Summer in the city: (Who Have Nothing)

Een zomer lang dalen wij af in de diepste krochten van Marc Diddens oude rock-’n-rollhart, en tegelijk ook in de schier eindeloze iTunes-lijst die daar de klok rond wordt afgedraaid. Waar zaten we ook alweer? Juist, hoog tijd voor de letter H.

'Toen 'Hallelujah' verscheen, verkeerde ik in een periode waarin ik niet naar Leonard Cohen luisterde en hem, zeg maar, een zageman vond. Dat vind ik op onpare dagen eigenlijk nog'

Ja, de H is van ‘Hallelujah’ en ‘Hallelujah’ is van Leonard Cohen en ook van John Cale en ook van Jeff Buckley en ook van Natalia en Gabriel Rios en ook van vele tientallen andere excellente zangers, maar toen die song verscheen op ‘Various Positions’ (1984), de zevende studio-elpee van de bekende Canadese toptroubadour, verkeerde ik in een periode waarin ik niet naar Cohen luisterde en hem, zeg maar, een zageman vond. Dat vind ik op onpare dagen eigenlijk nog, zeker wanneer Leonardo die prachtige song zeven minuten lang gaat zingen. Maar kijk, dingen veranderen en mensen ook en sedert de dagen van ‘I’m Your Man’ (’88) is Leonard Cohen alweer, met voorsprong, mijn favoriete Canadese zageman.

‘Handle with Care’, van de kierewiete en eigenlijk nooit écht bestaan hebbende supergroep The Traveling Wilburys, schildert wel altijd een glimlach om mijn lippen – geen gezicht, ik zeg het u – en dat komt omdat de vreemde energie die hele (George Harrison, Bob Dylan, Roy Orbison) en halve goden (Tom Petty, Jeff Lynne) samen opwekten wanneer ze samen frisse boerenrock maakten, eigenlijk enorm verfrissend klonk, zo op het einde van de muzikaal wat onduidelijke jaren 80.

‘Handle With Care’ was het allereerste nummer van de eerste Wilbury-elpee en op het eerste gehoor ging het hier om een vlot uit de mouwen geschud superieur stukje niemendal, maar de geschiedenis leert ons intussen dat deze oorwurm eigenlijk een blijver bleek. Maar helaas ook dat het de zwanenzang zou worden voor Nelson Wilbury (aka George Harrison) en zijn halfbroer Lefty (Orbison).

De letter ‘H’ is in het Engels de eerste letter van sleutelwoorden als ‘Home’, ‘House’, ‘Happy’ en ‘Heart’, waaromheen ontelbaar veel songs zijn gebouwd. Iemand vertelde mij ooit dat hij bij een examen Songschrijftechnieken aan de muziekschool van Nashville een lied moest schrijven waarin die woorden alle vier prominent zouden voorkomen. Ik geloofde hem graag.

Bij mij staat onder de ‘H’ van ‘Happy’ vooral ‘Happy Jack’ van The Who, een erg atypische rocksong uit 1966 die het verhaal vertelt van een eenzame zonderling die door de kinderen van het eiland Man weleens in de maling genomen werd, maar daar toch altijd om bleef lachen. Bassist John Entwistle neemt hier uitzonderlijk een stuk van de zangpartij over van Roger Daltrey. Op het einde hoor je Pete Townshend nog naar Keith Moon roepen: ‘I saw you!’ Maar het gaat hier vooral om een precieus stuk pure Britpop. Dat weet ik zeker.

Wat ik niet weet, is of de Rotterdamse misdaadschrijver Anton Beuving (1902-1977) al van de Amerikaanse standard ‘Harbour Lights’ gehoord had toen hij in 1952 voor zanger en componist Bobbejaan Schoepen de tekst van ‘De lichtjes van de Schelde’ neerschreef. Het leverde ons in elk geval een waarlijk tijdloze en onweerstaanbare evergreen op, vol zeemansverdriet en -verlangen, precies de dingen waarop ook ‘Harbour Lights’ (1937) drijft. In mijn hoofd zit-ie vanwege een versie van The Platters die weleens op de pick-up van één van mijn oudere broers draaide. Maar ook Bing Crosby, oerrockers als Elvis Presley en Jerry Lee Lewis en de nu al bijna 100-jarige Britse heldin Vera Lynn zingen er mooie versies van. De song die Boz Scaggs zingt op zijn meesterwerk ‘Silk Degrees’ heeft bijna dezelfde titel (‘Harbor Lights’) en is evenzeer fantastisch, maar het gaat wél om een ander nummer.

Over ‘Hard Rain’ en hoe die gaat vallen is ook veel gezongen, vooral dan door Bob Dylan, Bryan Ferry en bij ons door Jan De Wilde op Lieven Taverniers geweldige ‘De fanfare van honger en dorst’. Maar als u Bob eens de punk wil horen uithangen, beveel ik u van harte zijn live-elpee ‘Hard Rain’ aan, ook al vinden veel kenners dat een waardeloze plaat.

Nu, dan ben ik maar geen kenner.

