Sportfiguur én Vrouw van het Jaar: Nina Derwael (18). 'Ik denk niet dat ik met mezelf zou kunnen samenleven, maar hopelijk is er ergens iemand die dat wel kan'

Sportvrouw van het Jaar, de Nationale Trofee voor Sportverdienste, Vrouw van het Jaar in Humo’s Pop Poll: noem een prijs – de ene nóg prestigieuzer dan de andere – en Nina Derwael ging ermee aan de haal. In 2018 slingerde de gymnaste zich aan de brug met ongelijke leggers naar WK-goud en eeuwige roem, een decennium nadat ze thuis van de kasten in de armen van haar vader sprong en haar moeder bijna tot wanhoop dreef met haar niet te stuiten energie. ‘De kinderpsycholoog heeft mijn ouders ervan moeten overtuigen dat mijn gedrag normaal was.’

> Bekijk hier alle uitslagen van Humo's Pop Poll

Noblesse oblige, en dus blijft het stadhuis van Sint-Truiden wat langer open voor de fotoshoot met Derwael, en opent Cosmocafé op zijn sluitingsdag speciaal de deuren – maar niet de gordijnen – voor het interview. Derwael, gechaperonneerd door haar trotse moeder, ziet er vermoeid uit.

HUMO De tol van de roem?

Nina Derwael «We nemen het er maar bij, zeker? Soms wenste ik dat ik wat meer thuis op mijn gemak kon zitten. Maar ik voel me nog geen opgejaagd wild. De mensen in mijn entourage regelen alles goed voor mij, en als ik het even genoeg vind, houden ze daar rekening mee.

»Het doet toch meer met mij dan ik had verwacht. Als atlete wil je bovenal met je sport bezig zijn. Alles wat er daarnaast bij komt kijken, zuigt energie op die je niet in je training kunt steken.»

HUMO Was je voorbereid op de drukte?

Derwael «Nee (lachje). Ik dacht dat het even snel weer voorbij zou zijn. Maar nee, iedereen verwacht nu iets van mij. Heel raar, hoor. In het begin ging ik in op elk verzoek, maar na een tijdje is dat niet meer vol te houden. Binnenkort zal alles hopelijk weer zijn normale gangetje gaan. Tijdens de jaarwisseling ben ik op stage in Sint-Petersburg en dan ligt de focus weer helemaal op de training. Zo ben ik het gewoon: de voorbije zeven jaar ben ik maar één keer thuis geweest op Nieuwjaar.»

HUMO Wat was je persoonlijke hoogtepunt van 2018?

Derwael «Mijn gouden medaille op het WK. Je kunt een oefening wel duizend keer goed doen op training, maar dat garandeert niets tijdens een wedstrijd: als je één moment een tiende van een seconde te laat bent, val je en sta je plots achtste. Gelukkig is me dat in een belangrijk toernooi nog nooit overkomen.

»Ik won goud op de brug – mijn sterkste toestel – maar vooral mijn vierde plaats in de allroundfinale heeft me een boost gegeven. Het is nu mijn ambitie om daarin door te gaan, zeker tot de Spelen van 2020 in Tokio. Ik was er nu al zo dichtbij dat een medaille mogelijk moet zijn. Maar dan moeten mijn oefeningen op de sprong en de balk beter. Wat ik daar verlies, maak ik meestal voor een stuk goed op de brug. Maar als ik beter word, kan ik voorsprong nemen.»

HUMO Dank je je sterkte op de brug niet vooral aan je lengte? 1,70 m is groot voor een gymnaste.

Derwael «De Chinezen zijn ook super op de brug, en zij komen maar tot mijn schouders. Het kan dus niet alleen daaraan liggen.

»Voor de jury is de amplitude belangrijk: hoe hoog kom je boven de brug uit? Als ik van de ene legger van de brug naar de andere moet springen, kost me dat minder moeite. Mijn armen zijn langer, en daardoor lijk ik drie keer hoger boven die brug uit te steken dan zo’n kleine Chinese. Het ziet er dan vanzelf ook eleganter uit.

