'Taboe': de schaamte en woede van mensen in armoede

‘Ik heb het onderschat: ik dacht dat het één van de makkelijkste onderwerpen zou zijn.’ Maar Philippe Geubels vergiste zich: lachen met mensen in armoede lag gevoeliger dan verwacht.

'Van Bart De Wever heb ik eens vier bonnen voor de Delhaize gekregen. Hij had me er beter voor de Aldi gegeven: dan had ik meer kunnen kopen'

Als ze het gebouw van de vzw Recht-Op in Deurne binnenstapt, herkennen we Nicole (73) meteen: grijze haren en goedlachs, ook al geeft haar gebit vooralsnog weinig reden tot kamerbreed glimlachen. Ook Tommy (31) en An (38) schuiven aan voor het gesprek. Zij waren zondagavond niet te zien op Eén, maar maakten wel deel uit van de Recht-Op-delegatie die massaal naar het NTGent was afgezakt voor de zaalshow van Geubels. Geen klachten daarover: ‘Goed gelachen.’

Noem hen gerust collega’s bij Recht-Op: ze behoren tot de vrijwilligers die geregeld workshops en vormingen geven aan hulpverleners. Zelfs tegenover politici nemen ze weleens het woord, om hun duidelijk te maken dat arm zijn veel meer is dan het gemis van een goedgevulde bankrekening. Maar ondanks die ervaring deinst An terug als we onze taperecorder op tafel leggen.

An «Had je dat ding een paar jaar geleden voor mijn neus gelegd, dan was ik direct dichtgeklapt. Niet dat ik mijn verhaal niet wilde doen – heel graag zelfs – maar ik durfde niet.»

Tommy (knikt) «Als je arm bent, heb je een gebrek aan zelfvertrouwen.»

Nicole «Dat is ook waarom ik heb meegedaan met ‘Taboe’: voor alle lotgenoten die nog niet durven te spreken. Ze hadden bij productiehuis Panenka veel moeite om mensen in armoede te vinden die zich wilden blootgeven. Vijf jaar geleden had ik het ook niet gedurfd. Toen stond ik nog aan het begin van wat je mijn zelfontplooiing kunt noemen: bij Recht-Op ging ik van een grijze muis naar een kleurrijke papegaai. Toen ik hier pas kwam, zat ik aan de hoek van de tafel te zwijgen en te luisteren naar de anderen. Het borrelde wel vanbinnen, maar het kwam er nog niet uit. Tot ik ontdekte dat ik ook een stem had en dat ik het recht had die te gebruiken. Hier werd tenminste geluisterd naar wat ik voelde. Want arm zijn heeft nog meer te maken met een gevoel dan met geld.»

HUMO Maakt dat het zo moeilijk om uit te leggen aan buitenstaanders wat het is om in armoede te leven?

Nicole «Als ik buiten zeg dat ik arm ben, dan krijg ik meteen een stempel: vuil, lui, noem maar op. Ik heb een keer een workshop gegeven aan studenten geneeskunde die een maand later zouden afstuderen als dokter. Voor ze iets over mij wisten, kregen ze de vraag: ‘Waaraan denken jullie als we het hebben over mensen in armoede?’ Het regende clichés: luie, vuile mensen, die stinken, geen opvoeding hebben gekregen en niet de moeite doen om de medicatie te gaan halen die je ze net hebt voorgeschreven. Daarna was het aan mij: ik heb elk cliché vakkundig onderuitgehaald. Hoe kun je medicatie halen bij de apotheker als die 50 euro kost en je maar 30 euro hebt? Moet ik eerst een bank overvallen of zo?»

Tommy «Die stempel heb ik ook altijd gevoeld. Waar ik ook hulp ging vragen, ik werd altijd met de vinger gewezen. Mensen vinden snel dat je zelf schuldig bent aan je armoede, terwijl ik er, net als zoveel anderen, niet veel aan kan doen.»


Samen aan de zijlijn

Bij An, Tommy en Nicole hoef je niet lang te zoeken naar de bron van de geldnood waarmee ze nog altijd kampen: een jeugd met weinig reden tot optimisme.

