Sterren kijken: Terry O'Neill fotografeerde 60 jaar lang de beau monde van Hollywood en swinging London

Zoals altijd vraagt de cabby wat ik in Londen kom doen. Als ik de naam Terry O’Neill vernoem, barst hij uit: ‘Terry O’Neill?! The man’s a legend! Die heeft iederéén voor z’n camera gehad, en dan ook nog al die verrukkelijke vrouwen! Maar is hij niet al een tijdje dood, omgekomen in een freak accident?’

'Sterren zijn als kinderen: hun alles geven wat ze willen, is het domste wat je kunt doen'

Als ik dat even later aan Terry O’Neill (78 jaar oud en kerngezond) meld, moet hij er smakelijk om lachen. Zijn manager voegt eraan toe: ‘Terry’s geboorte, dát was een freak accident!’

De rest van wat de chauffeur zei, is waar: Terry O’Neill heeft zes decennia lang anyone who’s anyone gefotografeerd: Winston Churchill, John F. Kennedy, Marlene Dietrich, Elvis Presley, Frank Sinatra, Muhammad Ali, Groucho Marx, The Beatles en The Rolling Stones... Bovendien verlegden de sterren voor hem hun grenzen: hij kon Laurence Olivier vereeuwigen als travestiet, Richard Burton in bad, Raquel Welch aan het kruis en Brigitte Bardot in bed… Iedereen kent zijn werk, ook al besef je het vaak niet: zo was het hoesontwerp dat de Belg Guy Peellaert maakte voor Bowies ‘Diamond Dogs’ gebaseerd op een idee en foto’s van O’Neill. De iconische foto van Faye Dunaway in kamerjas, naast het zwembad van het Beverly Hills Hotel met haar net gewonnen Oscar, is van zijn hand – en niet alleen nam hij die foto, hij stal ook haar hart.

HUMO Je wilde eigenlijk muzikant worden, maar je werd één van de beroemdste fotografen van je tijdperk. Hoe verliep de overgang van de ene ambitie naar de andere?

Terry O’Neill «Ik wilde de allerbeste jazzdrummer van de wereld worden. In tussentijd had ik bij een vliegmaatschappij een job als steward aanvaard, omdat ik wist dat je, als je naar New York vloog, na elke vlucht drie dagen vrij had en dat je die tijd noodgedwongen moest doorbrengen met een handvol aantrekkelijke stewardessen (grijnst). Op een dag nam ik op de luchthaven puur toevallig een foto van een man die in slaap was gevallen te midden van een horde Afrikaanse notabelen in traditioneel kostuum: het bleek Rab Butler te zijn, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. Die foto werd gepubliceerd en ik kreeg de opdracht om alle sterren te fotograferen die door de douane passeerden – dat leverde dagelijks exclusieve foto’s op. Daarna verongelukte mijn grootste concurrent en moest ik ook zijn job overnemen: foto’s nemen op filmsets.»

HUMO Had jij zijn auto gesaboteerd?

O’Neill (lacht) «Neen, hij is gestorven in een vliegtuigongeluk, ik was niet eens in de buurt. Maar zo werd ik op mijn 21ste de jongste fotograaf die Fleet Street (synoniem voor de Britse pers, genoemd naar de Londense straat waar de grote kranten gevestigd zijn, red.) ooit gekend heeft. De prille televisie zond toen een programma voor de jeugd uit dat ‘Cool for Cats’ heette, en mijn hoofdredacteur had het gevoel dat het weleens wat zou kunnen worden met die nieuwe generatie popsterren. Dus moest ik naar Abbey Road, waar een onbekend groepje opnam dat zich The Beatles noemde. Toen die foto’s werden gepubliceerd, vloog de volledige oplage van de krant weg en werd ik meteen benaderd door Andrew Loog Oldham, de manager van The Rolling Stones, die erop aandrong dat ik ook zijn groepje fotografeerde. Maar mijn hoofdredacteur zei: ‘Wat zijn dat voor lelijkerds, bezorg me liever foto’s van de The Dave Clark Five, die zien er beter uit.’ Dat deed ik. Hij publiceerde beide groepen naast elkaar, onder de hoofding ‘Beauty and the Beasts’. Waarop Loog Oldham met mijn foto’s van The Stones naar de man trok die The Beatles had afgewezen en hem zei: ‘Wil je twéé keer dezelfde fout maken?’ Zo kwamen de Stones aan hun platencontract.»

