null Beeld

'Sterke meisjes huilen niet': Lore T. zat 5 jaar in de klauwen van een tienerpooier

Niet zo lang geleden liep er een brief binnen bij Child Focus: ‘Jullie hebben me meermaals moeten laten opsporen de laatste vijf jaar,’ schreef Lore T. ‘Ik wil jullie bedanken en zeggen hoezeer het mij spijt. Ik zat jarenlang vast in een loverboycircuit.’

'Als ik deed wat hij vroeg, was hij lief. Maar één verkeerde stap en ik kreeg met de zweep, zoals de olifanten in het circus'

Als we Lore T. (18) spreken op het kantoor van Child Focus, klinkt ze vastberaden: ze wil dat andere meisjes niet in de val van een tienerpooier trappen. Of als het daarvoor al te laat is: dat haar verhaal hun de moed geeft om hulp te zoeken. Lore zélf heeft daar dik vijf jaar over gedaan: toen ze nog geen 12 was raakte ze verstrikt in het web van tienerpooier Mo, pas op haar 17de wist ze eruit te ontsnappen.

Lore T. «Al die tijd wist niemand wat er met mij aan de hand was. Ik hield alles voor mezelf. Ik schaamde me, maar ik was ook bang. Had ik tegen iemand iets gezegd, dan was ik in een lijkzak beland. Of dan hadden ze mijn mama of zusje iets aangedaan. Daar dreigden ze altijd mee.»

HUMO Zo schreef je het ook in je dankbrief aan Child Focus: ‘Zonder jullie zoekwerk zat ik nu al lang in een lijkzak.’

null Beeld

Lore T. «Ik was bijna 18 toen ik dat schreef, en was ongeveer een jaar uit het tienerpooiercircuit. Ik wilde met een schone lei beginnen en daarom wilde ik iedereen bedanken die ervoor had gezorgd dat ik er nog was. Maar ik had nooit verwacht dat ik een antwoord zou krijgen op mijn brief, laat staan dat dit boek er zou komen.»

HUMO Dat boek begin je met een bekentenis: ‘Ik mis het.’

Lore T. «Ik wil niet de verkeerde indruk wekken – ik mis het niet zo hard dat ik ooit zou teruggaan – maar vijf jaar lang was mijn leven één groot, spannend avontuur. Als ik de prostitutie even buiten beschouwing laat, dan heb ik me soms ook geamuseerd. Het was een tijd van wilde feestjes, van geld in overvloed en mooie kleren. Nu vind ik mijn leven zo saai. Het enige wat ik nog doe, is naar school gaan. Komt daarbij dat die bende van tienerpooiers aanvoelde als de familie die ik nooit had gehad. Ze sloegen en bedreigden me, dwongen me in de prostitutie, maar ze waren er ook altijd voor me als ik hen nodig had of in de problemen zat.»


Een mamakramp

HUMO ‘Het stond in de sterren geschreven dat ik in de handen van tienerpooiers zou terecht- komen,’ schrijf je.

Lore T. «Ik had geen familie, zat al sinds mijn 5de periodes in een instelling, en ik was onzeker. Daar gaan ze voor: de kwetsbaarste meisjes. Die kunnen ze het meest wijsmaken. Ik was ook pas 11, hè. Wist ik veel of ik kwetsbaar was. Ik wist alleen: ‘Ik ben geen normaal meisje, zoals degenen die wél een gezin hebben.’»

HUMO Je jeugd was bikkelhard: toen je 5 was, zei je mama dat jullie op vakantie gingen. In plaats daarvan bracht ze je naar de instelling en liet ze je achter, om zelf weer even in te checken in de psychiatrie.

Lore T. «Ze liet me daar achter samen met mijn broer. Ik snapte het niet: ‘Zie ik mijn mama ooit nog terug?’ Ik hield van haar, maar in de instelling zeiden ze dat ze slecht was en dat ze niet voor me kon zorgen. Mijn vader is nooit in the picture geweest. Die van mijn broer wel: hij werd uit de instelling gehaald door de ouders van zijn vader, terwijl ik er achterbleef. Zo voelde ik me ook nog eens bedrogen door mijn broer. De eenzaamheid was verpletterend.»

