Stop de zelfmoord bij jongeren: Humo test nieuwe therapieën

Elke week pleegt minstens één jongere in Vlaanderen zelfmoord. Het aantal zelfmoordpogingen onder jonge meisjes behoort tot de hoogste in Europa. Eén op tien jongeren doet aan zelfverminking. Wat doe je daaraan, als ouder, als vriend, als bezorgde burger?

'Ik wilde vooral vergeten. Ik hoefde niet per se dood, een coma was ook al goed'


Wie vragen heeft rond zelfdoding, kan terecht op de zelfmoordlijn via het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoordlijn1813.be

Op geen enkel moment had Jean-Louis Coppers het idee dat zijn zoon het ergens moeilijk mee had. Benoît was een levenslustige student van 22, met altijd wilde plannen en een vriendengroep die hij niet op twee handen kon tellen. Geen briljant student, maar intelligent genoeg om zijn diploma bestuurskunde aan de HUB te halen. Nog vier examens moest hij afleggen, daarna kon hij aan de slag in een chocoladefabriek in Ecuador. Dat had zijn pa, met zijn wereldwijde zakelijke contacten, voor hem geregeld. Benoît hield van Zuid-Amerika en keek uit naar zijn reis. Zo leek het toch. Die woensdag in het nog prille 2015, een week na Nieuwjaar, vonden Jean-Louis en zijn vrouw hun zoon na een korte vakantie niet thuis.

Jean-Louis Coppers «Eerst vonden we dat niet zo raar, want we dachten dat hij die dag examen had. Maar in zijn kamer zag ik zijn pc op het bureau staan. Zijn paspoort lag ernaast. Vreemd. Om kwart voor zes ’s avonds belde ik zijn school. Er was die dag geen examen geweest. We zijn beginnen zoeken, bellen naar vrienden, berichten sturen… Een uur later wisten we wat er gebeurd was.

»We hadden de zelfmoord van Benoît totaal niet zien aankomen. Hij had nooit geklaagd over iets, nooit gezegd dat hij ergens mee zat, nooit medicijnen genomen of een psycholoog gezien. Als je aan Benoît vroeg hoe het ging, stak hij zijn duim in de lucht: ‘Tout bien!’ Zijn dood zorgde, ook bij zijn vrienden, voor totale verbijstering. Het is een moment dat je compleet verwoest.»

'Toen ook mijn derde poging mislukte, was ik vooral boos'

Sterk in cijfers, zelfverzekerd van toon, praktisch in aanpak. Zo leidt Jean-Louis Coppers al meer dan twintig jaar zijn makelaarsbedrijf Crion, dat kredietverzekeringen voor exportbedrijven afsluit. Nu wil hij zijn vaardigheden als bedrijfsleider voor iets helemaal anders gebruiken. Met zijn vzw Tout Bien heeft hij een vereniging opgericht die het taboe rond zelfdoding en psychische problemen wil doorbreken.

Coppers «Ik ben kapot geweest van het verlies van mijn zoon. Ik heb zes maanden in de touwen gehangen. Ik heb me lang afgevraagd waarom hij het heeft gedaan. Hij liet geen afscheidsbrief achter, we hebben nooit signalen gezien. Mijn vrouw zoekt nog altijd naar een antwoord, maar ik heb me erbij neergelegd dat ik het nooit zal weten. Ik ben altijd een man van oplossingen geweest, en ik wil ook aan dit drama een positieve invulling geven.»

Een campagne tegen zelfdoding met een Kom Op Tegen Kanker-effect, dat is wat Coppers voor ogen heeft.

Coppers «Vroeger fluisterde men over kanker ook alleen maar in termen van ‘een slepende ziekte’, vandaag praat men er heel open over. Hetzelfde moet mogelijk zijn voor zelfmoord. Mensen gaan gedempter praten als het erover gaat. Ze zijn er bang voor. Onze samenleving heeft een heel negatief beeld van mensen met een depressie. Geen wonder dat mensen hun donkerste gevoelens verbergen. Praat erover, is onze boodschap, want er zijn altijd alternatieven en andere uitwegen dan de dood.»


