null Beeld

Spuiten noch slikken: Radio Gaga in Villa Voortman (2)

Villa Voortman is een ontmoetingsplek voor drugsverslaafde drop-outs. ‘Radio Gaga’ installeerde z’n opklapbare radiostudio met gouden microfoon op het binnenplein.

Op dit ochtendlijke uur hebben zich al een vijftal vaste bezoekers in de zetel geïnstalleerd voor koffie en sigaretten – het doorsneediëet hier. Eén van hen is Véro. Ze heeft helblauwe ogen, de randen dik aangezet met eyeliner, hoge jukbeenderen en zwart haar. Véro is druk in de weer met een stijltang, terwijl een sigaret losjes in haar mondhoek bungelt.

Véro (tegen Humo) «Zal ik jouw haar ook doen?»

HUMO Dank je, da’s vriendelijk. Maar ik hou wel van mijn krullen.

Véro «Ik niet. Ik wil het mijne recht.»

Dan slaat ze weer aan het stijlen, terwijl ze met een jammerlijke blik aan stagiair Steve vraagt wat ze nu in godsnaam moet doen met Chelsea. Chelsea blijkt de kat van Véro te zijn. Die heeft dringend een tijdelijk onderkomen nodig, want, zo verduidelijkt Dirk Bryssinck, één van de bezielers en oprichters van Villa Voortman: ‘Véro moet vandaag binnen in de psychiatrie van Sleidinge.’ En dan sussend tegen Véro: ‘Steve gaat met jou de poes halen en dan gaan we binnen.’ En als Véro tegensputtert: ‘Nee, je moet nu echt binnen. Anders wacht de gevangenis.’

undefined

'Waar moeten deze mensen anders naartoe? Op straat sterven als een hond?' Dirk Bryssinck, bezieler Villa Voortman

Zodra Véro en Steve op kattenjacht zijn vertrokken en de rest van de bezoekers boodschappen is gaan doen voor de spaghetti van vanmiddag, installeer ik me met Dirk aan de grote tafel in de woonkamer.

Dirk Bryssinck (foto links) «Véro heeft een jaar of acht geleden twee portefeuilles gepikt aan de Overpoort. Omdat ze op het moment van de feiten zwaar onder invloed was, hebben ze haar ontoerekeningsvatbaar verklaard en geïnterneerd. Internering is een rotstatuut. Ze stoppen geïnterneerden in de gevangenis, terwijl die mensen eigenlijk naar de psychiatrie zouden moeten. Meer dan 1.000 geïnterneerden in Vlaanderen hebben eigenlijk recht op een behandeling – iets waarvoor ons land al verschillende keren op de vingers is getikt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

null Beeld

»Een ander probleem met internering is dat je voor het minste dat later fout gaat, weer naar de gevangenis moet. Als jij en ik morgen dronken worden aangehouden en grof zijn tegen de flikken, dan vliegen we een nachtje in de cel en staan we de volgende dag weer buiten. Doet Véro dat, dan heeft ze haar voorwaarden geschonden: voor Véro heeft zo’n schending altijd met gebruik te maken – ze zit weer aan de heroïne. Dan moet ze hop, voor zes maanden de gevangenis in. De enige manier om dat te vermijden, is door een week of twee te gaan ontwennen in de psychiatrie. Dat gaat ze straks doen. Ze moet daar absoluut voor vier uur deze namiddag zijn, of ze geven haar plaatsje aan iemand anders.

»En dan mogen we hier in Gent nog van geluk spreken met Henri Heimans, de voorzitter van de Commissie ter Bescherming van de Maatschappij: die man heeft een hart voor geïnterneerden. Om de lange wachtlijsten in de psychiatrie te omzeilen staat hij geïnterneerden zelfs toe om elke dag op eigen houtje naar de Villa te komen vanuit de gevangenis, hier vijf minuten verderop. ’s Avonds gaan ze dan gewoon terug naar hun cel.»

HUMO Jij komt zelf ook uit de traditionele psychiatrie: tot vijf jaar geleden werkte je als psycholoog in Sleidinge.