‘Hava Nagila’ is een Hebreeuws volkslied uit het eerste deel van vorige eeuw. Er bestaan werkelijk tienduizenden versies bij evenveel Joodse gezinnen, waar het gezongen wordt bij feesten – wat passend is want het betekent ‘Laten wij ons verheugen’. Maar de song is in het Westerse gemeenschappelijke geheugen beland via de fenomenale lezing die Harry Belafonte er in 1959 van gaf op zijn niet minder dan legendarische plaat ‘Belafonte at Carnegie Hall’. Als kind dacht ik dat een ‘nagila’ een sigaar was en dat Belafonte aan zijn gasten gracieus aanbood er één te gebruiken (zoals in ‘Please, have a nagila’), maar algauw drong de plechtstatigheid van deze song tot mij door, ook al werd hij weleens ritueel vermoord tijdens een kampvuuravond van het VVKS en moest ik door de jaren heen ook versies aanhoren van Dalida of The Spotnicks, de Zweedse versie van The Shadows. Het staat als een paal boven water dat de versie van Belafonte niets anders dan eeuwigdurend genoemd mag worden.

Zoiets kan van The Troggs en hun ‘Hi Hi Hazel’ niet gezegd worden, maar die nietige popsong uit hun debuutelpee ‘From Nowhere’ was toch zalf op de ziel van alle jongens die ooit verliefd zijn geworden op een meisje dat Hazel heette en ook een bewijs dat The Troggs niet alleen de groep van ‘Wild Thing’ of ‘Love Is All Around’ zijn, maar ook die van ‘With a Girl Like You’, ‘I Can’t Control Myself’ en, welja, ‘Hi Hi Hazel’. Al verbleekt deze ‘Hazel’ natuurlijk wel bij die schone met het ‘dirty blonde hair’ die zo mooi bezongen wordt door Dylan op zijn toch enigszins miskende ‘Planet Waves’.

‘Helpless’ van Crosby, Stills, Nash en vooral Young? Natuurlijk. ‘Heroes and Villains’ van The Beach Boys: zeer zeker, en mij liever dan ‘Good Vibrations’. ‘Honest I Do’, de waanzinnige love song van Jimmy Reed die wij kennen door de Stones? Absoluut.

Maar heeft u al ooit van The Humblebums gehoord en van ‘Her Father Didn’t Like Me Anyway’? Ik wel. En als ik u zeg dat The Humblebums via Gerry Rafferty eigenlijk de ouders zijn van Stealers Wheel, dan gaat er misschien ergens een lichtje branden. Maar u mag ook helemaal alleen in het donker zitten om naar ‘Her Father’ te luisteren. Rafferty levert hier binnen goed vier minuten een briljante spoedcursus songschrijven af, waarin hij zich helemaal verplaatst in het hoofd van een wat zielepoterige ik-persoon die zijn sentimentele falen helemaal afwendt op de vader van de geliefde. Dat gebeurt via simpele, rake beelden (‘The coat she wore still lies on the bed / The book I gave her that she never read / She left without a single word to say / Her father didn’t like me anwyay’) die dan ook nog eens zo droevig gezongen werden als maar kan. Shane MacGowan And The Popes maakten er een waardige cover van.

Ze stalen het nummer tenminste niet van The Humblebums, zoals Blur dat op hun ‘Country House’ schaamteloos deden met de weinig bekende maar uitmuntende Kinks-song ‘House in the Country’. Die staat verborgen op de zo goed als foutloze vierde studioplaat ‘Face to Face’ en het werd ooit ook bijna een hit voor de niet genoeg te prijzen en nog steeds aan de weg timmerende Londense bluesrockers The Pretty Things.

I

Wellicht omdat de wereld vol egoïsten loopt en ook al omdat ‘I’ in het Engels ‘ik’ betekent, zijn er ontzettend veel liedjes die beginnen met de letter ‘I’. Op mijn eigen digitale jukebox staan er zo al een stuk of 100, maar laat ons om het simpel te houden maar eens beginnen met de wereldsong die gewoon ‘I’ heet en ook een beetje ‘I (Who Have Nothing)’. Het is een van oorsprong Italiaanse schlager die vakkundig vertaald en bewerkt werd door het fameuze duo Jerry Leiber & Mike Stoller. Die twee herschreven het nummer helemaal op maat van hun poulain, Ben E.King, de overigens nog maar onlangs overleden leadzanger van The Drifters en een man die muziekgeschiedenis schreef met classics als ‘Spanish Harlem’ en ‘Stand By Me’.

‘I (Who Have Nothing)’ is werkelijk te pletter gecoverd door allerhande groot en klein talent, maar hoed u voor namaak en laaf u dus bij voorkeur aan King’s koninklijke bron.

Dat zou je ook kunnen zeggen over ‘I Almost Lost My Mind’ van Ivory Joe Hunter, maar ik moet bekennen dat wat The Everly Brothers en vooral Nat King Cole met dat nummer aanvingen mij ook zeer kan bekoren.

Hasta la vista, babies, dan maar.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234