Start to jazz met de beste instapplaten voor dummies, deel 2!

Vorige week zwaaiden de deuren van Humo’s Jazzambassade met edele zwier open: schrijvers, muzikanten en andere aficionado’s deden u – jazzleken én gevorderden – warmlopen voor hun favoriete platen van Miles, Mingus en vele andere goden. Omdat men een genre dat al meer dan een eeuw genoeglijk de heupen losschudt onmogelijk in een handvol tips kan samenvatten, volgt hier alvast een tweede lading. Oh yeah!

'Jazz kan heel erg rock-'n-roll zijn'


Don Cherry & Krzysztof Penderecki: 'Actions' (1971)

De keuze van: Tom Barman, zanger van dEUS en TaxiWars.

TOM BARMAN «Ik doe vaak m’n eigen platen en compilaties cadeau (Barman stelde de jazzcompilaties ‘That’s Blue’ en ‘Living on Impulse!’ samen, red.): ik krijg meestal tien exemplaren van de platenfirma, en die deel ik met plezier uit. Maar ’t gebeurt zelden dat ik naar de winkel loop om een plaat of cd voor iemand te kopen. Al herinner ik me wél dat ik ‘It’s Time’ van Max Roach eens cadeau heb gedaan aan Bert Ostyn, waarna hij ze ergens als zijn favoriete plaat van het jaar noemde – goed zo!

»Don Cherry heeft met alle jazzgroten der aarde gespeeld – Coltrane, Mingus, Ellington, Ornette Coleman, Charlie Haden, noem maar op – maar hij heeft, in tegenstelling tot vele van zijn tijdgenoten, de eighties redelijk elegant overleefd. En hij bleef zelfs tot in de jaren 90 uitstekend werk leveren: ‘Art Deco’ en ‘Multikulti’ (respectievelijk uit 1989 en 1990, red.) zijn echte toppers. Maar als ik één plaat van ’m cadeau zou doen, dan wel het waanzinnige, freejazzachtige ‘Actions’. Ik moet ze voor het eerst gehoord hebben rond 1989, want ik heb het openingsnummer ‘Humus – The Life Exploring Force’ twee jaar later gebruikt als soundtrack voor mijn allereerste filmpje op Sint Lucas, in het atelier ‘Experimenteel’. ’t Ging over een oudere vrouw die door de straten dwaalt, en vervolgens gaat sterven in een cinemazaal. Ik weet nog goed waar ik de plaat gevonden heb: in de toenmalige mediatheek in de Jezusstraat in Antwerpen, vlakbij de Meir – ze hadden daar echt een heerlijke collectie vinylplaten die je kon ontlenen. Ik wist dat hij de vader was van Neneh Cherry, van wie ik grote fan was, en ik dacht: ‘Eens checken.’ It blew me away, en ’t is niks minder dan de plaat die mij in de jazz heeft getrokken.

»In Portugal zet ik mijn iPod altijd in de shuffle-stand, en als hij een goeie dag heeft, komt er best wel wat jazz voorbij. Thuis in Antwerpen graai ik meestal in het stapeltje dat naast mijn cd-speler en platendraaier ligt, en zet ik dus ook altijd dezelfde dingen op – soms ben ik echt afschuwelijk lam (lacht). Maar ik luister wel naar jazz uit alle mogelijke periodes: vorige week trouwens nog naar ‘Time Lines’ van Andrew Hill, een geweldige plaat die nog maar net tien jaar oud is. Al moet ik toegeven dat ik platen uit de eighties en nineties heb die ik nauwelijks opleg omdat er maar één straf nummer op staat. Precies daarom bestaan er dus compilaties: het beste van het beste, bijeengebracht door mensen die het harde schiftwerk voor jou gedaan hebben.»




Art Blakey and The Jazz Messengers: 'Moanin’' (1958)

De keuze van: Winok Seresia, drummer en Kapitein Winokio.