Kapot vanbinnen

In 2014 werden naar schatting 10.236 zelfmoordpogingen ondernomen in Vlaanderen. Eén van de meisjes die zichzelf in dat jaar van het leven probeerde te beroven, was Sarah, vandaag 25 jaar. Ze nam een overdosis pillen. De dokter die haar redde, zei dat ze enorm veel geluk had gehad. ‘Ik vond vooral dat ik veel ongeluk had,’ vertelt Sarah.

Sarah «Ik was boos dat het niet was gelukt. Veel mensen zeggen dat het egoïstisch is om zelfmoord te plegen, omdat je de achterblijvers zoveel pijn doet. Maar daar denk je op dat ogenblik helemaal niet aan. Je denkt maar aan één ding: ik wil dit leven niet meer, ik wil ervan af. Ik wil al die kwellende, vreselijke herinneringen uit mijn hoofd. Er is niemand die je kan helpen. Je denkt dat niemand je begrijpt. Je ziet alleen je problemen. Je kunt je niet inbeelden dat er ergens een lichtpuntje kan zijn.

»Eigenlijk wilde ik vooral vergeten. Ik hoefde niet per se dood te zijn, een coma was ook al goed, want dan was ik me toch van niks meer bewust. Dat was het plan, die woensdagavond.»

Sarah heeft een mooi gezicht en een opgewekte lach, en lijkt in niets op het broodmagere, neerslachtige meisje van enkele jaren geleden. ‘Ik voel me goed en je ziet niets meer aan mij,’ zegt ze fier. Behalve die twee kleine littekens aan de binnenkant van haar polsen, uit slechtere tijden.

SARAH «Dat was van mijn eerste poging. Mijn papa heeft me toen net op tijd gevonden op mijn kamer. Hij was boos en heeft mijn armen direct onder de kraan gestoken.»

‘Ik was boos en bang,’ zegt Sarahs vader, die meegekomen is naar het gesprek om zijn dochter te steunen. ‘Bang om mijn dochter te verliezen. Ik wist dat het niet goed met haar ging. Die keer was het nog niet fataal, maar ik dacht: hier stopt het niet, het zal nog gebeuren.’

Tot haar 17de was Sarah een uitbundige, vrolijke wildebras die stiekem achter de rug van haar ouders ging feesten en droomde van een carrière als actrice en zangeres.

Sarah «Ik zat goed in mijn vel, studeerde theater, had veel vrienden. Alles in mijn leven kantelde in de zomer waarin ik 17 werd. Tijdens de Gentse Feesten is mijn beste vriend verongelukt. Zijn vriend die achter het stuur zat, heeft het overleefd, maar hij was op slag dood. Dat was een heel zware klap voor mij. We waren twee handen op één buik.

»Een paar weken later ben ik verkracht door de oom van mijn vriendje. Ik was nog nooit met mijn lief naar bed geweest, hoewel iedereen dacht dat ik nogal wild was en meisjes me soms een slet noemden. Eigenlijk was ik op dat vlak heel braaf en verlegen. De oom van mijn vriendje heeft me met een smoes in de val gelokt in een privésauna, en hij heeft me daar verkracht. Ik ging kapot vanbinnen.

»Ik durfde er thuis eerst niets over te vertellen. Ik schaamde me rot dat ik het had laten gebeuren. Mijn moeder en ik maakten in die tijd alleen maar ruzie. Ik was bang dat ze zou zeggen dat het mijn eigen schuld was. Later ben ik met een vriendin naar de politie gegaan om een klacht in te dienen. De zaak heeft jaren aangesleept en is uiteindelijk op niets uitgedraaid: de oom heeft bekend, maar zijn enige straf was dat hij honderd meter bij mij uit de buurt moest blijven. Zelf ben ik een tijdje naar een psychologe gegaan, maar dat klikte helemaal niet, en ik voelde me steeds verdrietiger worden. Die rampzalige zomer is nog jaren in mijn hoofd blijven spelen, en maakte me heel wankel.