»Maar mijn lengte is ook een nadeel. Omdat mijn benen langer zijn, moet ik opletten dat ik de onderste legger van de brug niet aantik met mijn voet – daar wordt een half punt voor afgetrokken. Ook in andere disciplines werkt mijn lengte tegen mij. Voor dubbele salto’s moet ik veel hoger springen dan meisjes van 1,45 m: zij zijn compacter en draaien sneller.»

HUMO De drie medaille- winnaars in de allround- competitie waren kleiner dan 1,50 m. Hoe denk jij je daartussen te wringen?

Derwael «Hard werken. Op techniek dan, niet op kracht, zoals de anderen.»


oma’s rijbewijs

HUMO Je bent al jaren onder de vleugels van je ouders weg.

Derwael «Van toen ik 11 jaar was.»

HUMO Nooit heimwee gehad?

Derwael «Nee, een week op kamp gaan vond ik als kind al de max. Nooit een traan gelaten. Ik denk dat mama en papa het moeilijker hadden. (Met hoog stemmetje) ‘Allee, we horen u zo weinig de laatste tijd.’ – ‘Ja, maar ik ben bezig!’ (lacht)»

HUMO Wiens idee was het om op internaat te gaan?

Derwael «Het moest wel. Het was te moeilijk om elke dag van Sint-Truiden naar Gent te pendelen voor de trainingen. Om half acht ’s ochtends moet ik in de zaal staan, en pas om zeven uur ’s avonds ben ik klaar.»

'Ik ben al sinds mijn 11 jaar thuis weg, maar ik heb nooit heimwee gehad. Ik wist wat ik wilde: turnen. En daarvoor moest alles wijken.'

HUMO Je was 11, moest alleen nog door het zesde leerjaar en je lagereschooltijd zat erop. Waarom ben je dat ene jaar niet nog in Limburg gebleven?

Derwael «Omdat ik dat niet wilde! Het was altijd mijn droom om naar Gent te gaan. Mijn beslissing was snel genomen, daarna was het aan mijn ouders om de knoop door te hakken. Zij twijfelden. Mama heeft toen verschillende gesprekken gehad met de trainster van mijn club in Hasselt. Die was duidelijk: ‘Wij kunnen haar niet meer helpen, laat haar gaan. Anders staat ze een jaar stil.’

»Ik heb het daar nooit moeilijk mee gehad: ik ben redelijk sociaal en maak snel vrienden. Maar ik wist vooral wat ik wilde: turnen. Daar moest alles voor wijken.»

HUMO Je ouders waren kort daarvoor gescheiden. Was dat het beslissende zetje om thuis weg te gaan?

Derwael «Helemaal niet. Ik zat in het vierde leerjaar toen mijn ouders uit elkaar gingen. Ze zijn het daarna goed met elkaar blijven vinden. Zoveel veranderde er niet: in plaats van twee plekken had ik er gewoon drie. Doordat mijn ouders allebei een fulltime job hadden en ik opgroeide als enig kind, was ik al vrij vroeg aangewezen op mezelf. Of ze nu waren samengebleven of niet, mijn karakter had ik toch al. Ik zou sowieso de weg hebben gevolgd die ik toen ben ingeslagen.

»Af en toe mis ik hen. Doordat ik vaak in het buitenland zit, zie ik hen soms een maand of langer niet. Dan ben ik blij als ik ze terugzie, maar een mama’s- of papa’s-kindje ben ik nooit geweest. Als we op vakantie gingen, moest je me binnen de kortste keren in de kids’ club gaan zoeken. Ik zei ‘Salut!’ en pas ’s avonds zagen ze mij terug.»

HUMO Is familie belangrijk voor jou?

Derwael «Heel belangrijk. Ze zijn nooit verder weg dan één telefoontje, hè.

»Mijn teamgenoten in Gent zijn ook familie geworden. Bij hen kan ik alles kwijt. Soms weten zij dingen eerder dan mijn ouders. Dan moet mama het achteraf via iemand anders vernemen en vindt ze dat weleens lastig (lacht).»