Tommy «Mijn vader is weggevallen toen ik vijf was. Plots stond mijn moeder er alleen voor met drie kinderen. Door wat er gebeurd was met mijn vader, heb ik heel diep gezeten. Maakten ze op school grappen over hem, dan werd het zwart voor mijn ogen en klopte ik erop. Door die agressie ben ik in het bijzonder onderwijs beland.»

Nicole «Ik had als kind een andere aanpak: van kleins af aan heb ik me leren verdedigen met woorden. Al heel snel besefte ik dat ik de pesters daarmee het zwijgen kon opleggen.

»Ik ben opgegroeid in een koolmijndorpje in Wallonië, waar iedereen in hetzelfde armoedestraatje zat. Op school had je wel een paar kinderen van zelfstandigen, die het wat breder hadden. Als die na de vakantie vertelden dat ze naar zee waren geweest, dan zei ik: ‘En dan? Ik ben naar India geweest.’ In mijn hoofd was dat niet liegen: onze straat heette Coron des Indes – de Indiase wijk, dus. En als iemand op school durfde te zeggen dat ik altijd dezelfde kleren droeg, dan beet ik terug: ‘Dat komt omdat mijn moeder zo goed kan wassen.’ Daarmee was de kous af.

»Later heb ik die kracht met woorden wel een beetje verloren. Ik ben heel jong getrouwd met een man die thuis de baas wilde zijn. Eerst probeerde ik nog ertegenin te gaan, maar dan kreeg ik slaag – de cafébaas verdiende aan mijn man een mooi inkomen. Op den duur hield ik mijn mond. Als je dat 23 jaar volhoudt – ik ben bij mijn man gebleven tot hij stierf – dan ken je niks anders meer. Pas na zijn overlijden heb ik mijn woorden teruggevonden. Ze zaten er nog wel, maar ik moest ze ergens heel diep vanbinnen gaan zoeken.»

HUMO Na zijn dood had je man een onaangename verrassing in petto: een schuldenberg van 2,5 miljoen Belgische frank.

Nicole «Toen ik die schulden erfde, had ik twee opties: gaan werken of een bank overvallen. Het tweede durfde ik niet, dus heb ik het eerste gedaan. Mensen denken dat je door hard te werken vanzelf uit de armoede kunt klimmen, maar dat klopt niet. Ik heb altijd hard gewerkt, maar ik zit vandaag nog altijd in schuldbemiddeling. Eerst jarenlang om die schulden van mijn man af te betalen, daarna omdat ik had gewerkt terwijl ik een weduwepensioen kreeg. Opeens vonden ze bij de belastingen dat ik te veel had verdiend en moest ik mijn pensioen terugbetalen. Dat heeft me nog dieper in de put geduwd.

»Als je geen geld hebt, moet je voor alles een oplossing vinden. Na de dood van mijn man ging ik naar het OCMW. ‘Over zes weken kunt u een sociale woning krijgen,’ zeiden ze. Maar een deurwaarder wacht geen zes weken. Dus ging ik noodgedwongen wat jobs doen in ’t zwart. Na zes weken ging ik terug naar het OCMW: ‘Wij kunnen niks voor je doen. Jij lost toch alles zelf op.’ Ja, zeg! Als je op je stoel blijft zitten, zal er niks in je bek vallen.»

An «Mijn moeder heeft ook altijd verschillende jobs tegelijk gehad en toch waren we thuis arm. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik zes was. Sindsdien moest mijn moeder de schulden van de scheiding afbetalen. Pas sinds vorig jaar is ze daarmee klaar.»

'Ik doe wél mijn best om eruit te komen. Alleen moet ik tien keer meer moeite doen dan jij om hetzelfde te bereiken'


Leven op straat

HUMO In ‘Taboe’ vertelt Nancy dat ze als kind niet in de gaten had dat ze arm was: ‘Want als je in armoede leeft, dan leef je erg afgesloten van de rest.’