Dirk «Ik merkte dat veel mensen de weg naar de psychiatrie, naar de hulpverlening niet meer vonden. Vooral patiënten met een dubbele diagnose van psychose en verslaving – vaak is hun verslaving ontstaan doordat ze met alle mogelijke middelen hun psychische pijn proberen te bestrijden. Die mensen vertonen soms moeilijk gedrag: ze hervallen op gezette tijden in hun oude gewoontes. Dan komen ze op een zwarte lijst te staan en wil geen enkele psychiatrische instelling hen nog helpen. Tel daar nog eens bij dat het tegenwoordig vooral zaak is het aantal bedden in de psychiatrie af te bouwen. ‘Mensen moeten deel blijven uitmaken van de samenleving,’ is nu de heersende gedachte. Allemaal goed en wel, maar als je in de plaats van die psychiatrie helemaal geen andere hulp voorziet, dan verplaatst de miserie zich gewoon naar de straat. Daar is niemand bij gebaat.

»Na een tijd kon ik het niet meer aanzien en ben ik naar mijn directeur in Sleidinge gestapt: ‘Ik zou graag iets opstarten voor die groep van drop-outs.’ Zijn antwoord was: ‘Goed, zoek een huis in de stad en begin er maar aan.’ Met Villa Voortman heb ik, samen met mijn collega Johan Vanderstraeten, een ontmoetingshuis voor mensen die ook weleens ‘zorgwekkende zorgvermijders’ worden genoemd. Ze kunnen hier elke werkdag terecht, van negen uur ’s ochtends tot vijf uur ’s avonds. Ons concept is: gastvrijheid. Een plek creëren waar iedereen welkom is en gerespecteerd wordt. Daarom spreken we ook niet van patiënten, maar van bezoekers. Per dag krijgen we er zo’n dertig à veertig over de vloer.»


Da’s niet tof

De sfeer is bijzonder los. Een fenomenale muurschildering tooit de eetkamer, maar net zo goed bladdert er hier en daar wat verf van de muur. Ook de ramen zouden een beurt kunnen gebruiken. Dirk neemt er de schoonheidsfoutjes graag bij: ‘Het moet hier niet te clean zijn. De Villa moet vooral een warme plek zijn.’

Dirk «Onze bezoekers moeten niets, maar we bieden hun wel van alles aan: ze kunnen hier tekenen, schilderen, beeldhouwen, theater spelen. We hebben dans-, muziek- en schrijfateliers, die worden gegeven door kunstenaars, vrijwilligers, studenten of de bezoekers zelf. ’s Middags koken we samen en voor 2 euro mogen ze mee-eten. Door samen gewone dingen te doen, ontstaat er vanzelf een band en komen bezoekers spontaan met hun verhalen en vragen. Het is dus geen therapie en het is ook niet onze bedoeling hen te genezen. Wie bepaalt trouwens wat ziek en wat normaal is? We willen iedereen gewoon laten bestaan in hun anders-zijn. En vooral niet oordelen. We focussen niet op hun tekorten – stempels als ‘paranoïde-schizofreen’ of ‘psychotisch’ zeggen sowieso niet veel – maar op hun schoonheid, hun wijsheid, hun kracht: wat kunnen ze wél? We doen wel een intakegesprek met iedereen, maar verder wordt er alleen vergaderd als het nodig is. Dat was ik zó beu in de psychiatrie waar ik vroeger werkte: ik zat vaak een halve dag in een glazen bokaal over de patiënten te praten, terwijl die mensen zich aan de andere kant van het glas zaten af te vragen wat wij over hen zeiden.

undefined

'Wij laten echt niemand los: van zwarte lijsten is er bij ons geen sprake' Dirk Bryssinck, bezieler Villa Voortman

»We hebben maar twee regels: géén drugs of alcohol en géén geweld. Wat de mensen doen als ze hier buitengaan – een pint drinken, een joint roken – dat is hun zaak. We gaan ze niet achtervolgen om hen te betrappen. Repressie werkt nooit, zeker niet bij deze mensen. Maar komen ze hier onder invloed toe, dan zeggen we: ‘Da’s niet tof. Kom morgen maar terug.’ Zijn ze te zwaar onder invloed, dan kunnen ze even uitrusten in het slaapkamertje hierboven. Als iemand dealt in de Villa, dan krijgt hij een time-out: dan mag hij twee of drie weken niet komen. Maar we blijven wel contact houden, gaan desnoods even langs om te zien of alles oké is. We laten echt niemand los – van zwarte lijsten is er bij ons geen sprake. In het begin moesten we die ‘geen gebruik’-regel echt doordrukken, maar nu werkt het wel. Ze voelen zelf aan dat ze niet kapot mogen maken wat ze hier hebben.»

undefined

null Beeld

undefined

'De opklapbare radiostudio van 'Radio Gaga', op het binnenplein van Villa Voortman.'


