null Beeld

Summer of Love; deel 6: 'Underdog' van Sly And The Family Stone

Exact vijftig jaar geleden werd in San Francisco de aftrap gegeven van The Summer of Love. Vrijheid, blijheid, vrede en een hoop fantastische muziek leken vanuit de stad aan de Amerikaanse Westkust de wereld te gaan overnemen. Tien weken lang presenteren wij u de songs die daarbij de soundtrack vormden. Nummer zes is ‘Underdog’ van Sly And The Family Stone.


Meer 'Summer of Love' »

In de jaren 60 waren zwarte popbands braafjes, met harmonieuze vingerknipmelodieën, matching outfits en namen als Five Stairsteps. Tot twee kerels, geïnspireerd door James Brown en de British Invasion, uitpakten met een soort zwarte rock dat niemand tot dan toe al gehoord had. De ene was Jimi Hendrix, de andere Sly Stone.

Jimi kent iedereen, maar Sly is een minstens even grote artiest, en veel populairder in de zwarte gemeenschap omdat hij muziek maakte waarop je kon dánsen. Hij begon als een wonderkind, een funky Mozart. Tegen dat hij elf was, was hij een band op zich: hij speelde gitaar, piano, bas en drums. Hij werd gastmuzikant bij Dionne Warwick en Marvin Gaye en als radio-dj draaide hij Bob Dylan én The Marvelettes, The Flamingos én The Beatles. Afro-Amerikanen kwamen daar weleens over klagen: ‘Waarom draai je die bleekschetenmuziek?’ Zijn antwoord: ‘Blank en zwart bestaan niet. Daarbij: ain’t nobody blacker than me.’

In 1966 stichtte hij Sly And The Family Stone heel bewust als ’s werelds eerste grote geïntegreerde rockband. Cynthia Robinson speelde trompet, de neefjes Greg Errico (drums) en Jerry Martini (saxofoon) waren van Italiaanse origine. Martini zei achteraf: ‘Er stonden rijen zwarte drummers en saxofonisten te springen, gasten die veel beter waren dan Gregg en ik. Maar Sly wilde ons: hij moest mannen én vrouwen hebben, blank én zwart.’ Broer Freddie en zus Rose zaten ook in de band, maar tegen journalisten zei hij: ‘We zijn allemáál familie.’

Sly kwam uit San Francisco, de bakermat van de Summer of Love, en in 1967 huurde hij er een appartement in de hippiewijk Haight-Ashbury. Sly en co begonnen er covers te spelen en ontwikkelden hun sound.

‘Underdog’, hun allereerste single, kieperde meteen alle Motown-regels uit het venster. Het nummer begint en eindigt met Martini die ‘Frère Jacques’ op zijn saxofoon toetert (misschien wel in navolging van The Beatles, die de Marseillaise hadden gebruikt in ‘All You Need Is Love’). Tussenin is het een lap verkreukte acidfunk met een boodschap over underdogs die in deze maatschappij dubbel zo hard moeten vechten: een weinig verholen statement over de black struggle in Amerika. Dé blauwdruk, ook, voor de psychedelische soul waarmee The Temptations, Four Tops en The Jackson 5 allemaal zouden uitpakken.

Maar ‘Underdog’ werd geen hit: Angelsaksische folk en rock waren oppermachtig en zelfs de hipste flowerpowerkids waren niet klaar voor uitbundige zwarte rock met grillige ritmes. Debuutplaat ‘A Whole New Thing’ werd een flop. Alleen muzikanten waren mee. George Clinton was stikjaloers.

Zoals zoveel revolutionairen was Sly niet alleen een egotripper, maar ook een people pleaser, en dus leefde hij de wetten van de popmuziek wél na voor opvolger ‘Dance to the Music’. De nieuwe songs brachten de boodschap op een simpele, zonnige manier. In ‘Are You Ready’ ging het van: ‘Don’t hate the black, don’t hate the white / If you get bitten, just hate the bite.’ In ‘Everyday People’: ‘I am no better and neither are you / We are the same whatever we do.’ Nummers die niet veel later door tienduizenden kelen werden meegezongen. De Black Panthers vonden hem een softie (‘smijt die crackers toch buiten!’), maar voor Sly was tolerantie het hoogste goed. Dát, en sex, drugs & rock ’n’ roll.

Op hun toppunt waren Sly And The Family Stone enórm. Drie bewijzen: de single ‘Hot Fun in the Summertime’, de plaat ‘Stand!’ en Woodstock. Respectievelijk nummer 2 in de hitlijsten, 3 miljoen verkochte exemplaren en een half miljoen toeschouwers.

Vanaf de jaren 70 ging het steil bergaf. De band implodeerde, Sly werd zot van de drugs – de opnames van meesterwerk ‘There’s a Riot Goin’ On’ verdienen een eigen artikel – en tegen ’75 was hij blut. Hij werd om de haverklap gearresteerd en in ’84 verkocht hij zijn hele muzikale erfenis aan Michael Jackson. Heden leeft hij in L.A. – triestig maar waar – in een busje. Een bejaard koppel geeft hem elke dag te eten.

Geen artiest die de opkomst én het failliet van de hippiegedachte méér belichaamt dan Sly Stone. Mooi zolang het duurde, maar na de Summer of Love was het verdorie snel winter.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234