WINOK SERESIA «Een trompet spelende schoolvriend op de kunsthumaniora heeft me in de jazz geïntroduceerd: op een dag kreeg ik van hem een cassettebandje waar vanalles en nog wat op stond – John Coltrane, Arturo Sandoval, Art Blakey. Van die laatste vond ik het nummer ‘Moanin’’ fantastisch, maar ik kreeg pas echt kiekenvlees van ‘Blues March’, uit dezelfde plaat. Het begint als een oerwesters, bijna militair marsnummer dat is opgebouwd rond een simpel bluesschema. Na een paar keer luisteren kon ik de melodie al meefluiten, en ik wist: ‘Hey, dit vat ik.’ ‘Blues March’ was de uitgestoken hand die mij in de jazzwereld heeft getrokken, en ‘Moanin’’ de plaat die ik altijd weer aanraad aan jazzleken – ‘Du jazz dans le ravin’ van Serge Gainsbourg zit er ook altijd bij, net als iets van Thelonious Monk.

'Nina Simone vond 'My Baby Just Cares for Me' een verschrikkelijk nummer – lastig, want het heeft haar haar hele leven lang achtervolgd'

»Omdat ik zelf jazzdrummer van opleiding ben, heb ik altijd een boon gehad voor Blakey: hij wilde niet zomaar uitvoeren wat een trompettist of saxofonist had bedacht, maar was liever zélf the leader of the pack – vond ik heel stoer. Op de Jazzstudio grapten we trouwens dat de speelstijl van elke drummer in z’n naam vervat zit, en voor Blakey klopte dat als een bus: zijn handelsmerk was zo’n roffel die van stil naar heel luid ging – ‘Arrrrrrrrt Blakey!’ (lacht) Mijn pianoleraar David Crane had Blakey één keer live aan het werk gezien, en ’t was blijkbaar het allerluidste concert dat hij ooit had meegemaakt. Kortom: Blakey bewijst dat jazz héél erg rock-’n-roll kon zijn.»




Miles Davis: 'Nefertiti' (1968) & 'In a Silent Way' (1969)

De keuze van: Stefan Hertmans, schrijver.

STEFAN HERTMANS «Twee platen die ik maar niet kapotgespeeld krijg – ik kan ze ook niet los van elkaar zien. ‘Bitches Brew’ wordt veel vaker geciteerd, maar die vind ik een tikje minder interessant: ‘Nefertiti’ en ‘In a Silent Way’ dragen nog de erfenis van John Coltrane en zijn kwartet met zich mee, maar verkennen tegelijk nieuwe grond.

»Op ‘Nefertiti’ zet Miles de jazz op simpele maar bijzonder efficiënte wijze op zijn kop, net zoals hij tien jaar eerder had gedaan met ‘Kind of Blue’. Hij is nooit zo’n virtuoos geweest als pakweg Charlie Parker, John Coltrane of Dizzy Gillespie, maar hij slaagt er toch in om potten te breken met zijn zogenaamde tweede kwintet. Zelf speelt hij van die doodsimpele deuntjes, die hij bovendien de hele tijd herhaalt, terwijl z’n muzikanten om hem heen allemaal tegelijk improviseren. Het lijkt wat op freejazz, het rommelt als gek, maar het is toch heel gestructureerd.

»Met ‘In a Silent Way’, dat een dik jaar later uitkomt, gaan Miles en de zijnen voort op hetzelfde elan, en ze vinden gelijk een nieuw genre uit: funk fusion. Miles speelt op dezelfde manier trompet, maar zijn begeleidingsgroep is compleet elektrisch: Chick Corea op piano, Joe Zawinul op orgel, en de geweldige John McLaughlin op gitaar. Ik kijk op YouTube geregeld naar concerten die Miles in die jaren gaf: hij speelde vaak maar een handvol noten, maar je moet vooral op zijn lichaamstaal letten – hij dominéérde het podium. En belangrijk: hij trok zijn muzikanten echt omhoog, met bijna niets, en dat is grote klasse.

»Ik luister veel naar klassieke muziek én naar pop, maar jazz is een aparte ervaring. Heel fysiek, vooral: het spreekt mijn lijf én mijn intelligentie aan, en het ritme is echt heel erotisch – het maakt je lijf wakker. Kortom: ’t voelt een beetje zoals naar de sauna gaan (lacht).

