null Beeld

Sweet 21: Thomas, jongen van de vakschool

‘Mijn leven is gemakkelijk in een paar woorden samen te vatten: hard werken, hard sporten, hard sparen. Ook al heb ik vijftien uren op een dag gewerkt, dan nog ga ik ’s avonds trainen, in de zwaarste condities, in weer en wind. Ik wil kijken wat ik kan bereiken met mijn lichaam. Mezelf tot het uiterste drijven en uitpersen tot de laatste druppel, onder het motto: liever doodvallen dan opgeven.’

ab

De braafste van alle Sweet Sixteen-jongeren uit 2008 was Thomas, die zijn vierde jaar elektriciteit volgde aan het VTI in Aalst. Een jongen met sterke principes, die zijn best deed om de primus van zijn klas te zijn, die nooit iets naast de vuilnisbak gooide, nooit ruzie maakte met zijn ouders en zich strikt aan de regels hield. Hij wist toen al goed wat hij wilde: afstuderen, werk zoeken, een huis kopen, trouwen, kindjes krijgen. Alcohol had hij nog nooit geproefd, roken deed hij al helemaal niet en uitgaan zei hem niets. Maar hij sportte wel – en veel. Dat doet hij vandaag fanatieker dan ooit, zie je aan zijn gespierde bovenlichaam.

Thomas «Een jaar geleden heb ik een sport ontdekt die heel populair is in Rusland, maar in België nauwelijks bekend: ghetto workout. Het is een soort gymnastiek waarbij je alleen met je eigen lichaamsgewicht traint, op straat en in parken. Die Russen doen de meest onmogelijke oefeningen: aan een kraan of een brug gaan hangen en jezelf tien keer optrekken aan één arm, of op je handen gaan staan boven op een lichtmast en verticaal pompen... Dat wilde ik ook kunnen, en daar ben ik dus zwaar voor beginnen te trainen. Voordien trainde ik ook al intensief: pompen met één hand, met een jas van tien kilo aan, en nog eens drie T-shirts en een pull om extra calorieën te verbranden... (lacht) Toen ik van school afstudeerde, voelde ik mijn spieren doorbreken en heb ik nog een tandje bij gestoken. Nog harder trainen, nog zwaardere oefeningen, in de kou of in de regen, in een hittegolf... Als het ’s avonds niet kon, stond ik ’s ochtends voor mijn werk een uur vroeger op. Ik had toen nog twee jobs, vrije tijd had ik niet meer. Op een bepaald moment dacht ik dat ik mijn gezond verstand ging verliezen. Mijn lichaam was op het randje van kapotgewerkt, maar toch bleef ik doorgaan: pompen, van mijn stokken draaien, op mijn gezicht vallen, een tand breken... Ik heb al wat meegemaakt (lacht). Ik voel dat ik nog elke dag sterker word, en ik probeer elke keer dingen te vinden om het mijn lichaam nog moeilijker te maken.»

HUMO Om wat te bereiken?

Thomas «Om iets te kunnen wat iemand anders niet kan. Ik heb de lat voor mezelf altijd erg hoog gelegd. Fitness is te saai voor mij: altijd maar gewichten tillen en een beetje cardio, daar zou ik me snel mee vervelen. Ik heb een sport nodig met een uitdaging, waarin je alles kan geven wat je hebt. Gaan en blijven gaan. Ik maak ook filmpjes van mezelf, die ik op YouTube plaats. In Rusland en Amerika worden er grote toernooien in ghetto workout georganiseerd, maar in België ken ik maar een stuk of vijf jongens die het ook doen. De meeste mensen onderschatten het erg: ze zien het als ‘een aap aan een paal’ (lacht).»

HUMO Waarom is het zo belangrijk om de beste te zijn?

Thomas «Ik ben al een sporter van vóór mijn eerste communie: ik deed niets liever dan zwemmen, lopen, fietsen, judo... Maar ik was altijd de traagste of de slechtste van de klas. In de judoclub verloor ik altijd. Toen dacht ik: ik moet de beste worden. En dat kon alleen door hard te werken. Ik ben niet geboren als sporter, dat zie je aan mijn lichaam: ik ben altijd nogal mager geweest. Ik heb niet het lichaam of de gave, ik heb er altijd voor moeten knokken om mijn doel te bereiken. Maar mentaal ben ik zo sterk als een os. Ook al heb ik pijn of kan ik niet goed trainen, dan haal ik het de dag erna in, want ik moet en zal er staan. Ik zou niet kunnen leven zonder sport.»

