Start to jazz met de beste instapplaten voor dummies (1): 'Dat jazz moeilijk zou zijn, is een hardnekkig misverstand'

Exact een eeuw geleden, op 26 februari 1917, werd in New York de allereerste jazzsingle opgenomen – quizfanaten, take note: ‘Livery Stable Blues’ van de Original Dixieland Jass Band. Muziektempels Ancienne Belgique en Flagey vieren die mijlpaal het hele jaar lang met concerten en lezingen, Humo ontfermt zich intussen over de jazzleken onder u. Opdat u werkelijk geen enkel excuus zou hebben om níét in dat fantastische universum te duiken, laten we een keur aan ambassadeurs telkens één instapklare plaat bejubelen.

Billie Holiday: 'Lady in Autumn – The Best of the Verve Years' (1946-1959)

De keuze van: Lies Steppe, muzikante en presentatrice van de jazzprogramma’s op Klara.

'Dat jazz moeilijk zou zijn, is een hardnekkig misverstand. Je oren moeten er alleen een beetje in groeien'

LIES STEPPE «Om te beginnen zou ik graag het hardnekkige misverstand ontkrachten dat jazz ‘toch zo moeilijk’ zou zijn. Zelf heb ik dat nooit ervaren, ik voelde me van in het begin aangesproken door de virtuositeit én de vrijheid: de grootste jazzmuzikanten waren mensen die niet enkel fabuleus goed speelden, maar ook koortsachtig de verandering opzochten. Goeie jazzplaten geven je, net als het beste uit klassiek, pop en rock, het gevoel dat je op een wolk zit. Oké: je oren moeten er misschien een beetje in groeien, maar verder is er eigenlijk geen excuus om het genre links te laten liggen.

»Door mijn beroep luister ik overdag al zoveel naar muziek dat ik er ’s avonds vaak geen zin meer in heb: mijn kop zit dan gewoon te vol. Maar ‘Lady in Autumn’, een compilatie met het beste van Billie Holiday, gaat er altijd wel in; ik word er zelfs rustig van. ’t Komt vast omdat ze zo laidback zingt – als je me een vleugje technische uitleg toestaat: ze zingt nooit exact op de maat, maar komt steevast een fractie te laat. Dat kreeg ik trouwens ook vaak te horen toen ik aan het conservatorium studeerde: ‘Meer naar voren zingen, Lies!’ (lacht) Maar dat luie vind ik nu juist zo mooi aan haar zangstijl: anderen zweren bij acrobatische toeren en versieringen om de versiering, maar zij blijft gewoon dicht bij de melodie, en daardoor wint ze aan zeggingskracht. Luister maar eens naar het vaak geciteerde ‘Strange Fruit’: ze méént elk woord dat ze zingt. Ze geeft zich in haar nummers helemaal bloot, en je voelt dat er behoorlijk wat miserie in haar leven zat. Enerzijds was ze een warme moederfiguur voor haar muzikanten, maar tegelijk zat ze aan de heroïne. ’t Is misschien raar om te zeggen over een junkie, maar Billie Holiday straalt eerlijkheid uit. Haar nummers zijn vaak simpel, maar ze zitten vol kleine, bloedmooie versieringen.

»Ook ontzettend mooi, maar een tikje minder toegankelijk: ‘Africa/Brass’ van John Coltrane. En een minder bekende, wat jongere jazzplaat die ik vaak opleg, is ‘Dreams Come True’ van Andrew Hill en Chico Hamilton. En laten we vooral niet vergeten dat de hedendaagse jazz met The Cinematic Orchestra, STUFF. of Kamasi Washington weer springlevend is. Kortom: iedereen aan de jazz, en snel!»

Charlie Mingus: ‘Tijuana Moods’ (1957, uitgebracht in 1962)

De keuze van: Jeroen Olyslaegers, schrijver.