HUMO Mensen praten altijd over swinging London alsof dat toen al een metropool was, maar al wat ik erover zag en hoorde, geeft de indruk van een dorp, een kleine vijver vol grote vissen.

O’Neill «Klopt, en in Chelsea, rondom de King’s Road, hadden alle protagonisten hun vrijgezellenflatje: Michael Caine, Peter Sellers, Mick Jagger… We hingen allemaal rond in de Ad Lib club, waar we ons luidop afvroegen wat we volgend jaar zouden doen als de trend van die popmuziek zou overgewaaid zijn en we een échte job zouden moeten zoeken. Ik herinner me dat Ringo Starr voor z’n moeder en echtgenote een keten van kapsalons wilde openen. Bill Wyman kondigde aan dat hij zou terugkeren naar z’n eerste job als technieker. En we plaagden Mick Jagger: stel je voor dat hij nog zou zingen als bejaarde – 40 was toen al bejaard, hè. Geen nood, meende Mick, hij zou altijd wel werk vinden als klerk bij een bank of een verzekeringsmaatschappij. Het was elke dag feest en zelfs het werk voelde nooit aan als werk: I’d be doing Jean Schrimpton one day and Twiggy the next…»

HUMO Met ‘doing’ bedoel je toch wel degelijk hen fotograferen?

O’Neill (monkelend) «Ik heb er altijd naar gestreefd om het nuttige aan het aangename te koppelen. Gek, ik herinner me niet dat ik ooit doelbewust een vrouw heb verleid, het leek allemaal vanzelf te gaan, het hing in de lucht.»

HUMO Er zijn aanwezige fotografen, die ingrijpen in de situatie, en anderen die onzichtbaar worden. Naar mijn ervaring zijn de onzichtbare, zoals Herman Selleslags, de beste.

O’Neill «Dat was ook mijn aanpak. Ik bleef op de achtergrond, werd één met het behang. Je loopt als buitenstaander al gauw in de weg. Filmsterren worden al de godganse dag door regisseurs getergd, het laatste waar ze op zitten te wachten, is een fotograaf die zich regisseur waant. Natuurlijk regisseerde ik altijd, maar ik deed het ongemerkt. Je moet een ster de illusie van totale controle laten. Mocht ik me in de aanwezigheid van Frank Sinatra hebben laten opmerken, hij zou me geen seconde langer getolereerd hebben.»

'Ik heb alle ladies' men van dichtbij gezien, maar niet één kon zo moeiteloos een vrouw om zijn vingers winden als Sinatra'

HUMO Frank Sinatra had een notoire hekel aan fotografen, die hij meermaals uitschold voor ‘sukkels’, ‘parasieten’ en ‘aasgieren’. Jij hebt dertig jaar met hem gewerkt…

O’Neill «Ik heb geluk gehad. Ik had op een filmset Ava Gardner leren kennen, misschien wel de knapste actrice van haar generatie en in die tijd Sinatra’s echtgenote. Ava was a great girl. Zij gaf me een briefje mee voor hem. Toen ik Sinatra een maand later om de hoek zag verschijnen van het hotel Fontainebleau in Miami, was mijn eerste reflex een foto van ’m nemen. Pas nadat ik had geklikt zag ik zijn vier imposante lijfwachten. Ook Sinatra zelf verstarde en gaf hun een teken. Ik stopte hem haastig Ava’s briefje toe. Hij las het en mompelde: ‘It’s okay, fellas, this kid is with me.’ Ik heb nooit geweten wat er in dat briefje stond, maar van toen af kreeg ik unrestricted access. Frank heeft me in al die jaren nooit verboden om een foto te nemen, zelfs niet op momenten dat hij duidelijk uitgeput, kwaad of gestresseerd was.»

