Syriërs in België: 'Toen ik de foto zag van de kleine Aylan op het strand, moest ik wenen. Wij hebben geluk: we zijn al hier'

Ze hebben dagenlang in de rij gestaan voor de Dienst Vreemdelingenzaken in Brussel, tientallen keren het verhaal over hun vlucht gedaan, vingerafdrukken en röntgenfoto’s laten nemen, maanden op een antwoord zitten wachten in een opvangcentrum. En op een dag valt de verlossende boodschap in de bus: proficiat, u bent erkend als vluchteling. Maar wat dan?

Een meisje met springerige staartjes stapt parmantig op ons af als we de kale huiskamer binnenkomen. ‘Beyman!’ roept ze – zo heet ze – en lachend wijst ze op haar buik. De 4-jarige Beyman rent tijdens ons bezoek vrolijk rond. Ze zingt liedjes, kruipt op schoot bij de fotograaf en lacht om haar eigen grapjes. Haar broertje Mohammad is een jaar ouder, maar veel verlegener. Hij praat niet meer sinds het huis van zijn familie in de Syrische hoofdstad Damascus drie jaar geleden werd gebombardeerd. De twee kinderen zaten in het huis, maar overleefden de aanslag. Meteen daarna besloot de familie Alramo te vluchten, eerst naar Kamishli, een stad in het noordelijke, Koerdische gedeelte van Syrië, en toen het oorlogsgeweld ook tot daar doordrong, met de auto naar Turkije en later met de trein naar Bulgarije. ‘We wilden eigenlijk doorreizen naar Duitsland omdat we daar familie hebben, maar door een speling van het lot kwamen we in België terecht,’ vertelt Abdi Saud Alramo, een 45-jarige Koerd bij wie zorgen en gezondheidsproblemen duidelijke sporen hebben nagelaten. In maart kwam de familie berooid in België aan, na een vlucht van acht maanden die hun al hun spaarcenten had gekost.

Hun 5-jarige zoontje, dat in zijn leven nog geen woord heeft gesproken, baart hun het meeste zorgen. Schreeuwen kan Mohammad als de beste – aan zijn stembanden kan het dus niet liggen. Het is een woelig baasje dat af en toe uit zijn krammen schiet. ‘Tot aan het bombardement was Mohammad een heel normale jongen,’ vertelt zijn moeder Amina (31).

Amina Alramo «Hij was toen 2. Hij heeft nooit leren praten, terwijl zijn jongere zusje honderduit babbelt. In het opvangcentrum waar we voordien zaten, kreeg hij altijd ruzie met de andere kinderen omdat hij er met hun voetbal vandoor ging, zonder het te vragen. Maar hij kon het niet vragen. ’s Nachts schiet hij soms wakker, huilend van angst. Maar wát hem zo bang maakt, kan hij niet vertellen. Morgen gaan we eindelijk naar het ziekenhuis om hem te laten onderzoeken. Ik hoop dat ze iets kunnen doen. Wat moet er anders worden van zo’n jongen in een vreemd land als hij niet kan praten?»

Gezellig kun je de woning niet noemen, met die paar bij elkaar gezochte meubelen. Een tafel en stoelen, een zetel, een kast, een lege vloer, kale muren. Nauwelijks speelgoed voor de kinderen. De familie is een week geleden in deze noodwoning van het OCMW van Oelegem, een deelgemeente van Ranst, ingetrokken. Ze krijgen ook een uitkering van 175 euro per week om met z’n vieren van te leven. ‘Ze hebben veel geluk gehad dat ze hier terecht konden, anders waren ze nu misschien dakloos geweest,’ zegt Joke Dillen, de vluchtelingencoach bij Caritas die de familie begeleidt.

Joke Dillen «De familie Alramo zat eerst vier maanden in een vluchtelingencentrum in Broechem. Toen ze erkend werden, kregen ze twee maanden de tijd om zelf een woning te zoeken. Vorige week donderdag moesten ze weg uit het opvangcentrum, maar ze hadden nog steeds geen huis gevonden. Gelukkig had het OCMW van Ranst deze noodwoning nog. Hier mogen ze drie maanden blijven. Tegen dan moeten ze iets anders gevonden hebben, anders staan ze weer op straat.»

