null Beeld

Starnakel zat en tjoelala! Dwarskijker over 'Café Corsari'

Moge Will Tura zich altijd jonger voelen dan we aan de hand van zijn geboortedatum kunnen natellen.


Café Corsari

Eén – 2 ,9 & 10 juni

Ik ben nooit een vaste klant van ‘Café Corsari’ geweest, maar ik blijf er niettemin wel eens hangen. Al was het maar om me er voor de zoveelste keer van te vergewissen dat alles handel is en dat er in nagenoeg elke Bekende of Half Bekende Vlaming een grutter schuilt die een zwembad moet afbetalen. Neem nu Koen Buyse, die de nieuwe single van z’n band Zornik kwam openbaren, en van de gelegenheid gebruikmaakte om ons op een merk gin te wijzen waar hij zakelijke belangen bij had, sterkedrank voor het hele gezin die heden naar verluidt meer aftrek vindt dan Koens muziek. Vandaar dat hij nu op het punt stond ook wodka op de markt te brengen. Nadat ik daar kennis van had genomen en me had afgevraagd in wat voor wereld we leefden, werd ik haast vanzelf blij met het lichtvoetige lifestylerubriekje van de internationale Bent Van Looy, die altijd elegant gekleed gaat, zeker als hij in het blikveld van een camera voor gentleman of leasure poseert. Dit keer wandelde hij in strak tempo door Stockholm, waar hij geheel volgens het scenario tegen een paar vermoedelijk interessante kennissen aanliep. Hij at er kaneelbollen en een pizza margherita, en wandelde nog een eindje verder, terwijl hij aldoor de indruk wekte dat zijn leven op onbekommerde vrijetijdsbesteding neerkwam, van de wieg tot het graf. Nu ja, onder het wandelen was hij eigenlijk aan het werk, want terwijl hij zijns weegs beende, borrelden er songs in hem op. We vernamen in het voorbijgaan ook dat de ene kaneelbol de andere niet is. Neen, volmaakt wordt het nooit. Hoe zeg je pizza margherita in het Zweeds? In diezelfde aflevering van ‘Café Corsari’ zag ik ook Walter Van Beirendonck, die me een goed voorbeeld van een zachtmoedig man lijkt. Hij zal dan ook het aardrijk beërven.

'Die avond in 'Café Corsari' meen ik vooral de identiteitscrisis van Eén te hebben gezien'

Zo nu en dan last ‘Café Corsari’ een special in. Laatst heette dit programma zelfs voor één keertje ‘Café Coucke’ omdat Marc Coucke, de euromiljardair des volks, er ongehinderd zijn handelsbelangen en zijn talenten als televisiepersoonlijkheid en allround entertainer in mocht tentoonspreiden. Als hij het aardrijk niet beërft, dan koopt hij het wel op. Freek Braeckman, de presentator met dienst, probeerde een ironische toon aan te slaan, die evenwel geheel op Coucke afketste. ‘Laat ironie maar aan mij over,’ zag je de voormalige handelsreiziger in zelfgemaakte shampoo denken. Meteen kon je merken dat de misschien net ietsjes te populaire euromiljardair heel goed had nagedacht over zijn openbare persoonlijkheid: er zat overduidelijk een vleug Balthazar Boma in, en echte fijnproevers zullen ook een zweem Theofiel Boemerang in Coucke hebben ontdekt, een personage uit de gouden jaren van ‘Suske & Wiske’ dat om de leus ‘Kleine percentjes maken rijke ventjes’ bekendstond. Een goochelaar voor kinderpartijtjes kun je ook wel in hem zien. De hoogstpersoonlijke luim en scherts van Coucke riepen bij mij troebele beelden op van cantussen in morsige achterzaaltjes van studentencafés, alsook van ontspoorde bijeenkomsten van serviceclubs diep in de provincie, waarop de genodigden, een melange van vrije beroepen en ondernemers, met glazige blik, verhoogde bloeddruk en vooral starnakel zat ‘tjoelala tjoelala’ zongen alvorens één voor één achterover te slaan. Kortom: gezonde bourgondische jool en gezelligheid. Eén studentenbaantje in de horeca was voor mij voldoende om deze pijlers van de samenleving nooit meer te vergeten.

Behalve peetvader van een olifantenkalf is Marc Coucke ook oppasser en voeder van een voetbalploeg: KV Oostende. Daaromtrent wilde hij advies inwinnen van Jan Mulder zelf, de beroemde voetbalanalyticus. Jan Mulder, altijd een professional als er een camera op hem is gericht, begon meteen, als in een reflex, te roepen dat Coucke een duizelingwekkende smak geld in het elftal van zijn dromen moest pompen. Jan Mulder is van nature ondoorgrondelijk, maar toch meende ik, nadat de sfeer goed tot hem was doorgedrongen, de vraag ‘Moest ik hiervoor helemaal uit Groningen komen?’ in zijn blik te lezen. Waarna hij riep dat Coucke blindelings Mitrovic moest kopen, liefst nu.