Stropende boswachters

Ons gesprek wordt constant onderbroken. Boven heeft Dirk wel een eigen kantoor, maar daar zit hij zelden of nooit. Ronny komt een nageltje vragen. Stagiair Steve komt het wisselgeld van de ochtendlijke boodschappenronde brengen. Pavo komt melden dat hij een job heeft gevonden: hij kan volgende week als magazijnier beginnen. Dirk: ‘Sommige bezoekers komen hier tijdelijk en blijven weg als het beter gaat. Anderen blijven elke dag komen. Misschien wel voor de rest van hun leven. Maar ook dát is zinvol: het verbetert de kwaliteit van hun leven. Wat moeten ze anders? Op straat sterven als een hond?’

En dan valt er opeens een man met een donkere zonnebril binnen die, ondanks de zuiderse temperatuur buiten, in een zwarte leren jas en een zwarte broek gekleed gaat. Hij heeft zwart haar en ingevallen wangen – die zie je hier bij wel meer bezoekers. ‘Herman Brood is hier!’ roept hij bij wijze van binnenkomer. En verhip, ik zou zweren dat hij het is. Maar deze Herman heet Guy en Guy bekent al meteen aan Dirk dat hij een pint heeft gedronken: ‘Gewoon, om wakker te worden.’ Dirk tilt er niet al te zwaar aan: ‘Guyken, als je rustig blijft, dan lukt het wel.’ Guy mag blijven. Hij verzucht dat hij vannacht amper heeft geslapen: (met opgeheven vinger) ‘Met één lat valium heb ik één oog dichtgedaan.’ En dat zijn dealers hem langs alle kanten met allerlei spul bestoken, net nu hij erin geslaagd is clean te blijven. Dirk weet hem te kalmeren: ‘Niet doen. Bijt op je tanden, mateke.’ Als Guy ook nog zegt dat hij graag boven een douche wil nemen, toont Dirk zich plots streng: een douche mag straks pas, als de afwas gedaan is. ‘Anders hebben we niet genoeg warm water.’

Dirk «Ik ken Guy nog van vroeger, van in de Cinderella. Dat was een punkkroeg in Antwerpen in de jaren 80.»

Guy (mept met zijn vuist op tafel) «Die is verdoeme dicht!»

Dirk «Een fantastische kroeg in een betonnen kelder op de Stadswaag. De toiletten waren boven, dus als je moest gaan, dan moest je over de mensen heen stappen die op de trap openlijk een shot aan het zetten waren. Paul, onze oudste bezoeker, ken ik ook nog van in die periode. Dat waren nogal tijden. Misschien heb ik daar de stiel geleerd. Noemen ze dat nu niet veldonderzoek?»

HUMO Dus de rollen hadden net zo goed omgekeerd kunnen zijn? Moet je zelf hebben gebruikt om deze job te doen?

Dirk «Je weet wat ze zeggen: stropers zijn de beste boswachters (lacht). Nee, natuurlijk is het geen vereiste. Om hier te werken heb je alleen een goed hart nodig, een volgehouden geloof in de capaciteiten van mensen en een dikke huid. Maar waarom ben ik psychologie gaan studeren en zitten Paul en Guy nu hier? Tja, zo lopen de dingen. Er spelen zo veel factoren mee. In elk geval: ik zou het geen twee maanden volhouden op straat. Het wordt daar steeds harder. Een tijdje geleden is Pavo in elkaar geslagen door vier mannen, terwijl hij op een bankje lag te slapen. Gewoon, omdat ze goesting hadden om een dakloze af te tuigen. Die dient toch geen klacht in.»

Guy «Ik heb ook eens in coma gelegen. En ik heb voor niks in de gevangenis gezeten. Ik heb heel mijn leven weggegooid. Omdat ik te eerlijk ben. Ik ben bijna 48 en heb een kind. (Radeloos) Waar gaat dat eindigen? Ik kan het niet meer aan. Ik word zót.»

Alweer weet Dirk hem te bedaren, waarop Guy weer naar de keuken trekt, om nog eens te checken of de afwas klaar is en hij eindelijk kan gaan douchen.