Abdi en Amina Alramo spreken, net als hun kinderen, geen woord Nederlands of Engels – alleen Arabisch en Koerdisch. Ze kwamen op 23 april van dit jaar in België aan en werden zes weken later erkend als vluchteling. Na hen arriveerden in België nog meer dan 15.000 asielzoekers uit Syrië, Irak, Afghanistan, Somalië… In augustus alleen al registreerde de Dienst Vreemdelingenzaken 4.621 asielaanvragen, waaronder 916 uit Syrië. Ongeveer 35 procent van alle asielaanvragen die afgelopen zomer binnenliepen, zal afgewezen worden. De rest van de vluchtelingen zal blijven. Syriërs krijgen hun erkenning ‘bijna automatisch’ en ook steeds sneller, soms al na drie weken. Daarna begint voor al die mensen het leven buiten een opvangcentrum. Ze moeten alleen gaan winkelen, hun eigen administratie bijhouden, de weg vinden naar de sociale diensten, een goedkope woning huren, een cursus Nederlands volgen, een school zoeken voor de kinderen, een job leren. Het is sneller gezegd dan gedaan.

''Veel vluchtelingen riskeren op straat te belanden. En in Brussel zit de dak­lozenopvang nu al vol.' Joke Dillen (Caritas)

‘Omdat niet iedereen daar op eigen houtje in slaagt, is er bij Caritas een ploeg van coaches: vertrouwenspersonen die de meest kwetsbare mensen onder de pas erkende vluchtelingen begeleiden,’ vertelt Joke Dillen.

Dillen «Het eerste wat we doen is mee helpen zoeken naar een woning. Daarvoor hebben ze maar twee maanden de tijd, en vaak is dat te kort. Ze kennen de Belgische huurmarkt niet, weten niet hoe zo’n huurcontract werkt of hoe ze steun moeten vragen bij het OCMW. Ik toon hun hoe ze kunnen zoeken – op immobiliënsites op het internet, of door in een gemeente te gaan rondlopen en de telefoonnummers op de huuraffiches te noteren. Meneer Alramo is de voorbije weken vaak op pad geweest: hij neemt de bus naar één of andere plaats, en begint door de straten te wandelen. Daarna bel ik samen met hem naar de huiseigenaars om het eerste contact te leggen. Zonder succes, tot nu toe.»

HUMO Veel eigenaars staan niet te springen om aan vluchtelingen te verhuren.

Dillen «Negen op de tien huisbazen zeggen onmiddellijk nee. Bij de meesten gaat het niet zozeer om het vluchtelingenstatuut, maar om hun afhankelijkheid van OCMW-steun. Dat vertel ik altijd bij het eerste gesprek, want in veel gevallen kun je je dan de moeite besparen om ter plaatse te gaan kijken. Eigenaars zijn bezorgd dat ze hun geld niet zullen krijgen. Het systeem zit ook wel raar in elkaar: ze moeten potentiële huurders eerst een huurcontract geven, en pas dan kunnen die daarmee naar het OCMW stappen om steun te vragen. Het OCMW neemt dan nog eens dertig dagen de tijd om te beslissen. Dat is natuurlijk erg omslachtig, en de eigenaar moet veel langer op zijn geld wachten. De huurmarkt voor vluchtelingen is dus heel beperkt.

»Met de huidige instroom van asielzoekers vrezen we dat veel erkende vluchtelingen over een paar weken of maanden dakloos zullen worden. Vroeger liet een opvangcentrum mensen weleens toe om wat langer in het centrum te blijven als ze nog geen woning hadden. Maar dat zal niet meer kunnen: ze hebben elke plek nodig voor nieuwe asielzoekers. Dan zullen die mensen effectief op straat belanden. In Brussel is de daklozenopvang nu al volledig verzadigd, en het zal alleen maar erger worden.»