HUMO Klopt het dat je oma speciaal voor jou haar rijbewijs haalde en een auto kocht?

Derwael «Ja. Ik moest steeds meer uren turnen en mijn ouders konden me niet naar alle trainingen brengen. ‘Dan doe ik het wel,’ zei m’n oma. Hoe dan, zonder rijbewijs? ‘Geen nood: dat haal ik dan wel.’ Superlief. Ik was een jaar of 7, 8. Wist ik veel dat ze nog nooit achter het stuur van een auto had gezeten (lacht).»

HUMO Hoe is je relatie met je ouders?

Derwael «Goed. Ik mag veel zelf beslissen en ze steunen mij in alles wat ik doe.

»Ik ben heel dankbaar voor alles wat ze voor mij hebben gedaan. Op zondagavond brachten ze mij naar Gent, op vrijdag kwamen ze mij halen. Twee uur heen, twee uur terug. Ik heb veel geluk dat ze dat allemaal voor mij hebben willen doen. Ze reizen ook altijd mee naar de grote wedstrijden. Het is leuk om hen er dan bij te hebben.»

HUMO Wat heb je van hen meegekregen?

Derwael «Heel veel doorzettingsvermogen. En van mama leer ik nu hoe ik moet plannen. Op training ben ik gefocust, maar buiten de sport ben ik behoorlijk nonchalant. Voor ik een afspraak maak bij de kapper of de garage, moet ze me dat honderd keer zeggen. ‘Straks,’ zeg ik dan. Dat sleept dan gauw een week aan, en dan maakt ze zich kwaad en duwt mijn gsm in mijn handen: ‘Nu wacht ik tot je die afspraak gemaakt hebt!’ (lacht)

»Mijn mama zit er kort op. De weekends bij papa zijn toch meer op het gemak: ‘Waar heb je zin in? Wat gaan we doen?’ Bij mama ben ik nog maar net thuis of ze steekt al van wal: ‘Morgen moeten we dit doen, en om zo laat moeten we daar zijn, sta dus maar op tijd op!’ Tsjak, tsjak, tsjak! Ik zou er nog gestrest van raken (lacht). Maar goed, ik besef nu dat het soms nodig is.»

HUMO Je papa voetbalde begin jaren 90 bij Racing Genk. Wat weet je daarvan?

Derwael «Hoe zegt hij het ook alweer? (denkt na) ‘In een voetbalmatch kun je je 90 minuten wegsteken, een goal maken en tóch man van de match zijn. Jij hebt maar één kans.’ Dat klopt wel. Voetballers spelen ieder weekend een match, dan mag er al eens een slechte tussen zitten. Wij hebben maar drie, vier belangrijke wedstrijden per jaar. Het duurt even voor wij de kans krijgen om ons na een tegenvallende prestatie te herpakken. Ik heb het daar niet zo moeilijk mee, maar mijn papa ziet enorm af van de stress: ‘Wat jij doet, is veel zwaarder dan wat ik moest doen.’»

HUMO Racing Genk doet het goed. Pocht hij soms met zijn verleden?

Derwael (lacht) «Helemaal niet. Ik hoor er meer over van een trainingsvriend die Genk-fan is dan van papa. Ik heb niet de indruk dat hij nog veel supportert. Vreemd, hè?

»Trouwens, als kind ging ik samen met mijn opa naar Stayen (het stadion van Sint-Truiden, red.). Ik ging graag naar het voetbal, vooral voor de sfeer. Het is ondertussen lang geleden, maar ik probeer het wel nog te volgen.»

HUMO Moest je weleens iets tegen je zin doen?

Derwael «Mijn ouders hebben me nooit gepusht. Toen ik 2,5 was, zochten ze een sport als uitlaatklep voor mij – ik had veel te veel energie. Ze kwamen bij kleuterturnen terecht, maar dat mocht maar vanaf 3 jaar. De begeleidster zag het eerst niet zitten, tot ze me bezig zag: ‘Laat haar maar blijven!’ Ik heb ook een tijdje gedanst, maar toen de turntrainingen van 10 naar 15 uur per week gingen, heb ik dans laten vallen: ik wilde turnster worden.»


boksbal

HUMO Krijg jij graag je zin?

