Sterven van schaamte: Acteur Zouzou Ben Chikha geneerde zich over zijn afkomst

Tien jaar was Zouzou Ben Chikha toen hij aan de kassa van de supermarkt aan zijn vader moest uitleggen dat afdingen in Blankenberge niet lukt. ‘Dan schaam je je diep voor je afkomst,’ zegt de acteur achter Amar uit ‘Bevergem’.

'Ik heb vaak gedacht: waren mijn ouders maar in Tunesië gebleven'

Hij timmert zelf een kinderkamer in elkaar, sponsort de dorpskermis en kruipt zodra hij kan op zijn koersfiets. Veel Vlaamser dan Amar maken ze ze niet. En dat is geen toeval. ‘Amar wil er zo graag bij horen,’ vertelt Zouzou Ben Chikha (45), de acteur die hem gestalte gaf. ‘Hij is de über-West-Vlaming. Maar wat hebben de kijkers uiteindelijk gezien? Een Tunesiër die heel hard een West-Vlaming probeert te zijn.’



Het is lang Ben Chikha’s leven geweest: erbij willen horen, maar dat niet kunnen of mogen. En je vervolgens schamen voor je afkomst. Zo was het ook die zondagmiddag, toen hij in Ledeberg werd tegengehouden door twee Gentse flikken die hem dwongen zijn schoenen en kousen uit te doen, in de gietende regen, omdat hij zich zogezegd verdacht gedroeg. Een incident dat in alle kranten werd becommentarieerd.



Zouzou Ben Chikha «Het overheersende gevoel was er één van vernedering. Als je daar staat als een brigand, schaam je je ook tegenover iedereen die op dat moment passeert. Dan denk je: ‘Fuck zeg, zie me hier staan. Wat zullen de mensen denken?’ Je bent boos omdat je net – je hele leven lang – je best doet om géén brigand te zijn. En je beseft opnieuw: ‘Je probeert erbij te horen, maar het zal nooit lukken.’ Dat is de essentie.»

Het is het gevoel van schaamte dat hij als kind zo vaak ervoer. Zo herinnert hij zich een bezoek aan de supermarkt met zijn vader, toen hij een jaar of 10 was. Dat deed hij normaal met zijn moeder, maar die lag toen in het moederhuis, bevallen van zijn jongste broer.

'Je probeert erbij te horen, maar het zal nooit lukken. Dat is de essentie'

Ben Chikha «Ik zal het nooit meer vergeten. We kwamen aan de kassa van ‘den Unic’ en de kassierster zei: ‘320 frank alstublieft.’ Waarop mijn vader zei: ‘Mevrouw, ik heb vijf kinderen, is 300 ook goed?’ Ik moest toen aan mijn vader uitleggen dat het in de supermarkt niet zo werkt als op de Zuidmarkt in Brussel, waar hij weleens naartoe ging. ‘Pa, hier moet je betalen wat er op het ticketje staat’.

»Op dat moment ben je écht beschaamd. Dat is de schaamte voor je afkomst. Als je in de winkel staat en ze kennen je niet, maar ze zien je huidskleur, dan doen ze alsof je niet van hier bent. Dan associëren ze mij met mijn vader. En dat wilde ik niet.»

Zouzou’s ouders werden geboren in Tunesië, maar zochten hun geluk in Blankenberge, parel aan de kust, waar vader werk vond als arbeider. Theatermakers Chokri en Zouzou werden geboren in een gezin dat uiteindelijk zeven kinderen zou tellen.

Ben Chikha «We waren niet rijk. We maakten ons huiswerk rond één keukentafel. Dus stonden die bladen altijd vol koffievlekken. En natuurlijk zei de leraar daar dan iets van voor de hele klas.

»Nog zo schaamtelijk: we hadden geen auto. Terwijl iedereen die ik kende, er één had. Op een bepaald moment wilde ik een jas van Millet. Dat konden mijn ouders niet betalen. Mijn moeder had er niets beter op gevonden zo’n Millet uit de Aldi te kopen. Twee keer zo dun en gemaakt uit het allerslechtste materiaal. Het vroor dat het kraakte, maar ik was nog liever in mijn T-shirt naar school gegaan.

»Ik heb altijd opgekeken naar families waar alles goed ging. Op een bepaald moment liep ik school in Brugge en daar was een meisje dat door haar vader aan de poort werd afgezet in een Rolls-Royce. Ik wist meteen: zij moet mijn lief worden! Ik dacht: ‘Dan kan ik ook mee met de Rolls-Royce, en hoef ik me niet meer te schamen.’ Maar zo werkt het natuurlijk niet. Zelfs al kom je in een andere sociale kring terecht, dan nóg ben je die donkere jongen van wie vele mensen niet moeten weten.»