Dirk «Ik heb Guy al gezegd: ‘Je weet toch wat er met Herman Brood is gebeurd? Hij is van het dak van de Hilton gesprongen met een pamper aan.’ Maar dan lacht hij alleen maar: ‘Is dat waar, Dirk?’

»Guy heeft jaren op straat geleefd. Met heel veel moeite hebben we een sociale woning voor hem gevonden. Hij heeft een serieuze verslavingsproblematiek. Hij is zo iemand die misschien nooit echt zal stoppen met gebruiken. Als hij zijn verslaving onder controle houdt, kan hij er oud mee worden. Gebruikt hij wat te veel, dan gaat hij weer even binnen in de psychiatrie. Even op adem komen. Dat doen wel meer van onze bezoekers en wij zijn alleen maar voorstander van zo’n korte crisisopnames. We werken daarvoor nauw samen met Sleidinge, de stad Gent, het OCMW, de straathoekwerkers, zelfs met justitie. Eens de crisis is geweken, nemen wij de zorg weer over.»


Hier is uw plek

Intussen is Heidi bij ons komen zitten. Ze troont me mee naar het atelier van Villa Voortman, waar ze me triomfantelijk langs haar beeldhouwwerken en schilderijen rondleidt. Roland zit er ook bij, weggezakt in een comfortabele sofa. Hij is 50, maar ziet er een pak ouder uit. Heidi: ‘Ik noem hem altijd onzen bompa.’ Heidi is meester in de beeldende kunst, een diploma dat ze lang geleden behaald heeft aan Sint-Lukas in Brussel. Maar tijdens haar stage in de lerarenopleiding liep het mis.

Heidi Loeckx «Tot mijn 30ste had ik een normaal leven: ik had een kind en woonde in een paradijselijk huisje op de boerenbuiten. Maar opeens kreeg ik problemen met mijn schildklier. Ze hebben me geopereerd, maar ik herstelde niet goed. Mijn gevoeligheden waren toegenomen, dus ik maakte een afspraak bij de psychiater. Het duurde een uur voor ik binnen mocht. Toen het eindelijk mijn beurt was, bleef die dokter maar op haar computer tikken. Ze keek niet eens op. Ik maakte me kwaad: ‘Madammeke, ga je nu nog maar me luisteren?’ Waarop zij: ‘Da’s een psychose. U kunt vrijwillig meegaan of ik laat u colloqueren.’ Pardon? Ze zijn me van mijn bed komen lichten. Veertien dagen heb ik in de isolatiecel gezeten en daarna een paar maanden gewoon in de psychiatrie.»

null Beeld

HUMO Maar jij bent ervan overtuigd dat je helemaal geen psychose had?

Heidi «Voilà! Pas op: jaren later heb ik wél een psychose gekregen, maar dat kwam door alles wat er was gebeurd.

undefined

null Beeld

undefined

'Toen ik geen dak boven mijn hoofd had, ben ik ook eens gaan aanbellen bij de gevangenis: 'Ik ben een terroriste. Laat me binnen!'' Heidi, bezoekster

»Mijn grote fout is dat ik nadien, toen ik uit de psychiatrie kwam en terug aan mijn stage wilde beginnen, eerlijk heb verteld dat ik een tijdje opgenomen was geweest. Dat had ik niet mogen zeggen. Wist ik veel dat mensen me daarop zouden beoordelen! De kleuterleidster van het klasje waar ik mijn stage zou doen, zei zelfs dat de kindjes bang voor me waren. What the fuck! Door mijn verblijf in de psychiatrie ben ik ook nog eens mijn huis kwijtgeraakt. Ik stond plots op straat. Ik heb nog onder de struiken in het park geslapen. En in het station, met mijn rugzak onder mijn hoofd. Of in een kraakpand. Daar ben ik met drugs begonnen.»

Roland «Zo gaat dat: je komt buiten uit de psychiatrie en je bent alles kwijt.»

HUMO Jij hebt ook een tijdje in de psychiatrie gezeten, Roland.

Roland «Ja, voor toxicomanie. Drugs.»

HUMO Wat gebruikte je?

Roland «Alles. Al sinds ik 26 ben. Ik ben er relatief laat aan begonnen, pas na mijn scheiding. Ik was vorkheftruckchauffeur, maar ik had moeite om mijn job vol te houden. Mijn vrienden gaven me amfetamines: ‘Dan blijf je wakker en ben je alerter.’ En dan ben ik met lsd begonnen. Op den duur liep het helemaal fout in mijn hoofd. Ik kroop in mekaar van de angst. Ik had het koud en warm tegelijk.»