Derwael «Ja. Ik vecht voor waar ik in geloof. Maar ik kan ook toegeven als ik het fout heb. Enfin, dat heb ik moeten leren in de loop der jaren. Zoals zovelen, zeker? Ik kon superkoppig zijn en zat vaak te mokken als ik mijn zin niet kreeg. Dan gooide ik me op de grond en bleef ik liggen. Dat heeft nooit goed gewerkt bij mijn ouders: ze schonken er geen aandacht aan en wandelden weg (lacht).»

'Papa voetbalde begin jaren 90 bij Racing Genk. Hij zegt dat wat ik moet doen veel zwaarder is ''

HUMO Je moeder noemde je onlangs ‘een Duracell-konijn’ in een interview.

Derwael «Omdat ik als kind superveel energie had. Tot de batterij leeg was: pók, gedaan. Dan was er niets meer met mij aan te vangen. Ik denk dat het erfelijk is: er zit wel wat pit in allebei mijn ouders.»

HUMO Volgens je mama sprong je ‘zonder angst van kasten’.

Derwael (lacht) «Dat was een spelletje van mij en papa: hij zette me op een hoge kast en ik sprong eraf, in zijn armen. Hij hield me ook vaak aan mijn benen vast boven de tafel, en dan moest ik me rechthouden zodat ik niet zou vallen.

»Als kind dacht ik nergens bij na, ik kende geen angst. Misschien maar goed ook. Nu voel ik de angst wel, of toch meer dan vroeger. Op training proberen we vaak nieuwe dingen uit, en daar denk ik steeds meer over na. Dat is begonnen toen ik een jaar of 15 was: ‘Maar ik durf dat niet!’

»Als ik zwevend de brug moet vastgrijpen, gebeurt dat puur op gevoel, want ik zie die legger dan niet. Daar was ik heel bang voor: grijp je ernaast, dan smak je tegen de grond. Ik heb dat van me af kunnen zetten omdat ik wist: mijn trainers zullen me nooit iets laten doen waar ik niet klaar voor ben. Maar het is een lang proces geweest.»

HUMO Voor de leek lijkt het vaak een kwestie van centimeters of je breekt een arm, of erger.

Derwael «Je bouwt een oefening op, stapje voor stapje. Je doet ze eerst honderd keer met matten onder je, tot je die ten slotte weghaalt. Ik heb nog nooit iets gebroken. Of ja, één keer. Bij een slechte afsprong heb ik eens een middenhandsbeentje gebroken. Verder heb ik alleen maar schrammen en blauwe plekken opgelopen.»

HUMO Nog volgens je mama ben je geëvolueerd van Duracell-konijn naar ijskonijn: ‘Ik zie zo weinig emoties bij haar als ze ’t goed gedaan heeft.’

Derwael «Ik ben superblij als iets lukt, maar ik barst niet snel in tranen uit. Misschien bedoelt ze dat je het niet ziet als ik stress heb. Geen idee hoe dat komt, want ik heb wel degelijk stress. Veel zelfs. Daarom hou ik ze ook voor mezelf, anders wordt het erger. Daar werken we aan met een psycholoog.»

HUMO Nog altijd volgens je mama: ‘Ze kan ook woest zijn.’

Derwael «Ik kan héél kwaad worden, vooral op mezelf. Bijvoorbeeld als iets honderd keer mislukt wat de dag voordien lukte, ook al doe ik precies hetzelfde. De rest van het team weet dat ze dan best niet te veel zeggen tegen mij. Ik heb al eens geopperd om een boksbal op te hangen in de zaal. Maar dat zou niet goed zijn voor mijn polsen (lacht).»

HUMO Zo elegant je bent aan de brug, zo vulkanisch ben je ernaast.

Derwael «In het dagelijks leven ben ik best een uitbundig persoon. En ik kan ook tegen redelijk wat. Maar te veel is te veel.»

HUMO Je mama maakte zich ooit zoveel zorgen om jou dat ze je meenam naar een kinderpsycholoog.