»Toen het schooljaar opnieuw begon, ben ik héél veel beginnen te drinken. Ik kwam ’s morgens aan met de trein en dronk op weg naar school al mijn eerste pintjes. Ik zat dronken in de klas, tijdens de pauzes trok ik naar het café en vaak spijbelde ik de namiddagen. Ik dronk alleen nog bier, at niet meer en was vel over been. Natuurlijk had ik geen geld voor al die drank, en dan danste ik halfnaakt op de toog in ruil voor bier. Mijn vader heeft me ooit uit een café gehaald waar ik stomdronken stond te strippen. Mijn moeder was doodongerust. Ik was heel diep gevallen. Toen ik ook mijn schooldirecteur had uitgescholden, zeiden mijn ouders dat het genoeg was geweest. Samen met de school hebben ze toen een plan bedacht om me te laten afkicken. Het kwam erop neer dat ik overal werd gecontroleerd en tijdens de pauzes niet meer naar buiten mocht. Toen was dat balen, maar eigenlijk werkte die strenge aanpak wel voor mij, want daardoor ben ik toch van de drank af geraakt.

»Ik bleef wel depressief en kwam op den duur mijn kamer niet meer uit. Naar school ging ik niet meer. Er waren momenten dat ik dood wilde. Ik praatte daar met niemand over, dat durfde ik niet. En mensen hadden er ook geen zaken mee dat ik me zo verschrikkelijk voelde, vond ik.

»Ik schaamde mij. Ik had te veel pijn en ik wilde dat die stopte. Ik wilde niet meer aan die verkrachting denken, niet meer aan mijn beste vriend, niet meer aan die keren dat ik halfnaakt op de toog stond te dansen. Ik heb toen mijn eerste poging ondernomen. Mijn papa heeft me gevonden. Hij was altijd heel bezorgd en kwam vaak op mijn kamer kijken, want ik sprak niet met mijn ouders. Later heb ik het nog eens geprobeerd. Ik probeerde mezelf te wurgen met een riem. Ook dat is niet gelukt. Veel normale gedachten heb je niet meer op zo’n moment. Je denkt alleen aan doodgaan.

»Na die twee pogingen heeft mijn moeder me geholpen om een goede therapeut te vinden en ben ik antidepressiva beginnen te nemen. Zo raakte ik er stilaan bovenop. Ik ging opnieuw naar school en had een zalig jaar aan de theaterschool. Ik dronk af en toe een biertje, maar geen sloten meer. Ik dacht echt dat ik weer helemaal de oude was.»

'In de maand na de dood van Steve Stevaert is het aantal zelfmoordpogingen met een kwart gestegen, bij vijftigers zelfs met 96 procent'


Drank en drugs

In 2013 stierven in Vlaanderen 1.052 mensen door zelfmoord. Dat zijn bijna drie zelfmoorden per dag. Gemiddeld worden per dag 28 suïcidepogingen ondernomen. Hoewel het aantal de voorbije jaren licht is gedaald, ligt het Vlaamse en Belgische suïcidegemiddelde nog steeds anderhalve keer hoger dan het Europese gemiddelde, en hoger dan het wereldwijde gemiddelde, dat op 16,7 per 100.000 inwoners ligt.

Ook bij jongeren behoren de Vlaamse suïcidecijfers tot de hoogste in Europa. In 2014 was zelfmoord bij Vlaamse jongeren de eerste doodsoorzaak, met net iets meer doden dan in het verkeer. Er waren 28 zelfmoorden bij jongeren van 15 tot 19 jaar (19 jongens en 9 meisjes) en 37 gevallen bij de leeftijdsgroep tussen 20 en 24 jaar (31 jongens en 6 meisjes). De trend zet zich door op Belgisch niveau, waar volgens de meest recente statistieken van de Wereldgezondheidsorganisatie 14 jongeren op 100.000 zelfmoord plegen. In vergelijking met Nederland is dat meer dan het dubbele: daar gaat het om 6,5 gevallen per 100.000 jongeren.