JEROEN OLYSLAEGERS «Toen ik in 1989 mijn burgerdienst deed, ging mijn hele soldij op aan jazzplaten. Alles waarover ik las in de autobiografie van Miles Davis móést ik hebben, te beginnen bij de bebop en te eindigen bij de freejazz en de fusion. Rond 2000 vond ik dat m’n collectie af was; de laatste plaat die ik kocht was ‘Tijuana Moods’ van Charlie Mingus. ’t Is één van de eerste conceptplaten in de jazz: volgens de liner notes trok Mingus met zijn muzikanten naar het Mexicaanse grensstadje Tijuana, beleefde daar een paar waanzinnige dagen en zette die kleurrijke maar gevaarlijke sfeer om in muziek. Geen idee of het waar is, maar de plaat straalt wel één en al levenslust uit. Ze doet me trouwens heel erg denken aan één van mijn favoriete films aller tijden, ‘Touch of Evil’ van Orson Welles: ik denk dat beide meesters elkaar wel gewaardeerd zouden hebben. Soit, de plaat moest uitkomen bij RCA, maar omdat die het te druk hadden met de lancering van Elvis Presley, is ze vijf jaar lang op een schap blijven liggen.

»Mingus was naar verluidt een echte dictator, en er doen dan ook veel verhalen de ronde over confrontaties met zijn muzikanten: trompettist Clarence Shaw zou na een ruzie zijn trompet kapotgeslagen hebben, waarna hij de muziek tijdelijk vaarwel zegde; trombonist Jimmy Knepper is door Mingus een tand uitgeklopt, waardoor z’n embouchure naar de kloten was en hij een tijdlang niet kon spelen. Klinkt heftig, maar Mingus zorgde er niettemin voor dat zijn troepen tot het uiterste gingen – ’t waren geen toptalenten, maar ze wisten zich wel te plooien naar de muziek die hij in zijn hoofd hoorde. Hij was het schoolvoorbeeld van een jazzpionier: liever dan zich vast te pinnen op de conventies van de jazz, probeerde hij ze te ontstijgen – je hoort op ‘Tijuana Moods’ niet zomaar een swingend jazzbandje in topvorm, maar hij mengt er ook muziek van de straat door, en verpakt alles in straffe composities.»

Miles Davis: 'Kind of Blue' (1959)

De keuze van: Isolde Lasoen, drumster bij Daan en frontvrouw van Isolde et les Bens.

ISOLDE LASOEN «Ooit wilde ik aan het conservatorium klassieke muziek gaan studeren, maar net voor mijn ingangsexamen besloot ik toch maar voor jazz te kiezen. Niet dat ik daar van thuis uit zoveel voeling mee had, maar ik ging wel vaak naar concerten in jazzcafés, en langzaamaan ging er een nieuwe wereld voor me open, eentje die mij spannender leek dan die van de klassieke muziek. Tijdens mijn opleiding heb ik mezelf helemaal ondergedompeld in de jazz, en dan vooral in de klassiekers: Charlie Parker, Herbie Hancock, Stan Getz, en natuurlijk Miles Davis.

''Kind of Blue' van Miles Davis klinkt fantastisch, cool én melancho­lisch, ze swingt als de pest, en ik word er altijd goedgezind van.'

»‘Kind of Blue’ clashte met de jazz die toen in de mode was: in de bebop was het de bedoeling dat je zo snel en heavy mogelijk speelde, en zoveel mogelijk noten produceerde – echte ADHD-muziek, zeg maar. De nummers op ‘Kind of Blue’ zijn van een heel andere orde: ze zijn trager, cooler, en ze hangen niet aan elkaar met ingewikkelde akkoordenschema’s, maar met modussen: het komt erop neer dat je veel doet met weinig harmonische informatie. ’t Is echt less is more, maar dan wel gespeeld met massa’s attitude. Het lijkt wel easy listening, zo’n plaat die nooit stoort, en die je dus ook tijdens een etentje kunt opleggen, maar als je er intens naar luistert, ontdek je dat het eigenlijk een schatkist is. Ze klinkt fantastisch, cool én melancholisch, ze swingt als de pest, en ik word er altijd goedgezind van.

