Songs Dievanongs: 'O la la la' van TC Matic

Bauhaus met soul. Joy Division met joy. Van 1980 tot 1986 herdefinieerden vijf gewone jongens alles wat tot dan toe Belgisch en rock-’n-roll meende te heten: de jaren 80 hoorden toe aan T.C. Matic. De meesterlijke mistral waarmee ze de tot dan toe vredige wieg van de Belpop omverbliezen? Die heette ‘Oh la la la’en is de voorbije dertig jaar uitgegroeid tot alternatief volkslied ‘bruikbaar in radio-, festival- en fuifverband. Meezingbaar van 7 tot 77 jaar’.

‘T.C. Matic was een monsterverbond van vijf toptalenten: op drums de onconventionele maar erg funky Rudy Cloet. Voeg daar de bas van Ferre Baelen aan toe, de scheurende gitaar van Jean-Marie Aerts en een totaal geflipte keyboardwizard als Serge Feys, en de cocktail is compleet!’ Aan het woord is Marcel Vanthilt, bevoorrechte ooggetuige van het eerste uur. Vanthilt was in de begindagen lichtman van T.C. Matic en werd op het titelloze debuut vereeuwigd door de uiteraard al even onovertroffen frontman Arno Hintjens: ‘Viva sofa / Viva Sabena / Viva Marcel et les mademoiselles / Viva Willie et les zizis’ (uit ‘Viva Boema’). Vanthilt: ‘Ik had toen blijkbaar redelijk wat vriendinnetjes. Tja, ik wou niet onderdoen voor de nonkel, hè.’

We spreken 1980, en Arno zwerft al bijna tien jaar langs podia in een poging om met muziek de hagelslag op zijn boterham te verdienen: het duo Tjens Couter, zijn alliantie met gitarist Paul Couter, maakte strakke, op Amerikaanse leest gestoelde bluesrock in de geest van Sonny Boy Williamson, Leadbelly, Lightnin’ Hopkins… Hoogtepunt uit die pre-T.C. Matic-periode is ‘Gimme What I Need’: een single (uit het onlangs op vinyl heruitgebrachte ‘Plat du jour’ die volgens de legende in de jukebox van CBGB’s in New York zat – achtergelaten door een ex van Arno die daar was gepasseerd. Op een zucht van de jaren 80 vervelt Tjens Couter tot TC Matic, vernoemd naar de Servische surrealistische schrijver Dusan Matic: voortaan leiden moderne beeldenstormers als Bauhaus, Can en Kraftwerk de weg. En Arno kijkt nooit meer achterom.

De ritmische schrikdisco van T.C. Matic is ongehoord in het destijds door polderpop gedomineerde muzieklandschap: Arno en de zijnen maken primair gestomp, minimale witte funk afkomstig uit de onderste regionen van hun reptielenbrein en overkokend van de seks. Marc Mijlemans heeft het in Humo maar al te goed verstaan: ‘fabrieksfunk’, ‘brutale stadsgeluiden’ en ‘exportklare nieuwe Vlaamse rock’. Maar ook: ‘Ik hou van T.C. Matic maar ik vraag me af of dat betekent dat ik ook de stem van Arno Hintjens voor lief moet nemen.’

In april 1980 zijn alle oren dan kennelijk toch klaar voor dat nieuwe geluid en Arno’s ‘emotionele biechtstijl’: het met existentiële kreten volgestouwde ‘Oh la la la’ wordt een hit. De perfecte Belpopsingle – afklokkend op 3’19” – die bijna geen single was: het verhaal van een mijlpaal!


Boel met Joepie

Jean-Marie Aerts (gitarist/producer) «T.C. Matic was toentertijd een undergroundbedoening: er was geen enkele platenfirma die ons wilde tekenen. Met de demo van ‘Oh la la la’ hebben we een hele reeks labels afgezeuld, maar overal klonk hetzelfde liedje: commerciële zelfmoord. Onze toenmalige manager heeft dan uiteindelijk maar zélf een label opgericht: Parsley. Op die manier konden we ‘Oh la la la’ toch uitbrengen. De radio pikte de song redelijk snel op, en ook de pers was ineens mee. En toen is het snel beginnen te gaan.»

Marcel Vanthilt «In 1980 was ik samen met Gust De Coster groepen aan het scouten voor ‘Get Sprouts’, een compilatie in opdracht van de ASLK-bank. Arno was net begonnen met T.C. Matic: ik vond ze direct héél goed, maar het publiek en de pers snapte er geen snars van. ‘Wat zijn die van plan?’ ‘Dit is geen blues, dit is geen rock, dit is gewoon een kopie van Engelse witte funk!’ Voor ‘Get Sprouts’ is de groep in Londen ‘Bazooka Joe’ gaan opnemen, en zo ben ik als lichtman bij T.C. Matic beland. Op het eerste optreden stond er tien man, op het tweede twaalf (lacht).

