Sonic City: Thurston Moore wijst de weg

Geen idee of ‘Courtrai Tonight’ van The Definitivos u iets zegt, maar die punkkraker schiet ons door het hoofd telkens als we de affiche van het Kortrijkse festival Sonic City bekijken. Dezelfde mix van opwinding, gevaar, rock-’n-roll en West-Vlaamse centrumstad zit namelijk ook in de succulente affiche die curatoren Viet Cong – hoe zit het met de nieuwe naam, jongens? – voor deze achtste editie hebben samengesteld: The Pop Group, Protomartyr, Shabazz Palaces, The Soft Moon, Suuns... Evil Superstars fungeren als voorafje, Thurston Moore en Lightning Bolt als enthousiaste apostelen. Allen (die een kaart hebben) naar De Kreun!

'Het zou maar raar zijn als ik plots als iemand anders zou klinken, toch?'

‘A perfect ending to a perfect day’: daarvoor sommeerden de curatoren het naar z’n waaiboomachtige stichter vernoemde kwartet The Thurston Moore Band, dat een met auditieve prikkeldraad omwikkelde streep zal trekken onder het – fuck, onze frank valt nu pas! – naar diens lijfgroep knipogende festival.

HUMO Hebben die van Viet Cong (foto links) jou zélf uitgenodigd, middels een beleefd en netjes gekalligrafeerd briefje met bijbehorende fruitmand, of heeft de organisatie de voorzet gegeven?

Thurston Moore «We hebben elkaar gesproken op een festival in Zwitserland, en dat was pretty cool, dus ik ga ervan uit dat ze me wel degelijk zélf wilden. But you never know (lacht).»

HUMO Check je de affiche van een festival voor je toezegt?

Moore «Tuurlijk, en ik word daar altijd wreed enthousiast van: ‘Great, die en die en die wil ik al een hele tijd zien! En die daar wil ik zeker niet missen!’»

HUMO Geen idee hoe het met jou zit, maar wat dat laatste betreft: ik wil zeker Lightning Bolt (foto rechts) niet missen.

Moore «Oh yeah, they’re incredible. Laten we wel wezen: twee mannen die verschrikkelijk veel lawaai maken, op papier is dat niet echt speciaal, hè? Maar toch zijn ze zo intens, en hun energie is weldadig – ’t is heel fysiek, je lichaam reageert erop. Het lijkt wel één of ander ritueel ter ere van Morpheus.

»Maar goed: ik zal me er maar niet te hard op verlekkeren, want na al die jaren weet ik dat ik allang blij mag zijn als ik hier en daar een kwartiertje van een optreden kan meepikken. Geloof het of niet, maar er zijn nog altijd mensen die denken dat het muzikantenleven één grote Mötley Crüe-achtige rock-’n-rollfuif is. Terwijl het eigenlijk een doodsaaie boel is: eerst ben je uren onderweg, en als je eindelijk aankomt, moet je snelsnel soundchecken, dan weer een paar uur wachten, en na het optreden heb je vaak maar nét de tijd om uit te blazen vooraleer je weer de baan op moet. Als je toch het geluk hebt om wat te kunnen rondlummelen, raak je niet van de backstage naar het podium omdat je één of ander pasje mist of omdat een securityman een slechte dag heeft. Of ben je gewoon te vermoeid om nog een lekker potje te slamdancen bij dat ene fantastische punkrockgroepje. Kortom: meestal blijf je in de kleedkamer zitten filosoferen waarom het hele universum alwéér tegen jou samenspant (lacht). Maar geen nood: ik blijf het ontzettend leuk vinden om te speculeren welke groepen ik zou kunnen zien. En soms zit het wel degelijk mee: in Toronto kon ik onlangs de optredens van zowel Motörhead als DOA meepikken, en in Chicago heb ik zelfs de nieuwe show van Iggy Pop gezien: how cool is that?»

HUMO Wreed. Mag ik daaruit besluiten dat je het fan zijn nog altijd niet verleerd bent?

Moore «Meer nog: ik ben een superfan. Als ik naar Patti Smith of Yoko Ono ga kijken, denk ik vooraf altijd: ‘Laat ik die eerste druk – hardcover! – van ‘Just Kids’ toch maar meenemen, of die limited edition picture disc van de Plastic Ono Band, je weet maar nooit of ik ze nog kan laten signeren.’»

HUMO Ik vraag het omdat je eerder in Humo liet optekenen dat je weleens te lijden had onder superfans die...

Moore (onderbreekt) «...in mijn oor brullen van ‘Hey, man! Weet je nog toen jullie vijftien jaar geleden in Huppeldepup speelden, en ik je die cassette gaf? Wat vond je daar nou eigenlijk van, man?’ Tja, die probeer ik inderdaad een beetje te mijden. Trouwens, niet alleen fans durven je weleens helemaal op te eisen, familieleden en vrienden kunnen er ook wat van. Die laatsten willen – behalve vijftien gratis tickets voor hun vrienden, dat spreekt – vóór het concert samen met mij een hapje eten, en achteraf nog gezellig doorzakken. Er zit dan niks anders op dan te zeggen: ‘Prima, zal ik volgende week eens bij jou op het werk langslopen, aanbellen en zeggen: ‘Hey, let’s party!’?’ Dat optreden voor mij ook wérken is, daar hadden ze tot dan nooit bij stilgestaan.

