8-track, analoog op tape, en een microotje voor mijn gitaar – waarschijnlijk tussen een woordenboek en het bureau gepropt. D mineur, G mineur, A. Et voilà… het was gepiept!

»Daarna heb ik er vrij snel Peter Vermeersch bij gehaald, want ik hoorde er strijkers bij. Hij is vervolgens met dat prachtig vibrafoonlijntje afgekomen. Peter zijn bijdrage zat overigens ook vrij snel bij mij in de bus: ik herinner me dat zijn orkestratie in een halfuur klaar was. En het finale resultaat is geworden wat het is, door zij die het in de studio hebben ingevuld: Jules (de Borgher, red.) verzon een rustig bossanovaritme, Danny Mommens droeg een prachtige baslijn bij, en Klaas zijn typische, unieke vioolpartijen.

»Leonard Cohen en zijn gebruik van vrouwenstemmen zijn ook altijd een grote inspiratie geweest, en ik had allang een voorliefde voor koren. Vandaar hebben we er uiteindelijk vier dames bij gehaald. Die hebben we dubbel opgenomen, en dus hoor je naast mij acht vrouwenstemmen. Dat maakt het rijker, en trekt het middengedeelte naar boven. Hun bijdrage maskeert mijn beperkte zangstem. Ook niet onbelangrijk: die vier madammen horen zingen, dat was – en ik overdrijf niet – een hartverscheurend mooi moment.»

undefined

'Van de eerste conceptie tot aan de mastering was alles afgehandeld in vier dagen, studio-opname én videoshoot inbegrepen. Dan voel je wel iets'

HUMO Heb je nog andere werkmethodes afgekeken van helden als Leonard Cohen?

Barman «Dat doen we altijd, hè, vanuit een zucht naar andere klanken, andere stemmen, andere stijlen. Songschrijven is een vrij intieme, persoonlijke bezigheid. Mocht je de groten met een camera volgen, zou het voor 99 procent van de bevolking gewoon pokkesaaie televisie zijn. En zij die wél geïnteresseerd zijn, dat kleine percentje, zouden er ook niet veel wijzer van worden, want iedereen heeft zijn eigen tics en gewoontes. Als zelfs Paul McCartney zegt dat je bij iedere nieuwe song weer van nul moet beginnen, dan weet je het wel.

»Ik ben een heel beperkte gitaarspeler, dus ik heb niet veel nodig. Voor mij is een nieuw akkoord vinden vaak al inspiratie genoeg. In dit geval was ik nogal opgezet met mijn major lift van A mineur naar A majeur. Dat was al genoeg nieuw terrein (lacht). ‘Nothing Really Ends’ is echt een verhaal van roeien met de riemen die je hebt, en het simpel houden uit noodzaak.»

undefined

null Beeld

undefined

'Nothing Really Ends' werd in 2005 nog eens opgevist voor de succesvolle dEUS-plaat 'Pocket Revolution'.'


Mond houden

HUMO Craig Ward noemde ‘Nothing Really Ends’ een volwassen song, een song geschreven omwille van de song. Terwijl ‘Suds & Soda’ een nummer is dat enkel door een jonge groep kan worden geschreven – een groep met een naïef ‘enthousiasme voor all things rock, all things avant-garde weird’. Zo’n songs kun je niet blijven schrijven, en hij vermoedde dat ‘Nothing Really Ends’ uit dat besef voortkomt.

Barman «Ja, natuurlijk! Maar bon, ‘Right as Rain’, dat aan ‘Nothing Really Ends’ verwant is, is geschreven vóór ‘Suds & Soda’. Ik denk dat ik al heel vroeg die oude ziel had, dat verlangen naar kalmte en bezinning. En dat moet je af en toe kapotmaken met pokkeherrie. Anders is dat ook geen manier van doen, hè (lacht). Het was 2001 en een soloplaat had ik toen niet in mijn kop – nog altijd niet, trouwens – dus moest ‘Nothing Really Ends’ wel bij dEUS belanden. Vanaf dag één hebben wij het nodige lawaai afgewisseld met rustigere materie. Op elke plaat van dEUS vind je die zachte – of om Craig te quoten – volwassen kant terug: ‘Right as Rain’ op ‘Worst Case Scenario’, ‘Serpentine’ of ‘Wake Me Up Before I Sleep’ op ‘In a Bar Under the Sea’, ‘Magic Hour’ op ‘The Ideal Crash’…»

HUMO Is de muze een trouwe minnares, of ben je bang dat ze je ooit zal verlaten?

