Suzannah Olieux, de weduwe van Hugo Schiltz

'Mijn leven weze een bazuinstoot in de straat van de wereld,' schreef wijlen Hugo Schiltz in zijn dagboek. Hij was jong en hooggestemd, en twijfelde tussen twee gedichten door of hij nu priester of politicus zou worden. Het werd politicus. En in zijn wereld werd het nooit meer stil, al overstemde het tromgeroffel gaandeweg de schaarse bazuinstoten.


Schiltz' strijd voor de Vlaamse zaak was één lange oorlog, die zich niet in één boek laat samenvatten. Pas verscheen het eerste deel van zijn biografie: het zeer lezenswaardige 'Hugo's heilige vuur 1927-1954' van Paul Huybrechts (Uitgeverij Meulenhoff/Manteau), een verrassend intiem portret van de grootste Vlaams-nationalistische politicus als jonge man. Zijn weduwe, glaskunstenares Suzannah Olieux, stemde erin toe samen met Humo door het bewogen leven van Hugo te bladeren.
HUMO Mevrouw Olieux, u mag de jezuïeten eeuwig dankbaar zijn. Alleen door hun afwijzing is Hugo Schiltz geen priester geworden.
Suzannah Olieux «Hugo had een roeping, ja. Maar of die te rijmen was met de gelofte van het celibaat, daar hadden de jezuïeten hun twijfels bij (lacht). En: Hugo had ook een sociaal-maatschappelijke roeping, die als priester niet voldoende aan bod zou zijn gekomen. Hij was een volbloed idealist.»
HUMO Als je zijn vroege dagboeken leest, schrik je ervan hoe steil in de leer hij was.
Suzannah «Hij was absoluut - 't was wit of zwart, grijs bestond niet. Daardoor heeft hij meer dan eens zijn vinger in zijn eigen oog gestoken. En met dat priesterschap zou het ongetwijfeld ook zo zijn gegaan. Hij heeft wel een tijdje gedacht dat het klooster voor hem de ideale omgeving was. Hugo was religieus: hij stond nederig tegenover het opperwezen.»
HUMO En hij was preuts. Op een dag komt er een mooie vrouw op de trein tegenover hem zitten. Zijn hormonen spelen op, en hij stapt af om, een paternoster in de hand, af te koelen op het perron. Een gewijde priester had het niet beter gedaan.
Suzannah «Hij was een kind van zijn tijd, hè.»
HUMO Die gruwde van roodgelakte vrouwennagels.
Suzannah «U vergist zich: hij gruwde daar niet van. Integendeel, hij huiverde voor het effect dat die gekleurde nagels op hem hadden (lacht). Enfin, zijn eerste vrouw (Garda Schiltz, zijn achternicht, red.) heeft daar meer last van gehad dan ik.»
HUMO De Vrouw was voor hem lange tijd een onbereikbaar wezen.
Suzannah «Het heeft lang geduurd voor hij het snapte. Onbewust duwde hij vrouwen weg. Verlegenheid, vermoed ik, die hij camoufleerde met zijn hooggestemdheid. Hugo was een mysticus: hij had behoefte aan het transcendente, aan datgene wat de materiële werkelijkheid overstijgt. Het hoogste was hem niet hoog genoeg. Dat schrikte vrouwen af.
»Hugo was innemend tegenover vrouwen. Alleen, hij beséfte het niet. In het Vlaams zeggen ze: hij dacht dat hij niet goed genoeg was. Hij had een scherp verstand, maar hij bleef het kind van ouders die nog vóór zijn geboorte failliet waren gegaan: zijn vader had iets te veel risico genomen als wisselagent. Dat faillissement had de status van het gezin aangetast. Zijn moeder morde daar wel eens over tegen haar zussen. En u weet hoe het gaat: kinderen horen meer dan ouders vermoeden dat ze horen. Hugo is die conversaties niet vergeten. Hij heeft er zich tegen verzet. Hij sloofde zich uit om het in alle opzichten zo goed mogelijk te doen, maar tegelijk hield de twijfel hem in zijn greep: 'Ben ik wel goed genoeg?'
»Die twijfel heeft hem nooit helemaal verlaten.»
Het volledige interview met Suzannah Olieux leest u vanaf dinsdag 9 juni in Humo 3588.Enkele uitspraken van Hugo Schiltz in Humo!«Het is tijd voor een nieuw soort politicus. Eén die zegt: 'Mensen, ik weet het ook niet meer.' » (Humo 2678; 2 januari 1992)
«Politiek is een boksmatch geworden, en ofwel moet Tarzan winnen, ofwel Rambo. Ik weiger dat spelletje mee te spelen.» (Humo 2678; 2 januari 1992)
«Mijn twee maanden in de cel zijn een belangrijke inspiratiebron voor mij geweest. Ieder politicus zou het één keer in zijn leven moeten meemaken, zo'n positie van totale rechteloosheid.» (Humo 2678; 2 januari 1992)
«Ik een eminence grise? De kleur klopt, maar mijn vrouw zorgt ervoor dat ze zorgvuldig verstopt blijft.» (Humo 2678; 2 januari 1992)
«Als iemand benoemd moet worden, is het argument nog altijd: 'het moet er één van ons zijn'. Dat is niet gezond.» (Humo 2645; 16 mei 1991)
«Verlang niet van politici dat het heiligen worden. Politici die dat nastreven, eindigen doorgaans als dictators, of op de brandstapel.» (Humo 3012; 26 mei 1998)
«Ik ben verbaasd dat onze democratisch bestel de voorbije jaren niet door de knieën is gegaan. Als hier een Berlusconi of een Degrelle was opgestaan, hadden we nogal avonturen meegemaakt.» (Humo 3012; 26 mei 1998)
«Na de verkiezingen moet je het hoofd koel houden en een nuchtere analyse van de machtsverhoudingen maken. Kijk naar de SP: die partij heeft de zwaarste rammeling uit haar geschiedenis meesterlijk opgevangen. De socialisten zijn de echte winnaars van deze regering geworden.» (Humo 3099; 25 januari 2000)
«Sommige VU'ers waren verschrikkelijk geil om zonder de CVP te regeren. Helaas is geilheid een slechte raadgever in de politiek.» (Humo 3099; 25 januari 2000)
«Mensen die koppig het status quo blijven verdedigen, veroordelen de Volksunie tot het lot van de communistische Partij: een schimmige verzameling van organisaties zonder politieke macht, een nostalgische oudstrijdersvereniging.» (Humo 2772; 21 oktober 1993)
«Overlopen doe ik niet. Ik blijf de karavaan trouw, ook als die beslist in haar kazerne te blijven en daar te verhongeren.» (Humo 2772; 21 oktober 1993)
«Als we een greintje meer waardigheid hadden, waren we allang een ander volk.» (Humo 3246; 19 november 2002)
«Als het kartel met de SP.A een opslokoperatie wordt, neem ik afscheid - en ik niet alleen. Zolang het kan, zal ik achter de vlag van Spirit opstappen, maar als het alleen de vlag van Bert Anciaux wordt, hoeft het voor mij niet meer.» (Humo 3246; 19 november 2002)
«Ik had als minister eens gezegd dat de tijd van 'België barst' achter ons lag. Het hof interpreteerde dat bizar genoeg alsof ik België definitief had afgeschreven; ik werd bij Boudewijn op het matje geroepen en hij heeft toen letterlijk gedreigd me te ontslaan. Wilfried Martens heeft het hem uit het hoofd moeten praten.» (Humo 3246; 19 november 2002)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234