null Beeld

Tame Impala (Vorst Nationaal)

Perféct huwbaar materiaal, dat Tame Impala dat zaterdag z’n zoetste zonden met confetti bestrooide.

'Tame Impala was: een locker waarin je al je verdriet te sterven legde'

Ik ben geen zaalfetisjist: zolang muzikanten op een podium hun handeltje in magie met de passie van overspeligen bestieren, maakt het me geen eenzame ruk uit of ik in een door pluche gezoende tempel sta dan wel in een bunker die op Hitlers shortlist stond om zelfmoord in te plegen. En geluidsmixers zijn niet zelden de grootste kunstenaars in een concertzaal. Maar toch: Vorst Nationaal, ga je ergens in een hoekje beteuterd staan schamen. Want wáár precies je gasten zaterdagavond hun plekje gevonden hadden, bleek bijzonder bepalend voor wélke Tame Impala ze te zien kregen. Wie toevallig het verkeerde zitje had gekozen, wist zich overspoeld door een geluidsbrij die op een ruwe wijnvlek leek – of nee: op een vaginale wind die zich anderhalf uur on repeat de wereld in toeterde. Wie op het middenplein stond, of een strategischer plaatsje in de tribune had geannexeerd, kreeg een melancholisch-euforisch ballet waar op sterfbedden nog extatisch over zal gebiecht worden. Mijn collega Yves zei het me gisteren nog, mijn lieve Vorst Nationaal: we moeten zoeken naar wat ons verbindt, niet naar wat ons scheidt.

Passons , want na wat zoeken en vluchten werd ik lid van de tweede categorie Tame Impalaïsten – diegenen die een heel concert lang mochten drinken. Niet van de slordig getapte pils uit de catacomben, wel van de verliefd makende schoonheid van Kevin Parker en z’n payroll. De categorie ook die niet zeurt omdat Tame Impala Led Zeppelin verlaten heeft, en zelfs de eigen gitaren een synthesizercomplex heeft aangepraat. Dat is namelijk een hoogst geslaagde zet: Tame Impala is zo een discotoffe dessertwijn geworden – van een goed maar onbestemd jaar.

‘Let It Happen’ was duidelijk niet de beginselverklaring van de politieagenten en militairen die op het gelijkvloers van Vorst bataclanneerden, wel die van een band die een plan had, en verdomme een góéd plan: liedjes die brullen van verlangen een jasje met glitter en lovertjes omdoen. Guidobelcantoësk sentiment, het enige gevoel dat er écht toe doet, regeerde in dat stuitend mooie liedje als een president zonder oppositie, en dat zou later exemplarisch blijken voor het héle concert. Een goeie interviewvraag voor Kevin Parker is: ‘Waar leert een mens zo zingen dat toehoorders zich noodgedwongen het geil uit de slip moeten schudden?’ En nog eentje, voor als er voldoende interviewtijd is: ‘Waarom maken groepjes niet vaker platen als ‘Currents’, waarop weerloosheid duetteert met rozige, roezige euforie?’

undefined

null Beeld

Wat ik me sinds dit weekend dan weer niet afvraag: waar in Brussel je peyote vindt die je een uur of twee van de bewoonde wereld afknelt, en je een taxirit biedt naar melkwegstelsels waar het altijd aperitiefuur is, en nooit maandag. Love is een goeie drug, Tame Impala een betere. Tegen mijn dealer heb ik gezegd dat herstructureringen tot de pijnlijke beslissing noopten, maar dat ik hem nog trakteer op een heroriëntatietraject.

Maar laat ik het per uitzondering over muziek hebben: het was goed verdwalen in ‘Why Won’t They Talk To Me?’, dat klonk als een door uitroeptekens en een verdwaald vraagteken omsingelde hartekreet in het dagboek van een jonge gay. ‘It Is Not Meant to Be’ was die eindelijk afgewerkte Beach Boys-song, opwindend dankzij die driftige gitaar, en kwetsbaar door dat vuile, elke dag een stukje van je lichaam opetende zinnenpaar And I boast that it is meant to be / But in all honesty I don't have a hope in hell’ .

‘The Moment’ klonk monumentaal, en zo mogelijk nog druk gebarender was ‘Elephant’ – je kan ook breedsprakerig zijn zonder Muse te worden. In ‘Eventually’ werd Parker voor mij een goeroe in een fluorescerende doktersjas – eentje die iedereen hoogstpersoonlijk een placebopil tegen liefdesverdriet op de tong legde. En tijdens ‘’Cause I’m a Man’ had ik te doen met het vriendje van het meisje naast me. Hij kreeg – ik word steeds beter in spieken – een kordate steno-sms: ‘Kom niet thuis vanavond. Ga dansen in BXL.’

De laatste noten presenteerden zich als ‘New Person, Same Old Mistakes’, naast het verhaal van mijn leven ook een liedje om ‘Ik hou van u’ tegen te zeggen. Net daarvoor had Tame Impala met ‘Feels Like We Only Go Backwards’ de encores ingezet, en waren alle inentingen tegen somptueuze euforie ontoereikend gebleken. Vorst werd een stadion, een festivalwei, alle nuance voorbij. Tame Impala was: een locker waarin je al je verdriet te sterven legde. Het meisje stuurde nog een sms: ‘Vanavond ga ik uit. En niemand houdt me tegen.’ Zo stond het er, in passionele hoofdletters, en zo stond het er goed.


Het moment

Ik heb een merkwaardig en slechts door briljante psychiaters te verklaren zwak voor ‘Yes I’m Changing’ – ook in Vorst was die song weer een gekmakend mooi meisje met gekmakend mooie laarsjes.


Het publiek

Zal nog lang te herkennen zijn aan de beate glimlach – als het niet in een vaginale wind-situation zat, tenminste.


Quote

‘Wish I could turn you back into a stranger / Cause If I was never in your life / You wouldn't have to change this’ – het is eeuwig uien schillen tijdens ‘Eventually’.


Tweet

[FOTOSPECIAL_35747]

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234