HUMO Toen kwam de drang om koste wat kost niet alleen te zijn, om liefde te krijgen.

Lore T. «In de instelling kreeg ik die liefde niet. De begeleiders moesten professioneel zijn, afstand bewaren. Ze praatten en lachten wel met me, maar het kwam nooit in de buurt van ouderliefde.

»Ontelbare keren heb ik op mijn mama zitten wachten. Dan kwam ze wéér maar eens niet opdagen. En toch bleef ik haar graag zien. Ik legde de schuld nog liever bij mezelf. Dat doe ik nog altijd.»

HUMO Je bent niet kwaad op haar?

Lore T. «Natuurlijk ben ik kwaad. Ze heeft me in de steek gelaten, heeft me uitgescholden, gezegd dat ik haar dochter niet ben. Maar aan de andere kant weet ik dat ze het niet slecht bedoelt: ze heeft borderline. Soms schoot ze in een mamakramp: dan wilde ze ons bij haar en zou ze het goed doen, maar een week later zaten we weer bij af. Het lukte haar gewoon niet.»

HUMO Als er iemand voor je was geweest in je jeugd, was het dan anders gelopen?

Lore T. «Ja. Als ik iemand had gehad die van me hield, dan was ik niet zo vatbaar geweest voor die lieve woordjes en het beetje aandacht. Dan was ik op mijn 11de niet met Mo meegegaan.»

HUMO Toen hij jou uitkoos uit een groepje vriendinnetjes, was je trots.

Lore T. «Ik voelde me plots niet meer onzichtbaar. Hij was 22 en zó knap (giechelt). Hij was gespierd, had een fijn, verzorgd baardje, z’n haar zat altijd goed en hij droeg mooie kleren. In mijn ogen was hij de perfecte jongen. Ik was te jong om te denken: ‘Waarom schenkt een jongen van 22 zoveel aandacht aan een 11-jarig meisje?’ Ik wilde gewoon de andere meisjes van mijn school jaloers maken. En niemand had me ooit gewaarschuwd voor dat soort jongens. Drugs zijn slecht en je mag niet dronken rijden, dat wist ik wel. Maar een tienerpooier? Nog nooit van gehoord.»

undefined

null Beeld

undefined

'Drugs zijn slecht en je mag niet dronken rijden, dat wist ik wel. Maar een tienerpooier? Nog nooit van gehoord'

undefined

Afgerichte olifant

Mo begon zijn prooi al snel te bewerken: hij stond haar op te wachten aan de schoolpoort, ging iets met haar eten, nam haar uit shoppen en fluisterde haar toe hoe speciaal ze was.

Lore T. «Toen nam hij me mee naar zijn appartement. Daar liet hij me eerst een joint roken en daarna ontmaagdde hij me. Vervolgens nam hij me mee naar een ander appartement, waar ik voor de eerste keer naar bed moest met andere mannen. Ik wilde niet en probeerde weg te gaan, maar Mo begon te dreigen: ‘Als je dit niet doet, dan sla ik je.’ ‘Oké, één keer,’ dacht ik. ‘En daarna spreek ik nooit meer met hem.’ Maar zodra het voorbij was, deed hij weer poeslief: ‘Je hebt het keigoed gedaan. Ik ben trots op je.’ Dat had nog niemand ooit tegen me gezegd.

»De volgende dag stond hij weer aan de schoolpoort. Ik wilde niet meegaan, maar hij drong aan. Op zijn appartement begon hij weer op me in te praten: ‘Je kunt hier niet zomaar uit stappen.’ Ik was een 11-jarig meisje en voor me stond een beer van een gast. Zo intimiderend. Toen was het al te laat.»

HUMO Hij mishandelde je ook.

Lore T. «Ik voelde me net een circusdier. Als ik deed wat hij en zijn mannen vroegen, dan waren ze lief. Maar één verkeerde stap en ik kreeg zweepslagen, zoals de olifanten in het circus. Vaak raakte ik na zo’n rammeling amper nog mijn bed uit. Ze sloegen me nooit in mijn gezicht, want dan zou ik niet meer kunnen werken.»