»In de jaren zeventig had je Raymond van het Groenewoud, Zjef Vanuytsel, Johan Verminnen, Wim De Craene – de kleinkunstgasten. En Roland Van Campenhout liep daar ook ergens tussen. Maar Arno hoorde niet bij dat kliekje van bekende Vlaamse muzikanten. Ook in Humo hebben ze jaren geen goeie kritieken gekregen. Ik herinner me nog een relletje – het moet op Jazz Bilzen geweest zijn. Ik was daar om god weet welke reden, en Arno idem. En terwijl wij backstage aan de toog een pint pakten, kwam de uitgever van Joepie op ons af: de inmiddels vergeten Guido Van Liefferinge – ooit een legendarische figuur in de Belgische mediawereld. Die begon Arno, die toen nogal fel stotterde, uit te kafferen en door het slijk te halen dat het geen naam had: ‘Hier sè, meneer T.C. Matic! Met al uw lawaai, dat is toch gene muziek?’ Er volgden nog een hele resem denigrerende opmerkingen, tot Arno rechtstond en de bekende Guido Van Liefferinge recht op zijn gezicht klopte.

»Paul Couter en Arno Hintjens, ten tijde van Tjens Couter waren dat zigeuners: ze leefden van dag tot dag, met honderd frank in hun zak. Ze hadden geen huis en sliepen elke nacht ergens anders. Hier drie dagen, daar twee nachten – naargelang iemand een logeerkamer had. Echt professioneel was het niet. Maar dat veranderde in de jaren 80 volledig: met de overgang naar T.C. Matic heeft Arno een klik gemaakt in z’n hoofd – ‘en nu gaan we het serieus doen’.

»‘Oh la la la’ was het keerpunt: dat was het dynamiet dat T.C. Matic én Arno gelanceerd heeft. Vanaf dan is het respect gekomen. Je weet hoe dat gaat: als je een hit hebt, dan heb je vrienden. Plots was Arno geen lokale rariteit in de blueswereld meer, maar werd hij in heel Vlaanderen bekend. Iedereen wist wie hij was als-ie het café binnenkwam. En vandaag is hij zelfs een nationaal fenomeen. Prins Laurent en Arno - dat is hetzelfde niveau, hè. Noblesse (lacht)!»


Den totalen krieg

Vanthilt «Ik herinner me de impact van T.C. Matic nog levendig: het heeft een paar maanden geduurd voor het publiek mee was, maar dan ging het dak er af. Al die zalen – ik herinner me een memorabel concert in De Hoop in Waregem – waren direct uitverkocht. Uiteindelijk ben ik twee- à drie jaar mee de hort opgegaan als lichtman, onder andere op hun eerste tournee door Scandinavië. Ik haalde alle statieven van het podium en werkte uitsluitend met fel wit grondlicht – ongezien in die tijd, misschien op de ‘Station to Station’-tour van Bowie na. En als ik nu ‘Oh la la la’ op de radio terughoor, kan ik alles nog steeds meetokkelen op een denkbeeldige lichttafel: vijf geaccentueerde lichtflitsen op die fameuze laatste drumslagen in de outro. En na die laatste slag moest het volledig donker zijn – dat nummer zit er nog altijd ingebakken.

'Het is een mooie samenvatting van Arno's levensfilosofie: 'Mij maken ze niks''

»TC Matic surfte in die dagen op een gewéldige creatieve flow. Tijdens de soundcheck klonk het dan plots: ‘By the way, we hebben nog wat nummers gemaakt vorig weekend.’ Waarna ze ‘Willie Willie’ uit hun mouw schudden, of ‘Middle Class & Blue Eyes’… Elke week hadden ze wel drie zo’n verse worpen! Zo moet ik ‘Oh la la la’ wellicht ook voor het eerst hebben gehoord. Het nummer is eigenlijk een baslijn, hè. Ferre, de bassist, heeft dat nummer in gang gestoken. En ik dacht: ‘Ja, dit is goed.’ (lacht)»

HUMO Arno, wist je meteen dat ‘Oh la la la’ zou uitgroeien tot alternatief volkslied?

Arno «Vast en zeker niet. We hebben ‘Oh la la la’ geschreven in ’79 of ’80 – daar wil ik vanaf zijn. Het was in de overgangsperiode tussen Tjens Couter en T.C. Matic. Ik werkte toen in Oostende in het hotel-restaurant van Freddy Cousaert, de man die Marvin Gaye naar België gebracht had. Marvin kwam iedere middag bij mij eten en ’s namiddags, na de service, ging ik repeteren in de Francisco Ferrer club. Dat was een oude jeugdclub, tegenover de Thermen, die nu niet meer bestaat.

