null Beeld

Summer in the city: 'Gimme'

Een zomer lang dalen wij af in de diepste krochten van Marc Diddens oude rock-’n-rollhart, en tegelijk ook in de schier eindeloze iTunes-lijst die daar de klok rond wordt afgedraaid. Waar zaten we ook alweer? Juist: goodbye G, hello H.

'Als ik Mick Jaggers vettige tong de randjes van 'Get Off of My Cloud' hoor aflikken, dan weet ik weer zeker: ik ben niet van de opera, ik ben van de straat'

Behalve in het wingewest West-Vlaanderen is de letter G erg populair bij mensen die beroepshalve liedjes schrijven, en om redenen die dan mutatis mutandis voor de hand liggen, geldt dat ook voor de volgende letter van het alfabet, de heilige H.

Wanneer ik ’s morgens wakker word – op zich al een puntgaaf pluspunt op mijn leeftijd – dan heb ik weleens de neiging om naar The Rolling Stones te grijpen.

Ja, ik weet het, het staat goed tegenwoordig om te zeggen dat die Londense witte Afro-Europeanen al bijna veertig jaar slechts een schaduw van zichzelf zijn en dat ze hun naam beter zouden veranderen in The Strolling Bones. Maar ik ben nu eenmaal slechts wie ik ben, en als ik alleen nog maar het begin van de intro van ‘Gimme Shelter’ hoor, of Jaggers vettige tong de randjes van ‘Get Off of My Cloud’ hoor aflikken, dan weet ik weer zeker: ik ben niet van de opera, ik ben van de straat.

Ik ken ‘Gimme Shelter’ al sedert november 1969, toen ik mij net in het ware leven had gegooid door me in te schrijven bij een cultuurspreidingstechniekenschool in het centrum des lands. Een vriend van mij was tot de aanschaf van de achtste officiële Stones-langspeelplaat, ‘Let It Bleed’, overgegaan. Als jonge kunstzinnigen waren wij natuurlijk allemaal zeer te spreken over de mooie platenhoes, die gebaseerd was op een kunstwerk van Robert Brownjohn, maar hoeft het gezegd dat het toch vooral de muziek was die ons midscheeps trof?

Het begon al van in het begin, want dáár stond-ie te blinken, die ‘Gimme Shelter’. Een grimmige song, eigenlijk, over grimmige tijden: de Vietnamoorlog woedde nog volop, de straten van het Parijs van na mei ’68 roken nog naar pulverdamp en smeulende as, en iedereen was bang van iedereen. Wat Jagger & Richards capteerden in hun eenvoudige, repetitieve woorden en het stompende, opzwepende, golvende ritme waarop ‘Gimme Shelter’ drijft, is niets minder dan de tijdgeest.

Op het vier jaar oudere ‘Get Off of My Cloud’ – de opvolger voor de hit der hits ‘(I Can’t Get No) Satisfaction’ – was ik aanvankelijk niet zo gek, en de Stones zelf ook al niet, als we de overlevering mogen geloven. Ze vonden het een slordige productie van een nog niet écht voldragen song; dat ze het toch als single lieten passeren, was omdat ze wisten dat de druk van fans en media hoe dan ook te hoog was om ‘Satisfaction’ te overtreffen. Maar in de loop van diverse decennia is ‘Get Off of My Cloud’ toch wel een hard stuk vintage Stones-muziek geworden, veel meer dan een slordige song die door de metronomische drum van Charlie Watts aangedreven wordt. Als je goed luistert, hoor je dat het nummer eigenlijk gaat over hoe moeilijk Les Pierres Roulantes het toen hadden om met hun nieuw verworven supersterrenstatus om te gaan. En het is vooral een lekker smerige song die helemaal zijn plaats heeft verdiend in deze feestelijke rubriek.

null Beeld

Dat doet T-Rex’ ‘Get It On’ natuurlijk ook, als één van de parels op het glamrockmeesterwerk ‘Electric Warrior’, al wordt in de stulp waar ik woon ‘Jeepster’ met nog iets groter enthousiasme meebeleefd.

Voorts, dat zult u wel gemerkt hebben, heeft glamrock mij als dusdanig nooit zelfs maar een halve moer geïnteresseerd, al wil ik voor David Bowies ‘Golden Years’ graag een uitzondering maken en een plek vrijhouden in mijn gewijde luisterlijst.

‘Goodbye My Love’ staat daar ook al sedert mensenheugenis op. Het is in feite een zelden gehoorde blètsong van de ook al verbluffend onbekende soulzanger Jimmy Hughes, maar in mijn leven kwam dat lied voor het eerst voor dankzij de door de geschiedenis wel helemaal slecht bedeelde Liverpoolse beatgroep The Searchers.