»En als we dan toch over fantastische instapplaten spreken, wil ik nog graag een lans breken voor The Oscar Peterson Trio, Bill Evans en het bloedmooie ‘Money Jungle’ van Duke Ellington. En vooruit, nog eentje om het af te leren: ‘The Art of the Trio Volume Three’ van Brad Mehldau, met die wreed schone cover van ‘Exit Music (For a Film)’ van Radiohead – hij slaagt er altijd in om de beste nummers aller tijden te coveren.»

Sonny Rollins: 'Way Out West' (1957)

De keuze van: Robin Verheyen, saxofonist en componist bij TaxiWars en Robin Verheyen Quartet.

ROBIN VERHEYEN «Ik moet een jaar of 17, 18 zijn geweest toen ik ‘Way Out West’ voor het eerst hoorde: ze zat in een verzamelbox van Sonny Rollins die ik had gekocht. Ik was er direct wég van, en nog altijd: als ik ze ’s ochtends opzet, is mijn hele dag goed – zoveel spelvreugde! Het swingt zo hard, en toch is het heel verteerbaar. En dat met een trio: sax, drums en bas, meer niet.

'De grootste jazzmuzikanten speelden niet alleen fabuleus goed, maar zochten ook koortsachtig de verandering op'

»De plaat is trouwens in het holst van de nacht opgenomen, nadat ze hadden opgetreden – ze zijn er rond 3 uur aan begonnen, en in de vroege ochtend stond alles op band. Je voelt dat ze compleet relaxed stonden te spelen, ’t klinkt nergens geforceerd. Alle goeie platen hebben een zekere evidentie: alsof de muzikanten niks anders dan díé noten konden spelen.

»Ik heb Sonny één keer live gezien, op het Umbria Jazz Festival, een jaar of vijftien geleden. Hijzelf speelde fantastisch, maar ik was toch een tikje teleurgesteld: het is algemeen bekend dat hij al een kwarteeuw met nogal matige begeleidingsbands speelt – je zou toch verwachten dat de laatste topsaxofonist van zijn generatie met een happening band zou spelen, maar helaas. Je mag nog zo’n fantastische solist zijn, als je groep een paar niveau’s lager speelt, klopt het plaatje niet meer. Jammer wel, want ooit was hij een echte freak: hij wilde altijd beter presteren – méér studeren om nog beter te kunnen spelen. Ooit nam hij een break van drie jaar omdat hij vond dat hij z’n ambacht moest uitdiepen. Hij speelde daartoe van ’s morgens tot ’s avonds onder de Williamsburg Bridge: als saxofonist in open lucht spelen is wreed moeilijk, maar het heeft hem geen windeieren gelegd – op zijn comebackplaat ‘The Bridge’ hoor je de explosiviteit in zijn spel. Kortom: Sonny is en blijft een stichtend voorbeeld, en als ik eens niet goed weet welke plaat ik wil horen, kies ik bijna altijd voor ‘Way Out West’. Ik word er altijd weer gelukkig van.»

The Ahmad Jamal Trio: 'The Awakening' (1970)

De keuze van: Lefto, deejay en Studio Brussel-presentator.

Lefto «Hier heb ik geen seconde over getwijfeld. ‘The Awakening’ werd uitgebracht op het befaamde Impulse-label, en is een pianomeesterwerk. ’t Is een heel melodieuze en avontuurlijke plaat, een piano ligt sowieso bij iedereen makkelijk in het gehoor, en de meeste tracks zijn echt supertoegankelijk. De plaat past als gegoten bij een diner met vrienden, en werkt voor mij ook perfect in de auto op weg naar huis na een luid feestje. De mooie platenhoes is ook dikwijls gebruikt als design voor flyers. Last but not least: ‘The Awakening’ is één van de meest gesamplede platen aller tijden. Veel hiphopklassiekers (onder andere ‘The World Is Yours’ van Nas en nummers van Joe Bada$$, DJ Premier en J Dilla, red.) zijn gemaakt op basis van pianostukjes uit deze lp.»