'Toen ik de foto zag van de kleine Aylan op het strand, moest ik wenen. Wij hebben geluk: we zijn al in België' Abdi Alramo


In het paradijs

Zodra erkende vluchtelingen een dak boven hun hoofd hebben, moeten er nog honderd-en-één dingen geregeld worden. De coaches helpen mensen met drempelvrees bij het inschrijven in de cursussen Nederlands en de inburgeringsklassen, waar de wachtlijsten steeds langer worden. Ze regelen voedselpaketten, wijzen de weg naar juridische hulp en psychologische bijstand. Of ze onderhandelen met een plaatselijke sportclub over een sociaal tarief voor de kinderen.

Dillen «Er zijn enorm veel diensten waar mensen hulp kunnen krijgen, alleen is het als nieuwkomer die de taal niet spreekt, aartsmoeilijk om daar je weg in te vinden. En dan zijn er nog al die kleine dingen waar niemand bij stilstaat. Het vertalen van brieven. Uitleggen dat ze een rekening tegen een bepaalde datum moeten betalen, willen ze geen gerechtsdeurwaarder aan de deur krijgen. Een formulier voor de wijkagent invullen. Eigenlijk houdt ons werk het midden tussen dat van een gids, een vertrouwenspersoon en een sportcoach. We motiveren mensen en helpen ze over drempels waar ze niet alleen overheen kunnen.»

Abdi Alramo’s eerste zorg is dat hij morgen met zijn zoontje van het godvergeten Oelegem naar het ziekenhuis van Jette moet raken. Een ingewikkeld traject met bus, trein en tram, dat een OCMW-assistente hem met handen en voeten heeft uitgelegd. Zijn zoontje Mohammad zal er onderzocht worden, maar Abdi zélf ook: hij heeft diabetes en zware hartproblemen. Onderweg zal hij niemand de weg kunnen vragen, en een smartphone met gps heeft hij niet. Maar goed, hij is al van in Syrië tot in België geraakt, dit moet ook wel lukken.

Abdi Alramo «Toen ik pas aankwam in België en de politie zo vriendelijk was, dacht ik: ‘Ik ben in het paradijs.’ Maar toen kwamen ze terug om te zeggen dat ze ons weer naar Bulgarije zouden sturen. Ik was zo ontzet dat mijn suiker onmiddellijk naar 500 schoot! Nadien kreeg ik de keuze: ik kon terugkeren naar Bulgarije, of hier asiel aanvragen. Ik moest niet lang nadenken.»

Winkelen heeft Abdi al één keer gedaan: in de Aldi, samen met zijn vrouw Amina. Gelukkig waren er genoeg dingen die ze herkenden: rijst, tomaten, kaas, brood, komkommer, kip, aardbeien. Het grootste verschil met Syrië? Dat moeten de ziekenhuizen zijn, waar zijn zoontje nu hopelijk geholpen zal worden. En de scholen, waar zijn kinderen zullen kunnen studeren. In Syrië verdiende Abdi zijn brood als ober in een restaurant. Maar of hij hier, met zijn zware gezondheidsproblemen, nog werk zal vinden, is twijfelachtig. ‘Voor mij maakt het niet zo veel meer uit, ik ben 45 jaar, ik ben een oude man die opgeleefd is. Maar voor mijn kinderen ligt de toekomst hier.’

Ze hebben net een oud televisietoestel gekregen van een goede ziel die er thuis één te veel had. Nu kunnen de kinderen naar tekenfilms kijken. Het nieuws volgen doet Abdi niet meer. Hij heeft te veel gezien. Te veel moordpartijen, te veel ellende. Hij is doodmoe.

Alramo «Ik kan me niet op het nieuws concentreren. Elke keer komt er informatie bij, maar mijn hoofd zit al overvol. En elke keer word ik er nog zieker van.»

Alleen de foto van Aylan, die drong wél door. Hij zag het beeld van het verdronken jongetje op een televisiescherm in het opvangcentrum in Broechem, waar het ontzetting veroorzaakte bij alle asielzoekers. ‘Toen ik die foto zag, moest ik wenen en dacht ik: waarom doet onze president Assad ons dit aan?’ Hij prees zichzelf gelukkig dat hij op dat ogenblik al in België was. ‘Ik was hier veilig, ik had mijn leven, en die jongen niet.’ En natuurlijk moest hij denken aan zijn eigen zoon, die daar ook op de vloedlijn had kunnen liggen als het voor hen een beetje anders was gelopen. ‘Aylan was ook een Koerdische jongen. Dat bracht het voor mij nog dichterbij.’