Barman «Maar ze heeft me al meermaals verlaten! En het zit uiteindelijk allemaal in de kop. Ik geloof niet in de muze. Ik geloof wel dat iedere songwriter ooit uitverteld raakt. Dat moet elke artiest, zeker als hij de 40 voorbij is, onder ogen zien. Hoeveel nummers over de dood, over de liefde, over opgroeien, over enkelverstuikingen heb je dan al geschreven? En dan moet je op zoek naar nieuwe invalshoeken, nieuwe stemmen… Maar het is ook goed om af en toe je mond te houden. En dat doen wij, met dEUS toch (lacht).»

HUMO Ben je als kameleon geboren, of kun je dat worden?

Barman «Ik denk dat het een combinatie is van verschillende aspecten: een afkeer van gedefinieerd worden. Belg zijn, en dus per definitie eclectisch zijn en móéten openstaan voor invloeden van buitenaf. Rusteloosheid, en een natuurlijke ontdekkingsdrang. Ik ben niet de beste zanger, dus wil ik mijn beperkte zangstem compenseren en verschillende stijlen uitproberen: mocht ik klinken als James Brown of Amy Winehouse, dan zou het mij misschien makkelijker afgaan, maar ik zou ook veel eenvormigere muziek maken. Dan zou mijn stem zo belangrijk zijn dat ze de richting van de muziek gaat dicteren. Terwijl mijn zangtalent – en dat is géén valse bescheidenheid – gewoon zeer gelimiteerd is. Maar daardoor is mijn drang om ermee te experimenteren feller ontwikkeld.»

HUMO Welke raad kun je jonge songwriters meegeven?

Barman «Neem niet te luxueus op, zeker je demo’s niet: probeer nummers in hun meest pure, naakte vorm te schrijven. Laat je niet verleiden door klankjes en loops, enzoverder. Maar is dat goeie raad? Al die programma’s en apps – ze zijn zo verleidelijk, en ze klinken allemaal fenomenaal. Nu heb je alle beats voorhanden, maar je moest eens weten wat wij in de jaren 90 moesten doen om bij ons thuis een fatsoenlijke drumklank te hebben als we snel-snel een beatje nodig hadden. Dat ging niet, daarvoor moest je een studio huren!

»Ik zal altijd teruggrijpen naar mijn gitaar, een simpele micro, en zien of daar iets uitkomt dat de dag nadien blijft hangen. En tegelijk heb ik daartegen intussen al honderdduizend keer gezondigd, snap je? Het is mijn motto, maar je moet je motto ook in de prullenbak durven te smijten en voor iets anders gaan.»

HUMO Om af te sluiten: wat is voor jou de perfecte popsong?

Barman «Bowie heeft er in die lijst toch een behoorlijk aantal staan, denk ik. ‘Ashes to Ashes’, bijvoorbeeld. Of ‘Under Pressure’, dat komt in de buurt van perfectie: het is tegelijk een hit en een experimenteel nummer. Je kunt erop dansen, maar de tekst is óók geniaal. Het zit totaal onorthodox in elkaar, het evolueert en muteert constant, en tóch werkt het. Don Henley met ‘Boys of Summer’ is ook straf, als we het over het gevoel hebben dat in een popnummer is vervat. Of The Velvet Underground, die destijds rond één akkoord bleven schrijven. Ach, er zijn er zoveel… Er zijn geen regels, en het is heerlijk, een fenomenaal format – als het marcheert, kan een popsong drie à vier minuten puur goud zijn.»

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234