HUMO Dat werken kwam erop neer dat Mo je oppikte aan de schoolpoort en naar de klanten bracht die hij voor je had geregeld.

Lore T. «In het begin wel, maar na een tijd bleef ik gewoon bij hem. Dan keerde ik een paar weken niet meer terug naar de instelling, tot de politie me oppakte en terugbracht.»

HUMO Liet hij klanten naar zijn appartement komen?

Lore T. «Soms, maar meestal moest ik naar hotels, waar ze op me zaten te wachten. Ik heb véél hotels gezien.»

HUMO Vond niemand in zo’n hotel het raar dat een meisje van 11, 12 jaar in haar eentje een hotel binnenkwam en meteen naar een kamer liep, zonder in te checken?

Lore T. «Ik zag er geen 12 uit. Ik kon voor 17 doorgaan. Mo had me ook de instructie gegeven zo onzichtbaar mogelijk naar boven te gaan. De klanten waren tussen 20 en 40 jaar, maar er zaten ook oudere mannen tussen. Na zo’n hotelbezoek voelde ik me slecht, vies en misbruikt, maar na een tijdje werd ik het gewoon. Ik draaide de knop om in mijn hoofd, liet die mannen doen en dacht intussen aan iets anders. Het was overleven.»

HUMO Beschouwde je Mo intussen als je vriendje?

Lore T. «Ja, hij is vijf jaar lang mijn vriendje geweest. Hij ging niet met andere meisjes, alleen met mij. Ik sliep bij hem, woonde bij hem, was eigenlijk zijn vrouw, die voor hem kookte en opruimde terwijl hij ging werken. Maar natuurlijk was hij intussen de pooier van veel meer meisjes, die hij ronselde en opleidde. In die vijf jaar zijn er zo toch een veertigtal geweest. Met twee of drie had ik een goed contact; de anderen kende ik amper.

»Jij kunt je wellicht niet voorstellen dat een tienermeisje zo’n leven kan leiden, maar voor mij was het net omgekeerd: ik kon me geen normaal leven voorstellen. Ik heb nooit iets anders gekend dan agressie en onveiligheid. Op mijn 6de kreeg ik al te horen dat ik een agressieprobleem had. Dan dacht ik: ‘Duh, hoe zou dat nu komen?’ Vandaag heb ik nog altijd een probleem met agressie, al gaat het nu beter. De enige die me nu nog agressief krijgt, is mijn mama: zij weet perfect welke knopjes ze moet indrukken.»


Marionetten

Mo en zijn criminele bende verplichtten Lore en de andere meisjes niet alleen om zich te prostitueren, ze schakelden hen ook in voor andere lucratieve zaakjes.

Lore T. «Ik moest met de trein drugs transporteren van Nederland naar België. Ik heb ook zelf meisjes geronseld en opgeleid. Toen Mo een tijd op, euh, zakenreis ging, zette hij me zelfs aan het hoofd van zijn organisatie. Dat deed hij omdat ik had gevraagd om niet meer met andere mannen naar bed te hoeven gaan. Dat had ik beter niet gedaan: hij stemde toe, maar toen duwde hij me de dossiers van alle meisjes in handen. ‘Zie maar dat je het gedaan krijgt,’ zei hij. Ik wist dat ik eraan ging als ik één fout zou maken.»

HUMO Dan had hij je vermoord?

Lore T. «Tuurlijk! Wij waren marionetten voor hen. Wapenhandel, drugshandel, vrouwenhandel: ze deden het allemaal. Ik heb verschillende keren een mes tegen mijn keel of een revolver tegen mijn hoofd gekregen.»

HUMO Op een bepaald moment wilden ze dat je je beste vriendin zou ronselen. Je weigerde, ook al wist je dat jij dan de klappen zou krijgen.

Lore T. «Ik heb nooit veel vriendinnen gehad en werd gepest op school. Zij was de enige die er altijd voor me had gestaan, als een grote zus. Ik kon het niet over mijn hart krijgen. Dan kreeg ik maar slaag, dat kon me niet schelen.»