HUMO Praatte je met hem over muziek?

O’Neill «Zelden. Ik heb ’m ooit aangemaand om een plaat met Ella Fitzgerald op te nemen – die twee samen, dat had vonken gegeven. Ik heb toen zelfs Norman Granz opgebeld, Ella’s manager, maar die bleek geen fan van Sinatra te zijn.

»(peinzend) Frank was een vreemde man. Heel cocky én heel onzeker. Een man die eenzaam kon zijn terwijl er dertig vrienden aan z’n voeten lagen. Hij was de belichaming van het cliché ‘it’s lonely at the top’. Maar hij was één brok charisma. Ik heb ze allemaal van dichtbij gezien, de ladies’ men – van Cary Grant en James Stewart tot Jack Nicholson en Warren Beatty – maar niet één kon zo moeiteloos een vrouw om zijn vingers winden als Sinatra.»

HUMO Hoe bereidde hij zich op een optreden voor?

O’Neill «Niet. Hij trok met militaire precisie zijn smoking aan, die was voor hem een soort harnas. Later, toen hij begon te kalen, zette hij ook een toupetje op. En hij luisterde altijd aandachtig naar hoe het publiek op het voorprogramma reageerde, meestal een komiek. Als het publiek stroef leek, begon hij de set met een pletwals, en loeiharde, swingende uppercut. Als het publiek daarentegen makkelijk lachte en uitgelaten was, opende hij de set met een zachter nummer.»

HUMO Begrijp jij waarom het Hollywood-icoon Ava Gardner is geëindigd op een smoezelig flatje in Londen?

O’Neill «Naarmate ze ouder werd, raakte Ava in de vergetelheid. Ze was excentriek en een tikje verbitterd. Ze dronk ook te veel, we zijn ooit uit een jazzclub gezet omdat Ava beledigende opmerkingen naar de zanger riep. You can’t blame her, really, ze was na tientallen optredens de topkwaliteit van Frank gewoon (grinnikt). Het was trouwens Frank die jarenlang discreet de huur van Ava’s flat betaald heeft, lang nadat ze met ruzie uit elkaar waren gegaan. Now that’s class.»

HUMO Je hebt ook een prachtige foto gemaakt van die andere crooner en ladies’ man: Dean Martin.

O’Neill «Ik had me verstopt in z’n kleedkamertje achteraan op het podium. Dean had de reputatie een chaotische, onberekenbare alcoholicus te zijn, maar op een tafeltje had hij al z’n benodigdheden voor die avond – van sigaretten en kam tot condooms – met grote precisie uitgestald, als waren het chirurgische instrumenten. Het viel me ook op dat Sinatra stiekem naar Dean Martin opkeek als zanger: als Dean zong, keek Frank altijd nauwgezet toe.»

HUMO Ik heb me laten vertellen dat Dean Martin, ook al was hij nog knapper en populairder bij de vrouwen dan Sinatra, liever z’n heil zocht bij callgirls, dan moest hij geen tijd stoppen in plichtplegingen en emoties.

O’Neill «Dat klopt. Dean was een golffanaat, hij vond golfen belangrijker dan seks en elke minuut die hij niet op de green kon doorbrengen, vond hij een verloren minuut. Sean Connery was ook zo, die heb ik zelfs ooit golfend op de maan gefotografeerd.»


CHAOS EN LUST

HUMO Jij hebt Elvis meerdere keren voor je lens gehad, in 1968, toen hij op scherp stond. Kon je toen al vermoeden hoe hij zou eindigen?