'Abbey Lincoln is niet de bekendste jazz-zangeres, maar ze moet zeker niet voor Nina Simone of Ella Fitzgerald onderdoen'

»Jazz is voor mij de grootste muzikale erfenis van de twintigste eeuw. Jazz spélen is ook fantastisch: ik ben als gitarist begonnen met pop en blues, maar in mijn studentenjaren ben ik dan in een jazzband beland met de broer van trompettist Bert Joris. Ik studeerde me suf op de akkoorden van mijn favoriete West Coast-gitaristen, maar ik voelde dat ik tekortschoot: ofwel moest ik écht voluit gaan, ofwel de handdoek in de ring gooien. Toen ik dacht aan het talent van mijn broer – ik had hem de beginselen van de jazzgitaar geleerd, maar na een paar maanden was hij al beter dan ik – was het pleit meteen beslecht: ik besloot de gitaar dan maar als een hobby te beschouwen. Ik treed af en toe nog op met een jazzband, maar niet als gitarist: ik lees gedichten voor bij composities die er dicht bij aanleunen.»




Nina Simone: 'Little Girl Blue' (1958)

De keuze van: Gregory Frateur, zanger bij Dez Mona.

GREGORY FRATEUR «Ik luisterde als tiener vaak naar wat ik in mijn vaders platenkast vond, gospel en zo. Tot ik op mijn 17de ‘Sinnerman’ van Nina Simone op de radio hoorde: ik dacht dat ik naar een man met een uitzonderlijk hoge stem luisterde – ze klonk heel donker en bezwerend, helemaal anders dan op ‘My Baby Just Cares for Me’, dat ik ook kende van de radio. Ik begon al haar platen te kopen, en in de platenkast van mijn vader stootte ik zowaar op haar debuut ‘Little Girl Blue’ (lacht). Het staat vol prachtnummers: ‘My Baby’ natuurlijk, volgens de legende pas op het laatst aan de plaat toegevoegd omdat de platenfirma graag een uptempo song wilde. Zij vond het trouwens een verschrikkelijk nummer – lastig, want het heeft haar haar hele leven lang achtervolgd. Voorts staan er ook jazzstandards als ‘Mood Indigo’ en ‘I Loves You Porgy’ op; haar versie van dat laatste nummer is de meeste sublieme die ooit op plaat is gezet.

»Simone heeft me echt naar de jazz gedreven, en ze heeft me op vele vlakken geïnspireerd: dat je je hart moet volgen, bijvoorbeeld. Zelf heeft ze dat niet altijd gekund: ze had een klassieke opleiding genoten, maar is toch in de jazz beland omdat ze geld nodig had – gelukkig zorgde die spreidstand voor een uniek geluid. Ze kon geweldig goed improviseren, maar ze haalde haar inspiratie ook bij verschillende stijlen. Ik heb haar nooit live gezien, maar volgens haar vertrouweling Roger Nupie was ze fenomenaal op het podium: niet alleen haar pianospel, maar ze regisseerde ook alle andere muzikanten – pure magie.

»Gek genoeg wordt Nina Simone in jazzkringen nog niet zo lang naar waarde geschat: op de Jazzstudio kwam ze, anders dan Ella Fitzgerald, niet aan bod; en toen ik tien jaar geleden een tribute voor haar organiseerde, was ik verbaasd dat doorgewinterde jazzlui als Ewout Pierreux en Tutu Puoane haar werk nauwelijks kenden. Ze heeft nochtans een immens repertoire: iets van een 500 songs, waaronder eigen nummers, covers en nummers waarvan ze gewoon deed alsof zij ze had geschreven (lacht).»




Abbey Lincoln: 'Abbey Is Blue' (1959)

De keuze van: Melanie De Biasio, zangeres.

MELANIE DE BIASIO «Voor mij is het belangrijk om te weten wie de jazzleek is aan wie je zo’n plaat cadeau zou doen: is het een man of een vrouw? Is hij of zij extravert, of toch eerder verlegen? Als het antwoord luidt ‘een vrouw zoals ikzelf’, dan is ‘Abbey Is Blue’ de perfecte plaat. Abbey Lincoln is niet de bekendste jazz-zangeres, de namen van Nina Simone of Ella Fitzgerald doen vaker een belletje rinkelen, maar wat mij betreft moet ze daar zeker niet voor onderdoen. Ik hou heel erg van haar werk met drummer Max Roach, met wie ze getrouwd was, maar die platen zijn veel wilder, en misschien wat minder geschikt voor beginners. ‘Abbey Is Blue’ is daarentegen heel bluesy: de nummers gaan er dan ook makkelijk in, en Abbey zingt met volle overgave. Soms klinkt ze op het fragiele af, maar in een song als ‘Let Up’ zingt ze de blues niet zomaar: ze stóómt ’m. De plaat zit vol mooie melodieën, maar is tegelijk harmonisch heel complex. Ze is direct én subtiel: begrijpelijk dat ook de muzikantenvrienden aan wie ik ze door de jaren heen cadeau deed er altijd heel blij mee waren (lacht).

