Sterren op de dansvloer

Stijldansen zou weer en vogue zijn. Misschien is er wel een esthetisch rappel à l'ordre gaande. Ik herinner me nog levendig andere tijden, waarin je als jongmens maar beter je voorliefde voor quickstep, Engelse wals, tango, cha-cha-cha, rumba of paso doble voor jezelf kon houden, want anders was je geen jongmens in de ogen van je referentiegroep.

Ongewenste beelden zijn onvermijdelijk als je aan vroeger denkt: retrospectief zag ik laatst een zwik tijdgenoten opdoemen, die ik nog bij naam en bijnaam kon noemen. Zij bewogen onconventioneel op de tonen van 'Careful with That Axe, Eugene': een track van acht minuten en vijftig seconde uit 'Ummagumma' van Pink Floyd. Geen dansmuziek. In dat psychedelische hoorspel begint Roger Waters op een bepaald moment ijselijk, als in doodsnood te schreeuwen, wat voor de dansers van toen een teken was om, zonder aanzien des eigen persoons, de ongebonden zelfexpressie tot het uiterste te drijven. Daarbij rolden de ogen angstaanjagend; sommige hippies benaderden zelfs de gelaatsuitdrukking van Christus aan het kruis, hoezeer ze op dat moment ook van God los mochten zijn. 't Was de dageraad van het aquariustijdperk: meer wil ik er niet over vertellen.

'200'

Toen dat tafereel uit de prille jaren zeventig me voor de geest kwam, bleek ik er vreemd genoeg nergens in te bekennen. Ik zal toen ook wel extatisch over de dansvloer hebben getold, maar in mijn herinnering ben ik, door een gril van de genade, op de cutting floor geëindigd. Zo kun je zelfcensuur óók uitleggen.

Het dansen in vrije stijl, of gewoon zónder stijl, was sindsdien een uitwaaierend succes, want je moest er niets voor kunnen. Een beetje lef was ruimschoots voldoende. Pure wanhoop hielp ook.

Het geval wil dat ik met het klimmen der jaren vormvaster ben geworden, zodat het me heden geen enkele moeite meer kost om de schoonheid van stijldansen te erkennen. Vandaar dat ik me durf te vermaken met 'Sterren op de dansvloer', de Vlaamse vertaling van het populaire BBC-programma 'Strictly Come Dancing'. Ik ben vanzelfsprekend nog steeds op mijn hoede voor Bekende Vlamingen die bijbeunen buiten hun vakgebied, áls ze zich al op een metier kunnen laten voorstaan, maar dit keer ben ik geneigd hen meer te vergeven dan ze wellicht verdienen: stijldansen leer je niet op stel en sprong; het vereist discipline en motorische beheersing, en je moet ervoor oefenen tot je er, liefst zo sierlijk mogelijk, bij neervalt. Kortom: ik kan het niet, omdat ik er het talent niet voor heb, maar het staat me niet tegen dat anderen het wél kunnen.

Ik denk dat ik altijd al van stijl gehouden heb, van dappere pogingen om tijdelijk je eigen draai aan de wrede natuur te geven. Door de stijl van de rumba was ik geneigd mijn doordeweekse kijk op Sam Gooris, aangetrouwde Pfaff van beroep, even buiten beschouwing te laten. Dat kwam vooral door zijn heerlijke danspartner Ellen Ekkaert-Saey, die Gooris, in de mate van het mogelijke, op een niveau tilde waar hij eigener beweging toch ook weer niet elke dag komt. We zagen in een filmpje dat Ellen tijdens de oefentijd in tranen uitbarstte omdat Gooris er onder pittoresk gefoeter op de rumba de brui aan wilde geven. Ik had met haar te doen, maar goed: dat Gooris toch doorzette, siert hem enigszins. Tijdens de wedstrijd zelf wist hij zich naar mijn lekenoordeel te handhaven, al dacht jurylid Anouchka Balsing daar anders over : ze vond dat hij stroef had gedanst, dat ze hem zelfs niet echt had zien dansen. 'Bij jou is er nog heel veel werk aan de winkel,' vatte ze zijn toekomstmogelijkheden samen. 'Aan jou is er ook nog heel veel werk,' antwoordde Gooris ongevraagd, 'als ik je zo zie zitten, met die ananas op je hoofd.' Opdat u een goed begrip van deze situatie zou hebben, moet ik hieraan toevoegen dat mevrouw Balsing naar de kapper was geweest. Door zijn opmerking kreeg Gooris enkele lachers op de hand, want Sam, dat is er me eentje, al zegt hij het zelf. Mevrouw Balsing probeerde niet al te beledigd te kijken. Het kwam me voor dat de elegantie van de rumba, gesofisticeerd balsgedrag, geen noemenswaardige invloed had op de aangetrouwde Pfaff. We kunnen er dus maar beter niet van uitgaan dat een schoffie vanzelf een gentleman wordt als het zich in de rumba staande kan houden.