O’Neill «Neen, hij blaakte van gezondheid en was goedgeluimd. Hoe zou je zelf zijn, als elke avond ettelijke knappe vrouwen jou tijdens je concert de sleutel van hun hotelkamer toewerpen? Elvis was iets te dol op zijn entourage, net als Sinatra. Die twee konden niet alleen zijn. En ze werden te veel gepamperd. Sterren zijn als kinderen: hun alles geven wat ze willen, is het domste wat je kunt doen. Mijn vriend Tom Jones had me bij Elvis geïntroduceerd, zij zongen in Las Vegas bijna elke avond tot een stuk in de nacht duetten in Elvis’ hotelsuite. Elvis was a sweet guy, maar hij leek me wel wat naïef, ik had de indruk dat heel wat mensen uit z’n entourage misbruik maakten van zijn goedheid. Ik acht hen ook verantwoordelijk voor zijn dood, want zij waren het die hem allerlei lekkers toestopten. In die tijd was dat benzedrine en zo, dat leek toen normaal – James Bond nam het ook (grinnikt). Ook dát was trouwens een hallucinante belevenis: de keer toen ik met Sean Connery op het hoogtepunt van zijn roem als Bond door Las Vegas wandelde. Chaos en lust!

»Het grappige is dat ik Elvis al veel eerder had kunnen leren kennen: ik heb ooit drie maanden lang een affaire gehad met Priscilla. Ik weet nog hoe bij haar thuis op een dag de telefoon ging. ‘Neem even op, wil je?’ riep ze vanuit de badkamer. Het was ene Elvis. Priscilla heeft toen anderhalf uur met hem aan de telefoon gehangen. Ik was me van geen kwaad bewust.»

HUMO Jij hebt de verrukkelijke Priscilla zomaar laten gaan?

O’Neill «Ach, er waren toen zoveel meisjes. En ik was niet zo verlekkerd op Priscilla, to be honest – ik vond dat ze zich nogal smoezelig kleedde.»

HUMO In de aanwezigheid van welke oogverblindende vrouw had je moeite om je op het werk te concentreren?

O’Neill «Dat is nooit gebeurd. Raquel Welch sloofde zich altijd uit om zich op de set zo sexy mogelijk te gedragen, ze was bereid tot alles. We zijn nog steeds vrienden, ze ziet er nog steeds verrukkelijk uit. Ursula Andress poseerde zelfs naakt voor me, ook al wist ze dat we die foto’s toen niet konden gebruiken – een grote ster die naakt poseerde, dat was not done. Ik voelde wel wat voor Brigitte Bardotwho didn’t? – maar ik sprak geen woord Frans en zij geen woord Engels. We zijn wel in bed beland, maar enkel om daar foto’s te nemen.

»Wie nog? (Zucht) Ach, er waren zoveel vrouwen… Weet je, je hebt nooit alle elementen onder controle. Je denkt dat je de zaak stuurt, and then life happens. Ik had me bijvoorbeeld altijd voorgenomen om nooit met een actrice te trouwen. Maar toen leerde ik Faye Dunaway kennen en zij maakte me wijs dat ze wilde stoppen met acteren en dat ze klaar was voor kinderen. Maar dat is typisch voor actrices, die willen eerst één ding en dan weer een ander… Elke dag kreeg ik van Faye een ander facet te zien, ’t was als samenleven met een schizofrene kameleon.»

'Ursula Andress poseerde naakt voor me, al konden we die foto's toen niet gebruiken: een grote ster naakt, dat was not done'

HUMO Je hebt dus nooit je tegenwoordigheid van geest verloren in het gezelschap van Monica Vitti, Claudia Cardinale, Naomi Campbell, Sophia Loren, Anita Ekberg, Sharon Stone...? Ben je van steen?

O’Neill «Well, I was sort of aware of their presence, I suppose. Ik wist dat ze er waren, ik besefte wat hun allure was. Maar ik wist ook dat uitgerekend dat soort vrouwen niet houden van zwijmelende of opdringerige mannen. Ironisch genoeg was Frank Sinatra de ster met wie ik de meest intieme band kreeg. Er leek na verloop van tijd tussen ons iets te groeien dat op vriendschap leek, maar ik had geen zin om onderdeel uit te gaan maken van zijn posse, ik voelde me niet op m’n gemak als enige niet beroemd lid van de Rat Pack – or any other pack. Ik geloof ondertussen ook dat er een reden is waarom fotografen zich achter hun camera verschansen.»