Hoe dat komt, wordt al jaren met wisselend succes onderzocht bij het Vlaams Expertisecentrum voor Suïcidepreventie (VLESP). Wat opvalt in de onderzoeken, zijn de ontstellende cijfers over hoeveel Vlaamse jongeren en volwassenen zich slecht in hun vel voelen. Eén op de drie mensen in België van 15 jaar en ouder voelt zich ongelukkig of heeft psychische problemen, zo blijkt uit de meest recente gegevens van de Gezondheidsenquête van 2013 – een opvallende verslechtering tegenover de vorige resultaten in 2008. Mensen klagen over slaaptekort door zorgen, ze hebben het gevoel voortdurend onder druk te staan en voelen zich mistroostig.

In Vlaanderen, waar 13 procent van de bevolking ooit aan suïcide heeft gedacht, zit de malaise vooral bij meisjes en jonge vrouwen tussen 15 en 24 jaar. 40 procent worstelt met psychische problemen: eetstoornissen (18 procent), angststoornissen (16 procent) en depressieve gevoelens (25 procent). Voor 80 procent van de suïcidepogingen bij Vlaamse jongeren tekenen meisjes (342 per 100.000 inwoners). Meisjes zijn ook koplopers in ‘zelfbeschadigend’ gedrag: zichzelf krassen, pillen slikken of zich op andere manieren verminken. Een onderzoek bij Vlaamse schooljongeren van 14 tot 17 jaar in 2015 bracht aan het licht dat 15,5 procent van de jongeren zichzelf ooit opzettelijk had verminkt. Jaarlijks kwam het neer op 10 procent van de jongeren, een toename van 3 procent tegenover 2000. Het aantal meisjes dat zichzelf herhaaldelijk verminkt, was ten opzichte van 2000 zelfs verdubbeld.

Geen vrolijke cijfers, erkent professor Gwendolyn Portzky, hoofd van het VLESP.

HUMO Wat al jaren opvalt in de zelfmoordstatistieken, is de blijvende grote kloof tussen Vlaanderen en Nederland. Vlaamse jongeren denken ook dubbel zo vaak aan zelfmoord als Nederlandse. Hoe komt dat?

Gwendolyn Portzky «Vlaamse jongeren staan bloot aan veel meer factoren die het risico op suïcide groter maken dan hun Nederlandse leeftijdsgenoten. Dat bleek, een beetje verrassend, uit een recent onderzoek naar de verschillen tussen Vlaamse en Nederlandse jongeren van 14 tot 17 jaar. Vlaamse scholieren blijken meer ruzie en problemen te hebben met vrienden en met hun liefje, ze ervaren meer druk op school én ze worden meer gepest. Ze zijn ook angstiger, maken zich sneller zorgen en vluchten vaker in alcohol en drugs om hun miserie te vergeten. Voor dat laatste hadden we eigenlijk net het omgekeerde verwacht, dat Nederlanders meer zouden drinken en drugs zouden gebruiken, maar niet dus. We weten dat zelfmoorden en pogingen vaak onder invloed van drugs of alcohol gebeuren.

»We zien ook dat Vlaamse jongeren hun problemen veel minder aanpakken dan onze jonge noorderburen. Ze kruipen in hun schulp en proberen hun donkere gevoelens weg te duwen. Ze praten ook veel minder dan hun Nederlandse leeftijdsgenoten met volwassenen over hun beslommeringen. Wel met vrienden, maar niet met ouders of leerkrachten. Terwijl volwassenen bij zwaar onweer soms net iets beter kunnen helpen.»

HUMO Plegen jongeren op een andere manier zelfmoord dan volwassenen?

