Steve Gunn: 'Wat Bob Dylan en Lou Reed doen is eigenlijk poepsimpel'

Steve Gunn was als gitaarvirtuoos een vaak geziene gast bij zowel The War on Drugs als Kurt Vile, maar als u het ons vraagt – zelfs als u ’t niet doet – is hij beter dan zijn wapenbroeders. De afgelopen jaren knutselde hij drie magisch mooie platen vol kosmische folk en zanderige rock in elkaar. Op 4 april staat hij met zijn vierde – het alweer voortreffelijke ‘The Unseen in Between’ – op het BRDCST-festival in de AB.

HUMO Eerst het slechte nieuws: jouw gitaar is onlangs stukgemaakt door bagageafhandelaars op de luchthaven. Was je kwaad?

Steve Gunn (lacht) «Ik ben kalm gebleven, ook al kan het haast niet anders of ze hebben ze door de lucht gegooid. Ik had die gitaar al lang. Ik denk dat ik heel ‘The Unseen in Between’ erop gecomponeerd heb. Triestig, hè? Gelukkig was het geen erfstuk.»

HUMO Heb jij een uitgebreide gitarencollectie?

Gunn «Ik heb wel wat staan, ja. Geen exemplaren van 10.000 dollar, hoor. Ik shop graag, en dat was het enige goede aan die hele ervaring. Ik dacht meteen: aha, nu moet ik een nieuwe kopen! (De ober zet een oude geuze voor zijn neus) Thank you, sir!»

HUMO Heb je die zelf besteld?

Gunn «Het was een aanrader van het huis. Ik hou wel van zurige bieren. (Haalt zijn camera boven en maakt een foto) Voor mijn bierminnende vrienden thuis (lacht).»

HUMO Naar de plaat nu! Het valt me op dat ‘The Unseen in Between’ alweer strakker en gestructureerder is dan je oude werk. Je grijpt ook terug naar klassieke songstructuren.

Gunn «Het heeft inderdaad lang geduurd voor ik een echte song kon schrijven (lacht). Daarvoor wilde ik liever improviseren en met ingewikkelde arrangementen op de proppen komen. Tot ik naar de grote singer-songwriters begon te luisteren, en merkte dat hun beste nummers eigenlijk poepsimpel waren. Bob Dylan: meer dan twee of drie akkoorden gebruikt hij niet. Lou Reed: geen virtuoos, maar hij schildert wel iets heel complex met heel weinig. Ik heb van hen geleerd hoe ik moet focussen op mijn song.»

HUMO De muziek waarnaar je het liefst verwijst, komt uit de jaren 60 en 70. Zelf lijk je ook uit dat tijdperk te stammen.

Gunn «Onlangs vroeg iemand me: ‘Waarom is je muziek niet moderner?’ Tja, moet ik dan Auto-Tune gebruiken? Ik speel gitaar en ik zing, en daarnaast wil ik nog een rechtopstaande bas en een goede jazzdrummer. Voor mij is dat gewoon de manier die het beste werkt.

»Ik hou van het idee van de working musician: een kunstenaar die tegelijk een ambachtsman is. Als je een schilder bent, ga je naar de winkel om verf te kopen, en mix je thuis pigmenten tot je de perfecte teint hebt. Je borstels afspoelen: dat hoort erbij! Maar dat ambachtelijke gaat er almaar meer uit. Onlangs ging ik naar een oude gitaarwinkel in mijn geboortestad. De eigenaar zei: ‘Ik verkoop haast geen gitaren meer. Vroeger zaten onze muzieklessen vol, nu hebben we ze bijna allemaal geschrapt.’»

HUMO Het maakt je muziek wel relevant: je houdt een traditie in leven die dreigt uit te sterven.

Gunn «Cool. Trouwens, hoe heet dit biertje, een goozzeh? Het is erg lekker.»

HUMO Wie waren je grootste invloeden als gitarist?

Gunn «Vroeger was ik into skatepunk. Fugazi vond ik geweldig, zij waren één van de eerste bands die ik live heb gezien. Ik voelde meteen dat mensen in de hardcorescene over het algemeen erg lief en progressief zijn.

»Later ben ik bij jazz en blues beland. En de legendarische folkgitarist John Fahey is ook een grote invloed. Hij wordt vaak genoemd door gitaarspelers, omdat zijn muziek zo spaarzaam is dat je altijd kunt ontcijferen wat hij doet, als je maar geduldig luistert.»

