Sonic City, het verslag

De Kortrijkse All Tomorrow’s Parties, dat is Sonic City – een tweedaags indoorfestival waar telkens één curator uit het kruim van zijn collega-muzikanten mag kiezen, en met hen twee dagen lang De Kreun tot thuisplaneet mag omtoveren.

Sonic City is ook: bibberen in het geïmproviseerde tuintje rond de schaarse terrasverwarmers, veganistische burgers binnenwerken omdat er geen ander voedsel voorhanden is, en spacen op muziek van artiesten de het geëffende pad al lang verlaten hebben ten voordele van Het Avontuur. Sonic City is vooral – die veganistische rommel even buiten beschouwing gelaten – genieten.

Vorig jaar werden ze nog uitgenodigd als gasten – door Suuns– deze keer nemen die van Beak> de rol van curator op zich. Al zal vooral de frontman – ene Geoff Barrow– een vinger en een elleboog in de selectie hebben gehad. Op zijn iPod weinig nummers om een polonaise mee op gang te trekken, wel veel noise, doommetal, postpunk, en pop die niet van de waterpijp is weg te slaan. Weirde shit, om kort te zijn, maar wel interessante, opzwepende, memorábele weirde shit. De burgers die ze op Sonic City serveren zijn niet meer dan een test: een sterke maag is vereist.

Eerste ‘grote naam’ – Rock Werchter is voor iederéén op Sonic City veraf – is Forest Swords (echte naam: Matthew Barnes). Voor mij was debuutplaat ‘Engravings’ nogal hermetisch, maar bij zijn liveshows vind ik de ingang wél meteen: Barnes’ organische dub – Balam Acab + Ennio Morricone + Earth – klinkt meteen veel bombastischer, gevoeliger ook, dan op plaat. Meer dan een eenzame gitaar en wat samples – Barnes dóét niet veel achter zijn knoppen, maar so what – heeft hij nochtans niet nodig. De mooie zwart-witvisuals helpen. Ik zet bij het schrijven ‘Engravings’ nog eens op en de plaat laat me nu wél binnen: gezellig hier.

The Haxan Cloak (echte naam: Bobby Krlic) dan. Zijn (voor zijn doen) catchy, uitstekende liveset op Pukkelpop blijkt niet meer dan een haastig zoethoudertje te zijn geweest ter afwachting van the real deal– vanavond speelt hij zijn ‘Excavation’ integraal. Ik verklap het maar meteen: net als Forest Swords véél beter live. Je kan over genres leuteren – iets met technobeats en drones, of zo – maar Krlic’ set valt nog het best te vergelijken met de film ‘Gravity’: lange tijd gebeurt er niks, en dan komt er een explosie die je uit je baan katapulteert, helemaal ontregelt en met stukgeslagen zintuigen uitgeput maar tevreden achterlaat. Krlic is een krokodil die klaarligt aan de oever, een killer die elk ogenblik kan toeslaan, een handelaar in adrenaline ook. U en ik zijn z’n gewillige afnemers. Topset!

Minder up my alley: de zware metalen van OM en The Black Angels– leveranciers van enerzijds doom met een Oosters tintje en anderzijds psychedelische rock. Maar goed: zowel OM – met leden van het legendarische Sleep in de rangen – als The Black Angels torsen een fantastische livereputatie, en een mens staat niet op Sonic City als hij minder evidente genres geeneens een kans wil geven. Zowaar: twee verrassingen. OM speelt de pannen van het dak voor een grotendeels dronken publiek – doom kan ook ingetogen zijn, wist u dat? – en The Black Angels rocken op de enige manier dat het enigszins hoort: rechttoe-rechtaan. Het hele publiek hipshaket mee.

Dat Adult. nog stevig tegenslaat – te lang in de jaren 80 blijven hangen, maar vergeten goeie songs mee te pakken – hindert niet, want daar staat alweer de headliner van dag één te trappelen om hoofden op hol te spelen: net als op ‘The Inheritors’ blijkt James Holden vanavond in de eerste plaats een meestereclecticus. Holden kan veel, om niet te zeggen alles, met zijn computers – hij is een echte gear slut – behalve zich inhouden. Zomaar even, op één uur tijd, gaat hij alle mogelijkheden van de elektronica af – een lange checklist – olijk huppelend tussen pastorale Boards of Canada-composities, stotterende noise en alles daartussenin. Vermoeiend? Jááá. Maar hoe mooi klinken die modulaire synthesizers? Hééél mooi.