Heidi «Ik gebruik vooral coke. Nu gaat het goed. Ik gebruik nog één à twee keer per maand. Soms heb ik de energie nodig die coke me geeft.»

Roland «Ik gebruik nog sporadisch. Stoppen hoeft niet. Ik moet alleen weten dat er iemand is die me kan opvangen als het fout gaat. Daarvoor dient de Villa.»

Heidi «Ik ben bij Villa Voortman beland via Victoria Deluxe, waar ze sociaal-artistieke theaterprojecten doen. Dominique Willaert, de regisseur van de voorstelling waarin ik speelde, heeft me voor de deur afgezet met zijn busje: ‘Voilà Heidi, dit is uw plek.’ Ze hebben me hier al ongelofelijk goed geholpen. Niet met therapie, maar gewoon, door dingen met me te doen.»

HUMO Jullie zitten hier met allemaal gebruikers samen, die vast weleens iets op zak hebben. Is dat niet de kat bij de melk zetten?

Heidi «Dat valt mee. Eén keer kwam een andere bezoeker me een lijntje aanbieden, terwijl ik hier in het atelier zat te werken. Het mag niet, ik weet het. Maar ik heb het toch gedaan. Amai, wat was me dat! Het was methadon. Dat had ik nog nooit genomen. Ik wist niet eens dat het in poedervorm bestond! Ik heb een hele dag moeten kotsen. Veel geluk gehad. Ik had dood kunnen zijn.»

Roland «In de psychiatrie dealen ze ook van alles. De ene brengt bruin mee (heroïne, red.), een ander rohypnol, nog een ander speed. Het zit echt overal.»

Heidi «De psychiatrie, dat is dril. Elke ochtend om zes, zeven uur opstaan. Je kunt daar onmogelijk tot rust komen. Hier kun je tenminste jezelf zijn. Ze zitten je niet constant op de vingers te kijken.»

HUMO Waarmee vullen jullie je dagen?

Roland «Ik bak elke donderdag taarten. En ik kleur de tekeningen in van David, een andere bezoeker.»

Heidi «Als ik naar hier kom, dan heb ik het gevoel dat ik naar mijn werk ga. Ik help de mensen ook een beetje. Om een slaapplaats te vinden en zo. Ik heb ook een boek geschreven: ‘Dagboek van een ex-psychiatrisch patiënt of hoe de wereld draait als je pech hebt’. Er staan ook tekeningen en gedichten van mij in. (Buigt zich naar mijn recorder) Wie wil, kan dit boek kopen bij het poëziecentrum op de Vrijdagmarkt in Gent. Da-haag.»

HUMO Het gaat weer goed met je, hè?

Heidi «Ja. Sinds ik hier kom, ben ik niet meer binnen geweest in de psychiatrie. Vroeger deed ik dat wel: als ik voelde dat het me wat te veel werd, dan liet ik me even opnemen. Eén keer wilden ze me niet: toen ben ik met kleren en al in de vijver gesprongen: ‘Kijk, ik ben zot. Laat mij binnen!’ Toen ik geen dak boven mijn hoofd had, ben ik ook eens gaan aanbellen bij de gevangenis: ‘Ik ben een terroriste. Laat me binnen!’ Maar daar trapten ze niet in (lacht).»

Roland «Ik ben een zelfverminker. Als ik me slecht voel, doe ik mezelf pijn. Dan duw ik brandende sigaretten uit op mijn vel. Dat helpt even. Je krijgt er een adrenalinestoot van, maar die ebt snel weg. Ik deed dat als kind van 9 al: ik stak naalden in mijn benen. Tot aan het kopje.»

HUMO Wat zeiden je ouders daarvan?

Roland «Ik vertelde het niet. Anders hadden ze me zot verklaard. Het waren arme mensen.»

Heidi «Rijke mensen vind je niet in de psychiatrie.»

Roland «Mijn vader dronk. Hij verkocht zelfs de kleren van mijn moeder om drank te kopen. Ik heb eens drie dagen met een gebroken pols rondgelopen, omdat ik thuis niet durfde te zeggen dat ik me bezeerd had. Geen makkelijk leven. Toen ik voor het eerst in de psychiatrie binnenkwam, een jaar of vijf geleden, zeiden ze: ‘Meneer, u bent twintig jaar te laat.’»