Derwael «Omdat ze mij niet meer aankon (lacht). Typerend: bij die psycholoog stond een lange tafel waar ik steeds onderdoor kroop. Maar telkens als ik mij op het einde wilde rechtzetten, botste ik er met mijn hoofd keihard tegen. Dan werd ik kwaad op mezelf. Toch bleef ik het doen. Mijn ouders begrepen er niets van, maar de psycholoog stelde hen gerust: ‘Dit is heel normaal, ze heeft zoveel doorzettingsvermogen dat ze dit zal blijven proberen, tot ze onder de tafel doorgaat zónder haar hoofd te stoten.’ Ik was een ruwe bolster, en dat moesten ze vooral zo laten: ‘Alleen de scherpe randjes moeten er nog af.’ Dat is wel gelukt. Denk ik (lacht).»

HUMO Botst het nooit met je trainers?

Derwael «Jawel! Mijn trainster heeft net als ik een sterk karakter. Maar zolang we hetzelfde doel voor ogen hebben en weten waar we naartoe willen, komt het altijd goed.»

HUMO Die trainster, Marjorie Heuls, en haar man, Yves Kieffer, zijn na al die jaren een soort van tweede ouderpaar voor jou geworden.

Derwael «Ik kan mij niet voorstellen dat ik ooit met iemand anders zou trainen. Vooral Marjorie heeft af en toe de rol van mama op zich genomen. Zij is een beetje alles voor mij: trainster, psycholoog, mama.»

HUMO Wie je bent, ben je misschien meer geworden door hun opvoeding dan door die van je ouders.

Derwael «Alles wat ik van hen heb geleerd, zal mij later in mijn leven nog helpen. Zoals geduld oefenen en weten wanneer je moet spreken, of wanneer je beter kunt zwijgen.»

HUMO Heuls en Kieffer pakten olympisch goud met Frankrijk in 2004. Was hun ervaring doorslaggevend om jouw turndroom in werkelijkheid om te zetten?

Derwael «Je kunt zoveel dromen als je wil, zij hebben me ook doen gelóven in die droom. Als kind zei ik tegen mijn ouders dat ik naar de Olympische Spelen wilde. ‘Jaja, ga jij maar naar de Spelen,’ zeiden ze al lachend. Mijn trainers hebben mij voor het eerst gezegd: ‘Jij gáát daar staan! En we gaan daar dag en nacht voor werken.’»

HUMO Is er iets waar jij een hekel aan hebt?

Derwael «Opruimen. (Denkt lang na) En als mensen de verkeerde dingen op het verkeerde moment tegen mij zeggen. Van iets kleins kan ik al helemaal gek worden. En voor alle duidelijkheid: daar kunnen die mensen niets aan doen, hè.»

HUMO Raakt het jou wat mensen over jou zeggen of denken?

Derwael «Ik raak niet zo snel gekwetst, behalve wanneer het komt van iemand die dicht bij mij staat en van wie ik het totaal niet had verwacht.»


Grenzen stellen

HUMO Denk je soms na over een leven na de sport?

Derwael «Nog niet. Ik denk in blokken van vier jaar, per olympische cyclus dus. Ik heb geen flauw idee wat ik ga doen na Tokio, laat staan wat ik na mijn turncarrière ga doen.»

HUMO Is wat je doet gezond voor je lichaam?

Derwael «Nee. Mijn lichaam ziet af, dat geef ik eerlijk toe. Daarom werken wij heel goed samen met kinesisten, diëtisten en de medische staf. Hoe ik me voel na mijn carrière, zie ik dan wel.»

HUMO De Roemeense turnlegende Nadia Comaneci…

Derwael (onderbreekt) «Dat was een andere tijd, de turnsport was veel harder toen. Zij was 14, een kind nog.»

'Mijn lichaam ziet af, dat geef ik eerlijk toe. Hoe ik me voel na mijn carrière, zie ik dan wel ''

HUMO Ze haalde een iconische score van 10 punten op de Olympische Spelen van Montreal in 1976. Maar iemand omschreef haar leven als eentje van ‘steeds harder werken, vochtafdrijvers slikken, injecties om menstruatie tegen te gaan, en ontstekingsremmers tegen lastige blessures.’ Herkenbaar?