»Iedere repetitie begon met hetzelfde scenario. Ferre kwam binnen, stak zijn versterker aan, pakte zijn bas en speelde bij wijze van soundcheck ‘dudududududududu’. En Rudy, de drummer, speelde ‘tsjukke-tsjukke-tsjukke-tsjukke’. Na enkele weken zei ik: ‘’t Is magnifique! Mo nu goan we doar eki e liedje van maken.’ De surrealist in mij kwam naar boven, en ik ben beginnen te zingen: ‘And it rolls / and it goes / Tooty frooty wooty!’ (lacht) En ik vond dat er teveel zangers en liedjes waren en heb die tekst in één ruk afgewerkt.»

Aerts «We luisterden toen veel naar Gang Of Four, omdat ze de gitaar heel speciaal benaderden. En ook naar Public Image Ltd. en de dubreggae van Lee ‘Scratch’ Perry en Dr. Alimantado. In de Rasta Comics aan de kaaien in Antwerpen kochten we vinylplaten én tequila. ‘Oh la la la’ is opgenomen in Studio B van ICP, de legendarische studio in Brussel. Ik herinner me dat we niet veel takes nodig hebben gehad. De drums, die machtige basriff van Ferre gedubbeld door Serge op een Minimoog, mijn ritmegitaar en Arno’s forse uithalen. En voor de rest niet al te veel overdubs: het nummer viel redelijk snel in zijn plooi. ‘Het is goed gelijk dat het is’, was zo ongeveer de consensus.»

'Iedere repetitie begon met hetzelfde scenario: Ferre kwam binnen, pakte zijn bas en speelde 'dudududududududu'. En Rudy, de drummer, speelde 'tsjukke-tsjukke-tsjukke-tsjukke'. Na enkele weken zei ik: ''t Is magnifique!''

Vanthilt «Ik zag Serge Feys onlangs rond kerstmis, en had het met hem over ‘White Rhythm’. Dat is zó simpel en zó goed: een ritmebox, een baslijn en een synthesizer. En allemaal live ingespeeld! Dat was binnenkomen, opstellen, spelen, misschien nog één keer spelen en je dan afvragen: ‘Hebben we nog tijd voor een derde keer?’ Het antwoord luidde dan altijd: ‘Nee.’ Maar het stond erop en het was goed. T.C. Matic, dat waren gewoon heel goeie muzikanten.»

Arno «Niemand had gedacht dat ‘Oh la la la’ een single ging worden. Danny Willems bijvoorbeeld, mijn beste maat en onze vaste fotograaf, vond het een vreselijk nummer. En ik had liever ook iets anders op single gehad. Maar op een dag deden we een try-out in De Hoop in Waregem, Ferre zette zijn riff in en iedereen begon daar te dansen. Het was duidelijk dat ‘Oh la la la’ werkte. Ferre, dat was nen bassist, godverdomme! Later in de jaren 90 heeft-ie de hele wereld rondgetoerd als Dr. Fernando, een acid house-dj avant la lettre. Niemand kent hem nu nog in België, maar ‘Oh la la la’ is in de eerste plaats zíjn verdienste.»

Aerts «T.C. Matic was een avontuur, een échte groep. We hadden vooral ook een heel goede livereputatie: optreden was echt een kick met die bende. We speelden loeihard, maar heel precies – voor de nietsvermoedende toeschouwers moet het een hele belevenis geweest zijn. Toevallig zag ik onlangs oude beelden op internet passeren, vanop de VPRO. En ik moet eerlijk toegeven: ik was aangenaam verrast om te zien hoe tight dat allemaal gespeeld was. Amai, straf! We hebben toffe periodes meegemaakt en heel goeie optredens gegeven in Scandinavië, in Frankrijk, Duitsland, Nederland... We waren overal een graag geziene groep.»

Vanthilt «In Nederland liep het ook vollenbak. Het eerste optreden in Nederland was in Het Paard van Troje in Den Haag. Arbeid Adelt! deed het voorprogramma, want ik was daar dan toch (lacht). T.C. Matic kwam op met een toespraak van Joseph Goebbels – niet te verwarren met Philippe Geubels: ‘Wollt ihr den totalen Krieg?’ En dan kwam eerst ‘With You’, een nummer dat heel traag, heel indrukwekkend en geladen opbouwt. En plots: BAM! Gedaan, na vijf minuten. De zaal bleef muisstil, en iedereen was voelbaar bij zichzelf aan het denken: ‘What the fuck is dit?’ Tot één of andere Hollander in het donker riep: ‘Nou, leuk!’ Daarna volgde ‘Oh la la la’ en stond heel de tent op zijn kop.»