HUMO Over gitaarlegendes gesproken: je werkte samen met twee van mijn favoriete muzikanten, Mike Cooper en Michael Chapman, van wie je net de nieuwe plaat ‘True North’ hebt geproducet.

Gunn (enthousiast) «Zij zijn ook twee van míjn favorieten. Mike Cooper heeft na zijn folkplaten, zoals ‘Trout Steel’ uit 1970, een carrière uitgebouwd als pure improvisator. Wist je dat hij ooit een aanbod om bij The Rolling Stones te spelen heeft afgeslagen? Dat zegt iets over hoe eigenzinnig hij is (lacht). De job ging uiteindelijk naar zijn stadsgenoot Brian Jones.

»(Mijmerend) In de jaren 60 kenden alle folkies elkaar, ook Mike en Michael Chapman. Ze speelden toen samen in de Londense club Les Cousins. Gek, hè? Zelfs Jimi Hendrix is er langsgekomen om een set te spelen, op Michaels gitaar! Michael heeft die gitaar nog steeds, en ik heb ze ook even in mijn handen gehad.»

HUMO Michael Chapman was ook de buurman van Bowie-gitarist Mick Ronson.

Gunn «Grappig verhaal: toen Michael zijn eerste contract had getekend, nodigde hij Mick Ronson, toen nog een verlegen tuinman, uit om in zijn band te spelen. Ze maakten samen het meesterwerk ‘Fully Qualified Survivor’, maar na twee jaar viel alles uit elkaar. David Bowie kwam Mick Ronson én de drummer wegplukken voor z’n Spiders from Mars-band. De rest is geschiedenis.

»Michael woont sinds de jaren 60 in een oud stenen kot – een echte tijdscapsule. Op een nacht waren we een fles wijn soldaat aan het maken toen hij plots naar me wees: ‘Wist je dat Nick Drake nog op díé sofa heeft geslapen? Hij was na de show afgezakt voor een borrel en toen ik wakker werd, was hij alweer weg.’ Die mannen moeten geweldige tijden hebben meegemaakt.»

HUMO En we zijn nog niet klaar met je connecties: je werkte voor ‘The Unseen’ samen met Tony Garnier, de musical director van Bob Dylan.

Gunn (knikt) «Hij draait al dertig jaar mee bij Bawb als basgitarist. Intussen is hij de arrangeur van de band.»

HUMO Is dat een beleefde manier om te zeggen dat Bob Dylan de rompslomp liever aan een onderdaan overlaat?

Gunn «Misschien (lacht). Maar het kan Bob wel degelijk een fuck schelen. Hij eist dat iedereen bij de zaak is en hij kan nummers van het ene moment op het andere omgooien. Die band fungeert als een soort collectief brein. Je moet ze maar eens in het oog houden: live kijkt Tony voortdurend naar de band, en zij naar hem. En iederéén naar Dylan. Tony is een beest van een muzikant, en bovendien een open man die altijd leuke Bob-verhalen weet te vertellen, à la: ‘Bob en ik aten eens een broodje...’ Banale zaken die mij als fan toch volledig kunnen wegblazen (lacht).»

HUMO Zou je Bob ooit willen ontmoeten?

Gunn «De vorige keer dat ik hen live zag, had Tony me op de gastenlijst gezet. ‘Kom backstage, we’ll hang out.’ Ik was helemaal in paniek: what the fuck, Bob gaat daar zijn! Toen Tony ons kwam halen, bonkte mijn hart in mijn keel. Maar toen we beneden kwamen, was er geen kat. Bob was waarschijnlijk rechtstreeks van het podium in een limousine gestapt (lacht). Dichter ben ik nooit bij hem geraakt.»

HUMO Nog één vraagje: jouw maten Kurt Vile en The War on Drugs zijn de laatste jaren doorgebroken bij een groot publiek, terwijl jij meer onder de radar blijft. Vind je dat vervelend?

Gunn «Helemaal niet! Ik weet zelfs niet of ik wel in de schijnwerpers wíl staan. Ik zit hier op mijn gemak, in de luwte. Speaking of... (Tikt tegen zijn flesje) Bestellen we er nog eentje?»

Steve Gunn speelt op 4 april in de AB op het BRDCST-festival.Info & tickets: brdcst.be.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234