Abdi dacht ook aan zijn vriend die uit Syrië naar Griekenland was gevlucht met de boot, samen met zijn vrouw en twee kinderen, een jongen en een meisje. De boot kapseisde, de man kon zijn dochtertje redden, maar zag zijn vrouw en zoontje verdrinken. ‘We hebben veel geluk,’ beseft Abdi. ‘Meer dan al die mensen die nu nog onderweg zijn, op zoek naar een plek waar ze rust kunnen vinden.’ ★★


Ahmad Al Asaad, 34 jaar, Syriër

Zeven maanden zat Ahmad Al Asaad alleen in een kamertje van een OCMW-woning in Maarkedal, een afgelegen dorp van 6.500 inwoners in Oost-Vlaanderen. Hij kwam één keer per week buiten om boodschappen te doen in de Lidl van Oudenaarde. Voor de rest zat hij thuis aan zijn computerscherm gekluisterd om via Skype naar zijn dochtertje en vrouw te kijken, die in oorlogsgebied in Syrië waren achterbleven.

Ahmad Al Asaad «Mijn dochtertje Shahed was 2 toen ik haar in Aleppo bij mijn vader moest achterlaten. Vaak zat ik gewoon naar haar te kijken terwijl ze speelde. ‘Papa, waarom zit je aan de andere kant van het scherm?’ vroeg ze soms. Ik keek naar mijn vrouw die het huishouden deed of aan het koken was. Zo kreeg ik een beetje het gevoel dat ik bij mijn gezin in de huiskamer zat.»

‘Skype-families’ worden ze genoemd: families die op hun vlucht voor het oorlogsgeweld van elkaar gescheiden worden en jarenlang alleen nog via het computerscherm communiceren. De Britse kinderrechtencommissaris publiceerde vorige maand onder die titel een rapport over de trauma’s die zo’n langdurige scheiding bij kinderen teweegbrengt. Meestal gaat het om vaders die alleen gevlucht zijn, soms sturen families hun kinderen met een oom of kennis mee naar Europa en hopen ze hen nadien zelf achterna te komen.

Ahmad moest al in het prille begin van de Syrische revolutie halsoverkop het land uitvluchten. Hij was één van de eerste politieke activisten van de opstand tegen het Assad-regime. In zijn computerwinkeltje in de Noord-Syrische stad Saraqeb drukte hij in het geheim revolutionaire pamfletten, die hij ’s nachts overal in de stad verspreidde. ‘Als ik toen betrapt was, zou ik onmiddellijk geëxecuteerd geweest zijn.’ Hij voorzag zo veel mogelijk jongeren van materiaal uit zijn winkel om de gevechten tussen de rebellen en het leger te filmen en bracht zelf verslag uit voor Al Jazeera. Toen soldaten tweehonderd mensen uit zijn wijk gevangennamen en hijzelf drie keer aan de kogel van een sluipschutter was ontsnapt, stuurde zijn vader hem weg. ‘Assad zal je hele familie doden als je blijft,’ zei hij.

'Zolang mijn familie in Syrië was en ik in België, kon ik niet herbeginnen'

Tijd om afscheid te nemen was er niet. Een vluchtige kus aan zijn dochtertje, dat was alles. ‘Ik dacht dat ik haar een paar weken later zou terugzien,’ vertelt Ahmad. Maar het zou meer dan twee jaar duren. Ahmads vlucht liep langs Turkije, Griekenland en Kreta en maakte het gezin 7.000 dollar armer. ‘Mijn vrouw heeft haar sierraden verkocht om een vals Bulgaars paspoort te betalen.’ Met dat paspoort kwam Ahmad op 20 juni 2012 aan in België, aan boord van een vrachtvliegtuig uit Kreta.

Al Asaad «Ik beken: toen ik de eerste keer asiel aanvroeg in België, heb ik gelogen. Ik zei dat ik van Turkije kwam. Dat ik in een vrachtwagen van een mensensmokkelaar was gestapt, en tot mijn eigen verbazing in België was uitgestapt.»