Het geval wil dat ik me nooit aan sporthelden heb gespiegeld, maar met acteurs heb ik dan weer meer voeling. Dat Marc Coucke van sport houdt, is voor hem nog geen reden om voor cultuur terug te deinzen: als zijn drukke agenda het toelaat, kijkt hij elke avond in het gezelschap van zijn dochtertjes naar ‘Thuis’. Geblinddoekt moest hij raden wie voor hem had plaatsgenomen en zich van een elektronisch vervormde stem bediende. Hij kwam er snel achter: Marleen Merckx, Simonneke uit ‘Thuis’ in eigen persoon. Onmiddellijk vroeg hij haar om eens bezienswaardig te huilen, een discipline waar zij volgens zijn waarnemingen erg goed in was in ‘Thuis’. Wie veel geld heeft, kan acteurs en actrices op bevel kunstjes laten doen – hoe héérlijk. In plaats van driftig op te stappen, zei Marleen Merckx dat ze ‘een situatie’ nodig had om te huilen, maar ook daar kon Coucke ogenblikkelijk voor zorgen: voor een beetje ‘situatie’ draait hij zijn hand niet om. Piet Huysentruyt, die uiteraard een nieuw kookboek in de aanbieding had, serveerde die avond een aanvaring van kreeftjes en kalfskloten. Om Marleen Merckx tot tranen toe te bewegen, hing Coucke met een huilstem een larmoyant verhaal op over een arm kalfje dat z’n klootjes moest afstaan aan Piet Huysentruyt. Daaruit bleek vooral dat het lot van dat kalf hem als bourgondiër geen donder kon schelen. In zijn verhaal hoorde je die testikels als het ware al in boter kissen. Marleen Merckx deed iets waar ze destijds het toelatingsexamen van de toneelschool niet mee zou hebben gehaald. Het kookboek van Piet Huysentruyt kostte 185 euro, een bedrag dat Coucke een habbekrats noemde, nadat Piet hem het eerste exemplaar van dat boek cadeau had gedaan.

undefined

null Beeld

Op een bepaald moment gelastte Coucke een cameraman op mevrouw Coucke in te zoomen, die zich veeleer verdekt had opgesteld, en misschien wel liever anoniem was gebleven. ‘Heb je ooit een tv-presentator in mij gezien?’ wilde hij van zijn gade weten. ‘Neen,’ zei ze, zoals ze dat thuis had ingestudeerd, ‘en zeker geen zanger.’ Een tel later barstte de altijd eenvoudig gebleven euromiljardair los in ‘Het is weer Couckenbak’, een stamper die wellicht polonaises kan veroorzaken op braderijen. Aan zijn zijde verrees een zingende assistent, ene Steve Tielens, die ik me helaas van ‘Komen eten’ herinnerde. Tegen die tijd begon ik te vrezen dat Coucke de openbare omroep had opgekocht omdat de commerciële televisiezenders feestelijk bedankt hadden voor dit soort vertoning. Die avond in ‘Café Corsari’ meen ik vooral de identiteitscrisis van Eén te hebben gezien.

Eén week later, in een heel andere toonzetting, heette ‘Café Corsari’ ineens ‘Café Tura’, ter gelegenheid van de nakende 75ste verjaardag van ‘de Keizer van het Vlaamse Lied’ – lang geleden dat ik hem nog zo had horen noemen. Het scheen me toe dat Will Tura in dit programma zo nu en dan de weemoedigheid voelde die volgens Willem Elsschot niemand kan verklaren, en die des avonds komt. Nu, hij mocht dan wel van plan zijn om voortaan vaker voor vrouw en kinderen op te treden dan voor het ruime publiek, dat belette hem niet om zich voor te nemen een musical te componeren, en daarna weer eens op te treden. Uitgezongen zou ik hem nog steeds niet noemen, en hij zichzelf ook niet, vermoed ik.

Warre Borgmans, een kennelijke fan, mocht voor feestredenaar spelen en een nogal uitvoerige herinnering ophalen aan die keer dat Will Tura uren later dan voorzien zijn opwachting maakte in de wijk Oude God in Mortsel, waar hij tijdens een signeersessie een geduchte volkstoeloop moest bolwerken. Dat hij toen volgens de overlevering te laat was, scheen Will Tura nog steeds te deren – hij keek in ieder geval alsof hij dat euvel van weleer alsnog wilde goedmaken. Diep in zijn hart is hij de Jodelende Cowboy, Tuurke Blanckaert, uit Veurne gebleven, terwijl hij tussen eind jaren 50 en nu meer potentiële wereldnummers gecomponeerd heeft dan alle andere Vlaamse zangers-componisten samen. Bescheidenheid siert een mens, maar er maat in houden kan ook geen kwaad.

Van Jan Schepens, niet de musicalzanger maar de zelfbeëdigde Turaloog, kreeg Will Tura een lijvige bundel ten geschenke: een lijst van al zijn optredens ooit. Will Tura, die een gegeven paard niet in de bek kijkt, laat staan brutaalweg in de anus, was er blij mee, maar mij leek die bundel veeleer een dossier van de Bijzondere Belastinginspectie. Namens ‘Café Corsari’ bood Tomas De Soete Will en Jenny Tura een weekendje Parijs aan, alsof de zanger-componist in een telefoonspelletje de vraag ‘Welke verjaardag viert Will Tura op 2 augustus eerstkomend?’ goed had beantwoord. Kortom: hij is nog niet echt jarig. Denkend aan Will Tura, en aan zijn talent, heb ik die avond bij wijze van hommage met een zelfverzonnen schone in het schijnsel van een ingebeelde jukebox op ‘Je liegt’ geslowd, een aandoenlijk liedje uit 1963, zowat het begin van mijn tijdrekening. Moge Will Tura zich altijd jonger voelen dan we aan de hand van zijn geboortedatum kunnen natellen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234