Ben Chikha lacht luid wanneer hij het vertelt, maar grappig was het niet. Hij ging er zelfs voor in therapie.

Ben Chikha «Daar heb ik het een plaats leren geven. En wat ook een verschil maakt, is dat het nu al een jaar of vijftien goed gaat: in het theater, in mijn relatie, met mijn kinderen… Dat haalt voor een groot deel de voedingsbodem van die schaamte weg. Maar wat ik in Blankenberge heb meegemaakt, was voor mij zeer traumatisch. We hadden daar ook geen gemeenschap om op terug te vallen. Als je in Gent als Turk geboren wordt, dan is er een gemeenschap waarin je toch iemand kunt zijn. Ik was helemaal geïsoleerd. Er waren er in Blankenberge niet veel zoals wij.

»Ken je het fenomeen van de Bounty’s? Dat zijn zwarten die zich proberen voor te doen als blanken. Over wie sommigen binnen een bepaalde gemeenschap dan zeggen: hij heeft zijn ziel verkocht. Of: hij is zijn roots vergeten. Ze zeggen dat soms ook over mij. Ik ben een beetje een Bounty omdat ik geboren ben in Blankenberge. Als acteur ben ik in Vlaanderen bekend geworden. Niet in Tunesië, en ook niet in Brussel. Daardoor kon ik eigenlijk niet anders dan een Bounty worden.

»Het is zoals een West-Vlaming die in Antwerpen gaat wonen en plots met een ander accent praat. Als hij dan terugkeert, zullen de mensen zeggen: ‘Wuk ist? Zie je beschaamd misschiens voe West-Vloaming te zien?’ Natúúrlijk is hij dat, want West-Vlamingen worden met van alles geassocieerd – boeren, bijvoorbeeld – waarmee hij niet geassocieerd wil worden. Het grote verschil is dat een huidskleur geen accent is: ik kan mijn gezicht niet wit schilderen.

»Ik heb heel vaak gedacht: ‘Waren mijn ouders maar in Tunesië gebleven. Dan had ik nooit dat schaamtegevoel gehad, want dan was ik gewoon een Tunesiër geweest.’ Wat natuurlijk niet klopt, want mocht ik daar arm geweest zijn, dan was ik wellicht ook beschaamd geweest ten opzichte van de rijkeren. Dan had ik me dus ook voor mijn afkomst geschaamd.

»Er is ook de schaamte voor elkaar. Ik weet niet van wie hij is, maar ik heb ooit de zin gelezen: ‘Les pauvres n’aiment pas les pauvres.’ Ik zou zelfs durven te zeggen: ‘Les étrangers n’aiment pas les étrangers.’ Als je als Noord-Afrikaan op een piëdestal gezet wordt en je ziet andere jongens die het niet zo goed doen als jou, dan schaam je je zowel voor jezelf als voor die anderen. Je hebt dan het gevoel dat je moet verantwoorden waarom jij het goed doet en zij niet.

»Schaamte is ook situatiegebonden. Als ik nu naar het buitenland ga, dan ben ik weer beschaamd. Omdat ik merk dat er een weg is van hier naar daar, maar niet omgekeerd. In Tunesië kan ik nu de grote meneer uithangen. We zijn daar onlangs theater gaan spelen en we werden als koningen ontvangen, met halve slaven die ons moesten bedienen. Dan ben je natuurlijk ook beschaamd. Dat wil je niet.

»Ik heb ook veel gêne om mijn lichaam te tonen, zoals zoveel West-Vlamingen. Dat komt dan weer door de manier waarop we zijn opgevoed. Zodra nog maar het minste bloot op televisie kwam – een ontblote schouder was al genoeg – riep mijn vader: ‘Afzetten!’ Dat deden we natuurlijk niet, omdat we het zo spannend vonden. Tot hij zijn pantoffels naar ons hoofd begon te gooien.

»Mijn vrouw gaat graag naar de sauna. Ik niet. Tenzij we daar alleen zitten. Als er andere mensen zitten, word ik ziek van schaamte. Nochtans: in het theater heb ik daar geen probleem mee. Omdat ik daar een rol speel. Je hebt me toch ook zien vogelen in ‘Bevergem’? En meer dan eens, hè. Dat vind ik oké, omdat het mijn job is. En omdat het Amar is, niet ik. De sauna is de realiteit. Daar zit Zouzou.» (bd)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234