Sterven van schaamte:Humo-fotograaf Jelle Vermeersch over zijn grootvader bij de wehrmacht

De grootvader van fotograaf Jelle Vermeersch zat bij de Wehrmacht. Al jarenlang vraagt zijn kleinzoon zich af: waarom? Hij interviewde zijn grootouders, reconstrueerde de Slag om de Ardennen, ging praten met overlevenden en ooggetuigen. Maar een echt antwoord kreeg hij nooit.

'We supporterden voor de moffen. Omdat pepe één van hen was'

‘Het is bij mij níét het verhaal van: grootvader was een nazi, linkse kleinzoon schaamt zich,’ vertelt Vermeersch. ‘Zo simpel is het niet.’ Anderhalf jaar geleden reed hij naar de Ardennen, op zoek naar overlevenden van Hitlers beroemde laatste offensief. Hij ontmoette die dag Joseph Lambert, een boerenzoon die destijds weggevoerd was naar de Duitse werkkampen. Toen de Tweede Wereldoorlog voorbij was, keerde Lambert terug naar zijn geboortedorp. Daar zag hij dat de ouderlijke boerderij was leeggeroofd en platgebrand, zijn ouders waren vermoord. ‘Die mens had een foto van zijn papa en mama bij zich en begon te huilen,’ zegt Vermeersch. ‘Tot dan had ik tegen iedereen gezegd wat me naar de Ardennen gedreven had. Ik vertel het verhaal van mijn grootvader nogal snel. Maar toen durfde ik niets meer te zeggen. Ik schaamde me diep. Mijn pepe had niet gevochten tijdens het Ardennenoffensief, het was dus niet dat hij de ouders van die man vermoord had. Maar het was wel zijn soort.’



Nochtans schaamt Vermeersch zich niet zozeer voor de daden van zijn grootvader. ‘Die moet je in zijn tijdsgeest proberen te zien.’ Zijn pepe kwam uit een Vlaams-nationalistische familie, kwaad over het gedrag van de Franstalige officieren tijdens de eerste Wereldoorlog, en het lamentabele lot van hun Vlaamse ondergeschikten. Hij werd in de jaren 30 vendelzwaaier bij het AVNJ (Algemeen Vlaams Nationaal Jeugdverbond). Vandaar ging hij naar de opleiding van onderofficieren bij de Wehrmacht in Vilvoorde. ‘Die uniformen, de structuur, de strenge organisatie… dat trok hem aan. En het was ook gewoon een manier om weg te zijn van thuis. Dat willen we op die leeftijd allemaal.’



Toen Jelle en zijn broer nog kleine jongens waren, kregen ze alleen maar fascinerende en heldhaftige verhalen over de oorlog te horen, vanuit het Duitse perspectief. ‘We wisten wel dat dat de verkeerde kant was, want bij pepe en meme keken we altijd naar oorlogsfilms die door de Amerikanen waren gemaakt en waarbij de Duitsers dus altijd de slechteriken waren. ‘Toch vereenzelvigden wij ons met de Duitsers. We supporterden voor de moffen. Omdat pepe één van hen was. Je bent kind en alles wat je weet is dat er een oorlog is geweest en dat de Duitsers hebben verloren. De holocaust, de kampen, de zinloze moorden… Dat weet je allemaal nog niet.’

Het besef – en de eerste gevoelens van schaamte – kwamen toen Jelle een jaar of 12 was. ‘Ik begon boeken te lezen. En ik dacht: ‘Ja maar, wacht eens, dát heb je mij allemaal niet verteld. Je hebt precies nogal veel achterwege gelaten.’’ Later keek hij naar de documentaires op Canvas. ‘Ze hebben er 100.000 uitgezonden en ik denk dat ik ze allemaal gezien heb. Als je daarnaar kijkt, denk je: ‘Fuck man, wat hebben die mannen allemaal uitgespookt?’ Maar bij mij is er ook altijd: ‘Waarom heeft pepe daaraan meegedaan?’ Die vraag blijft me bezighouden.’

Als de kleinzoon zich vandaag schaamt, dan is dat vooral omdat de grootvader zich níét schaamt. ‘Hij denkt nog altijd zoals in de jaren 30. Bij hem is het zwart of wit. Er is geen tussenweg. En hij heeft ook een soort onvermogen om daarover te redeneren. Hij beseft precies nog altijd niet dat de ideologie van toen fout was. Dan zak je door de grond van schaamte.’

‘Ik hoopte dat hij het slachtoffer zou zijn geweest van een bevlogen priester die hem het leger in gepraat had. Maar uit alles wat ik hoor, blijkt dat hij heel bewust zelf de stap gezet heeft, dat hij hogerop wilde komen, dat hij officier is geworden en dat hij achteraf is proberen te vluchten, wat hem niet gelukt is. Daarna is hij in die ideologie blijven hangen. Ik heb brieven gelezen tussen hem en zijn kameraden, waarin ze het hadden over ‘de goede oude tijd van den oorlog’. Er is nooit een louteringsproces geweest.’

En toch heeft het zijn leven ook verrijkt, vindt Vermeersch: ‘Ik vind het een meerwaarde in mijn kijk op het Vlaams-nationalisme. Als ik Bart De Wever hoor, dan hoor ik dingen die ik mijn hele leven lang heb moeten horen. Ik weet hoe die mensen denken, hoe ze zichzelf altijd als het slachtoffer zien, hoe de reden daarvoor altijd extern gezocht moet worden. Is het niet bij de Walen, dan wel bij de Grieken. Ik moest laatst Filip Dewinter portretteren voor Humo. Op de terugweg dacht ik: ‘Ik wil al die extreemrechtse boegbeelden uit Europa – van Marine Le Pen tot de mannen achter Pegida – fotograferen en spreken. Ik wil hen vragen: ‘Waarom?’’ Hoe verantwoorden ze dat gedachtegoed voor zichzelf? Ik zou dat zo graag van mijn pepe horen, maar dat zal niet meer gebeuren.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234