'Strictly Come Dancing' wordt gepresenteerd door de bejaarde Londense volkskomiek Bruce Forsyth, die een Brits instituut is, ook al heeft de Queen het nog steeds niet in haar gekroonde hoofd gehaald om hem voor zijn volledige moppentrommel te ridderen. Het zou onsportief zijn om Jacques Vermeire, die 'Sterren op de dansvloer' presenteert, met Forsyth te vergelijken, al wil ik Vermeires plaatselijke roem natuurlijk niet geringschatten: voor Bert Anciaux is hij vast ook wel een instituut dat goed is voor de participatie, of hoe het nieuwste slagwoord in de culturele sector ook mag luiden. Vermeire gedraagt zich in dit programma als de uitbater van een taverne uit de omgeving van Mechelen, die voor elke klant een aangepast grapje in de aanbieding heeft. Dat een klant als Sam Gooris (Bonheiden, 1973) daarvoor een uitstekend klankbord is, zullen we geweten hebben. Ik denk dat Jacques ook een waaier aan mogelijkheden ziet in Davy Brocatus, een jurylid in de roze sfeer. Jazeker, we zijn weer thuis.

Ik had de indruk dat 'Sterren op de dansvloer' flink gerekt werd: de gesprekjes in de backstage, waar Francesca Vanthielen de dansparen staat op te wachten, zijn van dien aard dat de imperatief 'Opschieten!' me snel naar de lippen welt. Ik wil mensen zien dansen, en de loze praatjes eromheen vind ik, net als de reclameblokken tussendoor, zonde van mijn tijd. En nu heb ik het niet over de meningen van de dansmeesters die zien wat ik niet zie, een jury wiens gezag ondermijnd wordt door de sms'ende democratie, één van de kwalen van deze tijd. Neem nu Pim, een verwezenlijking van 'Star Academy', van wie we moeten geloven dat hij overal inzetbaar is en bedreven in alle disciplines van de showbusiness, terwijl hij eigenlijk een figurant is die boven zijn stand zingt, danst en kwekt. Pim danste volgens mij het harkerigst van allemaal, maar Gène Bervoets en z'n danspartner werden door het gsm'ende volksdeel als eerste paar weggestemd. Pimmetje is een coverboy voor tienerblaadjes, en dat scheelt. 'Ik vind het verschrikkelijk dat één van de koppels vanavond de wedstrijd moet verlaten,' zei Francesca Vanthielen, alsof het spelreglement ineens tot haar doordrong. Nu, Gène vond het ook niet prettig - even keek hij alsof iemand met naaldhakken op z'n hart danste, maar hij herstelde zich: de goeierd beloofde Francesca dat hij 'Sterren op de dansvloer' zou blijven volgen, wat ik, geen uitgesproken goeierd, me overigens ook heb voorgenomen. Nog enkele vraagjes: welke grapjas heeft Evi Hanssen die gevaarlijk groene baljurk aangepraat? Kon ze er achteraf zelf ook om lachen? Is de ontwerper nog steeds voortvluchtig? (RV)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234