Summer in the city: 'Van Fever'

Een zomer lang dalen wij af in de diepste krochten van Marc Diddens oude rock-’n-rollhart, en tegelijk ook in de schier eindeloze iTunes-lijst die daar de klok rond wordt afgedraaid. Waar zaten we ook alweer? Juist, hoog tijd voor de letter F.

'Elvis' versie van 'Fever' doet mij niet aan seks, maar aan mijn plechtige communie denken'

Falling in Love Again’. Het is één van die liedjes die iedereen kent – zelfs degenen die beweren dat zulks niet het geval is. In het huis van mijn ouders klonk vooral het Duitse origineel, dat mijn moeder van Marlene Dietrich geleerd had. Het heette toen ‘Ich bin von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt’ en ze kon het woord voor woord meezingen. Ik was toen nog te jong om me af te vragen of het om een romantische verzuchting van mijn mama ging, dan wel om een regelrechte beginselverklaring, maar ik weet wel dat die song van Friedrich Holländer mij mijn hele leven lang al ontroert. Ook als ‘Falling in Love Again’ zich aan mij voordeed in de wat poppy en opgepimpte versie die de Alan Price Set er helemaal aan het eind van de jaren 60 van maakte, al haalde die wel wat van de dramatiek uit die song. En toen The Beatles hem dagelijks speelden in de Star-Club te Hamburg waren ze nog wat groen achter hun oren, al zingt McCartney hem af en toe nog weleens live. Maar Kevin Ayers’ bijna hitversie uit 1976 mag er zeer zeker zijn.

De eeuwig amoureuze Ayers wist wel weg met zinnen als ‘Girls flutter to me / Like moths to a flame / And if they burn their wings / I am not to blame’. Ook Billie Holiday geeft er in haar geweldige versie blijk van precies te weten wat voor wonden verliefdheid kan veroorzaken bij man en vrouw. Overigens past het hier om even te zeggen dat alle belangstelling die Lady Day dezer dagen te beurt valt haar ten zeerste gegund is, maar dat het zoetjesaan ook tijd wordt voor een werkgroep die zich ontfermt over het legaat van de zeker even fantastische Bessie Smith, misschien wel de allereerste grote jazzzangeres en meteen ook één van de allergrootste. Ze is jong overleden ten gevolge van een zwaar verkeersongeval. Er wordt gezegd dat ze misschien langer geleefd zou hebben indien de ambulanciers haar niet per se naar een verafgelegen ziekenhuis voor zwarte mensen hadden willen afvoeren.

Maar nog één ding over ‘Falling in Love Again’: als u de neiging voelt om zelf von Kopf bis Fuß voor deze tijdloze song te vallen, ga dan eens ijverig op zoek naar de lezing die de Comedian Harmonists er in het Berlijn van de jaren 30 van maakten, terwijl ze de titel slechts lichtjes wijzigden naar ‘Wir sind von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt’. ‘Entartete kunst’, natuurlijk, dus toen bleek dat de zanggroep ook nog voor een groot deel uit Joodse mensen bestond, werd hun door blanke mannen in zwarte hemden het zwijgen opgelegd.

Als we het toch over hogere gevoelens en lagere driften hebben, mag het monumentale ‘Fever’ zeker niet ontbreken. En dan heb ik het niet over de Casino van Blankenberge-achtige versies die karakterdanseressen als Madonna en Beyoncé daar in recente tijden van gemaakt hebben. Nee, ik verwijs u met bekwame spoed naar de zo goed als volmaakte interpretatie die op naam van Peggy Lee staat, en die bewijst dat ze, zonder ons ook maar één glimp op haar blote gat te gunnen, toch ten volle beseft hoe seksueel geladen deze song van Eddie Cooley en Otis Blackwell (hier onder één van zijn pseudoniemen, John Davenport) wel is.

Nu, die ganz geile sfeer zat ook wel in het van fijn vingergeknip voorziene origineel van Little Willie John, een talentrijke maar onfortuinlijke r&b-zanger die na een korte reeks hits in de jaren 50 (waaronder het van de vroege Fleetwood Mac bekende klassieker ‘Need Your Love So Bad’) in de armen van de drank verzeilde, en na een messengevecht in een café uiteindelijk in de nor terechtkwam, waar hij op 30-jarige leeftijd roemloos stierf.

Maar zijn geweldige ‘Fever’ is behalve door Peggy Lee nog op een andere manier vereeuwigd, en wel door de weergaloze vertolking ervan door Elvis Presley op zijn misschien wel allerbeste lp, ‘Elvis Is Back’.

Mij doet Elvis’ ‘Fever’ niet aan seks, maar aan mijn plechtige communie denken, en dat komt enkel en alleen omdat ik die bewuste ‘Elvis Is Back’ als cadeau gevraagd had aan één van mijn tantes, die er eer de aanschaf goedgekeurd werd, toch weleens naar wilde luisteren. Dat gebeurde in de daartoe bestemde cabines bij La Maison Bleue, de betere platenhandel in de Brusselse Zuidstraat. Ze vond het een raar geschenk voor een jongen van 12 en ze vond vooral de titel van die langspeelplaat raar, want toen mijn oom daarna vroeg wat ik gekregen had zei ze: ‘Elvis Is Black’.

