Summer in the city: 'Amsterdam'

Een zomer lang dalen wij af in de diepste krochten van Marc Diddens oude rock-’n-rollhart, en tegelijk ook in de schier eindeloze iTunes-lijst die daar de klok rond op quasi-alfabetische wijze wordt afgedraaid. Waar waren we gebleven? Juist, nog steeds bij de letter A.

'Vrouwen baby noemen is nu niet meer wenselijk, maar in de vroege jaren van de pop en rock kon het nog ongegeneerd'

Algemeen wordt aangenomen dat het als een stroomstoot opgebouwde ‘You Really Got Me’ de meer dan definitieve klassieker van The Kinks is en ik mag die song dan ook duizend maal duizend keer liever horen dan hun meest populaire hit, ‘Lola’, maar als ik het voor het zeggen had bij het opstellen van het grote geschiedenisboek der volksmuziek, dan zou ik toch gaan voor ‘All Day and All of the Night’.

Waarom? Dat weet ik niet. Noem het fingerspitzengefühl, noem het een lichte, niet onaangename trilling in de onderbuik, noem het de volmaakte synthese van vorm en inhoud, maar ik vind die tweede hitsingle van The Kinks vooral een lillende lellebel van een song. Natuurlijk lijkt-ie op ‘You Really Got Me’, maar het redelijk gemene en ook muzikaal wat ingewikkeldere ‘All Day and All of the Night’ verdient toch helemaal op zichzelf ook een standbeeld in het Grote Museum der Rock-’n-Roll.

Ray & Dave Davies voelden zich allebei wel redelijk bestolen toen The Doors kort daarop met ‘Hello, I Love You’ uitpakten. Er kwam zelfs een rechtszaakje van.

Maar als de broeders eens in de spiegel zouden gekeken hebben, dan hadden ze daar twee stoute jongens zien staan die voor hun eigen sound ook wel enigszins leentjebuur hadden gespeeld bij Richard Berry, de vroeg gestorven auteur van het werkelijk tijdloze ‘Louie Louie’.

Van dezelfde orde: ‘Anyway, Anyhow, Anywhere’, drie A’s voor de prijs van één, geleverd door de jonge, wilde Who in hun allerbeste dagen. Popmuziek zonder weerga die warempel ook nog gevaarlijk klonk. En dat doet ze nóg, getuige het recente optreden van The Who op Glastonbury, waar ze op de slotavond de modsoep op grootse wijze deden overkoken, voor duizenden oude én nieuwe fans. De beats van drummer Zak Starkey slaagden er zelfs bijna in om de onvergetelijke Keith Moon te doen vergeten.

Er zouden meerdere mooie radio-uren kunnen gevuld worden met prachtige songs over wonderlijke steden en u kunt ze zelf ook wel meefluiten, die muzikale liefdesbrieven die grote artiesten geschreven hebben aan Parijs, Londen, Dublin, New York, New Orleans, Los Angeles en Brussel. Maar dichter bij huis en in het kader van onze zoetjesaan aflopende rubriek ‘A’ belanden wij toch altijd graag bij de rauwe ode aan ‘Amsterdam’ die Jacques Brel ooit zwetend en briesend bracht op zijn lp ‘Enrégistrement Public à L’Olympia’ uit 1964. Ook David Bowies eerder beheerste en theatralere versie mocht er wezen (al hield Brel er helemaal niet van), maar onze favoriet is toch de door merg en been snijdende versie die Scott Walker ervan maakte op zijn solo-debuut ‘Scott’ (1967), een album waar overigens niet één slechte track op staat.

Zeer eervolle vermelding qua songs over de geweldige Nederlandse grachtenstad die zo dichtbij ligt en toch veraf: ‘Amsterdam’ van en door Kris De Bruyne, die het lied schreef op muziek van Jo Muylaert, nu ook bekend van kaasreclame. Maar laat u dat vooral niet doen vergeten dat het hier om één van de weinige waardevolle restanten gaat van wat ooit de eerste Vlaamse rockgolf was, medio jaren 70. Een lied van pijn en verlangen dat door De Bruyne op meesterlijke wijze gebracht wordt. Kris De Bruyne werd in zijn begindagen wel eens ingedeeld bij de categorie der zingende engelen wat mij zo goed als naadloos bij twee van de mooiste songs brengt die ik ooit gehoord heb.

De ene heet ‘Angel of the Morning’ en is een ware modderfokker van een countrysong die zoals dat hoort in die middens overspel als centraal thema heeft en de geschiedenis zal ingaan als de enige échte hit van Merrilee Rush. Maar het is ondertussen een classic geworden waarin ook Dusty Springfield, Chrissie Hynde en de ook al geweldige P.P. Arnold hun fraaie tanden gezet hebben. De song komt uit de pen van de even onbekende als fantastische singer-songwriter Chip Taylor, dezelfde man die ons ook al ‘Wild Thing’, ‘I Can’t Let Go’ en ‘Try (A Litte Bit Harder’) schonk en tegelijk dus wereldhits aan The Troggs, The Hollies en Janis Joplin. Over Taylor wordt weinig gesproken, tenzij om te zeggen dat hij de broer is van acteur Jon Voight en dus de oom van Angelina Jolie. Maar hij is veel meer dan dat. Behalve een begaafd songsmid is hij ook een behoorlijke, warme countryzanger.

Maar als u mij vraagt wie mijn Favoriete Muzikale Engel aller tijden is dan ga ik toch voor die eenzame huisvrouw die door de fenomenale John Prine bezongen wordt op ‘Angel from Montgomery’. Laat Prine nu ook net mijn Tweede Favoriete Singer-Songwriter aller tijden zijn en deze ‘Angel from Montgomery’ ook absoluut één van zijn vijf beste songs. Probeer een versie te beluisteren die hij samen met Bonnie Raitt zingt. Helemaal uit de kunst. En er worden hieromtrent geen klachten aanvaard.