HUMO Voor de andere meisjes die je ronselde, was je niet zo barmhartig.

Lore T. «Ofwel wás je de prooi, ofwel pákte je de prooi. Ik vond die meisjes in instellingen, op straat, tijdens het uitgaan. Moeilijk was het niet: ik moest gewoon contact leggen met meisjes die net zo waren als ik – kwetsbaar en onzeker.»

HUMO ‘Sterke meisjes huilen niet,’ leerde Mo je. Vind je jezelf sterk?

Lore T. «Nee. Mo zei me dat ik sterk was, dat ik anders was dan de andere meisjes. Maar van mezelf vind ik dat niet.»

Yasmin Van Damme (van Child Focus) «Maar Lore! Jij bent het sterkste meisje dat ik ken.»

Lore T. (lacht verlegen) «Ik heb nog altijd geen zelfvertrouwen. Ik vind mezelf ook nog altijd lelijk.

»Veel van de andere meisjes raakten verslaafd aan drugs. Anderen gingen naar het buitenland. Dan stelde Mo voor om op vakantie te gaan en kwamen ze nooit meer terug. Geen idee wat er met hen gebeurde: werden ze verpatst? Zijn ze vermoord? Daar was ik nog het meest bang voor: dat mij hetzelfde zou overkomen. Mo zei altijd: ‘Alleen stoute meisjes verdwijnen.’ Nóg een reden om te luisteren.»


Abortus op 13

Lore T. «Soms liet ik me oppakken, omdat ik het beu was: dan ging ik aan het station rondhangen, tot de politie me in de gaten kreeg en me naar de instelling terugstuurde. Maar na een maand of twee, drie moest ik toch weer terug naar Mo. Onherroepelijk. Ik was ervan overtuigd dat hij de enige was die echt om me gaf. Ik kan niet uitleggen wat het was, maar hij was als een drug. Hij gaf me een gevoel dat ik nooit eerder had gekend.

»Ik heb altijd gefaald: iedereen zei dat ik een slecht kind was, mijn grootouders vonden me onhandelbaar, ik heb mijn school niet afgemaakt. Als ik dan weer in de instelling zat en naar school ging, dan ging het even goed met me. Maar dat gevoel – even niet falen – schrikte me af. Ik kende dat niet. Dan liep ik terug naar Mo. Dat leven kende ik tenminste, ook al was het slecht.»

HUMO Op een bepaald moment zat je in de abortuskliniek. In de wachtzaal zag je een moeder en dochter hand in hand zitten. ‘Zo zou het moeten zijn,’ dacht je. ‘Maar ik zit hier alleen.’

Lore T. «Tja, Mo kon moeilijk met me mee. Natuurlijk was ik kwaad – ik was 13 en zat daar al voor mijn tweede abortus – maar ik begreep ook wel dat hij daar niet kon zijn. Dat zou te veel opvallen.»

HUMO Vroeg de dokter zich niet af hoe het kon dat een meisje van 13 in haar eentje langskwam voor een abortus?

Lore T. «Waarschijnlijk dacht hij wel dat er iets niet in de haak was. Maar wat kon hij doen? Ik ben altijd blijven zwijgen en ontkennen.»

HUMO Eén man leek je wel te begrijpen: je jeugdrechter. Nadat je in een auto had ingebroken, stuurde hij je naar de gesloten instelling van Beernem. Niet als straf, maar om je te laten bekomen. Je zag hem als een soort ideale papa.

Lore T. «Hij keek verder dan de feiten, voorbij de slechte dingen die ik heb gedaan en die verhullen wie ik écht ben. Maar ook aan hem vertelde ik niets. Hij was niet dom – hij wist dat ik met foute lui optrok. Hij smeekte me namen te noemen, maar dat ging niet. Dat begreep hij. Ik was tenslotte niet het eerste meisje dat naar de jeugrechtbank kwam met zulke problemen. Er zijn er veel, hoor. Héél veel.»

De voorbije twee jaar telden ze bij Child Focus 60 slachtoffers van tienerpooiers.

