null Beeld

Sweet Country

Te bekijken met een koud washandje in de nek.

undefined

Niemand, zelfs de Almachtige niet, zou het in z’n hoofd halen om te gaan wonen in de Australische outback in de jaren 20. De lucht in het ruwe land is vervuld met het gezoem van insecten, er is geen zuchtje wind om het bladerdak van de zeldzame bomen te bewegen en het is er zo droog dat je mond vol spijkers lijkt te zitten. En toch wonen hier en daar mensen in die snikhete hel. Pioniers die – hun lijven uitgewrongen door de hitte en de ogen hol van de eenzaamheid – gewassen proberen te verbouwen in de gortdroge rode aarde, getooid in bestofte broeken en smoezelige hoeden. Daarbij krijgen ze de hulp van Aboriginal-knechten, die zich – wanneer ze niet op het land staan te zwoegen – stilzwijgend ophouden in zielige hutten. Het is opmerkelijk hoe lijdzaam die Aborginals zich door hun meesters laten afblaffen, maar tegelijk voel je de mystieke kracht die hen doordringt, de zwijgende eenheid die dit onderdrukte volk verbindt. Ze hullen zich in stilte, maar tegelijk weten ze heel goed dat zij hier eerst waren, en dat de blanken dit godvergeten land van hen hebben gestolen.

In dit oeroude, welhaast Bijbelse landschap ontspint zich het dieptragische, op feiten gebaseerde verhaal van ‘Sweet Country’, één van de beste films die u dit jaar te zien zal krijgen. De tragedie vangt aan in het huisje van de christelijke oorlogsveteraan Fred Smith (Sam Neill), één van de weinigen hier die gelooft dat alle mensen gelijk zijn. Fred maakt de fatale vergissing om zijn Aboriginal-vriend Sam en diens echtgenote naar Harry March te sturen, een agressieve dronkaard die wel wat hulp kan gebruiken bij het opzetten van een omheining (ultrarealistische couleur locale: je voelt de ruwe steel van hun spades in je eigen handpalm branden). Ineens barst het geweld los: in een daad van zelfverdediging knalt Sam Harry neer. Een Aboriginal die een blanke neerschiet: de kleine witte gemeenschap davert er zó hard van op z’n grondvesten dat zelfs de openluchtfilmvertoning in het dorpje wordt onderbroken. De brigadier (Bryan Brown) wordt opgetrommeld, de geweren worden geladen en de paarden gezadeld, en alsof we ineens in iets van John Ford zijn beland, wordt er een posse uitgestuurd om de in de outback verdwenen Sam in de boeien te slaan. Om Sam Neill en Bryan Brown, de twee oude klasbakken van de Australische cinema, samen rond het kampvuur te zien zitten, en om Neill vervolgens een liedje te horen aanheffen: schitterend.

De achtervolging voert hen uiteindelijk naar de zoutwoestijn, een surrealistische hagelblanke vlakte waar een ademloze stilte heerst, spookachtig mooi in beeld gebracht door regisseur (en tevens cameraman) Warwick Thornton. Met ‘Sweet Country’ heeft deze Australische cineast een film gemaakt die nu eens de ademtocht heeft van een klassieke western, dan weer de hypnotiserende kracht van surreële outbackfilms als ‘Walkabout’ en ‘The Proposition’. ‘Wat moet er worden van dit land?’ vraagt Fred zich op het eind wanhopig af. Een mens kan alleen maar slikken met droge mond en denken: magnifieke film.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234