Derwael «Wij nemen weleens een Spidifen wanneer we iets voelen opsteken kort voor een wedstrijd. Maar vochtafdrijvers? Dat snap ik niet. Tijdens de Spelen in Rio moesten we iets met veel zout in ons water doen – ik weet niet eens meer hoe het heet, alleen dat het echt niet lekker was – om vocht bínnen te houden.»

HUMO Verhalen van fysiek, mentaal en seksueel misbruik zijn legio in de turnsport.

Derwael «Ik heb er nooit veel last van gehad. In mijn beleving maakt het er geen deel van uit.»

HUMO Viervoudig olympisch kampioene Simone Biles maakte dit jaar bekend dat zij tot de tientallen turnsters behoort die seksueel zijn misbruikt door hun ploegarts.

Derwael «Ik heb het wel wat gevolgd, maar ze hebben nooit echt gezegd wat er precies is gebeurd. Soms is de grens ook vaag, en hangt het ervan af hoe je het zelf opneemt. Ik vind het wat vergezocht allemaal.»

HUMO Had jij helden?

Derwael «Aagje Van-

walleghem. Toen ik iets ouder werd ook Nastia Liukin. En Aliya Mustafina: zij is nog altijd één van mijn grote idolen en heeft mij mee gemaakt tot wie ik nu ben.»

HUMO 2018 was ook het jaar waarin je 18 werd en voor het eerst aan de verkiezingen mocht deelnemen. Ben je gaan stemmen?

Derwael «Ik moest wel! (lacht) Maar ik heb geen tijd om me met politiek bezig te houden.»

HUMO De actualiteit dringt niet door in je turnbubbel?

Derwael «Nee. De radio staat wel op in de zaal, en af en toe vang ik iets op. Maar neem nu dat hele gedoe met die gele vestjes: ik ben totaal niet mee, hè. Op school gaat het erover, en dan zit ik daar: ‘Wát?’ Premier Michel die naar Marrakesh ging, is het dat? Ik heb nog altijd geen idee waarover het gaat, maar mama ook niet, hè?»

Marijke Lammens «Wat?»

Derwael «Premier Michel in Marrakesh.»

Lammens «O, nee…»

Derwael «Ik heb mijn bubbel nog als excuus, maar voor haar is het veel erger dat ze het niet weet (hilariteit).»

HUMO Heb je die bubbel nodig om op topniveau te presteren?

Derwael «Ik weet niet of het impact zou hebben op mijn prestaties mocht ik de actualiteit op de voet volgen. Ik heb er de tijd gewoon niet voor. Op mijn gemak voor de tv gaan zitten of ’s ochtends door de krant gaan: dat lukt niet.»

HUMO Is er plaats voor de liefde in je bubbel?

Derwael «Nee, ik ben alleen. (Giechelt) In een relatie moet je veel tijd steken, en die heb ik echt niet.»

HUMO Zou je met jezelf kunnen samenleven?

Derwael (korte stilte) «Ik denk het niet. Nu, hopelijk is er ergens toch iemand die dat wel kan. Met mama lukt het af en toe, maar we zien elkaar maar één weekend op de twee. Mocht ik thuis wonen, zouden we vaak met elkaar in de clinch liggen.»

Lammens «Ik zou je je kamer laten opruimen. Na twee dagen zou ze alweer overhoop liggen en zou je dat niet meer grappig vinden.»

Derwael «Mijn kamer lígt niet overhoop!»

Lammens «Zie je, wij zijn twee keikoppen. Ik zie haar doodgraag, maar ik ben ook hard voor haar. Ik ga haar niet anders behandelen, ook niet nu ze wereldkampioene is.»

HUMO Gebruikt ze haar nieuwe status soms om ergens onderuit te komen?

Lammens «Nooit. Dat zou bij mij ook niet pakken.»