HUMO En geloofden ze dat bij het Commissariaat-generaal?

Al Asaad (lacht) «Natuurlijk niet. Ze wisten meteen dat ik loog. Maar ik was zo bang dat ze me naar Griekenland zouden terugsturen! In Griekenland had ik geen enkele toekomst. Het land staat erg vijandig tegenover vluchtelingen. Nadien vertelden ze me dat ze mijn vingerafdrukken hadden teruggevonden: die waren geregistreerd in Griekenland. Toen heb ik maar de waarheid verteld.»

Ahmad had geluk: hij werd niet teruggestuurd naar Griekenland. Het duurde wel meer dan een jaar eer hij als vluchteling erkend werd. Nadien begon een bureaucratische nachtmerrie van twee jaar om zijn vrouw en dochtertje naar België te halen via de procedure van gezinshereniging. ‘Zolang zij in Syrië waren en ik in België, kon ik niet herbeginnen,’ vertelt hij.

Al Asaad «Ik voelde me alsof ik in een soort vacuüm zat. Ik had met niemand contact. Ik had geen lust om te eten, geen zin om Nederlands te leren, geen interesse in het land waar ik was terechtgekomen. Ik zat in een huis van het OCMW met zeven andere vluchtelingen, maar had geen enkele behoefte om die mensen te leren kennen. Ik was ingeschreven in een taalcursus, maar gebruikte elk excuus om niet te hoeven gaan. Ik zat alleen op mijn kamer, hackte een paar websites en bleef wekenlang binnen. Als ik post kreeg, nam ik een foto van de brief en mailde ik die naar een Syrische vriend uit Nederland, die hem voor mij vertaalde. Ik sloot me af van de wereld, en ging kapot van eenzaamheid. Elke nacht droomde ik van mijn dochtertje in haar favoriete jurkje.»

In 2014 lukte het hem om zijn familie naar België te halen.

Al Asaad «Ik zie mijn dochtertje nog altijd van de bus stappen. Ze was een kop groter dan toen ik haar de laatste keer had gezien. Toen ze me zag, schrok ze heel erg: minutenlang zei ze niets. Toen ze me papa noemde, voelde ik een enorme opluchting. Iedereen huilde, vanwege alle tijd die we verloren waren.»

Ahmad woont vandaag met zijn gezin in Gent, boven een gokkantoortje in de Turkse buurt. Hij vond het appartement dankzij een Belgische vriendin die een zoekertje op Facebook had gezet.

Al Asaad «We hebben bijna zes maanden moeten zoeken eer we een woning vonden. De meeste eigenaars weigeren je als ze horen dat je van OCMW-steun leeft.

»Niet dat ik niet wil werken, maar mijn Nederlands is niet goed genoeg. Het liefst zou ik een computerwinkeltje willen openen, maar ik heb al begrepen dat daar in België veel meer bij komt kijken dan in Syrië. Ik ga nu een cursus Nederlands volgen bij de VDAB, in hoop dat ik dan gemakkelijker aan de bak kom.»

Het gezin werd intussen uitgebreid, met een jongetje dat vandaag 11 maanden is. Dochter Shahed, 5 jaar nu, gaat in Gent naar school en praat beter Nederlands dan haar ouders.

Al Asaad «Mijn vrouw volgt de inburgeringscursus en zal ook wel Nederlands leren, maar laten we eerlijk zijn: ze zal nooit gaan werken. In de kleine steden in Syrië blijven vrouwen thuis om voor de kinderen te zorgen en is de man de kostwinner. Dat zal ook bij ons het geval zijn.» ★★


Mohamed Sultan 22 jaar, Syriër

Afgaand op zijn muziekkeuze, zou je denken dat hij een nostalgische geitenwollensok is. Want ’s avonds op zijn appartement in Vilvoorde luistert Mohamed Sultan naar liedjes van Zjef Vanuytsel en Wim De Craene. Maar Mohamed is 22, woonde drie jaar geleden nog in de Syrische kuststad Latakia, en had tot er een paar maanden geleden álles aan gedaan om te kunnen terugkeren.