Portzky «Ze doen het vaak veel impulsiever. Bij volwassenen gaat er dikwijls een langer proces aan vooraf. Dat heeft te maken met de ontwikkeling van de hersenen: bij jongeren is de prefrontale cortex die je emoties in goede banen leidt en je beslissingen reguleert, nog niet helemaal ontwikkeld. Dat maakt adolescenten impulsiever in alles. Het verklaart ook waarom het aantal suïcidepogingen bij jongeren zoveel hoger is dan bij volwassenen. Bij meisjes tussen de 15 en de 24 jaar is het risico op zelfmoordpogingen dubbel zo hoog als bij de rest van de bevolking.»

'Ik wilde niet meer aan die verkrachting denken, aan de dood van mijn beste vriend, aan die keren dat ik halfnaakt op de toog stond te dansen'


Blauwe walvis

Professor Portzky was niet blij met de expliciete mediaberichtgeving van vorige week over de zelfmoord van een jongen van 15 uit Appelterre.

Portzky «Hoe meer details er bekend raken over een zelfmoord, hoe meer mensen gaan zeggen: ‘ik zou het beter ook doen.’ Copycatgedrag is wereldwijd in verschillende studies aangetoond, en heeft het grootste effect in dezelfde leeftijdscategorie. In de dertig dagen na de dood van Steve Stevaert is het aantal zelfmoordpogingen in Vlaanderen met een kwart gestegen. Bij vijftigers zoals Stevaert was het aantal pogingen zelfs met 96 procent gestegen. In dit geval ging het om een tiener: we weten dat het risico om gedrag te kopiëren onder jongeren nog groter is.

»Bovendien werd het voorgesteld alsof er een heel simpele oorzaak was: er was een naaktfoto van de jongen op Snapchat gepubliceerd. Dat kan natuurlijk een trigger geweest zijn, maar het kan niet de enige oorzaak zijn. Zelfmoord is altijd het gevolg van een combinatie van factoren: sociale, neurobiologische en psychologische elementen haken op elkaar in. Veel heeft te maken met de kwetsbaarheid die de ene persoon meer heeft dan de andere. De ene tiener denkt veel sneller dat ze hem aan het uitlachen zijn dan de andere.

»Wel zien we dikwijls dat één druppel te veel voor die heel hopeloze reactie zorgt. En soms gaat het om heel heftige dingen. Bij de tiener uit Appelterre is het waarschijnlijk een paniekreactie geweest. Een andere jongen zal zich ook heel slecht voelen, maar gaat toch anders reageren.»

HUMO In het geval van de jongen uit Appelterre ging het over sexting, en ook cyberpesten speelt vaak een rol. En nu is er de Blue Whale Challenge, een online spel waar deelnemers worden uitgedaagd om elke dag een zelfbeschadigende opdracht te vervullen en uiteindelijk zelfmoord te plegen. Laten jongeren zich zo makkelijk meeslepen?

Portzky «Dat kan. Opnieuw: de ene jongere meer dan de andere. Maar het spel wordt langzaam opgebouwd en zachtjes worden ze mee in een destructieve spiraal getrokken: eerst moeten ze een horrorfilm bekijken, daarna een dag niet spreken, dan worden ze aangespoord om zichzelf te verminken, en zo escaleert het. Het is opmerkelijk dat de berichten over het Blue Whale-spel begonnen zijn als nepnieuws. Er waren berichten in Rusland over 120 jongeren die op die manier al zelfmoord hadden gepleegd. Dat was helemaal niet waar, het spel bestond niet eens, maar door de mediaberichten zijn jongeren in verschillende landen het spel écht beginnen te spelen in onlinegroepen. Het is onduidelijk op welke schaal het in Vlaanderen wordt gespeeld – in België is er sprake van achttien meldingen bij het federaal parket. Zelfmoorden zijn er nog niet gebeurd, maar er zijn wel jongeren die zichzelf hebben verminkt in het kader van het spel.»