An «Ik heb het wel altijd geweten, omdat ik al heel jong een deel van de huishoudelijke taken voor mijn rekening nam. Mijn moeder wilde ons heel graag alles geven. Van haar mochten we zelfs naar de jeugdbeweging, maar dat wilde ik zelf niet: ik vond dat ik thuis moest blijven om ervoor te zorgen dat alles er op rolletjes liep.

»Op school werd ik gepest, vanwege mijn kapotte schoenen of mijn vettige haar. Ik beschermde me daartegen door in mezelf te kruipen. Ik ging elke confrontatie uit de weg. Niet dat ik op zo’n rijke school zat. Er zaten ook anderen die thuis niks hadden. Ik kon ze er zo uitpikken: hoe ze zich gedroegen, hoe ze hun versleten kledij probeerden weg te moffelen, hoe ze nooit meegingen op daguitstap, zogezegd omdat ze die dag net strafstudie hadden. Ik wist wel beter: dat soort excuses verzon ik zelf ook. Bij hen kon ik mezelf zijn.»

HUMO Danny verwoordt het zo in ‘Taboe’: ‘‘Soort zoekt soort,’ zeggen ze over ons. Dat klopt niet. Wij zijn degenen die aan de zijlijn staan, en daar kom je elkaar vanzelf tegen.’

An «Zo gaat het nog altijd. Met mijn vrijwilligerswerk hier en in De Roma kom ik mensen tegen uit soortgelijke situaties. Niet dat het botst met mensen die níét in armoede leven, maar het wederzijdse respect voel ik toch meer bij zij die het ook niet breed hebben.»

HUMO Wat maakt het zo moeilijk om je los te wrikken uit die armoede?

An «Ik heb ooit betere tijden gekend. Toen ik nog getrouwd was, hadden we een mooi inkomen, waren alle schulden betaald en kwamen we niks tekort. Na de scheiding is het snel gegaan: nog geen week na de beslissing – die hebben mijn ex en ik samen genomen – leefde ik op straat. Mijn ex wilde wel dat ik bleef, maar ik kon op dat moment niet samen in één ruimte zijn met hem. Dat wilde ik onze vier kinderen niet aandoen.

»Ik ben tweeënhalf jaar op straat gebleven, en toch ben ik al die tijd blijven solliciteren. Ik hoef je vast niet te vertellen hoe moeilijk het is om toch proper en hygiënisch op een sollicitatiegesprek te verschijnen als je de nacht op straat hebt doorgebracht.»

HUMO Kon geen enkele dienst je helpen om een dak boven je hoofd te vinden?

An «Je loopt heel vaak vast in allerlei hulpstructuren. Een voorbeeld: toen ik mijn aanvraag deed voor een sociale woning, wilde ik dat mijn kinderen daar ook terecht zouden kunnen. Maar daarvoor had ik een vonnis van de rechtbank nodig dat mijn kinderen op mijn naam stonden. Ik moest mijn ex dus voor de rechtbank dagen en met hem in de clinch gaan. Dat wilde ik niet: mijn ex en ik kunnen het goed met elkaar vinden en we hebben zelf een bezoekregeling uitgewerkt. Ik wil mijn kinderen die stabiliteit niet ontnemen. Ook bij het OCMW ging het zo: als ik een leefloon wilde, dan moest ik bij mijn ex eerst alle achterstallige alimentatie gaan opeisen. Eigenlijk zeiden ze dus: ‘Ga je kinderen weghalen bij je ex, ga met hen op straat leven, en dan pas krijg je bij ons een leefloon.’ Toen ik zei dat dat nergens op sloeg, hebben ze mij de deur gewezen.

»Al die diensten – het OCMW, de VDAB, de mutualiteiten – bedoelen het wel goed, maar ze hebben weinig inzicht in hoe het echt is om arm te zijn. Het is heel moeilijk om al je kwetsbaarheden in één keer op tafel te gooien. Tijdens zo’n gesprek zei ik niet meteen dat ik op straat leefde, maar hield ik het bij: ‘Ik heb problemen.’ Beter kon ik het ook niet verwoorden. Of dan noemde ik één probleem, maar zweeg ik over de rest. Daarvoor schaamde ik me te hard. Het gevolg was dat ik wel stappen zette, maar altijd toch weer tegen een muur liep, als er een nieuw obstakel naar boven kwam. Of dan zweeg ik over bepaalde problemen, uit schrik dat ze mijn kinderen zouden afpakken. De angst is groot, het vertrouwen in al die diensten klein.»