Heidi «Ze zouden een film moeten maken over onze levens. Wat wij hebben meegemaakt, dat geloof je niet.»

En dan oppert Heidi dat ze met deze tropische temperaturen onwaarschijnlijk veel zin heeft in een frisse duik in de Blaarmeersen. Ze zal er uiteindelijk een halfuur over doen om te vertrekken. Telkens komt ze nog even terug voor een korte babbel, een praktische vraag aan Dirk, of gewoon, voor een slok koffie.

Heidi (zucht) «Het is moeilijk om weg te gaan.»

Dan is ze plots toch verdwenen. Misschien naar de Blaarmeersen voor wat verfrissing, misschien gewoon naar huis, voor een lijntje coke.


Oprapen en oplappen

Dirk «Mensen smeken om hier te mogen blijven. In de weekends zijn we dicht en voor sommigen zijn die dagen moeilijk te overbruggen. Veel van onze bezoekers leven ook op straat. In de winter gaan ze naar de nachtopvang, maar die opent pas om negen uur ’s avonds. Wat moeten ze doen in die vier uur? Op café gaan om niet in de vrieskou te zitten? Dan drinken ze en onder invloed mogen ze niet binnen in de nachtopvang. Dan vragen ze: ‘Dirk, mag ik hier alsjeblieft nog een paar uurtjes blijven?’ Maar dan moet ik van mijn hart een steen maken.»

Ik vraag me af hoe hij het volhoudt, dat eindeloze spel van mensen oprapen en oplappen, om ze dan vaak weer te zien vallen.

Dirk «Zo gaat dat. Als je te hoge verwachtingen hebt, hou je het hier niet lang vol. Maar als je de mensen graag ziet, dan is werken in de Villa een job die enorm loont. Als ik les geef, eindig ik altijd met een uitspraak van Samuel Beckett: ‘Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail Better.’

»Maar ’t is niet evident. Onze middelen zijn beperkt. Zonder onze vrijwilligers, onze studenten-stagiairs en de onzichtbare mensen achter de schermen zou het niet lukken. Terwijl wij de samenleving net geld besparen, daar ben ik van overtuigd: reken maar uit wat het kost als dure gevangenissen en instellingen het van ons zouden moeten overnemen. En dan moeten we straks ook nog eens op zoek naar een nieuw huis: binnen een paar maanden vliegen we hier buiten.»

Dan komt Guy wéér binnengestampt. Hij verkondigt wéér dat hij wil douchen. ‘Ik word zót, Dirk. Ik stink.’

Dirk «Ik ruik niks, Guyken. (Tegen Humo) Je moet geduld hebben, dat wel.»


De makers: 'Na drie dagen filmen moesten we zélf afkicken - van al die straffe verhalen'

Joris Hessels (achteraan op foto) «Terwijl revalidatiecentrum Pellenberg een erg uitgestrekte biotoop was, is de Villa net heel klein. Dat zorgde voor een intieme sfeer, net alsof alle bezoekers constant bij ons ín de caravan zaten. Ik ben wel geschrokken van de bereidheid waarmee ze hun verhaal deden. Niks was taboe, ze bléven vertellen. Soms kreeg ik zelfs de indruk dat wij deel uitmaakten van de therapie van de dag.

null Beeld

»Mij is vooral Tristan bijgebleven. Hij vertelde over het dodelijke ongeluk van zijn broertje, waar hij een levenslang, maar onterecht schuldgevoel aan had overgehouden. Je voelde: deze man zit in de hoek waar de klappen vallen. Van zijn verhaal zijn Dominique (Van Malder) en ik lang stil geweest. Of neem Paul. Ik kende hem al van in het Gentse straatbeeld: hij passeert elke ochtend langs mijn deur, op weg naar zijn dosis methadon. Nog nooit heb ik iemand zo helder horen uitleggen wat een verslaving met je doet. ‘Moet ik kiezen tussen de vrouw die ik graag zie, en de heroïne,’ zei hij, ‘dan kies ik voor de heroïne.’ Na drie dagen fil- men moesten we zélf afkicken – van al die straffe verhalen. En nog blijft het nazinderen. De Spreuk van de Dag die Véro ons gaf, gebruiken Dominique en ik nog altijd: ‘De meeste dromen zijn bedrog, maar als je in je bed schijt, dan zie je het ’s morgens nog.’ (lacht)»


Alles over 'Radio Gaga' »

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234