The Lounge Lizards: 'Queen of All Ears' (1998)

De keuze van: Mattias De Craene, saxofonist bij Rock Rally-finalisten Nordmann.

Mattias De Craene «Ik organiseer weleens concertjes bij mij thuis, en één keer had ik Othin Spake te gast, de groep van Mauro, Teun Verbruggen en Jozef Dumoulin. Na afloop kwam mijn schoonbroer me vertellen dat hij er geen bal van snapte. ‘Leer me dat soort muziek eens kennen,’ vroeg hij. Wel: met kerstmis heeft hij van mij dus ‘Queen of All Ears’ van The Lounge Lizards cadeau gekregen. Ik had misschien beter ‘Balladeering’ van Jakob Bro gegeven: met die prachtige, kinderlijk eenvoudige melodieën van Bro en Lee Konitz is het een fantastische introductie in de wereld van de jazz, maar ik voel gewoon meer connectie met The Lounge Lizards.

'Anders dan veel mensen denken, is niet alle jazz een dikke muziekbrij waar het lastig doorheen waden is. Dat tonen The Lounge Lizards aan.'

»Ik heb ‘Queen of All Ears’ een jaar of vijf geleden leren kennen via m’n kotgenoot. In het begin moest ik er echt aan wennen: ’t is niet waaraan je denkt als je het woord ‘jazz’ hoort. Maar het is ook geen non-jazz, zoals hier en daar wordt beweerd: ik hoor veeleer een vernuftige en fantasierijke collectie songs waarin een waaier aan stijlen opklinken. De eerste twee nummers hebben een Afrikaans tintje, en ‘Scary Children’ heeft iets van filmmuziek: het roept bij mij alleszins een stroom van beelden op – Lounge Lizards-bezieler John Lurie heeft trouwens ook veel filmmuziek geschreven (en geacteerd in films van onder anderen Jim Jarmusch en David Lynch, red.). Om maar te zeggen: anders dan veel mensen denken, is niet alle jazz een dikke muziekbrij waar het lastig doorheen waden is.

»Nu ik erover nadenk: ik heb ‘The Queen’ niet eens zelf in huis – ze ligt niet zomaar overal in de winkel, en als ik ze eens tegenkom, heb ik vaak nét te weinig geld bij. Alvast één goed voornemen voor 2017: ‘Queen of All Ears’ ook eens voor mezelf bestellen.»

Lonnie Liston Smith & The Cosmic Echoes: 'Visions of a New World' (1975)

De keuze van: Sven Van Hees, loungemeester.

SVEN VAN HEES «Ik heb een paar duizend platen, maar de vijf die ik eerst uit een brand red, die staan gewoon klaar, en ze zijn alle vijf van Lonnie Liston Smith. Bij elke heftige episode uit mijn leven leverde hij de soundtrack: eerste lief, eerste keer seks… Zijn bekendste song is ‘Expansions’: als ik dat opleg tijdens een loungeset, staat de dansvloer altijd vol.

'Lonnie Liston Smith maakt soundtracks voor een eindeloze zomer.'

»Liston Smith is één van de pioniers van de cosmic jazz, eigenlijk komt dat geluid van een Fender Rhodes met enorm veel effect. Hij komt van bij Miles Davis en Pharoah Sanders, maar werd in de jazzwereld niet op een piëdestal gezet. Hij maakt net als ik soundtracks bij een eindeloze zomer.