Zondag begint – hè, kak! – met een domper: de groep waar ik het meest naar uitkeek, stelt het meest teleur. Alex Zhang Hungtai (ofte: Dirty Beaches) maakt graag iets vettigs met rockabilly en nachtmerries, en trekt daar vervolgens ook platen uit die ik niet opleg als het buiten donker is. Hij is van het type dat graag wheelies trekt op de highway to hell en Satan zelve in zijn gezicht uitlacht als het hem zo uitkomt. Maar live blijkt hij een saaie piet: ellenlange intro’s, veel repetitieve opbouw, maar weinig sfeer en niks geen climax. Alex, jij cock tease!

Prijs voor meest bizarre optreden van de dag – en bij uitbreiding ook het jaar: Connan Mockasin. De man – een opgekuiste albinoversie van Ariel Pink, zo lijkt wel – complimenteert al meteen de Belgische weed (‘straf spul!’), en besluit dan om niet te spelen. Toch niet te veel nummers achter elkaar. Zo even babbelen, dat lijkt hem wel wat. Het wordt een soort cabaret met liedjes tussen, waarin Connan schippert tussen rasentertainer en Ozzy Osbourne-soundalike. Zijn psychedelische funkpop is wat vlakjes – voornoemde Pink boetseert uit dezelfde bestanddelen straffer materiaal – maar de entertainmentwaarde is top. Zijn voorstel aan het begin van de set: ‘We’ll drink moderately, but sure have a lot of fun.’ Een levensmotto de moeite van het aanhangen waard.

Wordt er omstreeks een uur of tien nog melding gemaakt van een cycloon ter hoogte van De Kreun, dan blijkt het achteraf gewoon om een optreden van Savages te gaan. Tot ‘She Will’ is dat nog gewoon ‘goed’; postpunk zoals die in 2013 klinkt – je hoeft er niet cynisch over te doen. Vanaf die single beslist iemand om de blaasbalg aan te zetten: een vonk wordt in geen tijd een vuurzee, en Savages ontploft. Tijdens de tweede sethelft zit alles mee. Zangeres Jehnny Beth – de punkuitvoering van Natalie Portman in ‘V for Vendetta’ – zouden we sexy noemen moesten we geen kopstoot vrezen. De songs lijken alsmaar intenser te gaan beuken. ‘Do you want it faster?’ Ze vraagt het alsof ze het voltallige publiek net bereden heeft en smalend in ons bezwete wezen kijkt. ‘Of durf je niet, cunts?’ vraagt ze er net niet bij. Hoogtepunt van het hele festival: ‘Fuckers’, een nieuw nummer met een geweldige titel. Hoe lang het duurde? Tien minuten, een kwartier? Niet lang genoeg.

Dan mag de 22-jarige Margaret Chardiet, een blonde New Yorkse, een kwartiertje lawaai komen maken met Pharmakon, haar uitzinnige noiseproject. Ze schreeuwt zich de stembanden kapot, springt als een aap heen en weer midden in het publiek en maakt – welja – noise, hè. Het ziet er een aantrekkelijk meisje uit en normaal gezien heb ik niks met exorcismes, maar hier zou ik er toch eentje aanbevelen – om zeker te zijn. Verder: best een cool optreden, eigenlijk.

De opsteller van de menu mag tot slot nog fungeren als dessert. Meer dan dat is Beak> niet: Geoff Barrow heeft met zijn hobbyproject tot nog toe geen wereldnummers geschreven en als het optreden zich door één ding laat opmerken, dan is het wel door relaxte chillassitude. Anticlimax? Waarom niet gewoon ‘een rustig slot’. Op andere festivals wordt er uitgebold in een boiler room, hier doen ze dat met krautrock – waarom niet? Barrow geniet na, en ik doe hetzelfde. Fijn festival, Sonic City. Volgend jaar terug.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234