HUMO En als je een kwetsuur hebt?

Thomas «Ah, ik train door. Ik heb onlangs mijn voet gebroken: ik heb een stevige bottine aangetrokken, er een touw rond gebonden, alles omhoog gehangen en zo kon ik toch nog pompen en sit-ups doen. Ik train door, elke dag.»


A hard day’s work

‘Mijn grote droom is: mijn A2 halen en dan als elektricien gaan werken. Ik ben altijd de eerste of de tweede van de klas, maar dat doet me niet veel. Als ik gewoon voldoende had, zou ik even blij zijn.’ (Thomas op zijn zestiende in Humo, zomer 2008)

Thomas «Ik heb mijn school intussen afgemaakt en ben afgestudeerd met grote onderscheiding. Ik heb zeven jaar elektriciteit aan het VTI doorlopen zonder enige vorm van strafstudie te moeten doen. Als één van de weinigen, denk ik: op de vakschool vind je wel wat ruig volk en het was tenslotte in Aalst, niet direct een stad voor mietjes.»

HUMO Vond jij die schoolresultaten belangrijk, of je ouders?

Thomas «Mijn ouders uiteraard, maar ik ook. De school was altijd het belangrijkste voor mij. Voor de examens stond ik om vier uur of ten laatste halfvijf op, om nog één en ander te herhalen. De meeste leerstof kon ik uit het hoofd opzeggen als een gedicht. Niet dat ik zo extreem goed was in het leren, maar in het jaar maakte ik ook altijd oefeningen en samenvattingen. Ik herhaalde de leerstof bijna elke dag. De school was mijn prioriteit, koste wat het kost.»

HUMO Vanwaar kwam dat?

Thomas «Je moet het zien in een totaalpakket: ik rook niet, ik drink niet, ik ga bijna nooit uit, de school moest dus ook goed zijn. Ik ben altijd een strever geweest.

»Toen ik afgestudeerd was, ben ik onmiddellijk beginnen te werken bij een firma die brandveiligheidsinstallaties en ventilatiesystemen plaatst in ondergrondse parkings en zo. Ik wil niet opscheppen, maar in mijn laatste jaar werd ik al om de oren geslagen met werkaanbiedingen uit de bouwsector. Die firma had me opgebeld, ik kende er iemand en ben direct gaan solliciteren. Het was echt leuk werk, maar ik was veel onderweg en ik moet toegeven dat ik toen nog een andere kijk op werken had dan nu. Toen vond ik werkdagen van twaalf uur eigenlijk te zwaar. Ik kon ook niet meer gaan sporten en ik voelde mijn spieren aftakelen. Ik had eigenlijk nog de reflexen van een typisch schoolgaand kind, en ik had geen goeie werkhouding. Ik vond het bijvoorbeeld erg dat ik op woensdagnamiddag ook moest werken, en ik was bang van overuren... Ik was eigenlijk een beetje lui.

»Ik ben na zes maanden zelf opgestapt. Daarna ben ik bij Jan De Nul begonnen, waar ik nu nog altijd werk, als werf­elektricien. Ik heb er toen meteen nog een tweede job bij genomen als redder – dat diploma had ik intussen ook gehaald. Ik werkte toen van maandag tot vrijdag bij Jan De Nul, vaak met overuren, en zaterdag en zondag ging ik werken als redder.

»Mijn werkhouding is nu anders dan in het begin, ik draai mijn hand niet meer om voor een paar overuren. Je werkt tot je werk af is, punt aan de lijn. Ik verdien goed, maar geld is een absolute bijzaak. Ik vind het vooral belangrijk dat de werksfeer goed is, dat ik goeie collega’s heb en dat ik mijn werk graag doe. Verdien ik niet genoeg, dan zal ik extra werken.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234