Zij konden zingen en spelen als de besten, maar waren helaas niet écht grote songschrijvers, wat hun eeuwigheidswaarde serieus bezwaard heeft. Ten onrechte, want The Searchers waren wél uitstekende goudzoekers: uit andermans liedjescatalogi plukten ze prachtige te coveren songs.

Daar is deze ‘Goodbye My Love’ een heel mooi voorbeeld van – zelden is zo veel langgerekt verdriet in een simpel woord als ‘goodbye’ gestoken! – en u zult in uw achterhoofd ook wel nog flarden hebben zitten van ‘Needles and Pins’, ‘When You Walk in the Room’, ‘Sugar and Spice’ of ‘Sweets for My Sweet’. En laat uw zoekmachine ook eens langs Jimmy Hughes scheren, a.u.b.

Hij zal blij zijn!

Weet u wie Hoagland Howard Carmichael was? Wist hij het zelf wel? Misschien niet. Want Carmichael – die in het dagelijkse leven het liefst als Hoagy werd aangesproken – heeft in zijn jonge jaren lang getwijfeld of hij componist, pianist, zanger, acteur of orkestleider zou worden, en hij heeft dat probleem opgelost door dan maar voor alles tegelijk te kiezen. Wat al een hele carrièrewending betekende voor iemand die zijn beroepsleven gestart was als achtereenvolgens bouwvakker, fietsenmaker en beenhouwer.

Maar zelfs in die donkere jaren speelde Hoagy ’s avonds ook wel eens ragtimepiano in één of ander duister drankhol in Indianapolis. Dat ‘andere’ leven beviel hem zo goed dat hij de moed vond om zelf een melodietje te verzinnen, en dat bleek al snel een bijzonder goed idee te zijn. Zijn talent werd opgemerkt door de waarlijk legendarische jazzpianist en –kornettist Bix Beiderbecke, die op zich ook al uw aandacht verdient, maar helaas reeds op 28-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van overmatig alcoholverbruik.

Carmichael beleefde op precies dezelfde leeftijd zijn allereerste grote succes, via de door werkelijk iedereen en zijn zusje gecoverde standard ‘Stardust’, die u zou kunnen kennen vanwege fijne versies door Louis Armstrong, Ella Fitzgerald, Connie Francis, Rod Stewart en andere Frank Sinatra’s.

Maar ons is het vandaag natuurlijk om ‘Georgia on My Mind’ te doen, de luie ballad die hij schreef op een tekst van Stuart Gorrell en die volgens de ene over een meisje gaat dat Georgia heet, en volgens de andere over de hele gelijknamige Amerikaanse staat.

Na beluistering van vele covers blijkt die van Ray Charles met vlag en wimpel bovenaan te prijken, ook al moet hij opboksen tegen die van figuren als Dean Martin, Van Morrison, Billie Holiday, The Band, en Steve Winwood en zijn Spencer Davis Group, die qua songs met een G natuurlijk óók geschiedenis schreven met het obsederende ‘Gimme Some Lovin’’.

Herbeluistering van Charles’ ‘Georgia on My Mind’ en de bijbehorende lp ‘The Genius Hits the Road’ maakt ons blij en doet ons ook de volgende vraag in de groep gooien: waarom hoor je dat genie van Ray Charles eigenlijk nooit eens op de radio?

Weet u welke G-song mij ook op bijna-dagelijkse basis een bijna-glimlach om de lippen tovert? Dat is ‘Grey in L.A.’, een op een soundtrack van een vergeetbare film weggestopte, kleine fijne song van Loudon Wainwright III. Hij steekt er op vriendelijke wijze de draak met al die wannabe’s die naar de Westkust vlieden om er roem en rijkdom te oogsten, maar in hun badkamerspiegel vaak niets anders zien dan een enigszins mislukte mens. Wainwright vertelt het allemaal erg tongue in cheek, maar maakt toch duidelijk dat het Californië waar de Beach Boys luidop van droomden niet het zijne is.

Sunshine: ok. Maar schone schijn: weg ermee.

Dat is eigenlijk ook de enige boodschap achter de grootse ballad ‘Handbags and Gladrags’. Uzelf kent ’m wellicht in de versie van Stereophonics, uw ouders dweepten wellicht met die van Rod Stewart, maar wij, zeg maar de rock-’n-roll-cognoscenti, hebben ons hart al aan deze song verpand sedert 1967, toen Chris Farlowe meteen maar de definitieve lezing gaf van deze song van Mike d’Abo.

Ja, dezelfde d’Abo die de onvervangbare Paul Jones verving bij Manfred Mann. Dezelfde d’Abo die van een niemendalletje als ‘Ha! Ha! Said the Clown’ toch een fijn stukje pop maakte.

‘Ha! Ha!’ is trouwens ook wat wij zeggen, op zoek naar spotifieerbare titels die uw zomer mooier zullen maken.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234