'Na de dood van mijn zoon heb ik veel met zijn vrienden gepraat, en met andere jongeren. 'We leven allemaal met een masker op,' zeggen ze mij'


De Rode Duivels-bus

Jean-Louis Coppers toont een paar foto’s van zijn zoon op zijn telefoon. Benoît met fonkelende ogen op feestjes met vriendinnen, in een innige omhelzing met zijn hond, in zwembroek in de verblindende zon op een zeilboot, in een donker café met de studentenclub, een pint in elke hand. Telkens die stralende lach. ‘Geen van zijn vrienden wist dat Beno zich slecht voelde,’ zegt Coppers. ‘En hij had véél vrienden. Op de uitvaart was er 1.200 man.’

Coppers «Natuurlijk heb ik me schuldig gevoeld omdat ik niets heb gezien. Ik vond dat ik een goeie band had met mijn zoon. Er werd thuis gepraat. Hij leek in veel opzichten op mij. Hij was ook heel handig en praktisch aangelegd, en zocht overal een oplossing voor. Alleen vond hij dit keer geen oplossing. Volgens mij is het een kortsluiting geweest. Als ik er toen was geweest, op het moment dat hij zich wanhopig voelde, had ik hem misschien uit het moeras kunnen trekken. Maar zou hij iets gezegd hebben aan mij? Dat weet je niet.

»Drie weken voor zijn dood vroeg hij me wanneer we nog eens samen schaaldieren gingen eten in Le Touquet – dat deden we vroeger vaak. We zijn dat weekend samen naar Noord-Frankrijk gereden en hebben er een heel fijne dag doorgebracht. Was het voor hem een soort van afscheid? Ik weet het niet. Ook toen heb ik niks aan hem gemerkt. Maar hij zal wel dingen voor mij verborgen hebben.»

Portzky «Weinig jongeren die zelfmoord plegen, praten daar vooraf met hun ouders over. Dat weten we uit onderzoek bij de nabestaanden. 60 procent van de jonge suïcideplegers had vooraf wel toespelingen gemaakt tegenover vrienden. Slechts 16 procent had er iets van laten merken aan de ouders. Dat was heel opvallend in het onderzoek: bijna alle ouders hadden het gevoel dat ze een goeie band hadden met hun zoon of dochter. En toch was die niet naar hen gekomen met zijn verdriet.»

Coppers «Na de dood van mijn zoon heb ik veel met zijn vrienden gepraat, en met andere jongeren. ‘We leven allemaal met een masker op,’ zeggen ze mij. We hebben daar ook een enquête over gehouden bij jongeren. Wat houdt je tegen om over bepaalde gevoelens te praten? De twee meest genoemde antwoorden waren onbegrip en schaamte.

»Daaruit is het idee van de Bloem Bucket Challenge ontstaan, een variant op de Ice Bucket Challenge. Je maakt je gezicht nat en steekt het in de tarwebloem. ‘Zet je masker af en praat over je gevoelens,’ is de boodschap. We hebben vorige week de aftrap van de campagne gegeven in Barcelona en in Wenen, waar vrienden van Benoît vandaag werken. Voor hen is het ook een soort verwerking, want Beno was heel graag gezien.»

Coppers denkt groot: televisiespots, YouTubefilmpjes, affiches langs de snelwegen zoals bij de Bob-campagne. Hij spendeert al zijn vrije tijd aan het zoeken naar manieren om de suïcidepreventie in België efficiënter te maken.

Coppers «De Zelfmoordlijn 1813 heeft een chatdienst, maar die is maar een paar avonden per week bereikbaar. Waarom kan dat niet de klok rond, zoals in Nederland? Daar worden de chatdiensten bemand door studenten psychologie en maatschappelijk werk, en tellen hun uren bij de chatdienst mee voor studiepunten. Zoiets kunnen we toch ook in Vlaanderen organiseren?

»De hulpverlening is bij ons ook veel te versnipperd. Ik noem hen weleens het verzet uit WO II: niemand weet wie ze zijn en waar ze zitten. In Nederland heb je één centrale website die alle initiatieven rond preventie van zelfdoding bijeenbrengt: omgaanmetdepressie.nl. Als jongere vind je er alle organisaties die je kunnen helpen met je psychische problemen, je kunt een zelftest doen of doorklikken om te chatten met een hulpverlener. Waarom kan zoiets niet in Vlaanderen? Hier vindt een kat haar jongen niet terug in de wirwar van organisaties.»