Prostaat

HUMO Waarin schuilt het tijdloze van ‘Oh la la la’?

Aerts «Het klinkt tot op vandaag fris, vind ik. Het tempo is lekker, de tekst en timing van Arno z’n ‘Oh la la la’-kreten zitten er knal op. Er blijft vaart achter zitten, alle partijen haken goed ineen: het is gewoon een heel aanstekelijk nummer.»

Vanthilt «Het is inderdaad ongemeen catchy. Arno bezigt ook een eigen Esperanto dat verstaanbaar is in heel de wereld. ‘Oh la la la, c’est magnifique’ is carrément gepikt van Maurice Chevalier. Maar Arno heeft heel zijn leven lang gepikt, en zeer goed gepikt. Daar is niks mis mee: dat is zijn kunst.

»De rest van de tekst is een mooie samenvatting van de archetypische levensfilosofie van Arno: ‘Het plafond mag instorten, ik mag tot aan mijn klokkenspel in de zee staan op een zucht van de verdrinking, maar toch is het leven fantastisch. Mij maken ze niks.’ ‘Putain putain’ is van hetzelfde laken een pak: ‘Je ne suis pas un communiste’, enzovoort. Maar uiteindelijk is Arno het allemaal tegelijk.»

HUMO Is ‘Oh la la la’ ook jullie favoriete T.C. Matic-song?

Aerts «‘Being Somebody Else’ uit ‘Choco’ is mijn absolute favoriet. Helaas is dat nummer altijd een beetje onder de radar gebleven.»

Arno «Mijn favoriete T.C.-Matic nummer? Dat kan ik heel moeilijk zeggen. Voor de nieuwe plaat zijn we nu een liveshow ineen aan het boksen en ik breek mijn kop dan altijd over de setlist. Dat is gelijk aan een moeder met vier kinderen vragen: ‘Wat is je schoonste kind?’ Ik heb veertig platen gemaakt!»

HUMO Maar dat ‘Oh la la la’ in de set zit, is toch een evidentie?

Arno «De mensen willen het toch altijd horen. Als je platen maakt, geef je je muziek af aan het publiek. Zij beslissen: de mensen komen naar een optreden om zich te amuseren, hè. Maar het nummer blijft leven. Ik heb het al in verschillende versies gebracht: een balkanversie, een a-capellaversie met een Afrikaans koor, Karavan. Die hebben zelfs een plaat uitgebracht met Arno-covers. Ik zing dat ook niet meer gelijk vroeger: mijn stem is lager geworden, door de ouderdom en door te roken en te drinken. Het publiek zingt het nu in mijn plaats.»

HUMO Heeft ‘Oh la la la’ je leven veranderd?

Arno «Mijn leven? Neenee, dat denk ik niet. Er zijn andere dingen die mijn leven hebben veranderd… Mijn prostaat! (lacht) Ik heb horen zeggen dat Keith Richards ‘Satisfaction’ in het begin ook niet wou spelen. Die vond het een snertnummer en had het succes ook niet in de gaten. Enfin ja, hoe komt dat allemaal?

»Toen ik ‘Les filles du bord de mer’ van Adamo coverde, was dat eigenlijk ook per ongeluk. We zaten in Nashville, ten tijde van ‘Idiot Savant’. En ik zat in de auto, en had begrepen dat Adamo ‘joint-joint-joint’ zong. Ik begon dat nummer te zingen op mijn manier, en Glenn Rosenstein, de producer, zei: ‘Allee Arno, we gaan dat opnemen.’ En ik zei: ‘Dat is voor te lachen, vint.’ ‘Jamaar, ge moet dat opnemen, otherwise I’m gonna cut your balls.’ En ik had mijn balletjes nog nodig destijds, en nu ook nog. Dus we hebben het opgenomen, en het is een hit geworden. Ik zag Adamo onlangs spelen, en blijkbaar zingt hij dat nu gelijk ik: ‘joint-joint-joint’! Zelfs Stromae zingt nummers van Arno: ‘Putain putain’. In China hebben ze ‘Tombé du ciel’ gebruikt in een reclamespot voor thee. ‘Les yeux de ma mère’ is in het Spaans, Engels én het Japans vertaald. En Herman Van Veen heeft er een Nederlandse versie van gemaakt. Het is bizar als je je eigen nummers door iemand anders hoort zingen. Maar dat streelt mijn ego: ik krijg daar een erectie van gelijk de tour eiffel. Dat is het leven van een nummer, hè. Ge weet nooit hoe een koe een haas vangt. En omgekeerd (lacht).»


Beluister 'Oh La La La c'est Magnifique'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234