Nicole «Dat herken ik, die angst om je kinderen te verliezen. Ik heb ook op straat geleefd met mijn vier kinderen. Ik was gevlucht voor de slagen van mijn man. Ik was bang dat hij, als hij het beu was mij te slaan, met de kinderen zou beginnen. Ik was met hen in de garage van een oom ingetrokken – in zijn huis was er simpelweg geen plaats voor ons. Op een ochtend stond de politie voor de deur. Ze brachten me naar een vluchthuis. De volgende dag zeiden ze me daar dat mijn oudste zoon van twaalf niet kon blijven: hij was te oud en moest naar een instelling. Wat doe je dan als moeder? Je neemt je vier kinderen en smeekt je agressieve man om terug naar huis te mogen komen. Ik kreeg nog liever slaag dan dat ik mijn zoon in een tehuis liet stoppen.

»Die angst om mijn kinderen te verliezen heeft ook te maken met mijn eigen jeugd. Ik moest op mijn 14de op internaat. Mijn moeder had geen andere keuze: een internaat was goedkoper dan elke dag mijn maaltijden en de treinkosten van huis naar school te betalen. Heel lang heb ik gedacht dat mijn moeder mij had weggegooid, dat ze mij niet moest hebben, terwijl de andere kinderen bij haar mochten blijven.»

Tommy «Zo ervoer ik het ook. Toen mijn moeder me op internaat stuurde, voelde het alsof ze niet van mij hield. Op mijn 16de ben ik dan ook van internaat gegaan en meteen alleen gaan wonen. Toen pas besefte ik dat mijn moeder me net uit liefde naar dat internaat had gestuurd. Vandaag hebben we een goeie band, maar die kwetsuren van vroeger voel ik nog.»

'Zodra er een deurwaarder aan je deur heeft gestaan, verdriedubbelt de factuur die je toch al niet kon betalen' Tommy (rechts)


Woekerplanten

De rugzak. Zo noemen ze bij Recht-Op de verzameling kwetsuren die veel mensen in armoede meezeulen.

Nicole «Armoede is een ziekte met veel littekens. Daardoor reageer ik anders op de dingen dan iemand die nooit armoede heeft gekend.»

Tommy «Ik wil graag werken – en dat doe ik ook – maar net als iedereen doe ik niet graag om het even wat. Als ze me de hele dag schokdempers laten tellen op een stoel, dan heb ik op het eind van de dag een leeg gevoel en ben ik die job na drie maanden beu. Bij de VDAB zeg ik altijd dat ik iets met afwisseling nodig heb, maar toch geven ze me altijd weer van die jobs zonder ook maar één uitdaging. Of dan héb ik eens een job met afwisseling, en na een jaar gaan ze reorganiseren en sta ik weer op straat. Als ik er iets van zeg, dan gaat het van: ‘Hoe? Je wilt die job niet doen?’ Alsof ik te kieskeurig ben.»

Nicole «Voor de maatschappij moeten wij robots zijn: niet nadenken en alleen maar doen. Maar dat gaat niet: daarvoor is de rugzak die we meesleuren te zwaar.»

HUMO Jij vertelde aan Philippe Geubels dat je het moet zien te redden met 70 euro per week.

Nicole «Sinds de opnames is er beterschap: nu heb ik 85 euro per week.»

HUMO Laat je het nu breed hangen?