Coppers beukt deuren open bij bedrijven om te praten over sponsoring en fundraising. Proximus, de Jupiler Pro League, AA Gent. Hij strikte Barbara Sarafian als meter van zijn vzw. Hij gaat in scholen zijn verhaal vertellen om jongeren aan het praten te krijgen. Om zijn scholencampagne aantrekkelijk te maken tikte hij de bus van de Rode Duivels – de echte – op de kop. ‘Ik ga je niet vertellen hoeveel zweet en tranen me dat gekost heeft, maar nu hebben we iets dat jongeren direct aanspreekt. De leerlingen gaan in groepjes op de bus – ze kunnen dan eens op de stoel van Kevin De Bruyne gaan zitten – en bekijken daar een filmpje over zelfdoding en houden een groepsgesprek.’ Zijn praktische aanpak heeft iets verfrissends, iets wat in Vlaanderen nog niet eerder is gedaan rond zelfdoding.

Coppers «Je moet aan sociale marketing doen. Mensen vinden dat een vies woord, maar het is gewoon een manier om dingen bespreekbaar te maken. Academici die onderzoek naar zelfdoding doen, zijn experts op hun gebied, maar ze blijven te veel binnenskamers. Ik wil organisaties uit hun comfortzone halen. Aan de boom schudden. Dit is een burgerinitiatief, dit komt vanuit de buik. Ik krijg erg veel enthousiaste reacties van mensen uit heel Vlaanderen die zelf in aanraking gekomen zijn met zelfdoding en die iets willen organiseren om geld in te zamelen voor onze projecten. Een barbecue, een voetbaltoernooi, een studentenevent… Je voelt dat het initiatief dingen losmaakt bij mensen. Dat is precies waar ik op hoop.»

Coppers is ook al maanden aan het lobbyen bij Infrabel, de beheerder van het Belgische spoorwegnet. Weinig bedrijven zijn meer vertrouwd met de problematiek. Elke week worden drie zelfmoorden op het spoor gepleegd. Daarom heeft hij een ideetje gelanceerd: een beurtrol voor gepensioneerde spoorwegbedienden of andere vrijwilligers, die elke week een paar uren langs de suïcidegevoelige lijnen wandelen en er mogelijke zelfmoordkandidaten op andere gedachten proberen te brengen.

Coppers «Dat idee heb ik in het buitenland opgepikt. In China is er een erg suïcidegevoelige brug boven de Yangtzerivier waar vaak ouderen naar beneden springen, omdat ze de jeugd niet tot last willen zijn. Vrijwilligers rijden onophoudelijk heen en weer over de brug op hun brommertjes, en als iemand een poging dreigt te ondernemen, spreken ze die persoon aan. Het aantal zelfmoorden is door dat initiatief van de lokale overheid met een kwart gedaald.

»In San Francisco sprak ik een politieman die soortgelijk werk deed op de Golden Gate Bridge, nog zo’n brug met een fatale aantrekkingskracht voor mensen met een doodswens. In 24 jaar tijd had hij 250 wanhopige mensen op andere gedachten gebracht. Bij drie was het hem niet gelukt. ‘Wat vraag je dan aan die mensen?’ wilde ik van hem weten. ‘Ik stel geen vragen,’ antwoordde hij. ‘Ik luister naar hun verhaal. Dikwijls is het voor hen de eerste keer dat ze het vertellen.’

»En dus wil ik ook zo’n systeem met Infrabel opzetten. Ze staan erg positief tegenover het idee. Het is mijn manier om mijn verdriet te verwerken. Ik ben nu 58. Ik had liever andere dingen gedaan op mijn oude dag, hoor, maar het is nu zo. De cirkel van mijn leven zal nooit meer rond raken, tenzij met een deuk erin.»