Staat ook al een halve eeuw op mijn A-lijst: ‘All Shook Up’, een wallebakker van een rocksong waar Elvis zelve de titel voor verzon, maar die verder helemaal uit de koker van Otis Blackwell komt.

Blackwell was een zwart wonderkind uit Brooklyn en het zag er eerst naar uit dat hij zou excelleren als pianist. Maar algauw bleek zijn hoofd vol liedjes te zitten die er gelukkig ook allemaal uitkwamen: we zijn hem eeuwige dank verschuldigd voor ‘Fever’, ‘Great Balls of Fire’, ‘Breathless’, ‘Return to Sender’, ‘Don’t Be Cruel’ en het al vermelde ‘All Shook Up’. Als die song u wat zegt, probeer dan ook eens de versie die Jeff Beck (en de keel van Rod Stewart) ervan maakten.

Tip: ‘Aan de meet’, van en door Raymond van het Groenewoud, is weliswaar zeer recent werk van de Vlaamse Meester uit Amsterdam, maar toch vooral, samen met ‘Twee meisjes’, zijn allermooiste, zij het wat droevige song.

Maar weet u hoe mijn iTunes-bestand afloopt op de afdeling A? Met misschien wel het mooiste liedje ooit. Het heet ‘And It Stoned Me’, van en door Van Morrison.

Het gaat, zoals weleens verkeerdelijk gepeinsd wordt, niet over drugs maar gewoon over de osmose tussen mens en natuur. Morrison heeft het in dat bijna 5 minuten lange lied uit zijn meesterwerk ‘Moondance’ (1970) over de bijna mystieke ervaring die hij als 12-jarig jongetje had toen hij aan een grijsaard in een oud Noord-Iers dorp vroeg of die geen slok water had voor hem. De man gaf hem een kruik met daarin fris rivierwater. De zanger zingt dat hij, toen hij de eerste druppel uit die kruik op het puntje van zijn tong voelde vallen, meteen in een totaal andere dimensie terechtkwam, zo stoned als diverse garnalen. U moet er maar eens naar luisteren.

Hou een kruik rivierwater in de buurt.


B

Sedert de quasi-afschaffing van die goede, oude single is ook het door mij teergeliefde fenomeen van de B-kant verdwenen. De B-kant was die zo goed als geheime plek waar artiesten, vrij van elke verkoopsdruk, al eens gewoon deden wat ze altijd al hadden willen doen: loosgaan met woorden en klanken die de platenfirmabazen oogluikend toelieten, op voorwaarde dat de A-kant wat trammelant maakte.

'De B-kant was die zo goed als geheime plek waar artiesten, vrij van elke verkoopsdruk, al eens gewoon deden wat ze altijd al hadden willen doen'

De enige B-kant die nu nog een rol speelt in mijn leven is het wat triestige metrostation Beekkant waar ik op een druilerige dinsdag weleens van ondergrondse wissel, op weg naar de tandarts.

Maar songs die onder de letter B thuishoren, tieren wél welig op de liedjeslijst van mijn leven. En op diezelfde lijst is misschien ook wel de Beatlessong te bezichtigen die ik om één of andere reden tot hun mooiste reken. Ik heb het dan over ‘Baby’s in Black’, uit hun simpel meesterwerk ‘Beatles for Sale’. De song is het resultaat van een échte samenwerking tussen John Lennon en Paul McCartney en ze zongen hem ook altijd beeldig door één en dezelfde microfoon. Wat me ook wel bevalt is dat-ie precies 2 minuten en 2 seconden duurt, een treffend voorbeeld van de oude Chinese volksspreuk ‘Less is more. ‘Baby’s in Black’, dat redelijk vrolijk gebracht wordt, is wel een sombere song over een meisje dat rouwt om een jongen die nooit zal terugkomen en van wie men dus kan aannemen dat hij naar de eeuwige jachtvelden is verdwenen. Overigens zijn die beetje folkie-Beatles wel vrienden van mij, en zijn andere favorieten in dat marktsegment ‘You’ve Got to Hide Your Love Away’ en ‘Norwegian Wood’. (Her-)ontdek ze nu.

Vrouwen baby noemen is in deze tijden niet meer wenselijk, maar in de vroege jaren van de pop en rock kon het nog ongegeneerd. Ter staving daarvan raad ik u aan nog eens naar Phil Spector’s ‘Baby I Love You’ te luisteren, dat hij in 1964 door zijn vrouw Ronnie en haar Ronettes liet uitvoeren maar 16 jaar later ook op het bord van de Ramones legde, violen incluis. Punk getemd. Maar wel ontroerend.

Nog een laatste onbekende ‘Baby’-song die om uw erkenning bedelt: Kevin Ayers’ mooiste misschien, het oereenvoudige ‘Baby Come Home’, een ware parel uit één van zijn laatste en totaal onderschatte werkstukken, ‘Unfairground’, uit 2007.

Ten slotte nog dit: ‘Bad Company’ van Bad Company, zo vertelt mijn computer mij, is de song waar ik de afgelopen jaren het meest naar geluisterd heb.

Wie ben ik dan om dat tegen te spreken? Ik vind die song nog altijd een monument van ingehouden klasse: de grote Paul Rodgers heeft nooit zo subtiel gezongen en drummer Simon Kirke zorgt op de juiste momenten voor indoorvuurwerk. De ideale start dus voor de uit de ruïnes van geweldige combo’s als Free en Mott The Hoople gerezen supergroep. Helaas verdwenen ze daarna snel naar de wereld van Spinal Tap, maar bij hun debuut was Bad Company precies wat ze beweerden te zijn: een ware supergroep!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234