Derwael «Ik sta nog altijd elke dag in de zaal, ik werk nog altijd even hard, en wie mij kent, behandelt mij nog altijd als dezelfde Nina. Zo heb ik het graag, en zo wil ik het ook graag houden. Als ik gestopt ben, zal ik misschien terugkijken en denken: het is toch speciaal geweest. Nu ben ik daar niet mee bezig.»

HUMO Is geld belangrijk?

Derwael «Iedereen is met geld bezig. Maar ik beoefen mijn sport omdat ik ze graag doe, niet omdat ik er veel mee wil verdienen.»

HUMO Aan de topsportschool zit je samen met jonge voetballers van wie de wereld nog niet gehoord heeft, maar die al meer verdienen dan jij.

Derwael «Da’s waar, maar ik heb me daarbij neergelegd. Nu, ik heb al ingezien dat voetbal meer is dan zomaar een spelletje, er komt veel bij kijken. En ik ben blij voor hen dat zij goed hun boterham kunnen verdienen. Goed, het is niet eerlijk, maar dat zal nooit veranderen. België is een land van voetbal, van wielrennen ook, en een beetje van tennis.»

'Soms wenste ik dat ik wat meer op mijn gemak thuis kon zitten, maar ik voel me nog geen opgejaagd wild. Als ik het even genoeg vind, wordt daar rekening mee gehouden.'

HUMO Welke doelen stel jij je nog?

Derwael «Mijn ultieme droom is een olympische medaille. En een teamfinale mogen turnen – in tegenstelling tot wat iedereen denkt, is turnen géén individuele sport. De Spelen in Rio waren een eerste kennismaking. Ik was superjong, maar die ervaring heeft mij dit jaar zeker geholpen. Ik stond er in de allroundfinale en herinner me dat ik de opwarmingszaal binnenkwam, eens goed rond mij keek en dacht: ‘Tussen wie sta ík hier allemaal?!’ Ik zag alleen maar gymnastes naar wie ik enorm opkeek. Dat heeft me zo afgeleid dat mijn prestaties eronder leden. Ik heb geleerd dat ik me tijdens zo’n wedstrijd in míjn bubbel moet opsluiten en me door niets of niemand mag laten afleiden.»

HUMO Je zette in Rio de beste Belgische turnprestatie ooit op een Olympische Spelen neer. Toch was je niet tevreden.

Derwael «Ah, nee: ik was gevallen! Dan maakt het niet uit of het de beste Belgische prestatie ooit was. Ik werd 19de, maar had zonder die val 11de kunnen zijn. Op het jongste WK werd ik 4de in de allroundfinale. Ik had het goed gedaan, kon mezelf niets verwijten, en toch was ik niet content. Omdat ik zo dicht bij een medaille was. Die teleurstelling helpt me om daarna weer aan het werk te gaan.»

HUMO Sinds 2017 is er een oefening naar jou genoemd: de Derwael-Fenton. Wat doet dat met je?

Derwael «Over dertig jaar, wanneer ik al lang gestopt zal zijn, zullen gymnastes nog altijd die beweging uitvoeren. Da’s uniek: je laat je naam achter in de sport. Er zijn er echt niet veel die dat kunnen zeggen.

»Eigenlijk bestond die beweging al, maar we hebben er iets aan toegevoegd. Per ongeluk, eigenlijk. We waren een oefening aan het samenstellen en het gebeurde gewoon. ‘Hé, op die manier is dat element nog nooit gedaan.’ Op het eerstvolgende WK hebben de bevoegde instanties die beweging officieel erkend.

»We zijn nu weer met iets nieuws bezig, maar daar kan ik nog niets over zeggen. Hoe meer je bedenkt, hoe moeilijker je het jezelf maakt. Je bent al snel een jaar bezig voor je een nieuwigheid helemaal onder de knie hebt en ermee op een wedstrijd naar buiten kunt komen.»

HUMO Je hebt al een naar jou genoemde beweging, en straks ook een straat of plein in Sint-Truiden.

Derwael (giechelt) «Dat gaat raar zijn.»

HUMO Wat mogen ze je daarna nog geven?

Derwael «Een parkeerplaats! (lacht)»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234