Yasmin «En het fenomeen is zeker niet aan een terugval toe: in de eerste negen maanden van dit jaar hebben we nu al 27 aanmeldingen gekregen. Bij 10 ervan zijn we zeker dat het slachtoffers zijn; bij de andere 17 hebben we sterke vermoedens.»

HUMO Uit het verhaal van Lore blijkt vooral hoe de hulpverlening faalt op het vlak van tienerprostitutie. Niemand deed iets.

Yasmin «We zijn heel hard aan het lobbyen, maar op dit moment is er in ons land niks voor die meisjes. Het enige wat de jeugdrechter kan doen, is hen naar Beernem sturen. Het risico op weglopen is zo groot,dat een open instelling niks uithaalt. In Beernem doen ze hun best, maar de hulpverleners zitten zelf met de handen in het haar. Slachtoffers van tienerpooiers krijgen nu wel een aparte leefgroep, wat extra vorming en seksuele opvoeding, maar dat volstaat niet. Wat die meisjes nodig hebben, is een compleet aparte instelling in the middle of nowhere, mét specifieke begeleiding. Psychologen moeten op hen kunnen inpraten: ‘Dit is géén liefde. Dit is géén vriendje. Dit is een pooier.’»

undefined

null Beeld

'Vijf jaar lang was mijn leven één groot, spannend avontuur. Nu ga ik alleen maar naar school'


Vrouwelijke Mo

Doorgaans slagen de meisjes er maar niet in de ware aard van hun pooier te zien. Altijd blijft er een stukje van de verheerlijking hangen. ‘Ik was niet de enige beschadigde ziel,’ schrijft Lore in haar boek. ‘Onze hele familie, alle leden van het tienerpooier-circuit waren gebroken, kapotgemaakte mensen.’

Lore T. «Ik weet niet waarom Mo deed wat hij deed. Hij heeft een slechte jeugd gehad. Ik zal hem niet verdedigen, maar ik vind dat ze niet alleen maar de meisjes moeten helpen. Er zijn ook veel jongens die hun toevlucht nemen tot geweld omdat ze niks anders hebben gekend.

»Wij voelden ons goed bij elkaar omdat we allemaal beschadigd waren. De rest van de maatschappij moest ons toch niet. Wij begrepen elkaar, we zaten in hetzelfde schuitje. Mo zei het me letterlijk: ‘Vertrouw niemand, behalve ons.’»

HUMO Maar ze ranselden je af.

Lore T. «Ja, maar ze deden het niet uit... (valt stil) Iemand met een goed leven begrijpt niet wat wij deden. Sloeg Mo me, dan overtuigde hij me ervan dat hij het alleen maar deed uit liefde. ‘Als ik je niet sla wanneer je iets fout doet,’ zei hij, ‘hoe zul je het dan ooit leren?’ Ik geloofde hem. ‘Zo werkt een relatie,’ dacht ik. Hij zou me alles bijbrengen wat ik nodig had in het leven.»

HUMO Inclusief seks: hij was het die je ontmaagdde.

Lore T. «Ik denk dat hij me daarom bij zich hield. De andere meisjes waren ouder – 13, 14 – en ze zaten er ook al langer. Het is toch speciaal als je iemand hebt ontmaagd? Dat onthoud je toch? Mo is niet onmenselijk. »

HUMO Waarom kun je nog zoveel begrip voor hem opbrengen?

Lore T. «Ik ben geen negatief, haatdragend mens. Ik spreek niet goed wat hij heeft gedaan, maar... Hoe moet ik dat uitleggen? (Kijkt vragend naar Yasmin) Help me even. Ik wil Mo écht niet in een goed daglicht stellen.»

HUMO Hij is erg manipulatief.

Lore T. «Ja. Ik denk dat ik zelf ook zo’n beetje ben geworden: ik krijg altijd mijn zin. Eigenlijk heeft hij me naar zijn beeld gekneed. Ik was de vrouwelijke Mo.»

HUMO Boezemt dat idee je angst in, dat je bent geworden zoals je leermeester?