Mohamed Sultan «Eerlijk? Ik hield niet van België. Ik wilde hier niet blijven. Ik wilde zo graag terug naar Syrië. Ik had niets, ik kende geen Nederlands of Engels en kon dus ook geen mensen leren kennen. Ik vond de Belgen heel gesloten en racistisch. Niemand probeerde te begrijpen wie ik was. In Syrië was ik acteur en speelde ik theater met kinderen; hier was ik een profiteur. In Syrië had ik veel vrienden; hier had ik niemand. In Syrië was er zon en zee; hier liep ik voortdurend te snotteren van de kou. Sommigen keken naar mij met medelijden: arme drommel. Ik haatte die blikken. ‘Kijk niet zo!’ wilde ik dan roepen. Ik heb me heel slecht gevoeld.

»Pas zes maanden geleden heb ik de omslag gemaakt. Ik heb ingezien dat het geen zin meer heeft terug te gaan, de oorlog is uitzichtloos.»

Mohamed woont vandaag in een ruim en licht appartement met zelfgetimmerde meubels, samen met zijn kat. Hij werkt als kinderanimator in Schaarbeek en heeft een Vlaamse vriendin, Charlotte. Hij is moslim, een soenniet; zij is een ‘ongelovige’. Met dat laatste hebben zijn ouders, die een paar maanden geleden ook naar België zijn gevlucht, het erg moeilijk. ‘Mijn ouders zijn heel gelovig en traditioneel, ze willen liever geen westers meisje voor mij. Maar ik vind het geen probleem. Charlotte is vrijwilligster bij Dokters van de Wereld, ze doet meer goeie werken dan veel moslims.’

HUMO Zou je willen dat je vriendin zich tot de islam bekeert?

Sultan «Ik zal haar nooit tot iets verplichten. Als ze niets over de islam weet, wil ik niet dat ze zich bekeert. Ik ben voor godsdienstvrijheid, en ik vind ook dat politiek en geloof gescheiden moeten blijven.»

HUMO Wat als jullie trouwen en kinderen krijgen?

Sultan «Dat vragen mijn ouders ook altijd. Ik wil met haar trouwen (lacht). Het is mijn leven, niet dat van mijn ouders. En kinderen? Die wil ik alleen als ik weet dat ik ze een beter leven en betere kansen kan geven dan ik heb. En zover sta ik nog lang niet.»

Mohamed Sultan vluchtte eind 2011 uit Syrië, toen de revolutie daar nog pril was. Zijn familie in Latakia, een machtsbastion van president Assad, kende een lange traditie van problemen met het regime: zijn grootvader, zijn vader en een paar ooms zaten in de gevangenis wegens kritiek op de regeringspartij. Toen zijn broer Azzam in april 2011 via Facebook opriep tot een opstand tegen de president, moest die halsoverkop uit het land vluchten. Azzam kwam als verstekeling aan boord van een schip in Antwerpen terecht. Ook Mohamed moest enkele maanden later vluchten: hij weigerde dienst te nemen bij het leger om de betogingen tegen het regime met geweld de kop in te drukken – de betogingen waar hij nota bene zélf aan deelnam. Mohamed, die al enkele vrienden had zien sterven, wilde niet op de bevolking schieten. Hij vluchtte eerst de bergen in, maar de soldaten van Assad kwamen hem daar zoeken. Nadien zocht hij zijn heil in Griekenland met een vals paspoort, maar hij werd er gevangengezet en gefolterd. Toen hij daar vrij kwam, kreeg hij bericht van zijn vader. Dat het geweld in Syrië heftiger dan ooit was, en dat hij in geen geval naar huis mocht komen. ‘Ga naar België, naar je broer.’ Een vriend van zijn broer leende hem geld om de reis en de mensensmokkelaars te betalen: een som van 8.000 euro.

Sultan «Tijdens mijn eerste anderhalve jaar in België, heb ik elke dag van zes uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds gewerkt om mijn schuld af te betalen. Ik werkte voor een bouwbedrijf en woonde samen met mijn broer op een klein kamertje in Vilvoorde. Het was een ellendige tijd, waarin ik niets deed dan werken en met haast niemand sprak. Ik was eenzaam, ging kapot van heimwee en verdriet en wilde alleen maar terugkeren naar Syrië.»