Nicole (lacht) «Weet je wat ik met die extra euro’s heb gedaan? Ik ben naar de tandarts geweest. Ik heb al meer dan tien jaar een nieuw gebit nodig, maar die kost was er altijd te veel aan. Nu zet ik die extra 15 euro opzij en in mei krijg ik eindelijk mijn nieuwe tanden. Om er zeker van te zijn dat ik met dat geld toch geen andere putten ga dempen, stort ik het op een rekening waar ik het niet zomaar af kan halen: daarvoor moet mijn zoon tekenen. Voor iemand die geld genoeg heeft, lijkt 15 euro misschien onnozel. Voor mij niet.

»Mijn kinderen weten dat ik het moeilijk heb, maar ze weten niet hóé moeilijk. Ze hebben alle vier een job en hebben het goed, maar ik ga hun echt niet vragen of ik 20 euro mag lenen. Ouders zijn er om kinderen te helpen, niet om hun geld af te pakken. Geld lenen doe ik sowieso nooit. Leen ik vandaag 20 euro, dan kom ik volgende maand 40 euro tekort.

»Iedere mens in armoede heeft de wil om uit de armoede te raken, maar er komt zoveel op je pad. Het is alsof je in een donkere tunnel zit, met op het einde een lichtpuntje. Vol goeie moed stap je naar dat licht, maar dan valt er plots een steen op je hoofd – een factuur die je moet betalen of een onverwachte medische kost. Opeens sta je weer aan het begin van die tunnel. Maar dat geeft niet: ooit geraak ik er wel. Misschien.»

HUMO De schuldenberg die je erfde, was geen steen, maar een gigantisch rotsblok.

Nicole «En weet je wat zo erg is? Ik wist niet eens dat ik die erfenis net zo goed had kunnen weigeren. Niemand komt je dat vertellen – je moet pienter genoeg zijn om het te weten of te vragen. Twee dagen later wist ik het wel, maar toen was het te laat. Toen is het liedje met de deurwaarders begonnen. Bij de eerste deurwaarder heb ik nog gehuild, maar bij de tiende zei ik: ‘Hier is het papier van de deurwaarder van gisteren. Schrijf dat maar over, de inboedel is toch dezelfde.’»

Tommy «Zodra er een deurwaarder aan je deur heeft gestaan, verdriedubbelt de factuur die je toch al niet kon betalen. Voor je het weet, gaat het over ongelofelijke bedragen.»

Nicole «Ben je niet thuis, dan forceren ze je deur en kun je achteraf ook nog eens de slotenmaker betalen. Zo blijf je bezig. Eens je aan de deurwaarders begint, is het heel moeilijk om uit de schulden te komen. Vergelijk het met woekerplanten: je kunt ze hier en daar uittrekken, maar ze blijven groeien.»

'Uiterlijk lach ik veel, maar vanbinnen ween ik ook dikwijls' Nicole


Onzichtbaar

De helse klim uit de schulden is één ding; het wegkrijgen van de stempel ‘arm’ nog iets helemaal anders.

An «Je kunt op die stempel blijven frotten, maar je draagt hem toch je hele leven mee. Hoe dat komt? Ik weet het niet. Misschien omdat het zo in je dossiers staat. In mijn dossier bij de VDAB en het OCMW staat kennelijk – en dat is typisch voor mensen in mijn situatie – dat ik altijd overal te laat kom, dat ik niks volledig afwerk. Dat is er ooit in gekomen toen ik nog jong en naïef was: ik ben meteen na mijn schooltijd beginnen te werken en toen was mijn motivatie ver zoek. Maar zodra dat in je dossier staat, krijg je het er niet meer uit. Terwijl ze mij hier bij Recht-Op kennen als iemand die enorm stipt is.

»Het probleem is: op den duur ga je geloven wat er in dat dossier staat. Ik dacht echt dat ik nooit op tijd kwam, dat ik te lui was om kinderen op te voeden. Ik geloofde dat ik niks kon.»

Nicole «Ik heb ook lang het gevoel gehad dat ik niks waard was. Pas toen ik naar het buurthuis begon te gaan, is dat stilaan veranderd.»

HUMO Hoe ben je in het buurthuis terechtgekomen?

