Summer in the city: 'Eight Days'

Een zomer lang dalen wij af in de diepste krochten van Marc Diddens oude rock-’n-rollhart, en tegelijk ook in de schier eindeloze iTunes-lijst die daar de klok rond wordt afgedraaid. Deze week: de E van Early, Everybody en Everyday.

'Bob Dylan, Elvis Presley en Neil Young: een trio halfgoden dat mij aan van alles doet denken, behalve aan De Romeo's'

Vroeg opstaan? Het overkomt zelfs mij weleens. En als ik dan nog ergens even met mijn blote voeten door het bedauwde gras kan struinen, dan maakt een ouderwets geluksgevoel zich van mij meester. Ik vind het zelfs niet erg als het dan een beetje begint te regenen, want dan kan ik lekker denken aan Gordon Lightfoots onvergetelijke ‘Early Mornin’ Rain’. Het is een song die één en al heimwee en liefdesverdriet uitademt, een moderne folksong, over iemand die helemaal blut is en die het erg vindt dat hij niet zomaar op een Boeing 707 kan springen zoals een ware hobo al eens stiekem op een goederentrein jumpte. Maar los daarvan is ‘Early Mornin’ Rain’ toch vooral een bijzonder mooi lied, dat behalve voor Lightfoot zelf ook goed genoeg bleek voor prestigieuze collega’s van hem die Bob Dylan, Elvis Presley en Neil Young heetten. Een trio halfgoden dat mij aan van alles doet denken, behalve aan De Romeo’s.

De letter E was ook The Beatles goedgezind. En goedgezind is ook wat ik word telkens wanneer ‘Eight Days a Week’ uit mijn computer komt gekropen. Het is zeker niet de grootste aller Beatlessongs (John Lennon had er zelfs openlijk een hekel aan en De Fabuleuze Vier hebben ’m ook nooit live gebracht, als we tenminste de tellingen mogen geloven), maar bij mij zorgt hij altijd voor een kleine vreugdedans rond het kostbare designtafeltje waarop ik al mijn boeken van Pascale Naessens bewaar. ‘Eight Days a Week’ komt uit de geweldige vierde lp ‘Beatles for Sale’, waarop ik ‘Every Little Thing’ ook altijd gemogen heb, zelfs in de versie van Yes. Paul McCartneys klassieke ‘Eleanor Rigby’ mag dan wel een tikkel te beschaafd klinken voor wat rock-’n-roll eigenlijk hoort te zijn, het is en blijft een wonderlijk gezongen gedicht over de eenzaamheid des mensen. Al kan er ook behoorlijk mee gelachen worden, als u tenminste de moeite wilt doen om eens op uw lokale joetoeb te gaan zoeken naar de van diverse potten gerukte versie die Doodles Weaver er ooit van maakte.

Afscheid nemen van de relatie tussen de letter E en het redelijk bekende combo uit Liverpool doen we met het weinig publiekelijk gedraaide ‘Everybody’s Got Something to Hide Except Me and My Monkey’ (afkomstig van de lp die in de volksmond ‘De dubbele witte’ heet), een wat wilde song van John Lennon. Exegeten verklaarden weleens plechtig dat de ‘Monkey’ in kwestie een overduidelijke verwijzing was naar heroïne; een vriend van mij hield het erbij dat hij uit goede bron wist dat Lennon het nummer geschreven had ‘terwijl hij aan zijn aap sleurde’. Maar de bebrilde Beatle heeft gelukkig bij leven nog gemeld dat ‘Everybody’ handelde over zijn toen kersverse relatie met Yoko Ono en dat de aap in kwestie dus niemand anders was dan zijn Japanse muze.