Vanuit Vilvoorde zag Mohamed de oorlog in Syrië ontaarden. Hij zag IS groot worden dankzij zijn gruwelijke onthoofdingsvideo’s en zag Marokkaanse jongeren die hij kende, naar Syrië vertrekken. Zelf probeerde hij twee keer om naar Turkije te reizen om daar zijn ouders te ontmoeten. Twee keer werd hij in de luchthaven uit de rij geplukt en mocht hij niet vertrekken. Een Syriër uit Vilvoorde? Dat was te verdacht.

HUMO Wat denk je van de Vilvoordse Syriëstrijders?

Sultan «Wie naar ginds gaat om aan de zijde van IS te gaan vechten, hoort in de gevangenis. IS is door en door slecht en vecht tegen de Syrische bevolking, niet tegen Assad. Maar tegen jongens die naar Syrië gaan om tegen Assad te vechten, om vrijheid en burgerrechten voor iedereen te bekomen, zeg ik: ‘Dank u wel, jullie zijn beter dan ik, want jullie gaan de Syrische bevolking helpen terwijl ik maar mooi in België zit.’ Ik heb me lange tijd een verrader en een lafaard gevoeld omdat ik uit Syrië weggelopen ben.»

'Mijn allereerste sollicitatiegesprek, in een kringloopwinkel, is via Google Translate verlopen. Ik kende nog maar een paar woorden Nederlands [Mohamed Sultan'


Google Translate

Het sombere leven in België begon pas zonniger te ogen toen Mohamed in oktober 2013, meer dan een jaar na zijn erkenning als vluchteling, via het OCMW een job kon versieren in een kringloopwinkel.

Sultan «Mijn allereerste sollicitatiegesprek verliep via Google Translate. Ik sprak toen nog maar een paar woorden Nederlands. Maar de uitbaatster gaf me toch een kans. Dat heeft mijn leven hier een andere richting gegeven. Ik volgde Nederlandse les en kreeg de kans om mee te werken aan een theaterproject voor anderstaligen. Dat is mijn redding geweest. Het heeft me geholpen om Nederlands te durven praten en om de Belgen te leren vertrouwen. Stap voor stap begon ik in te zien dat ik moest stoppen met mezelf te beklagen, dat ik hier iets van mijn leven moest maken.»

Vandaag verdient Mohamed 1.000 euro per maand als kinderanimator. Daarvan gaat 700 euro naar de huur en de onkosten van zijn appartement. Breed heeft hij het dus niet, maar hij is blij dat hij werk heeft. ‘Als het kon, zou ik een paar maanden niets anders willen doen dan mijn Nederlands te perfectioneren. Want zonder de taal is het aartsmoeilijk om werk te vinden.’

De afgelopen maanden was Mohamed bijna elke avond in het inmiddels opgedoekte vluchtelingenkamp in het Maximiliaanpark te vinden – om te tolken, of om poppenkast te spelen voor de kinderen. Hij heeft er verschillende asielzoekers uit Arabische landen over hun afkomst horen liegen. Ze geven zich uit voor Syriër, maar het zijn Irakezen, Libanezen, Afghanen of Roma. Hij hoort het aan hun accent, maar hij verklikt ze niet. ‘Omdat ik niet weet wat hun verhaal is. Toen ik in Griekenland aankwam, heb ik zelf ook tegen de politie gelogen. Ik heb gezegd dat ik Palestijn was, op aanraden van een mensensmokkelaar die zei dat ze de Syriërs onmiddellijk terugstuurden. Wie ben ik dan om te bepalen of andere mensen hier mogen blijven of niet?’

In het Maximiliaanpark heeft Mohamed ook Syriërs gezien die het regime van president Assad steunen. ‘Waarom die naar Europa moeten vluchten, begrijp ik niet. Zij hebben niks te vrezen in Syrië.’ Ruziemaken met die mensen doet hij niet meer. ‘Vroeger wel. Ik heb in Brussel eens een rammeling gekregen van zo’n fanatieke Assad-aanhanger. Nu ga ik hen gewoon uit de weg. Omdat ik het Assad niet gun dat hij mijn leven nog beheerst.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234