Nicole «Ik merkte dat ik psychische problemen begon te krijgen. Niet dat ik zot was, maar ik heb me vier jaar lang opgesloten in mijn huis, met de rolluiken naar beneden. Ik durfde niet meer onder de mensen komen omdat ik me schaamde voor mijn armoede. Ik ging hooguit ’s ochtends vroeg een brood halen bij de bakker. ‘Als ik zo doorga,’ dacht ik, ‘ben ik over zes maanden dood.’ De huisdokter heeft me toen doorgestuurd naar een psycholoog, die zei dat ik met mensen in contact moest komen. Honderd keer ben ik de deur van het buurthuis voorbijgewandeld. Ik durfde niet. Op een vrijdagmiddag heb ik al mijn moed bij elkaar geraapt: bleek het toch wel net gesloten! Maar een vriendelijke dame vertelde me dat ze een uur later een maaltijd zouden serveren voor anderhalve euro en dat ik gerust mocht aanschuiven. Intussen ben ik er een deel van het meubilair geworden. En zo ben ik ook bij Recht-Op beland.»

Recht-Op zou zich kunnen beperken tot individuele hulpverlening voor elke persoon in armoede die bij hen binnenstapt, maar ze kiezen voor een meer structurele en gezamenlijke aanpak: ze laten ervaringsdeskundigen vormingen geven aan allerlei hulpverleners, waarin ze hun haarfijn op de pijnpunten van de armoedebestrijding wijzen. Zo creëren ze een dialoog én geven ze de mensen in armoede het gevoel dat ze eindelijk iets kunnen betekenen voor een ander, voor mensen die het ook moeilijk hebben en die de moed nog niet gevonden hebben om een buurthuis binnen te stappen.

Nicole «Iemand aan het onthaal bij een OCMW moet begrijpen hoe hoog de drempel is en hoe pijnlijk het voor ons is om daar te staan. Er moet maar één verkeerd woord vallen en we gaan buiten met een slecht gevoel en komen niet meer terug.»

HUMO Welke verkeerde woorden vallen er dan?

Nicole «Begin je uitleg niet met: ‘Surf naar onze website en daar zul je zien dat...’ Nee, niet iedereen kan werken met een computer. ‘Bel maar eens terug’ is ook zo’n dooddoener. Zonder beltegoed kún je niet terugbellen! Dat zijn kleinigheden, maar zo belangrijk.»

Tommy «Vaak hebben we het gevoel dat we niet gehoord of geholpen worden. Bel ik in mijn eentje naar een dienst, dan word ik snel afgewimpeld. Doe ik hetzelfde telefoontje samen met iemand van Recht-Op, dan wordt dat opeens een heel ander gesprek. Toen ik hier pas kwam, had ik een hoop schulden waarmee ik geen raad wist. Ik heb toen zelf contact gezocht met de Raad van Advocaten. Ik belde naar de dienst die ik nodig had, maar het antwoordapparaat zei dat ik moest mailen. Ik had geen computer of internet, dus dat kon niet. Toen heb ik samen met iemand van Recht-Op opnieuw gebeld en opeens was het geen probleem om doorverbonden te worden met een advocaat. Waarom lukt dat wel met een organisatie en niet alleen? Ze doen geen moeite.»

Nicole «Als ik naar mijn advocaat schrijf voor mijn schuldbemiddeling, dan krijg ik nooit antwoord. Dicteer ik aan iemand van het OCMW dezelfde mail, dan reageert mijn advocaat meteen. Wij zijn onzichtbaar. Zo houden ze ons in de rol van sukkelaars.»


Sterrenrestaurant

Nicole «Armoede is niet alleen een financieel, maar ook een sociaal probleem: je hoort er niet echt bij. Soms krijg ik opmerkingen over mijn gsm. Maar het is toch normaal dat ik een gsm heb? Zonder besta je niet.»

HUMO Net als in de uitzending valt het me nu op wat voor mooie nagels je hebt.