»Heb je een momentje? Ik moet even naar m’n waterketel kijken, want ik was net thee aan het zetten. (Na anderhalve minuut) Sorry, hoor.»

HUMO Nooit vermoed dat je zo utterly ingeburgerd was, Sir Moore.

Moore «Tea, fish and chips: you name it.»

HUMO Toen je in 2013 naar Londen verhuisde, de stad waar je als prille twintiger van droomde, kon je met al je vragen over de punkperiode terecht bij Viv Albertine van The Slits. Houd je intussen al audiëntie voor jonge Britse honden die van jou alles willen horen over Manhattan in de eighties?

Moore «Het scheelt niet veel: in de pub word ik alleszins vaak aangesproken door kids die hun liefde voor één of andere plaat van Sonic Youth willen belijden, en die benieuwd zijn naar mijn verhalen over de artistieke scene in New York. Ik kan niet zeggen dat ik het niet leuk vind, wel integendeel: I like being granddaddy rock. Ik heb onlangs trouwens een boekje uitgebracht met mijn songteksten van de voorbije dertig jaar (‘Stereo Sanctity’, red.): in het voorwoord tackel ik het verschil tussen poëzie en songteksten, maar ik zoom ook in op mijn leven in New York in de jaren 70 en 80. Ik ben de laatste tijd veel aan het schrijven, en ik geef ook lezingen aan universiteiten en kunstscholen – verschrikkelijk leuk om te doen.

»Schrijven is altijd belangrijk geweest in mijn leven. Toen ik aan het eind van de jaren 70 van Connecticut naar New York verhuisde, was dat niet om muzikant te worden, maar schrijver – lees: journalist, of dichter. Nu ja, had ik mijn ouders verteld dat ik naar Manhattan zou trekken om in een rockband te gaan spelen, ze hadden me vierkant uitgelachen, want in hun ogen was dat uiteraard geen serieus beroep. Ik maakte ze dus maar wijs dat ik schrijver zou worden – het was niet eens zo hard gelogen, want in mijn hoofd was Tom Verlaine van Television ook een echte schrijver. Dat hij en Richard Hell en Patti Smith in CBGB rondhingen, en niet in de literaire salons, was maar bijzaak. Ik wilde natuurlijk dolgraag in een groepje spelen, maar ik wist dat ik het allemaal tegelijk kon doen: schrijven én muziek maken.

»(Denkt na) In mijn ogen is de grens tussen literatuur en journalistiek heel dun: gedichten zijn ook maar een manier van verslag uitbrengen – over het menselijk tekort, bijvoorbeeld. Journalistiek is alleszins mijn eerste grote liefde: mijn helden waren Lester Bangs en Richard Meltzer, namen die in mijn jonge oren net zo spannend klonken als die van de artiesten over wie ze schreven. Ik las ooit het stuk waarin Bangs verhaalt hoe hij tijdens een optreden van de J. Geils Band een solo speelde op z’n typemachine, en ik dacht: ‘That’s the coolest fucking thing ever – ik wou dat ik daarbij was geweest.’»

HUMO Hoe hou je het na dik vijfendertig jaar punkrock nog interessant voor jezelf?

Moore «Simpel: door m’n creativiteit te bekijken als een rivier die maar blijft vloeien. Ik ga ook niet krampachtig op zoek naar opwinding; ik probeer gewoon tegemoet te komen aan die nooit aflatende nood om – bij gebrek aan een betere term – te scheppen. Als ik me in een zetel vlij met mijn gitaar, komen de ideeën vanzelf, en dat is na al die jaren nog altijd een heerlijk proces, het heeft me nooit tegengestoken. Gek, dat wel, want in zekere zin doe ik al bijna veertig jaar krek hetzelfde. Maar herhaling is gewoon inherent aan het beroep. Daarbij: je wordt ook elke dag wakker in een bed, en daarover ga je ook niet klagen (lacht).

»Ik heb ook geleerd dat je er vrede mee moet nemen dat mensen je manier van zingen of je gitaarsound herkennen, en het niet als iets negatiefs mag bekijken. Ik krijg vaak te horen dat onze laatste plaat ‘The Best Day’ nogal als Sonic Youth klinkt, en daar kan ik maar één ding op antwoorden: ‘Wat had je anders gedacht? Ik heb meer dan drie decennia bij die groep gespeeld. Dit is nu eenmaal hoe ik klink.’ Het zou maar raar zijn als ik plots als iemand anders zou klinken, toch? Waarom zou ik mezelf willen veranderen? Voor het geld? Ik denk nooit na over geld. De platen van muzikanten die dat wél doen, zijn meestal dikke shit. Mijn muziek is meer... anti money music – antigeldmuziek.»

HUMO Goeie plaattitel.

Moore «Yeah, die moet ik onthouden. (Denkt na) Thurston Moore & The Anti Money Band is dan weer een goeie groepsnaam.»

HUMO Misschien moet je ’m maar doneren aan de jongens van Viet Cong: die zijn nog steeds op zoek naar een nieuwe.

Moore «Ze mogen ’m hebben. Of anders één van de vele goeie variaties: No Money, bijvoorbeeld. Of Money Burners. Nee wacht, ik heb ’m: Charred Cash. Klinkt net dat tikje spannender, nee?»


Lees ook een interview met Lightning Bolt en vijf lawaaiere tips voor Sonic City »

Beluiter 'The Best Day', de recentste plaat van Thurston Moore, integraal hieronder:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234