»Ik luisterde al heel mijn jeugd naar zijn muziek, maar toen ik nog alleen technobeats en -bassen kon maken, was dit way out of my league. Het heeft lang geduurd voor ik mijn weg vond omdat ik geen gelikte smooth jazz wilde maken, met stroperige saxofoon, I love you baby-sfeertje en vreselijke jaren 80-synthdrums. Als ik nu een drum kies, moet het de meest tijdloze zijn, en de muziek moet even weelderig klinken én even vol ruimte zitten als die van dit soort seventiesplaten die ik ooit op m’n knieën ben gaan zoeken in tweedehandsbakken. Het valt me overigens op dat veel van de mensen die mij volgen Afro-Amerikanen zijn. Zij horen die referenties.»

Weather Report: 'Weather Report' (1971)

De keuze van: Lander Gyselinck, drummer bij STUFF. en LABtrio.

LANDER GYSELINCK «Ik geef ‘The Blues and the Abstract Truth’ van Oliver Nelson vaak cadeau. ’t Is zo’n beetje de tegenhanger van het legendarische ‘Kind of Blue’ van Miles Davis, dat twee jaar eerder was verschenen: een superschone plaat met een prachtige hoes waarop behalve saxofonist en fluitist Eric Dolphy ook pianist Bill Evans meedoet. Ze spelen bluesnummers, en demonstreren daarbij hoe ‘Kind of Blue’ anders had kunnen klinken.

»Maar wat mij betreft kun je de wereld van de jazz ook gerust betreden via het maffe ‘The Chick Corea Elektric Band’, een plaat die in het verlengde ligt van wat Miles in de jaren 80 uitspookte, en tegelijk baadt in dat typische ‘Miami Vice’-sfeertje waarmee ik de eighties associeer – sommige mensen zullen het vast te afgelikt vinden, maar ik ben er gek op. Of via de eerste van Weather Report, de legendarische fusionband van Joe Zawinul en Wayne Shorter. Corea, Shorter en Zawinul hadden in de late jaren 60 alledrie bij Miles gespeeld, en daarna vormden ze hun eigen elektrische jazzfusiongroepen. Ik leerde ze als late tiener kennen, toen ik me – met dank aan de bibliotheek – door het werk van Miles worstelde: ik spelde de liner notes van a tot z uit en probeerde alle connecties te ontrafelen, als een echte jazznerd.

»‘Weather Report’ – de plaat – combineerde improvisatie met compositie en akoestische met elektrische instrumenten, en je voelt de honger, naar nieuwe geluiden en nieuwe manieren om hun verhaal te vertellen. Er staan compleet maffe tracks op, met rare soundscape-achtige geluiden waarvan je je afvraagt welk instrument er in godsnaam verantwoordelijk voor is. Maar ook ‘Tears’ van saxofonist Wayne Shorter: hij is het schoolvoorbeeld van hoe je in een mooie ballad toch de grove borstel kunt hanteren, en tegelijk complex en lyrisch kunt klinken.»

Gil Evans: 'The Individualism Of Gil Evans' (1964)

De keuze van: Bert Dockx, jazzgitarist bij onder andere Flying Horseman en Dans Dans.

Bert Dockx «In mijn hoofd staan Ornette Coleman, Thelonious Monk, Sun Ra, Eric Dolphy, Steve Lacy, John Coltrane en Albert Ayler hoger aangeschreven dan Gil Evans, maar ik heb een speciale band met deze plaat. Je moet weten: ik was zot van Sonic Youth, The Bad Seeds en Marc Ribot, en daarna ben ik meteen de freejazz ingedoken, met een voorkeur voor kleine bezettingen en intens samenspel. Het heeft dan ook lang geduurd voor ik de wat klassiekere jazz kon pruimen. Het klonk me allemaal nogal gedateerd in de oren, terwijl de wildere dingen van Coltrane me wél direct van mijn sokken bliezen. Gil Evans staat bekend voor zijn grootse, naar klassieke muziek neigende ensemblestukken, maar ‘The Individualism’ is wat losser, en ik hoor vooral mysterie en intensiteit.