Nicole (trots) «Mijn schoondochter doet dat. Het kost me alleen de prijs van de producten. Het is niet alleen mooi, het helpt me ook met een medisch probleem: mijn nagels breken heel snel af. Door die valse nagels voorkom ik dat ze breken en hoef ik dus geen dure medicatie te kopen om de ontstekingen onder mijn nagels te genezen. Ik weet het: het zijn net de nagels van een chique madame. Voor mij is dat een beetje stoefen. Op de tram zit ik soms zo met mijn handen voor me, te pronken met mijn nagels. De kritiek trek ik mij niet aan. Het is ook nooit goed: als arme mensen zich niet verzorgen, dan krijgen ze commentaar. Loop je met mooi gelakte nagels rond, dan zeggen ze: ‘Amai, geeft ze dáár haar geld aan!’»

An «Met kerst vraag ik mijn ex altijd wat de kinderen écht graag willen. Ik weet dat ik die cadeaus niet kan betalen, maar dan denk ik: ‘Foert! Dan doe ik het een paar weken met wat minder.’ En minder betekent voor mij: maaltijden overslaan of niet naar de dokter gaan. Ik heb het er allemaal voor over om die lach op hun gezichten te zien.»

HUMO Wat ons ook opviel in ‘Taboe’: Danny praat met veel kwaadheid over zijn moeilijke situatie, maar jij hebt dat helemaal niet, Nicole.

Nicole «Wat helpt het om kwaad te zijn? Ik leef al in armoede sinds 1985. Dan heb je genoeg tijd om na te denken. Ik heb het leren aanvaarden.

»Ik heb wel een keer een brief geschreven aan Bart De Wever. Het was rond de verkiezingstijd en iedereen had het maar over die man. Ik dacht: ‘Ik vertel hem hoe ik in de armoede ben beland, dan zullen we eens zien wat die Bart De Wever waard is.’ Ik had geen vraag voor hem, ik wilde gewoon zijn ogen openen over armoede. Ik ben die brief zelf in zijn brievenbus gaan stoppen – hij woont toch vlakbij en dat bespaarde me een postzegel. De dag erna zat er al een antwoord in mijn bus, ook zonder zegel. Hij schreef dat hij met mij meeleefde, maar dat hij er niks aan kon veranderen. En wat had hij erbij gestopt? Vier bonnen van 25 euro voor de Delhaize. Ik heb hem heel beleefd geantwoord dat ik hem niet had geschreven om geld te krijgen, maar als hij me dan toch per se bonnen cadeau wilde doen, dan had hij me er beter voor de Aldi gegeven. Daar had ik meer kunnen kopen voor zijn geld. Wat heb je als mens in armoede aan vier bonnen? Akkoord, ik heb er meer dan een maand goed van kunnen eten. Maar wat de maand nadien?»

HUMO De opmerking van Philippe Geubels over een bezoek aan een sterrenrestaurant viel bij jullie niet in goede aarde.

Nicole «Nee. Het deed me denken aan al die mensen die met kerst een dakloze willen uitnodigen. Ze bedoelen het goed, maar ’s anderendaags staat die dakloze wel weer in de kou. Als je een dakloze wilt helpen, doe dan een gift aan een organisatie. Met de prijs van die ene maaltijd kunnen zij tien daklozen een bed voor de nacht geven. Persoonlijk vind ik dat die kerstmaaltijd mensen kwetst. Ze zijn het gewend op straat te leven, maar haal ze er één avond weg en ze weten wat ze missen. Dan is het nog erger.

»Tijdens die week met Philippe hebben we het onder elkaar weinig gehad over armoede. Omdat we in dezelfde situatie zitten, weten we waar de grens ligt, wat we kunnen zeggen en wat niet. Want uiterlijk lach ik misschien veel, maar vanbinnen ween ik ook dikwijls. Omdat ik ook mijn fierheid heb, zal ik het nooit tonen als iemand me kwetst.»

HUMO Waarmee zouden we je het hardst kwetsen?

Nicole «Als je zou zeggen dat het mijn eigen schuld is, dat ik mijn best niet doe om eruit te komen. Dat doe ik wél. Ik moet alleen tien keer zoveel moeite doen om hetzelfde doel te bereiken als jij. Dat zien de mensen daarbuiten niet.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234