HUMO Ik neem aan dat je op dat niveau behalve fotograaf ook psycholoog moet zijn?

O’Neill «Zeg maar gerust: psychiater. Als je op de planeet van een superster belandt, is álles van belang: wat je zegt, wat je níét zegt, je lichaamstaal, je kleren, wie je kent, van wie je afstand neemt, hoe goed je kunt luisteren… En het allerbelangrijkste is dan nog: de stemming van het moment correct inschatten.»

HUMO Er is een foto van jou waarop een zestigtal Hollywoodsterren van drie generaties poseren voor een soort klasfoto. Daar waren er ongetwijfeld een aantal bij die elkaar niet konden luchten. Wat doe je dan?

O’Neill «Niets, want ze deden het zelf: ik zag meteen wie, om zijn of haar aartsvijand te mijden, uit eigen beweging de andere uithoek van mijn compositie opzocht. Het was vooral boeiend te zien dat supersterren ook fan blijken te zijn van andere sterren, en dat ze in hun gezelschap soms bloednerveus zijn. Na de groepsfoto kon ik nergens Elizabeth Taylor vinden, tot ik haar uiteindelijk in een hoekje zie staan. ‘Ik heb nog nooit zoveel sterren bij elkaar gezien,’ mompelde ze nerveus. Nu moet je weten dat ze zelf op het toppunt van haar roem stond, dus ik zei haar: ‘Maar miss Taylor, you’re the queen of them all, zij zijn nerveus om jou te ontmoeten!’ Ik vroeg haar met wie ze wilde praten: Harrison Ford en Robert De Niro – niet toevallig twee jonge, bronstige vrijgezellen. En toen ik die drie bij elkaar zette, was De Niro nerveus (grinnikt). Later wilde Taylor per se David Bowie ontmoeten. Ook dat heb ik geregeld, maar David snoof toen bergen coke en arriveerde vier uur te laat.

»Zelf was ik die dag niet nerveus, neen. Liz Taylor was zogenaamd een vamp, maar ik vond haar niet zo aantrekkelijk. Van Harrison Ford wist ik dat hij kort daarvoor nog timmerman was. En de anderen… Ach, toen ik voor het eerst in Hollywood was, zei een insider me: ‘Terry, ook in deze stad begint elke mens de dag met a good shit.’ Dat vat het mooi samen.»

'Het hoesontwerp dat Guy Peellaert maakte voor Bowies 'Diamond Dogs' is gebaseerd op een idee van O'Neill'

HUMO Moet je iemand waarderen om er een goeie foto van te nemen?

O’Neill «Neen, maar ik moet hem of haar wel waarderen voor ik er foto’s van wíl nemen. Al leer je natuurlijk door scha en schande, soms merk je pas ter plekke wat een eikel iemand is. Steve McQueen behandelde mij bijvoorbeeld als een stuk vuil. Ik heb net genoeg foto’s van ’m genomen om mijn opdrachtgever tevreden te stellen en ik ben vertrokken.»

HUMO Waren er sterren die zelf ideeën voor foto’s leverden?

O’Neill «Dat gebeurde zelden. David Bowie was een uitzondering: ik ben geen fan van zijn muziek, maar hij had altijd wel iets interessants te melden. En mijn vriend Elton John, die een hekel heeft aan poseren, deed niettemin zijn best, op voorwaarde dat ik originele set-ups voorstelde, zodat hij zich niet verveelde. Elton heb ik jarenlang als een soort hoffotograaf gevolgd. Eén keer ondernam hij een zelfmoordpoging, luttele uren voor hij het podium op moest in Dodger Stadium – het publiek heeft er niets van gemerkt.»