Gered door de piano

Voor Sarah sloeg het noodlot een paar jaar na haar eerste zware depressie opnieuw toe.

Sarah «Als jonge twintiger ben ik een tweede keer verkracht, door mijn beste vriend dan nog. We zaten op internaat, het is op een nacht op zijn kamer gebeurd toen hij dronken was. Ik heb me met man en macht verzet, maar hij ging door. Net als mijn eerste aanrander heeft ook hij aan de politie bekend, en is ook hij niet gestraft. Achteraf hoorde ik dat hij nog andere meisjes op school heeft lastiggevallen, maar niemand durfde een klacht in te dienen. Ik deed het wel en kreeg de hele school tegen mij. De directeur was razend en zei dat ik de reputatie van zijn school naar de filistijnen hielp.

»Het allermoeilijkste was om het thuis tegen mijn ouders te zeggen. Het ging net iets beter met mij, en nu waren er wéér problemen en had ik wéér gefaald.

»Toch lukte het me om overeind te blijven. Ik ging studeren aan het conservatorium, wat geen groot succes was, en ik moest vaak thuisblijven omdat ik me ziek voelde. Mijn vader stuurde me naar de dokter, en die ontdekte dat ik een goedaardig kankergezwel in mijn hals had. Ik moest een zware operatie ondergaan waar ik een jaar van moest herstellen.»

HUMO Wat een bewogen jong leven.

Sarah «Het is goed dat het allemaal achter de rug is: dat hebben we dan al gehad (lacht). Maar het begon inderdaad allemaal te wegen. Je neemt al die loodzware ervaringen mee op je pad. Ik begon mezelf weer te verwaarlozen, mijn huis was een mesthoop. Het raakte uit met mijn vriend. Alles gleed steeds sneller bergaf.

»De aanleiding voor mijn derde en heftigste suïcidepoging was eigenlijk iets heel stoms: een boze buurman die door het lint ging en me bont en blauw sloeg. Toen ik daar op de grond lag, met mijn ribben gekneusd, me afvragend wat ik precies verkeerd had gedaan, kwam de gedachte aan zelfmoord weer opzetten. De vechtpartij was een trigger, maar eigenlijk was het mijn hele leven dat bij elkaar kwam. Al die beproevingen en akelige herinneringen die bleven terugkomen. Ik kon daar niet meer mee leven. Het was te veel om te dragen.

»Eigenlijk had ik eraan moeten zijn, maar iets in het universum heeft bepaald dat ik hier nog wat verder moest. Ik werd in een psychiatrische instelling geplaatst, een volkomen terechte beslissing. Ik voelde zelf ook dat ik hulp nodig had.

»In de veilige cocon van de instelling kwam ik tot rust. Voor het eerst in jaren ben ik er opnieuw piano beginnen te spelen, want er was een muziekkamertje. Daar zat ik uren te spelen en te zingen. Muziek hielp me beetje bij beetje om te genezen. En op een dag kwam ik tot het besef dat ik helemaal niet thuishoorde tussen al die psychiatrische patiënten. Dat was niet de wereld waar ik wilde vertoeven. Ik heb mijn huisarts gebeld: ‘Haal me hier weg.’ En van dan af ging het weer beter. Ik had iets afgesloten in mijn hoofd, zodat ik verder kon met mijn leven. Ook het contact met mijn ouders werd beter.

»Vandaag woon ik weer alleen en gaat het goed. Ik ben gestopt met antidepressiva. Ik heb net een jaar in een restaurant gewerkt en ga nu opnieuw solliciteren. Ik loop een beetje achter op mijn leeftijdsgenoten, en toch ook weer niet, want ik heb gewoon heel veel meegemaakt. Wat ik nu het liefste wil doen, is gaan studeren om iets voor andere mensen te kunnen betekenen. Ik wil jongeren helpen die het, net zoals ik destijds, niet meer zien zitten. Daarom wilde ik ook mijn verhaal doen. Ik wil hen tonen dat er wél een uitweg is, ook al zien ze die niet direct.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234