»Het schijnt dat Evans een gefrustreerde pianist was; hij speelde dan ook niet zo vaak. Hier wel, en ik hoor hem enorm graag spelen: hij improviseert, zoekt, neuzelt zo’n beetje bluesy in het rond en zet hier en daar rare akkoorden onder de solo’s van de anderen in zijn band – alsof er delen van zijn onderbewustzijn vrij spel hebben gekregen.

»Niet iedereen aan wie ik deze plaat al heb aangeraden, was mee: reacties à la ‘het gaat nergens naartoe’ en ‘dat blijft maar aanmodderen’ waren niet van de lucht. Maar mij blijft ze betoveren. ’t Is echt een plaat met een eigen karakter.»

Miles Davis: 'Sketches of Spain' (1960)

De keuze van Frank Vaganée, saxofonist en artistiek leider van het Brussels Jazz Orchestra.

FRANK VAGANéE «‘Sketches of Spain’ is één van de hoogtepunten uit de jazzgeschiedenis, en volgens mij dé introductie tot het genre. De opname heeft de jazzmuziek indertijd alvast een nieuwe boost gegeven. Dat heeft uiteraard te maken met het trompetgeluid van Miles Davis, dat gewoon fabelachtig is, maar ook met de onwaarschijnlijk spitsvondige arrangementen van Gil Evans.

»‘Sketches of Spain’ is eigenlijk een spin-off van ‘Miles Ahead’ en ‘Porgy and Bess’. Die vroegere opnames hebben dezelfde allure, maar zijn naar mijn gevoel voor de leek iets moeilijker te verteren. Hier heeft het songmateriaal een zeer hoge aaibaarheidsfactor, de melodieën zijn zeer beklijvend, de sound is warm, de opname gevoelig. De plaat opent met ‘Concierto de Aranjuez’, een klassieke compositie voor gitaar en orkest van de Spanjaard Joaquín Rodrigo. Wat Davis en Evans ermee hebben gedaan, is fenomenaal. Daarna volgen het volkslied ‘The Pan Piper’, een stuk uit een ballet van Manuel de Falla en twee flamencomelodieën.

»We hebben ‘Sketches of Spain’ met het Brussels Jazz Orchestra een keer integraal uitgevoerd op North Sea Jazz. In februari brengen we bekend en minder bekend werk van Gil Evans naar Bozar en deSingel.»

John Coltrane: 'Giant Steps' (1960)

De keuze van: Kurt Overbergh, muzikaal directeur Ancienne Belgique.

KURT OVERBERGH «‘Giant Steps’ is één van de vele viersterrenplaten waarover ik las in The Penguin Guide to Jazz, een vuistdikke gids die mijn toegangspoort was tot de wondere wereld van de jazz. Ik had alle platen met vier sterren overgeschreven in een notitieboekje, en die kocht ik lukraak. Ze is net als ‘Kind of Blue’ van Miles Davis, ‘Mingus Ah Um’ van Charles Mingus en ‘Time Out’ van Dave Brubeck opgenomen in het magische jaar 1959, en ze zorgt voor het hoogste intellectuele genot: als ik ze opzet, begint het werkelijk te knetteren in mijn hoofd. Na al die jaren kan ik elke tempowisseling meeneuriën, maar ik blijf verwonderd over die immens mooie klanken.

'Als ik 'Giant Steps' van John Coltrane opzet, begint het te knetteren in mijn hoofd.'

»‘Giant Steps’ is niet de meest evidente instapplaat van Coltrane, maar ’t is wél jazz met uitroeptekens en hoofdletters, een mijlpaal van de hardbop. Weet je: jazz is zo divers van gepluimte, eigenlijk moet je maar gewoon op goed geluk wat dingen uitproberen om te zien wat het hardste binnenkomt – de soulvolle jazz van Billie Holiday, de woeste freejazz van Coltrane in zijn latere jaren, het avantgardelawaai van John Zorn en zijn Naked City, of de warme bigband van Kamasi Washington, ’t is allemaal even fantastisch.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234