En dat wás hij natuurlijk ook. Want als ik nu, meer dan een halve eeuw later, de intro van Presleys ‘Fever’ hoor, dan voel ik ze al, de als ultieme rock-’n-rolltest nooit falende shivers down my spine. Elvis’ versie lijkt meer op die van Peggy Lee dan op die van Little Willie John, maar ze verdient zonder enige discussie een ferme tien met een griffel. Al valt er ook iets te zeggen voor de mix van waanzin en sensualiteit die Broadway-ster Rita Moreno en drummer Animal er tijdens een finale van ‘The Muppet Show’ ooit van bakten! Zie YouTube.

‘Famous Blue Raincoat’ is niet Leonard Cohens meest bekende song, maar tijdens liveoptredens van de straks 81-jarige Canadese reus is altijd meteen voelbaar hoeveel zijn trouwe publiek houdt van dit droeve verhaal over een man die een brief schrijft aan de minnaar van zijn vrouw. Dat die fameuze blauwe regenjas alleen maar terloops vermeld wordt, getuigt – alsof dat nodig zou zijn – van Cohens grote kwaliteit als dichter-songschrijver, en dat hij in een paar zinnen het gevoel van het New York van de vroege jaren 70 kan oproepen, verblijdt mijn oude hart ook bij iedere beluistering. Het doet er mij telkens aan denken hoe ik in die jaren ook graag door diezelfde door Cohen bezongen Clinton Street in Lower Manhattan mocht rondlopen en er een zo goed als gelukkige mens was.

Overigens is ook Jennifer Warnes’ cover van ditzelfde ‘mannen onder elkaar’-nummer erg sterk. Net zoals haar ‘First We Take Manhattan’, dat ze van vriend Leonard kreeg voor die het zelf opnam, ook een lovenswaardige versie is.

Maar om de afdeling Leonard Cohen Songs Die Met Een F Beginnen mooi af te sluiten beveel ik toch graag nog zijn beetje verborgen ‘Field Commander Cohen’ aan, een song uit ‘New Skin for the Old Ceremony’. Ik bedoel dan zowel de fijne en niet van zelfspot gespeende song met die titel, als de hele gelijknamige live-lp die Cohen pas in 2001 uitbracht, maar die wel het verslag is van een zo te horen zeer geslaagde Britse tournee uit 1979. Misschien wel zijn beste liveplaat, al blijf ik zijn eerste in dat genre, ‘Live Songs’, ook wel koesteren. Al was het maar omdat ik zelf in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten aanwezig was toen Cohen daar in een ietwat sombere mood onder andere het op die plaat te horen ‘You Know Who I Am’ opnam, in 1972.


G

Omdat ik van de uitgevers van dit prachtige weekblad hoor dat ik wat moet opschieten, heb ik een bevallige assistente ingeschakeld om alvast te onderzoeken wat er onder de letters G, H en I te vinden is in mijn allerindividueelste geheime muziekdoos. Ik krijg net de eerste G-resultaten binnen en die zijn gewoon verbluffend. Bedelen daar om uw aandacht: Rick Nelsons ‘Garden Party’, ‘Get Back’ van The Beatles en ‘Going Back’ (van het echtpaar Gerry Goffin en Carole King), bekend van The Byrds en vooral van Dusty Springfield. Om nog te zwijgen over de Dave Clark Five en ‘Glad All Over’ en de Beach Boys met zowel ‘God Only Knows’ als ‘Good Vibrations’. En dan heb ik het nog even niet over het epische ‘Games People Play’, waarin Joe South precies uitlegt hoe het leven in mekaar zit.

Toch ga ik u lichtjes eigenzinnig proberen warm te maken voor ‘Go Now’. Een aardige hit voor de jonge Moody Blues, maar in mijn wereld is er toch vooral veel plaats voor het uit gietijzer opgetrokken origineel van Bessie Banks, een zwart meisje uit Brooklyn dat eigenlijk Bessie White heet. Dat ze ‘Go Now’ zo boordevol emotie kon stoppen, schrijft de nu 77-jarige Banks toe aan het feit dat ze de song opnam op de dag na de moord op John F. Kennedy. Ik beken ruiterlijk dat ik Banks’ versie niet kende toen ze uitkwam in de sixties. En ik zou ze wellicht nog niet kennen als ze mij niet geopenbaard was door de redelijk bekende diskjockey Bob Dylan tijdens één van zijn werkelijk wonderbare en fel gemiste ‘Theme Time Hour’-radioshows.

En wat zeggen wij dan? Merci, Bob, dát zeggen wij dan! Alsook: tot volgende week.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234