Iets helemaal anders is dan weer ‘Evidemment’, het prachtige, moderne Franse chanson dat France Gall maakte toen zij al twintig jaar lang geen ‘Poupée de cire’ meer was en met regelmaat sterk songmateriaal mocht brengen van haar man Michel Berger. Behalve dat Gall het nummer bijzonder mooi zingt en dus verstandig gebruikmaakt van haar in wezen toch beperkte stem, is het toch vooral haar tekstbehandeling die respect afdwingt. Bergers woorden zijn vanzelf al wat nostalgisch en triest, maar er zijn weinig interpreten die, zoals France Gall hier doet, écht kunnen vatten wat de tijd doet met menselijke gevoelens:

‘Evidemment, évidemment

On danse encore sur les accords qu’on aimait tant

Evidemment, évidemment

On rit encore pour des bêtises comme des enfants

Mais pas comme avant, pas comme avant’

En toen was er niets meer. Daar zou France Gall het alvast mee eens zijn, want kort na haar spectaculaire comeback ging haar ziels- en echtgenoot Michel Berger plotseling dood. Maar ‘En toen was er niets meer’ was ook een onsterfelijk nummer dat De Brassers op de wereldkaart der droevige liederen zette. Samen met ‘There Will Be No Next Time’ van The Kids en ‘I Can’t Live in a Living Room’ van Red Zebra behoort het tot de enige waardevolle overblijfselen van wat punk in dit land was.

‘Every Grain of Sand’ is één van de vele verborgen parels die voor wie zoekt te vinden zijn op Bob Dylans vaak verguisde en zogenaamde ‘Bijbelse’ lp’s, daterend uit de tijd dat de bard onderhevig was aan de naschokken van zijn hergeboorte in Christus. Zijn eigen versie op ‘Shot of Love’ is al merkwaardig, maar wat Emmylou Harris ermee doet, met een beetje hulp van Daniel Lanois, grenst werkelijk aan het hemelse.

Daarna past in elk geval alleen maar een minuut stilte. Wanneer die afgelopen is, kunt u best overstappen naar iets stevigs en enigszins tijdloos, zoals bijvoorbeeld Neil Youngs ‘Everybody Knows This Is Nowhere’, de titeltrack van zijn tweede langspeelplaat. Ja, dat is die met die prachtige hoes en dat snoezige hondje, die verder ook nog ‘Cinnamon Girl’, ‘Cowgirl in the Sand’ en het live soms zeven dagen en zeven nachten durende ‘Down by the River’ bevat. Young op zijn allerbovenste best en achter het uit zijn stal brekende Crazy Horse, dat hem zijn sound gaf en tot vandaag de dag in één of andere vorm zijn muziek naar waanzinnige hoogten stuurt waar geen gitaarspelende mens ooit tevoren geweest is.

Veel songs zijn er niet geschreven over boeken en schrijvers; en omdat ik me nu even inhoud en niet naar een zoekmachine grijp, kan ik me er maar een paar voor de geest halen: ‘Paperback Writer’, natuurlijk, van de reeds genoemde Beatles, en ‘You Can’t Judge a Book by the Cover’, van oervader Bo Diddley en ook een beetje van zijn vierkantige gitaar. En ook niet te versmaden is het fijne stukje doowop dat ‘(Who Wrote) The Book of Love’ heet, een petit chef-d’oeuvre van The Monotones. Maar dat de ultieme booksong van een geniale brillenkast zou komen, weten we sedert Elvis Costello en zijn Attractions een heuse en onverwachte hit scoorden met ‘Everyday I Write the Book’, een song die qua woorden toch ietwat ingewikkeld in mekaar zit en muzikaal ook niet echt in de traditie van de meezingers is geschreven. Maar Costello komt goed weg met zijn metaforen waarin hij wat ons betreft iets te consequent een liefdesrelatie tracht te vergelijken met het schrijven van een boek. Verder geen kwaad woord over deze destijds zo mooie angry young Elvis.

Volgende week doen we toch gewoon de F. U mag alvast warmlopen met ‘Far Away Eyes’ van The Rolling Stones, een song waarmee ze met een vettige knipoog hun liefde voor country en western belijden, zoals ze dat al eerder deden op ‘Wild Horses’, ‘Honky Tonk Women’ en het distillaat daarvan, ‘Country Honk’. F is ook ‘Feelin’ Alright’, maar proef dan natuurlijk en vooral het origineel van Traffic en hoed u voor namaak. En F is ten slotte ook Lily Allens met uitgestoken tong gezongen stoutemeisjeslied ‘Fuck You’. Maar neemt u dat laatste vooral niet persoonlijk.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234