HUMO De meeste sterren die ik heb ontmoet, bleken controlefreaks te zijn. En van filmsterren als Greta Garbo en Marlene Dietrich is bekend dat ze zelf de belichting bepaalden en welk profiel de fotograaf mocht vastleggen.

O’Neill «Dat gebeurt. Robert Redford was een apart geval. Van een knappe man die schittert in romantische films, zou je denken dat hij er niet om zou malen hoe hij in beeld werd gebracht. Maar hij verzette zich tegen close-ups, en na een tijdje begreep ik waarom. Omdat hij op z’n ranch in Utah zo vaak paardreed in de zon, was z’n huid erg beschadigd. Robert had met the powers that be in Hollywood een soort ruilovereenkomst: voor elke romantische film die hij maakte, mocht hij er eentje naar z’n eigen zin maken. En hij vreesde dat hij z’n status als romantic leadzou verspelen, als bekend zou worden dat zijn huid er zo slecht aan toe was.»

HUMO Heeft iets je ooit uit evenwicht gebracht, een verrassende wending tijdens een sessie?

O’Neill «Neen. Wel na afloop… Ik heb bijvoorbeeld de hoogzwangere Sharon Tate gefotografeerd, luttele uren voor ze werd afgeslacht door die smeerlappen (actrice Sharon Tate werd in 1969 vermoord door de volgelingen van Charles Manson, red.)»

HUMO Je collega Harry Benson maakte foto’s van Robert Kennedy vlak nadat die was neergeschoten, waarbij volgens velen de grens van reportagefotograaf naar paparazzo werd overschreden. Heb jij er ooit uit pudeur voor gekozen om een foto níét te nemen?

O’Neill «Eén keer. Op het vliegveld van Malaga zag ik een man op de grond liggen, duidelijk stomdronken of apestoned of allebei. Het bleek Brian Jones te zijn, die toen nog bij The Rolling Stones speelde. Later heb ik me afgevraagd of zo’n gepubliceerde foto hem misschien had kunnen helpen, als wake-upcall. Wellicht niet.»

HUMO Is er iets waarvan het je, als je er nu op terugkijkt, verbaast dat je ermee wegkwam?

O’Neill (veinst onschuld) «Neen, hoezo? I was a good boy.»

Manager «No you weren’t, you were a bad boy.»

HUMO Er zijn in dit gesprek al aardig wat vrouwennamen gevallen, maar we hebben nog niets gezegd over de ultieme bron van vrouwelijk schoon voor sterren tussen pakweg 1960 en 1980: de Playboy Mansion.

O’Neill (achteloos) «O, daar ben ik vaak geweest, in 1968 al. De bunnies waren toen zeer gecharmeerd door mijn Britse accent. Dat had ik aan m’n vriend Michael Caine en films als ‘Alfie’ te danken. Twee jaar geleden heeft Hugh Hefner nog gebeld, hij wilde een print van zijn favoriete foto aller tijden, die ik indertijd heb genomen. Geen prijs voor wie het onderwerp raadt: Farah Fawcett en Raquel Welch samen in bed (lacht).»

HUMO Wat is de meest ongewone of extreme locatie waar je ooit foto’s hebt genomen?

O’Neill «Mijn manager hier heeft me ooit naar IJsland gestuurd, in de winter dan nog, bij min 30 graden in de zon, voor een bikini shoot. Maar ik wist dat er thermale baden waren, dus dat de modellen op z’n minst from the waist down warm zouden hebben. En wat is dankbaarder voor een man dan verkleumde modellen? Een beroemde popster heeft onlangs nog een print van die sessie gekocht, ik denk omdat hij geilde op één van de modellen.

»Ik heb ook ooit in de woestijn Paul Newman gefotografeerd – toen was het plús 45 graden. Ik verbleef in een hotel waar een jazztrio speelde. Eén avond verving ik voor de lol de drummer, en nadien kwam een man me feliciteren: Clint Eastwood, een jazzfanaat. Toen hij hoorde dat ik setfotograaf was voor die film van Paul Newman, wilde hij hem graag ontmoeten. Zo had ik meteen de enige foto van die beide sterren samen. Geluk en timing, da’s de gulste tweeling. Nog een voorbeeld? Toen ik voor het eerst Elton John fotografeerde, wilde niemand hem kennen. Achttien maanden later was hij wereldberoemd, en uit loyaliteit heeft hij me zijn hele carrière laten documenteren.