Lore T. «Tuurlijk. Maar ik heb nu al een tijd een vriendje: hij heeft me ontkneed. Hij heeft een jaar lang op me ingepraat, me laten huilen en me elke dag de les gelezen: ‘Lore, hoe jij met jongens omgaat, wat jij doet, dat kan echt niet.’ Hij heeft me normaal gemaakt.»

HUMO Hield je van Mo?

Lore T. «Ik had van bij het begin gevoelens voor hem, maar na al dat geweld bleef daar maar weinig van over. Ik wist al van kleins af aan: als iemand je slaat, dan houdt hij niet van je. Dat had ik al zo vaak bij mijn moeder en haar partners gezien. Maar ondanks alles heb ik van Mo leren houden. Het is makkelijker om dingen te doen uit liefde. Anders ga je je toch maar verzetten en dat haalt niks uit. Dat heb ik bij veel meisjes gezien: elke dag werden ze in mekaar geslagen, omdat ze zich bleven verzetten. Dan dacht ik: ‘Waarom doe je niet gewoon wat ze vragen? Waarom maak je het jezelf zo moeilijk? We raken hier toch niet uit.’ Daar was ik van overtuigd: ik had geen hoop om ooit uit dat circuit te ontsnappen.»

HUMO Toen het uiteindelijk tóch gebeurde, ging dat niet van de ene dag op de andere. Het was een proces.

Lore T. «Eén dat begon toen ik deelnam aan een werkproject in Slovenië dat de instelling in Beernem op poten had gezet. Ik heb er twee maanden en drie weken op een boerderij gewerkt: de béste tijd van mijn leven. Voor het eerst in mijn leven had ik rust. Ik ben een nagelbijter, maar daar heb ik mijn nagels laten groeien. Tot ik terugkwam en mijn moeder op de luchthaven zag staan: tjak, nagel eraf.»

HUMO Miste je Mo en de rest van de familie niet in Slovenië?

Lore T. «Ik heb geen moment aan hen gedacht. Ik voelde hoe het échte leven kon zijn, als ze niet van je verwachten dat je je prostitueert. Dat heeft me geholpen om de stap te zetten.

»Dé druppel was de ontsnapping van mijn vriendin: ‘Als zij het kan, dan kan ik het ook,’ dacht ik. Mo en de anderen hebben me gestraft, omdat ik niet wilde zeggen waar ze was. Ze hebben me met vijf man verkracht. Maar daarna ben ik weggegaan om nooit meer terug te keren. Ik heb Mo nu al drie jaar niet meer gezien.»

HUMO Ben je niet bang dat ze achter je aan zullen komen?

Lore T. «Natuurlijk ben ik bang. Maar ik denk niet dat ze nog veel moeite zullen doen om me te vinden. Als Mo nu voor mijn neus zou staan en me zou vragen om terug te komen, dan doe ik het niet. Hij heeft me te veel pijn gedaan. Plus: ik weet nu hoe het werkt. Ik ben geen meisje van 11 meer.»

HUMO Maar je wil Mo niet straffen voor wat hij je heeft aangedaan?

Lore T. «Ik ben nooit naar de politie gestapt. Ik wil dat niet. Als Mo nog altijd met dezelfde dingen bezig is, dan loopt hij vroeg of laat toch tegen de lamp, met of zonder mijn hulp.»

HUMO Een tienerpooier wordt zelden veroordeeld, omdat zijn slachtoffers geen klacht indienen. Of omdat ze die intrekken zodra hij hun nog eens diep in de ogen kijkt in de rechtszaal.

Lore T. «Weet je waarom ik geen klacht tegen hem wil indienen? Ik heb geen zin om alles nog eens te vertellen. Ik ben mijn verleden beu. Met dit boek sluit ik dat hele hoofdstuk af. Toen ik mijn verhaal deed aan de journaliste die me hielp met mijn boek, voelde ik me ambetant en naakt – iemand zat mijn hele leven uit te vlooien. Vertellen luchtte me niet op; ik werd er vooral depressief van. Gisteren had ik mijn eerste interview voor dit boek en vannacht had ik er een nachtmerrie over. Dat wil ik niet meer. Na dit interview wil ik vergeten. Ik ben er klaar mee.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234