'Draai jazz op een platenspeler, en het lijkt alsof je een open haard hebt'

»Mijn lievelingsplaten zijn degene waarvan je het gevoel krijgt dat ze je gezelschap houden. Ik hou ervan om ze ’s avonds te beluisteren terwijl ik nog iets anders doe: dan lijkt het alsof ik er helemaal door ingekapseld word. Goeie jazz is vaak complex, dus je kunt niet van elke plaat verwachten dat je er zomaar kunt binnenvallen: het duurt vaak een tijdje voor je de toegangsdeur gevonden hebt. Een beetje nieuwsgierig zijn helpt, en je moet ook bereid zijn om ze stap voor stap beter te leren kennen. Bij mij helpt het als ik ze op vinyl draai: ik woon in een klein appartementje in Brussel, maar als ik zo’n mooie jazzplaat speel, lijkt het vaak alsof ik een open haard heb – vinyl lijkt de boel helemaal op te warmen.

»Ik ben trouwens pas écht naar jazz beginnen te luisteren toen ik naar het conservatorium ging, voordien kende ik er niet zoveel van. ’t Is daar dat ik in contact ben gekomen met het werk van jazzlegendes als John Coltrane: sommige van zijn platen zijn verschrikkelijk mooi, maar laten zich niet altijd even makkelijk beluisteren. Als ik één plaat van hem zou moeten tippen, dan wel ‘Ballads’: daarop speelt hij niet als de wildeman die we doorgaans in hem zien.»




John Coltrane: 'A Love Supreme' (1965)

De keuze van: Andrew Claes, saxofonist bij STUFF., BRZZVLL en Internal Sun.

ANDREW CLAES «‘A Love Supreme’ is de best verkochte jazzplaat aller tijden, en dat is eigenlijk een klein mirakel. Of niet: per slot van rekening is het een godsdienstig manifest, een lyrische ode aan de Schepper zelve (lacht). Serieus: toen ik de plaat voor het eerst hoorde – ik was een jaar of 14, 15 – wilde ze er niet in: ’t was echt té intens. Je luistert en denkt: ‘Wat is me dat hier?’ Maar ik heb volgehouden, en dat heeft geloond. Kijk: ik beschouw muziek als een communicatiemiddel, en genres als talen, en daar moet je ook een beetje inkomen. Toen ik voor het eerst ‘Miles in the Sky’ van m’n andere held Wayne Shorter hoorde, klonk dat me gewoon raar in de oren, maar nu snap ik beter hoe fantastisch hij is.

»‘A Love Supreme’ heeft me heel erg aan het denken gezet: ik wilde vooral weten waarom ze me zo naar de keel grijpt. Uiteindelijk komt het door dat onbestemde gevoel dat me ook overvalt als ik naar Jimi Hendrix luister, of naar Boards of Canada of Aphex Twin – iets dieps dat je moeilijk onder woorden kunt brengen, iets dat je tegelijkertijd verwart en ontroert, wars van genres of stijlen. Je zou dat ‘mystiek’ kunnen noemen, maar Coltrane noemt het gewoon ‘God’: op de hoes staat een dankgebed van hem afgedrukt, en in het laatste nummer ‘Psalm’ zet hij die woorden bijna letterlijk om in muziek. Toen ik dat doorhad, was ik er zo van onder de indruk dat ik het zelf ook eens geprobeerd heb, maar dan met een gedicht van Paul van Ostaijen – het mijne was minder indrukwekkend (lacht). Tot slot: je wilt niet weten hoe vaak ik tijdens het beluisteren van deze plaat al luchtsaxofoon heb gespeeld. Eén woord: machtig.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234