»Geen extreme locatie, maar wel een heel bijzonder moment, was toen ik Stevie Wonder fotografeerde die met blinde kinderen door de zoo wandelde. Heel ontroerend was dat.»

HUMO Wanneer dacht je: ik kan niet geloven dat ik hiervoor word betaald?

O’Neill «Die keer dat ik de koningin mocht fotograferen. Op weg naar Buckingham Palace dacht ik: ‘Hier kunnen wel driehonderd zaken misgaan.’ Maar zij bleek zo charmant dat alles in een flits voorbij was.»

HUMO Wat me daarbij intrigeert, is dat koningin Elizabeth in álle andere foto’s dunne, dichtgeknepen lippen heeft, de lippen van iemand die daar tegen haar zin zit. In jouw foto lacht ze breeduit en gemeend.

O’Neill «De Queen is dol op paarden en bezit zelf racepaarden, dat wist ik. Ik heb haar dus een racing joke verteld, een aangebrande grap over paarden, op het randje. Neen, ik kan ze niet meer navertellen, maar ze kon erom lachen en het ijs was gebroken.»

HUMO Je hebt inderdaad zowat iedereen gefotografeerd. Wie is the one that got away?

O’Neill (zonder nadenken) «Marilyn Monroe. Toen ik voor het eerst in Hollywood was, raakte ik verlekkerd op een meisje dat promotie deed. Ik nam haar mee uit eten en het eerste wat ze zei, was: ‘Ik weet waarom je me hebt uitgenodigd. Omdat ik de pr van Marilyn Monroe doe.’ Eerlijk, ik wist dat niet, ik vond haar gewoon heel aantrekkelijk. Toen bleek dat het klikte tussen ons, zei ze: ‘Ik ga jou zeker niet voorstellen aan Marilyn, want zij duikt met alle jonge aantrekkelijke fotografen het bed in.’ Pech. Maar het was een prachtig meisje, ze is later getrouwd met één van m’n beste vrienden.»

HUMO In jouw tijd was een foto écht what you see is what you get: er bestond geen photoshop, er werd niet geairbrusht...

O’Neill «Klopt. Je moest het licht perfect inschatten en je wist dat elke compositie definitief was. In het begin waren er zelfs geen fototoestellen met motor – nu kun je met één druk op de knop ettelijke foto’s per seconde maken, en nadien kies je er de beste uit. Ik heb een hekel aan digitale fotografie. Ik had ook een hekel aan kleur, maar dat begonnen de magazines vanaf de jaren 70 te eisen. Leica heeft me nu gevraagd om een nieuw fototoestel te ontwikkelen. We zullen zien.»

HUMO Ben je eigenlijk met pensioen of ben je nog te boeken?

O’Neill «Af en toe neem ik nog wat foto’s van mensen die me boeien. Maar wie moet ik nog fotograferen? Er zijn geen échte sterren meer. Mijn laatste officiële opdracht was Nelson Mandela, die ik toen hij 90 werd een week lang heb gevolgd, in aanwezigheid van Bill Clinton en al die andere machthebbers. Ik heb geen zin om, zoals nu vaak gebeurt, duizenden ponden te moeten neertellen voor het privilege om één of andere gesjeesde profvoetballer te mogen fotograferen. Vandaag de dag zijn er geen personaliteiten meer, enkel merken. Geloof nooit mensen die kritiek hebben op de sixties, zij dwalen. Het was een fantastische periode, en die vrijheid zijn we kwijt. Al wat mij rest, zijn herinneringen. Ze zeggen weleens dat ouder worden erger is voor wie veel heeft meegemaakt… (zwijgt).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234