Stijn Meuris tekent protest aan

Men zou het in tijden van lolbroekjes à la Miley Cyrus, One Direction, Rihanna en IanSnoop DoggThomas nog amper geloven, maar er is een tijd geweest waarin pop en rock zo nu en dan een ferme vuist maakten tegen de heersende politiek.

Niet dat een nummer van pakweg Bob Dylan of The Clash ooit op aantoonbare wijze een regering liet struikelen, maar ze deden tenminste een poging. Radio 1 gaat, in de aanloop naar het loeder aller verkiezingen, op zoek naar muziek die nu eens níét louter voor de leut gemaakt werd. Gastpresentator en samensteller Stijn Meuris laat in ‘Closing Time Pol & Soc’ 13 weken lang horen dat rock ook ‘Grrr!’ kan zeggen.

Ik heb het voor de aardigheid even opgezocht, en in 2013 ging geen enkel nummer uit de officiële Belgische hitlijsten over politiek en samenleving. Hooguit zijdelings. Je zou met enige goeie wil het oeuvre van Stromae als een aanklacht tegen de leegte van de instantconsumptiemaatschappij kunnen lezen. En dan nog. ’t Is dat-ie vorige zomer enkele woordjes in het Nederlands declameerde tijdens het feest van de Franstalige gemeenschap (Hola, polemiek!), want anders zou je nog denken: louter entertainment. Goed gemaakt entertainment, maar: entertainment.

Dat was enkele decennia geleden wel anders. Toen belandden songs die een aanklacht vormden tegen het establishment, tegen de politieke onkunde, de oorlog, de corruptie, kortom tegen the powers that be, wel nog geregeld in de hitparades en dus in de geesten der bevolking. ‘Rockin’ in the Free World’ (Neil Young), ‘London Calling ‘ (The Clash), ‘God Save the Queen’ (Sex Pistols) of pakweg ‘Subterranean Homesick Blues’ (Bob Dylan); door opwindende klanken begeleide, subversieve songteksten die misschien niet de commerciële tophit van hun jaar werden, maar wel degelijk voor een kritische noot zorgden in een voor de rest vrolijk kabbelend radiolandschap. En vandaar: enkele mijmeringen over hoe het vroeger beter was. Beter, maar vooral bitsiger.


De protestsong en hoe hem te herkennen

Ik geef toe: ook ik heb behoorlijk geworsteld met de vraag of ik bereid was fan te worden van de geitenwollensokkenbrigade. Hun muziekjes, niet zelden verpakt in gebatikte folk, lieten me eerder koud. Terwijl je uitgerekend dát van wollen sokken niet meteen verwachtte. D’r mochten nog zo veel draailieren, rommelpotten en gitaren met te weinig snaren lawaai maken; op toon gezette aanklachten tegen de oorlog in Vietnam en pleidooien voor de vrije liefde waren aan mij niet besteed. Zelfs de briljant geschreven teksten van Dylan (ooit nog gedoodverfd Nobelprijswinnaar Literatuur), Woody Guthrie of Leonard Cohen maakten van mij niet meteen een volbloed pacifist op teensletsen. Het zal best zijn dat in hurkzit gezeten bloemenkinderen de aandrang tot protest voelden opborrelen bij het aanhoren van hun favoriete folkie in het jeugdhonk, maar voor mij was het wachten op het kretsende geluid van elektrische gitaren vooraleer ik de wervende kracht van de protestsong wist te appreciëren. Kortom, tot een flink eind in de jaren zeventig. De punk, met name.

Wanneer je in een tekst fijnbesnaarde fragmenten stopt zoals ‘God save the queen’ , ‘The fascist regime’, ‘She ain’t no human being’ en ‘There is no future in England’s dreaming’, dan weet zelfs de meest argeloze luisteraar: stront aan de knikker. Of ‘London calling, to the faraway towns / Now war is declared, and battle come down / London calling to the underworld / Come out of the cupboard, you boys and girls’ van The Clash: een amper gecamoufleerde oproep om de kasseien van Highstreet los te wrikken en er iets ballistisch mee te doen. Idem voor ‘Fascist Cops’ van The Kids: ‘They like to kick you between the legs / all in the name of democracy’. En The Cure, die hun eerste single een titel meegaven die na 9/11 absoluut niet meer zou kunnen, op straffe van een fatwa: ‘Killing an Arab’ begot. Dat je daarmee in de hitparade kon raken en een plaats in ‘Top of the Pops’ versieren, het was ongezien. Kijk, dát waren nog eens tijden.

Ik meen een protestsong dan ook niet te herkennen aan dromerige bespiegelingen over goed en kwaad, maar eerder aan een lel van een gitaarriff, opgediend op een spijkerbedje van stoute slogans. Opruiend taalgebruik, scherpe waarnemingen, met minstens de illusie van jeugdig links. Lyrics waar je de uitroeptekens d’r zo bij denkt. Maar niet onbelangrijk: de muziek zelf moet ook de moeite zijn. Rauwe energie die bij voorkeur de vorm aanneemt van enkele rake akkoorden zonder al teveel tralala. Akkoorden en hooks waarvan je denkt: ‘Tiens, die had ik ook nog kunnen verzinnen.’


Met dank aan Thatcher

Het is een beetje lullig om de revolutie te prediken in een omgeving die uit louter welstand is opgetrokken. Ik bedoel, wat is de geloofwaardigheid van kritische coupletten wanneer je opgroeit in pakweg Zweden, het welvarendste walhalla van de wereld? Zoiets kan alleen maar potsierlijk klinken. En toch gebeurde het. ‘Nigger’ en ‘The Truth’ van Clawfinger? Uit Zweden! ‘It’s a negative world and the white man made it / Give you a name to dominate and trade it’ (uit ‘Nigger’, 1993, op fuiven uit te spreken als ‘Nigganigganigga!’). De zanger van Clawfinger heette Zak Tell, al kon hij daar op zich weinig aan doen. Na het inzingen van ‘Nigger’ gingen Zak en zijn vrienden köttbullar eten in de dichtstbijzijnde Ikea.

Nee, de ware protestsong welt op vanuit de krochten van de getergde samenleving. Zeg maar het Engeland van de jaren tachtig. Nu waren de jaren tachtig sowieso prachtig (op muzikaal vlak dan toch), maar als je een bandje had in het Albion van prime ministerMargaret Thatcher, dan zat je gebeiteld qua thematiek. De toegenomen werkloosheid en armoede, het geliberaliseerde sociaal systeem, het onderwijs, stedelijk beleid, het pamperen van de banken en het grootkapitaal; stuk voor stuk gefundenes Fressen voor de kritisch ingestelde artiesten van toen. Ze zouden eigenlijk een stuk van hun auteursrechten moeten afstaan aan de erven Thatcher, want zonder haar zouden er een pak minder pareltjes zijn van The Smiths (nagenoeg hun hele werk kan als een sociaal statement begrepen worden), Billy Bragg, Joy Division, Bauhaus (ik word er nog steeds bang van, zo intens), Killing Joke (check out ‘Eighties’ op YouTube) of de bijtende antidisco van PIL. Ja, de Britten hadden van niemand iets te leren, als het aankwam op burgerlijke ongehoorzaamheid in een muzikale context.

Beluister de favoriete protestsongs van Stijn Meuris: '10 anti':

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234